• Der Tagesspiegel
  • Economie
  • ‘Ik ondertekende mijn brieven met Steve’

‘Ik ondertekende mijn brieven met Steve’

Der Tagesspiegel | Berlijn | Susanne Kippenberger | 03 oktober 2019

Stephanie Shirley richtte aan het begin van de jaren zestig met een startkapitaal van 6 pond, een softwarebedrijf op met uitsluitend vrouwen. Sinds de beursgang van haar bedrijf zijn Shirley en haar zeventig mede-eigenaren schathemelrijk geworden. Aan Der Tagesspiegel vertelt zij over haar liefde voor computers, de omgang met seksistische bazen en het filantropische werk waarvoor ze zich inzet.​

Dame Stephanie, u bent een IT-legende, de eerste vrouwelijke voorzitter van de British Computer Society en u bent voor uw verdiensten in de adelstand verheven. Toen u in 1962 uw softwarebedrijf oprichtte, had u zelf niet eens een computer.

SS: ‘We hebben ons gespecialiseerd in logistiek, schreven programma’s voor de dienstregelingen van treinen en bussen, voor de controle op inventarissen. Die opdrachten probeerden we eerst vast te leggen in een stroomschema, en wel met pen en papier. Dat nam weken en soms wel maanden in beslag. Vervolgens zetten we alles om in codes, die we naar een datacenter stuurden, waar ze in kaarten of stroken papier werden geponst – en pas daarna ging het de computer in.’

Nogal omslachtig!

‘Ik had er elke keer buikpijn van, omdat het waanzinnig duur was. Een pond per minuut, meen ik. Het startkapitaal waarmee ik mijn bedrijf heb opgericht, bedroeg 6 pond.’

Als jonge wiskundige en IT-expert werkte u op de afdeling Statistiek bij de Royal Mail en daarna bij een computerbedrijf, zonder enige kans op promotie. Dus richtte u uw eigen bedrijf op, Freelance Programmers.

‘Ik wilde vrouwen een kans geven. Er waren destijds al genoeg mannen werkzaam in de sector.’

U nam uitsluitend vrouwelijke kandidaten in dienst, meestal als parttimer of thuiswerker. Flexibele werktijden voor jonge moeders bestonden destijds niet, de meesten moesten na de geboorte van hun kind stoppen met werken. Een revolutie?

‘Later kwam ik erachter dat er al sinds 1957 een dergelijk bedrijf in de VS bestond, maar dat heeft nooit meer dan 24 werknemers gehad. Jammer, ik had graag de eerste willen zijn.’

Shirley met een oude ponskaartenmachine die gebruikt werd voor code. © Miele Passmore
Shirley met een oude ponskaartenmachine die gebruikt werd voor code. © Miele Passmore

Was u eerder moedig of megalomaan?

‘Koppig. Ik wilde niet dat goed opgeleide vrouwen die wilden werken als moeder thuis kwamen te zitten en was zo gedreven door mijn kruistocht voor hun acceptatie in de IT-sector dat het een erezaak werd om te overleven. Bovendien was ik ten tijde van de recessie in de jaren zeventig nog niet droog achter de oren. We hebben ternauwernood overleefd. Veel andere bedrijven hebben hun deuren moeten sluiten.’

Werd u als ondernemer eindelijk serieus genomen?

‘Ik werd uitgelachen omdat ik als vrouw software wilde verkopen! Op mijn acquisitiebrieven kwam geen reactie. Mijn man deed de suggestie om met mijn bijnaam Steve te ondertekenen, in plaats van met Stephanie. Dat werkte.’

De antidiscriminatiewetgeving van 1975 was voor u een streep door de rekening: u moest mannen in dienst nemen.

‘Als ze gekwalificeerd waren.’

Van gelijkgerechtigheid is de IT nog ver verwijderd. ‘De digitale revolutie gaat aan vrouwen voorbij’, kopte het Manager Magazin een paar jaar geleden.

‘De sector wordt nog altijd beschouwd als iets nerderigs, iets mannelijks. Dat begint al vroeg: games zijn allemaal op jongens gericht. Wat we nodig hebben, is een positieve toegang tot de informatietechnologie. Alles wat we doen in de maatschappij wordt gedigitaliseerd, of het nu gaat om de gezondheidszorg of het onderwijs. Als vrouwen niet betrokken zijn bij die processen, zoals de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, zullen we uiteindelijk alleen maar systemen hebben die zijn toegesneden op mannen.’

U schijnt zich soms ook te ergeren aan uw seksegenoten…

‘Ik heb er genoeg van dat vrouwen klagen over hun problemen, die beslist bestaan, maar triviaal zijn in vergelijking met het seksisme van vijftig, zestig jaar geleden. Ik mocht niet eens een bankrekening openen zonder toestemming van mijn man, geen auto huren, geen hypotheek afsluiten.’

U bent al op jonge leeftijd verliefd geworden op computers, zoals u het zelf hebt geformuleerd. Wat vond u er zo aantrekkelijk aan?

‘Het wiskundige aspect. Dat een computer altijd hetzelfde doet; de symmetrie en balans hebben veel weg van muziek: de herhalingen, dat je altijd weer teruggaat naar het begin. En als er een fout optreedt, is dat mijn schuld en moet ik het voor elkaar zien te krijgen dat het goed loopt.’

Heeft uw fascinatie misschien ook iets te maken met het feit dat er tijden zijn geweest waarin u geen controle over uw leven had? U was vijf, een klein Duits-joods meisje, toen uw ouders u en uw zus in 1939 met een kindertransport naar Engeland stuurden.

‘Dat vroege trauma heeft me in zeer hoge mate gevormd. Ik ben ervan overtuigd dat ik daardoor beter in staat ben met veranderingen om te gaan. Naar een vreemd land te worden gebracht, een nieuwe taal, nieuwe ouders, nieuw eten, alles nieuw, en dat te verwerken – dan jaagt verandering je geen grote angst meer aan. Integendeel, het bevalt me, ik verveel me snel. Dat ik aan de Holocaust ben ontsnapt, heeft me zo vastberaden gemaakt. Mijn leven moet het waard zijn om te zijn gered, ik ben gedreven door de behoefte dat te bewijzen.’

Ik wilde vrouwen een kans geven. Er waren destijds al genoeg mannen werkzaam in de sector

Heeft dat u onder druk gezet?

‘Het is niet erg gezond voor een zesjarige om tedenken: wat een geluk dat ik word gered! Maar ik heb er ook de noodzakelijke stijfkoppigheid door gekregen waarmee ik mijn bedrijf door moeilijke tijden kon loodsen. Natuurlijk zou ik overleven!’

Een jaar na de oprichting van uw bedrijf kwam uw zoon Giles ter wereld, die met zwaar autisme werd gediagnosticeerd. Op zijn tweede stopte hij met praten, was veel aan het schreeuwen, om zich heen aan het slaan en was steeds moeilijker in toom te houden. U en uw man sliepen om beurten en toen hij een tiener was, moest u hem in een tehuis laten plaatsen. Hoe hebt u dat als succesvolle ondernemer ervaren?

‘Ik denk dat ik een aardiger persoon ben omdat ik zo’n kwetsbaar kind heb gehad. Vroeger was ik een intellectuele snob. Giles heeft mijn kwetsbaarheid blootgelegd.’

U hebt non-stop gewerkt en voor uw zoon gezorgd, en bent niet naar het theater of naar feestjes gegaan. Een te hoge prijs?

‘Het was een zware tijd in ons leven. Maar je went eraan dat je niet alle vrijheid hebt. Ik vind het jammer dat ik mijn belangstelling voor kunst niet verder heb ontwikkeld. Maar het was zoals het was.’

Als je in uw autobiografie over die dubbele belasting leest, vraag je je af hoe u dat zo lang hebt kunnen volhouden. 

‘Een eigen en bovendien ongewoon bedrijf opbouwen en tegelijkertijd een kind grootbrengen dat zo veel van je vergt – jarenlang heeft dat tegen elkaar opgewogen. Als ik bij Giles was, vergat ik het werk, en Giles vergat ik alleen als ik aan het werk was. Maar op zijn dertiende is er iets in mij ontploft. De druk werd zo extreem dat ik het niet meer uithield.’

In 1976 kreeg u een zenuwinzinking toen u op een trein stond te wachten. Toeval?

‘Het heeft lang geduurd voordat ik dat verband zag. Ik word nog altijd zenuwachtig als ik op een perron sta. En ik heb nog altijd het gevoel dat ik me onderwerp aan het oordeel van anderen: zie ik er fatsoenlijk uit, zeg ik het goed?’

U investeert veel in het onderzoek naar autisme. Maar er is geen genezing mogelijk.

‘Een autist kun je evenmin ‘genezen’ als een homoseksueel. Dat te suggereren is alleen al mensonterend. Het goede is dat we een individu nu
accepteren zoals het is en proberen wat er in hem zit tot ontwikkeling te brengen, wat dat ook mag zijn, iets bescheidens of iets buitengewoons.’

Uw zoon overleed op 35-jarige leeftijd na een epileptische aanval, een van de complicaties van zijn ziekte. Daarna bent u van het platteland naar het stadje Henley-on-Thames verhuisd. Voelt u zich hier thuis?

‘Nee. Hoewel we hier nu al 25 jaar wonen. Waar we als jong gezin hebben gewoond, dat voelde aan als thuis. Ik mis familie. De dood van een kind is iets heel verschrikkelijks. Mijn man is er nooit echt overheen gekomen. Ik wel, denk ik.’

Uw familie heeft weliswaar de Holocaust overleefd, maar het huwelijk van uw ouders is stukgelopen. In uw autobiografie schrijft u over uw moeilijke relatie met beiden. 

‘Met mijn vader was het niet moeilijk – hij was er simpelweg niet in mijn jeugd, hij woonde in Australië en later weer in Duitsland. Mijn kijk op hem is in de loop der jaren veranderd. Ik werd trots op hem toen ik hem niet meer met de ogen van een kind bekeek.’

Het moet pijnlijk zijn geweest dat hij een nieuw gezin had en niet meer omkeek naar het oude.

‘Dat klopt. We hadden grote financiële problemen in Engeland, terwijl hij in Duitsland al geld verdiende. Maar dan probeer je gewoon je weg te zoeken. Vandaar ook de titel van mijn autobiografie: Let IT go. Loslaten – niet alleen de pijnlijke herinneringen, maar ook de wrok en wat die met mij heeft gedaan.’

1. Stephanie Shirley werkte aan een computer bij British Telecom.; 2. Op het kantoor van Freelance Programmers.; 3. Personeel van Freelance Programmers met hun aandelen.
1. Stephanie Shirley werkte aan een computer bij British Telecom.; 2. Op het kantoor van Freelance Programmers.; 3. Personeel van Freelance Programmers met hun aandelen.

Hoe hebt u dat loslaten voor elkaar gekregen?

‘Dat was een pragmatisch besluit. Zes jaar psychoanalyse heeft ook geholpen.’

In het kader van uw engagement met autisme hebt u ook in Duitse steden lezingen gehouden. Vindt u dat moeilijk?

‘Als kind heb ik geweigerd voet op Duitse bodem te zetten. Maar mijn vader woonde daar en als ik die wilde zien, moest ik er toch naartoe. Ik kwam tot het besef dat het aan mensen zoals ik is om de hand te reiken. Dus ben ik toegetreden tot de Anglo-German Federation, die zich heeft ontwikkeld tot een Europese beweging. U kunt zich voorstellen hoe ik over de Brexit denk.’

Denkt u dat u iets hebt van uw vader, een jurist?

‘Veel! Auntie en uncle, zoals ik mijn Engelse pleegouders noemde, hebben me opgevoed. Van hen heb ik veel waarden overgenomen: hun manier van spreken, hun opvattingen – maar mijn karakter is dat van mijn vader. Van hem heb ik het harde werken, de concentratie.’

Wat heeft u als ambitieuze workaholic ervoor behoed een onuitstaanbare bazin te worden?

‘Ik heb veel geleerd van mijn eerste baas, die helemaal niet aardig was, maar een seksist en een tiran. Destijds heb ik besloten nooit zo te worden als hij. Mijn tweede baas was een bijzondere man, een visionair op het gebied van computers en een peoplemanager, mijn grote voorbeeld: vriendelijk, zachtmoedig en naar iedereen hetzelfde. Je zou zijn stijl vrouwelijk kunnen noemen. Destijds, in de jaren vijftig, ging het de meeste superieuren om het commanderen en controleren van werknemers, terwijl híj probeerde anderen te inspireren.’

U hebt uw medewerkers in de jaren negentig 26 procent van de aandelen in uw bedrijf geschonken.

‘Het was alleszins redelijk dat ze die kregen. Het was een sociaal bedrijf, het ging er niet om geld te verdienen.’

Maar dat hebt u wel gedaan. De verkoop van uw bedrijf heeft u een van de rijkste vrouwen van het land gemaakt en zeventig werknemers zijn bij de beursgang van de ene op de andere dag miljonair geworden.

‘Dat heeft een tijd geduurd. Eén jaar tot de kosten waren gedekt, twee, drie jaar tot ik mezelf een salaris kon betalen, 25 jaar tot het dividend opleverde. Het was een utopie.’

Tot de grondbeginselen van uw bedrijfsfilosofie behoorden het geloof in de goede wil van de ander en enthousiasme. Dat klinkt ook tamelijk utopisch.

‘Alleen als je de ander vertrouwt, kun je een gezonde relatie opbouwen, samen iets tot stand brengen. Gedachten als: ik laat mijn handtas daar niet liggen, want straks haalt u er misschien iets uit – zo kun je niet leven.’

Nu bent u al een kwarteeuw met pensioen. Verveelt u zich?

‘Ik heb een nieuw beroep voor mezelf gecreëerd: ik geniet ervan om het geld dat ik heb verdiend uit te geven, ik hou van mijn filantropische werk.’

U houdt lezingen over hoe je goeddoet. Is daar een recept voor?

‘Ik geloof in het plezier van het geven. Filantropie probeert de wereld een beetje rechtvaardiger te maken. De overheid trekt zich steeds meer terug uit bijvoorbeeld het onderwijs en de gezondheidszorg.’

U hebt 68 miljoen pond geschonken, vooral op het gebied van autisme, en 10 miljoen in de oprichting van het interdisciplinaire Oxford Internet Institute gestoken. Werkt uw plezier in het schenken aanstekelijk?

‘Niet zo zeer als gehoopt. We staan op een heel zelfzuchtig punt in de geschiedenis, het draait altijd om ikke, ikke, ikke. Maar er is nu ook de overtuiging dat filantropie een levensstijl kan zijn: we kunnen er plezier aan beleven – ik heb zoveel gegeven, en jij? In de Londense City, het financiële en extreem materialistische centrum, is het een regelrechte wedstrijd geworden. En waarom ook niet?’

Auteur: Susanne Kippenberger

Stephanie Shirley (85) werd als Vera Stephanie Buchthal geboren in Dortmund. Haar oma kwam al op voor de rechten van vrouwen. In 1939 werd Vera samen met haar zus door haar ouders met een kindertransport naar Engeland gestuurd, waar de meisjes in een pleeggezin terechtkwamen. Vera, die zich later Stephanie noemde, was een van de eerste meisjes die werden toegelaten op een jongensschool om wiskundeles te volgen. Stephanie Shirley ontving verscheidene eredoctoraten, zonder dat ze ooit een universiteit heeft bezocht. Een auditorium en een robot dragen haar naam en in 2000 werd ze in de adelstand verheven.

Onlangs verscheen de geactualiseerde editie van Shirleys autobiografie Let IT go (Penguin). Het verhaal van de voorvechter van vrouwenemancipatie en filantroop wordt ook verfilmd. Voor de hoofdrol worden Kate Winslet en Emily Blunt genoemd.Het levendige gesprek met Der Tagesspiegel vindt plaats in haar van beige vloerbedekking voorziene werkkamer in Henley-on-Thames. Er is een assistente bij aanwezig en de twee lachen wat af, onder andere over de kookkunsten van Shirley: ze hoeft alleen maar tegen haar man te zeggen dat ze vanavond shepherd’s pie eten, of hij staat erop dat ze uit eten gaan.

Der Tagesspiegel
Duitsland | dagblad | oplage 132.000

Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt. Degelijke kwaliteitskrant, in 2005 onderscheiden voor zijn restyling.

Dit artikel van Susanne Kippenberger verscheen eerder in Der Tagesspiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.