• Der Tagesspiegel
  • Selectie van de week
  • In China is de angst voor het virus omgeslagen in de angst voor buitenlanders

In China is de angst voor het virus omgeslagen in de angst voor buitenlanders

© David Kamin
Der Tagesspiegel | Berlijn | David Kamin | 10 februari 2021

Terwijl in veel landen voortdurend lockdowns worden verlengd en aangescherpt, lijkt China het virus onder controle te hebben. Maar de angst is gebleven: nu voor Europeanen. Een reis door het land waar de pandemie oorspronkelijk vandaan kwam.

Provincie Sichuan, in het zuiden van China. Een klein stadje. Overal waar je kijkt, zie je bergen. 22.40 uur: er wordt op de deur geklopt. ‘Politie, opendoen alstublieft.’ Onmiddellijk komen er twee mannen in beschermende ziekenhuiskleding naar binnen, onder al de lagen plastic kun je hun gezichten nauwelijks zien. Bij allebei schijnt op borsthoogte een rood lampje door hun beschermende kleding: het lichtje van de automatische gezichtsherkenning, waar inmiddels veel politieagenten in China standaard mee zijn uitgerust. Inderdaad politie dus.

‘Het spijt ons, maar u moet een coronatest doen,’ zegt een van hen met een door zijn mondkapje gedempte stem. ‘Omdat u van buiten komt.’ Achter hen op de gang staat een derde, onzichtbare man. Hij heeft een metalen koffertje bij zich met een sticker die aangeeft dat er biologisch gevaarlijke stoffen in zitten.

Chinese aangelegenheid

Het jaar 2020 was in China een jaar vol angst. In het begin natuurlijk vooral voor de mensen in Wuhan, waar eind 2019 het eerste geval van een nieuw soort longontsteking werd gemeld. Op 23 januari 2020 grendelde de Chinese regering deze miljoenenstad volledig af. Een paar dagen eerder was van officiële zijde nog verklaard dat de situatie onder controle was.

Wie iets anders beweerde, zoals de arts Li Wenliang, werd monddood gemaakt. Hij overleed op 7 februari 2020 aan de gevolgen van een Covid-19 infectie. En met hem, alleen al in Wuhan, 3800 anderen. In totaal raakten in China volgens officiële opgaven 86.000 mensen geïnfecteerd, van wie 4634 zijn overleden. Begin dat jaar lagen in de ziekenhuizen van Wuhan de lijken opgestapeld in de gangen. Nabestaanden moesten op het kerkhof in de rij staan en een nummertje trekken om een graf voor een overledene te krijgen. 

Op dat moment beschouwde de rest van de wereld het nieuwe virus voor het grootste deel nog als een puur Chinese aangelegenheid. Over de hele wereld vertelden mensen die er Aziatisch uitzagen over discriminatie en scheldpartijen, hier en daar kwam het zelfs tot ernstige handtastelijkheden. Toen de pandemie een maand later Europa had bereikt en landen als Italië, Spanje en Frankrijk geen grip meer op het virus hadden, had China zo te zien het ergste al achter zich. De draconische maatregelen van de regering hadden succes gehad, het aantal nieuwe besmettingen was drastisch afgenomen. Maar de angst bleef, ook al was het voorwerp van de angst veranderd: iedereen was nu bang voor de mensen die het virus blijkbaar weer het land in brachten: buitenlanders.

Toen de drie zwaar afgeschermde mannen mijn kamer binnenkwamen, was ik al vanaf het begin van het jaar doorlopend in China. Veruit de meeste tijd in Beijing, waar de inwoners maandenlang alleen met een speciaal pasje en nadat hun temperatuur was opgenomen hun woningen in mochten.

In augustus, toen de situatie in China wat ontspannener leek, ben ik naar het zuiden gereisd om drie weken met de auto door het Chinese platteland te reizen. Niet alleen, maar met Chinese vrienden. Zij komen op dit moment mijn hotelkamer in het stadje in Sichuan binnen. Alles onder controle, ze kennen de situatie. Ze nemen de drie politieagenten mee naar hun kamer, naast de mijne, en lossen het probleem op. Het is niet voor het eerst dat ze overdreven bange functionarissen tegenkomen. 

De angst wordt verhevigd door het narratief van de staatsmedia, waarin corona heel slim wordt voorgesteld als een buitenlands probleem

Wat veel Chinezen zich niet lijken te realiseren: al maandenlang worden er vrijwel geen visa meer verstrekt. Wie zich in het land bevindt, is daar in de meeste gevallen al maanden. En iedereen die het land binnenkomt, maakt niet uit waarvandaan, moet twee weken in quarantaine in een hotel. Ook de Chinezen zelf. 

Nieuwe gevallen zijn er nauwelijks meer, op veel plaatsen hangt er al een tijd weer een glimpje normaliteit in de lucht. In augustus werd in Wuhan zelfs alweer vergunning verleend voor een reusachtige pool party. Maar de angst is gebleven, verhevigd door het narratief van de staatsmedia waarin corona heel slim wordt voorgesteld als een buitenlands probleem. Dat narratief gaat erin als koek en lijkt de angst aan te wakkeren, met name op plaatsen waar men bijna geen contact heeft met buitenlanders. 

Health Kit-app

Nog altijd hetzelfde stadje. We lopen een wokrestaurant binnen. Een man van middelbare leeftijd met een kind springt op en rent de zaak uit, het kind kan hem bijna niet bijhouden. We zien wat mensen geïrriteerd naar ons kijken, maar we gaan toch zitten en bestellen. Nog geen vijf minuten later is de politie er. Hun auto parkeren ze een paar meter verderop neer, maar we weten meteen dat ze voor ons komen. Twee jonge agenten stappen uit en komen binnen. 

‘Waar komt u vandaan?’ vraagt een van hen vriendelijk. ‘Wat komt u hier doen?’ En dan moeten we natuurlijk onze Health Kit-app laten zien; als je die niet hebt kom je nergens. Als je in een bepaalde provincie bent, moet je je op de Health Kit app ter plaatse registreren en een paar dingen invoeren, bijvoorbeeld waar je de afgelopen tijd bent geweest en of je de laatste twee weken symptomen hebt gehad. 

We laten onze app zien, de agenten bieden hun excuses aan dat ze ons gestoord hebben en zeggen weer gedag. ‘U moet begrijpen dat door de pandemie een bijzondere situatie is ontstaan, er zijn hier geen buitenlanders en de mensen zijn bang.’ We begrijpen het. We hebben overdag al gezien hoe de mensen ons bang aankijken. We zagen ze vlug een mondkapje opzetten en met een grote boog om ons heen lopen. En steeds maar weer vragen of we soms Amerikanen waren. ‘Nee? Dan is het goed.’ 

De latente scepsis tegenover buitenlanders is hier in China onderdeel van je leven als buitenlander

Nog altijd in Sichuan. Een bergdorp, niet ver van de Jangtsekiang. De enige straat van het dorp is 150, misschien 200 meter lang. Aan twee kanten winkeltjes waar sinds de jaren negentig niets veranderd lijkt te zijn. Een bruggetje over een beek, links en rechts koopvrouwen met groenten. Overal overwegend oude mensen en kinderen, de jonge mensen zijn naar de stad vertrokken om geld te verdienen. Een paar loslopende honden, en een uithangbord zoals je in Chinese dorpen vaak ziet: ‘Gehoorzaam de Partij.’ Over een paar maanden staat dit allemaal onder water, want dan is de stuwdam die hier in de buurt wordt aangelegd klaar en overstroomt het gebied, net als destijds bij de Drieklovendam. Vanaf december zullen de mensen verhuisd worden.

We zijn nog geen tien minuten in het dorp of de politie komt er al aan. De patrouille, een man en twee vrouwen, rijdt ons voorbij. Een paar meter verderop staat een vierde agent, die ons onopvallend probeert te fotograferen. We gaan zitten en bestellen ontbijt. De eigenaar van het eettentje is spraakzaam. Met een bedrag per vierkante meter wil de regering de dorpsbewoners uitkopen, maar in de stad is een vierkante meter veel duurder. Voor hem is dat gelukkig geen probleem, hij heeft elders woningen en kan makkelijk verhuizen. Een andere man hoort ons praten als hij langs loopt en mengt zich opgewonden in de conversatie. De regering betaalt veel te weinig, een paar dorpsbewoners zijn daarom al naar de rechter gestapt. De man begint steeds harder te praten. In de verte duikt de patrouille weer op. Tijd om te vertrekken.

Of we journalisten zijn, vraagt iemand ons onderweg naar de auto. ‘Nee, we willen boven een tempel bekijken.’ We gaan sneller lopen. 

© David Kamin

De latente scepsis tegenover buitenlanders is hier in China onderdeel van je leven als buitenlander. Daar zijn, onder andere, historische redenen voor. In de negentiende eeuw zijn westelijke koloniale mogendheden, waaronder Duitsland, in China gewelddadig tekeergegaan. Troepen, gestuurd door keizer Wilhelm, trokken moordend en brandschattend door het land. 

Die tijd, die in de Chinese geschiedschrijving als de ‘Eeuw van de schande’ wordt aangeduid, is deel van het collectieve Chinese bewustzijn en werkt door tot op de dag van vandaag. Trumps anti-Chinaretoriek, de handelsoorlog, het door corona ontstane ressentiment in Europa: het wordt hier, gefilterd en versterkt door de staatsmedia, allemaal nauwkeurig waargenomen en wakkert de wij-tegen-henmentaliteit weer aan. En het maakt dat de scepsis tegenover buitenlanders die je altijd al ervaart de laatste tijd steeds vaker omslaat in vijandigheid. 

Excuses

In een bar in een willekeurig stadje in Sichuan bijvoorbeeld. De eigenaar heeft nog nooit een buitenlander ontmoet en is helemaal in de wolken. Maar een paar gasten zouden liever hebben dat er geen buitenlanders kwamen, dat merk je direct. Twee vrouwen zetten hun mondkapje zo demonstratief op, dat je het niet kunt missen. Een jonge man heeft geen last van sociale angst en komt bij ons zitten. 

Hij wil ambtenaar worden en bereidt zich dezer dagen juist voor op het examen, voor de zoveelste keer. Daadwerkelijk in staatsdienst komen, is hier bijna onmogelijk. Want voor de honderden of zelfs duizenden mensen die het examen afleggen, is er vaak maar één baan beschikbaar. Een groepje mensen aan een ander tafeltje verlaat de bar, kennelijk vanwege ons, vertelt hij later en biedt ons daarvoor zijn excuses aan. 

De levensomstandigheden, de druk waarmee jonge mensen in China vaak moeten omgaan, kun je je als buitenlander moeilijk voorstellen. De dimensies zijn in China gewoon anders en dat merk je in alle aspecten van het leven: concurrentie in de studie, concurrentie om een baan. 

De coronacrisis fungeerde in velerlei opzicht als een katalysator en heeft de extreme dimensies nog extremer gemaakt. Er zijn miljoenen werklozen, vooral in sectoren met lage lonen, en daarnaast grote winnaars, zoals  ondernemer Jack Ma en Alibaba, de Chinese tegenhanger van Amazon. De mensen die maandenlang thuis zaten bestelden zo veel dat zich bij de afhaalpunten elke dag enorme stapels pakketjes vormden waar de bezorgers niet doorheen kwamen. 

Het eerste stuk tofu op de gril is nog niet gaar of daar komen ze al aan

Met de dranklucht die in de provincie Guizhou op veel plaatsen in de lucht hangt nog in onze neus, arriveren we in het volgende stadje. Hier verbouwen ze de gerst voor de beroemde Chinese likeur baijiu

Onder het avondeten gaat de telefoon. ‘Goedenavond, met de districtspolitie.’ Ze willen ons een paar vragen stellen, we kennen het al. Het eerste stuk tofu op de gril is nog niet gaar of daar komen ze al aan. Uit een politieauto en een ambulance stappen vier agenten, twee verpleegsters en twee medewerkers van het districtsbureau. 

Ik ben even afgeleid, de vrouw van het districtsbureau moet haar vraag herhalen. Ik kom een stapje dichterbij en zij gaat meteen een stap achteruit. Wanneer ik voor het laatst het land ben binnengekomen. Of ik al eens een coronatest heb gedaan. Waarom we eigenlijk hier zijn en wanneer we weer weggaan. Ik ben relaxed, de vragen ken ik al. 

Politie, ziekenhuis en districtsbureau stellen alle vragen vijf keer lijkt het wel, en trekken zich dan terug om te overleggen. De vrouw van het districtsbureau is aan de telefoon, waarschijnlijk met haar chef, die haar hiernaartoe heeft gestuurd. En die waarschijnlijk weer onder druk staat van zíjn chef. 

Wat in Europa en elders nog ondenkbaar is, is hier al werkelijkheid

Of een opdracht eigenlijk wel zinvol is, weet onder in de keten vaak niemand meer in dit gecentraliseerde systeem met zijn eindeloze hiërarchieën, en het kan ze ook niet schelen. De chef moet tevreden zijn, dus willen ze in geen geval negatief opvallen. De vrouw hangt op en doet verslag: alles is in orde, maar we moeten wel morgen weg zijn, zoals we hebben gezegd. De volgende ochtend zijn we al onderweg naar de volgende plaats als de telefoon weer gaat. Of we ook echt zijn vertrokken, wil het districtsbureau weten. ‘Ja hoor, daar hoeft u niet bang voor te zijn.’

Het is ondertussen allemaal al een paar maanden geleden. Terug in Beijing doet het leven steeds meer denken aan hoe het voor de pandemie was, oppervlakkig beschouwd in elk geval. Wat in Europa en elders nog ondenkbaar is, is hier al werkelijkheid: de bioscopen zijn open, in de clubs is het even druk als tevoren. Er wordt stevig geconsumeerd en met de economie schijnt het weer beter te gaan. 

Maar in Shanghai zijn er toch een paar nieuwe gevallen. Onlangs werd het grote vliegveld Shanghai Pudong zonder pardon afgesloten om een massatest uit te voeren toen twee medewerkers positief getest waren. Volgens de Chinese Global Times werden zo’n 100.000 mensen vastgehouden, op Twitter verschenen video’s van veiligheidsbeambten die probeerden te voorkomen dat de in paniek geraakte menigte op de vlucht sloeg. 

Daarnet ging mijn telefoon, een mededeling van het ziekenhuis: ‘Wie de afgelopen twee weken in Hulunbuir, Tianjin, Shanghai of Fuyang is geweest, wordt verzocht zich conform de bepalingen van de pandemiebestrijding in Beijing onmiddellijk in het ziekenhuis te melden met een geldige coronatest.’

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.