• The Economist
  • Reader
  • Ieder dorp van bier voorzien

Ieder dorp van bier voorzien

The Economist | Londen | 19 februari 2020

Ondanks de hopeloze infrastructuur van de Republiek Congo zorgt brouwerij Bracongo dat ieder dorp per vrachtschip over de rivier de Congo van bier wordt voorzien. The Economist voer mee.

Biertanks van de merken Primus en Mutzig van de brouwerij Bralima in Kinsasha. Deze Congolese brouwerij is in handen van Heineken. – © Kris Pannecoucke / HH
Biertanks van de merken Primus en Mutzig van de brouwerij Bralima in Kinsasha. Deze Congolese brouwerij is in handen van Heineken. – © Kris Pannecoucke / HH

Het schip, dat zwaar beladen is met een half miljoen flessen bier, vaart naar het midden van de rivier. Er klinkt een vrolijke rumba uit het radiootje op de boeg, waar een groep jongemannen zit te mopperen over de ontberingen van het leven aan boord. ‘We blijven tot onze dood op deze boot zitten,’ beweert een bemanningslid. In werkelijkheid brengt de bemanning maar zes maanden per jaar op het schip door, maar het risico dat het zinkt is altijd aanwezig. De boot vaart afgeladen met bier van de brouwerij Bracongo in Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo, naar de stad Bandundu, zo’n 390 kilometer stroomopwaarts.

Omar Barcat, de eigenaar van het schip, staat al twintig jaar aan het hoofd van een vloot van vijf vrachtschepen. Hij voorspelt dat de boot op diverse plekken langs de rivier tegengehouden zal worden door apparatsjiks die soms met kalasjnikovs staan te zwaaien. Ze proberen steekpenningen los te krijgen die kunnen oplopen tot wel 500 dollar. Lastige bemannings-leden vormen ook een probleem. Ver weg van hun bazen in de hoofdstad komen ze soms in de verleiding om te stoppen in dorpen waar hun vrienden wonen. Zo nu en dan drinken ze bier uit flesjes die zogenaamd ontploft of gebroken zijn (wat weer kan leiden tot erger wangedrag). ‘Maar ze weten dat iedereen die betrapt wordt onmiddellijk zijn baan kwijt is,’ zegt Barcat.

Congo-rivier

Er staat veel op het spel voor Barcat en voor Bracongo. De brouwerij, die eigendom is van Castel, een Franse firma die in heel Afrika opereert, concurreert in Congo al zeventig jaar met Bralima, dat in handen is van de firma Heineken. Beide brouwerijen bestaan al sinds de koloniale tijd; in tegenstelling tot de meeste consumptiemiddelen in Congo is bier van lokale herkomst. En toch is het voor de twee bedrijven moeilijk om de flesjes van de fabriek naar de bar te krijgen.

Congo is een land waarin je je niet gemakkelijk kunt verplaatsen. China heeft drie meter weg per inwoner; Congo beschikt over drie centimeter. Slechts 4 van de 26 provinciale hoofdsteden hebben wegen die naar Kinshasa voeren. Sommige dorpen liggen zo geïsoleerd dat ze nog steeds een muntsoort gebruiken die in 1997 is afgeschaft. Het verrast niet dat de regering in het oosten weinig controle kan uitoefenen en dat de macht daar in handen is van mensen die wapens bezitten. In de afgelopen twintig jaar zijn er miljoenen gevlucht voor het geweld in de regio. De enige manier waarop de meeste mensen lange afstanden afleggen, is met boten die varen over de rivier de Congo en zijn vertakkingen. Al het
bier dat het dichtbeboste binnenland bereikt, is over de rivier verscheept.

De reis op het schip van Omar Barcat duurt een week. Als de wegen in Congo van asfalt waren, en niet van hobbelig modder en zand, dan zou het bier in minder dan een dag in Bandundu zijn. Maar de karkassen van omgevallen auto’s die in greppels liggen te roesten, dienen als herinnering aan wat er kan gebeuren als de reis wordt ondernomen met een zwaarbeladen vrachtwagen.

De bevolking van Congo nam tussen 1880 en 1920 met de helft af

In 2019 won Bracongo het net van zijn concurrent: het bedrijf was, volgens de eigen statistieken, goed voor 53 procent van het bier in het land tegen 47 procent van dat van Bralima. In Kinshasa proberen de twee bedrijven elke morgen zo snel mogelijk vrachtauto’s in te laden. ‘We doen ons uiterste best ze om halfacht op weg te sturen. Bralima’s vrachtwagens vertrekken tussen halfacht en acht uur,’ zegt Teddy Junior Mena, hoofd distributie van Bracongo. ‘En we proberen ook om werkelijk ieder dorp in Congo van bier te voorzien.’

En inderdaad komt het bier overal, ondanks de hopeloze infrastructuur van het land. Net zoals de rumba’s die in elke gammele bar uit doffe speakers dreunen, is het een van de weinige dingen waarop Congolezen kunnen vertrouwen. Om te begrijpen hoe een brouwerij zijn waren bij dorstige klanten krijgt, heeft uw correspondent een aantal reizen ondernomen.

Handelsroute

De rivier de Congo legt een reusachtige boog af door het land: van het zuid-oosten, door de stad Kisangani, langs Kinshasa en daarna naar de Atlantische Oceaan (zie kaart.) Hij is zowel de op een na langste rivier in Afrika als de diepste. Als zijn bulderende watermassa door hydro-elektrische stuwdammen in energie zou worden omgezet, kon die het grootste deel van het continent verlichten.

De rivier dient al eeuwenlang als handelsroute – in goede en slechte tijden. Koning Leopold II van België, die Congo van 1885 tot 1908 als zijn persoonlijke bezit bestuurde, dwong hele legers dorpelingen om ivoor te verzamelen, rubber te tappen en die kostbare koopwaar in schepen te laden. Vrouwen werden gegijzeld gehouden om hun echtgenoten te dwingen dwangarbeid te verrichten. Wie niet hard genoeg werkte, werd gedood of in stukken gehakt. Talloze dorpelingen verborgen zich diep in het woud om te vermijden dat ze als slaaf zouden worden gebruikt. De visvangst en de landbouw, noodzakelijk voor het levensonderhoud, stortten in. Sterfgevallen door honger en ziekten namen schrikbarend toe; geboortecijfers kelderden omdat zo veel echtparen van elkaar werden gescheiden. Volgens een zeer ruwe schatting nam de bevolking van Congo tussen 1880 en 1920 met de helft af, van twintig tot tien miljoen.

Leopolds wanbestuur werd over de hele wereld veroordeeld. In 1908 onttrok de Belgische regering Congo aan zijn greep en bestuurde het land vervolgens iets minder gruwelijk tot 1960, toen het onafhankelijk werd. Mobutu Sese Seko, een militaire despoot, doopte het land in 1971 om tot Zaïre. In het Congolees betekent dat ‘de rivier die alle rivieren opslokt’. De naamsverandering werd teruggedraaid toen Mobutu in 1997 ten val werd gebracht.

Tegenwoordig is de rivier een bron van trots. De bankbiljetten van het land zijn bestempeld met foto’s van vissers in kano’s op de rivier. Vlak na het vertrek passeert het schip van Omar Barcat een man die schrijlings op vier drijvende, met touw samengebonden boomstammen zit. Met één roeispaan manoeuvreert hij zijn vaartuig naar de haven, waar hij zal proberen het hout te verkopen. Hij is waarschijnlijk afkomstig uit Mbandaka, een stad midden in het regenwoud in het Congo-bekken, zo’n 585 kilometer stroomopwaarts. Als dat zo is, heeft hij twee weken lang door een brede strook troebel water gepunterd waar honderden krokodillen leven.

Na een week komt Barcats schip in Bandundu aan. Net als vanuit Mbandaka vervoeren kleinere vaartuigen van hieruit het bier naar dorpjes langs de oevers van de rivier. In de haven van Mbandaka pikt Christine, een veertigjarige eigenares van een café, zeventig kratten bier uit het depot van Bracongo op. Ze reist twee keer per maand met een van de kleinere scheepjes naar de stad om bier voor haar café en voor de doorverkoop aan andere bars op te halen. Het zijn zware reizen: ze moet in de regen en de drukkende hitte aan dek slapen. ‘We worden allemaal blootgesteld aan de elementen,’ verzucht ze.

De tweede, sputterende, houten boot, die behalve Christine en haar bier zo’n honderdvijftig mensen, zestig zakken houtskool, palmolie, pinda’s, twee geroosterde cobra’s (een regionale delicatesse) en een treurig ogende kip vervoert, vertrekt eindelijk om negen uur ’s avonds, na een oponthoud van vijf uur. Uit diverse radio’s klinken rumba’s op. De boot wordt aangedreven door gemodificeerde Chinese generatoren. Fiston, een bemanningslid van begin twintig, legt uit dat er vijf generatoren zijn, zodat de boot niet stil komt te liggen als een of twee het opgeven, wat vrijwel onvermijdelijk is. En inderdaad, na een paar uur begint de eerste zelfgefabriceerde motor te sputteren, waarna hij stilvalt.

Geur van marihuana

Het is niet het enige teken dat het schip niet helemaal rivierwaardig is. Op Fistons passagierslijst, die hij in de haven aan een functionaris overhandigt, staan maar vijftien namen. Als de boot zinkt en er meer dan vijftien mensen overleven, krijgt hij geen problemen met de autoriteiten.

Dit soort creatieve registratie maakt het bijna onmogelijk om te weten hoeveel mensen er jaarlijks in de rivier omkomen.

Al snel nadat de boot is vertrokken, komt de geur van marihuana naar beneden drijven vanaf het bovendek, dat de ‘Verenigde Staten’ wordt genoemd omdat ‘het zo hoog is als je in het leven maar kunt komen’, legt een passagier uit. Daaronder verzamelen mensen zich rondom rokerige fornuisjes en delen ze pannen met rijst en stoofpot. Oude mannen nestelen zich onder hun jas voor de nacht. Passagiers stappen over hen heen om bij het toilet te komen, dat niet meer is dan een gat in het dek en een emmer rivierwater.

In een van de vier hutten die beschikbaar zijn voor passagiers beschikt uw correspondent over een bed dat bestaat uit een doorzakkende matras van piepschuim geschraagd door planken van multiplex, waarover een groezelig muskietennet hangt. De slaap wil niet komen: de generator maakt zo veel lawaai dat het moeilijk is om in te dutten.

De volgende morgen schuifelen wazig kijkende passagiers met een tandenborstel in de hand een voor een naar de achterkant van de boot. Een vrouw is deegballetjes aan het frituren en verkoopt plastic bekertjes zoete thee voor bij het ontbijt. Er ontstaat een ruzie tussen de kapitein en een paar jongemannen. Een groep jongens op het Verenigde Staten-dek leunt over de reling om beter te kunnen zien wat er aan de hand is. Angel, een pinda-verkoopster, schudt met haar vinger en roept iets in het Lingala, een lokale taal. Plotseling begint iedereen te juichen. Een dronken man blaast op een fluitje. ‘Een van de jongens probeerde de kapitein op te jutten,’ legt Christine uit. ‘Maar die vrouw zette hem op zijn plaats.’

Uw correspondent gaat van boord – dankbaar dat hij weer vaste grond onder de voeten heeft – in een dorp dat Lolanga heet. Christine reist nog drie dagen verder op de boot, tot aan het grotere dorp Akula, het eindpunt. Het ligt op een afstand van minder dan 350 kilometer – ongeveer zo ver als New York van Washington D.C., een tocht van zo’n vier uur per auto. Elke tocht heen en weer kost Christine een week. Ze ziet ertegen op, maar weet dat haar bar zonder bier niet blijft bestaan.

Christines inspanningen worden doorberekend aan haar klanten. Haar bier kost 1,80 dollar, een derde meer dan het bier in Kinshasa. Ze moet rekening houden met de 60 dollar voor haar bootticket en het bedrag dat ze betaalt aan een vriend om haar café draaiende te houden in de tijd dat zij weg is. Ze maakt maar weinig winst; niet genoeg om te kunnen sparen, zegt ze, maar genoeg om te overleven.

Statussymbool

Voor veel Congolezen biedt sterke, zelfgebrouwen drank meer waar voor hun geld dan bier uit de fabriek. Oude dametjes stoken achter in hun huis emmers vol bruisende bootleg. Eén zo’n drankje, dat mbandule ofwel ‘zet je hersens op zijn kop’ heet, is gemaakt van een gegiste graansoort en is vooral populair in het oosten, of bij diegenen die op zoek zijn naar goedkope vergetelheid. Een glas kost maar 30 cent.

Bier is een statussymbool, zegt Teddy Mena, net als een mobiele telefoon. Die twee gaan vaak samen, lacht hij: ‘Tegenwoordig drinken mensen bier met een telefoon in hun andere hand.’ Rumbaspelers worden ook gesponsord door verschillende bierbedrijven; toen Werrason, een beroemde muzikant, in 2005 Bracongo als sponsor verwisselde voor Bralima, was dat aanleiding voor vette krantenkoppen.

‘De mensen hier drinken bier om hun zorgen te vergeten’

Deels als gevolg daarvan zegt de bierverkoop in Congo niets over de staat van de economie, die in 2019 met 1,5 procent afnam. Volgens Bracongo drinken mensen meer bier dan ooit tevoren. ‘Zelfs wij begrijpen het soms niet. In dit droge seizoen (van april tot augustus) hebben we de hoogste omzet ooit gehaald,’ vertelt Mena.

Sinds 2010 is Bracongo begonnen om reclame te maken voor verschillende soorten bier voor verschillende bevolkingsgroepen. Werklozen kopen vanzelfsprekend het goedkoopste bier dat er te krijgen is: kleine flesjes van het zwakste brouwsel, dat Beaufort heet. Jongeren hebben over het algemeen een voorkeur voor lichtere biersoorten, zegt Florent Muteba, hoofd van Bracongo’s commerciële analyseafdeling. Boeren en straatverkopers schijnen vooral te houden van moutachtig, donker bier. Alleen slimme, ambitieuze marketing en een ingewikkelde logistiek kunnen verklaren waarom het bedrijf nog steeds alcohol kan verkopen in een tijd waarin mensen armer worden. (De verslavende eigenschappen ervan helpen waarschijnlijk ook.)

Op de terugreis naar Mbandaka, nu per houten kano, die dreigt te kapseizen als een priester en zijn vrienden instappen, stopt uw correspondent in een nietig dorpje langs de rivier. Hier klaagt een vrouw dat ze een bootreis van drie uur moet maken om de dichtstbijzijnde apotheek te bereiken. Het is onmogelijk om snel aan anti-biotica te komen, maar bier is ruim voorhanden – vlak naast haar verkoopt een oude man, Garus, grote, warme flessen donker bier. Vissers leggen hun verdiensten van die dag bij elkaar om ze aan te schaffen. Er is geen elektriciteit, maar Garus verandert zijn huis met strodak in een nachtelijke bar door fakkels aan te steken als verlichting. Ook bij hem klinken er rumba’s uit de radio. ‘De mensen hier drinken bier om hun zorgen te vergeten, om te ontstressen,’ legt hij uit.

Omar Barcat zou failliet zijn als Congo goede wegen had. Politici blijven beloven ze aan te leggen, maar om de een of andere reden komt het er nooit van. Barcat grapt dat hij kan rekenen op een comfortabel pensioen; zijn boten nemen de lege flessen op de terugreis weer mee, dus dat levert hem dubbel geld op. De rivier zal nog jarenlang de grootste verkeersader van Congo blijven. En arme mensen zullen hun centjes bij elkaar blijven leggen om een van de weinige koloniale overblijfselen te kopen waar iedereen van houdt: helder, verfrissend, tijdelijk-zorgen-verjagend bier.

The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.680

Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

Dit artikel van verscheen eerder in The Economist.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.