• Der Tagesspiegel
  • Reader
  • In ‘ground zero’ van de klimaatverandering zien ze deze als een kans

In ‘ground zero’ van de klimaatverandering zien ze deze als een kans

Der Tagesspiegel | Berlijn | Marius Buhl | 03 maart 2020

‘Ground zero’ van de klimaatverandering, zo bestempelen wetenschappers Groenland. Vrijwel nergens anders zijn de consequenties ingrijpender dan hier. De inuit bedachten zelfs een nieuw woord voor wat er om hen geen gebeurt: ‘uggianaqtuq’, oftewel ‘vreemd gedrag’.

» Hier leest u dit verhaal op Blendle

In de haven van Ilulissat, een plaats aan de westkust van Groenland, duwt aan het einde van deze veel te warme zomer een jongeman de gashendel van zijn motorboot naar voren en spuit weg de Noordelijke IJszee op. Voor hem op het water verheffen zich de ijsbergen, blauw oplichtende reuzen in de middagzon waarvan zo nu en dan een stuk afbreekt en in zee stort.

Met één hand stuurt de man zijn boot langs ijsschotsen die als reusachtige scherven op het water drijven. Ole Kristiansen, een 31-jarige Inuit, is jager van beroep, net als zijn vader en diens vader voor hem. Een kleine man met fijne gelaatstrekken, bril en snor, die geen handschoenen aanheeft, hoewel de wind zijn handen blauw kleurt. Meestal zwijgt hij, zijn bruine ogen strak op het water gericht. Plotseling legt Kristiansen de boot stil, grijpt naar een roestig geweer, loopt een paar stappen naar de reling, legt aan en schiet staand op een nauwelijks te onderscheiden zwart stipje in de verte.

Een stinkrob.

Het schot wordt via een ijsberg teruggekaatst als echo. Het water kolkt. Als het rood kleurt, is de rob dood. Dan moet hij het dier te pakken zien te krijgen voordat het naar de zeebodem zinkt. Kristiansen knijpt zijn ogen tot spleetjes. Het water blijft blauw.

Typische Groenlander

Ole Kristiansen is een van de 55.000 bewoners van Groenland, het grootste eiland ter wereld. Kristiansen is een typische Groenlander: hij leeft van wat de natuur hem geeft, meestal stinkrobben of heilbot, waar hij voor de kust op vist. Elke ochtend kijkt hij na het opstaan eerst uit het raam en besluit dan wat de dag voor hem zal brengen. ‘Is het water blauw, dan vaar ik uit, is het zwart, dan blijf ik binnen,’ zegt Kristiansen. Zijn vader en diens vader deden het al zo, zegt hij, en hoe hadden ze ook anders gekund, want in deze blauwgrijze hel van ijs groeiden tenslotte geen aardbeien die ze hadden kunnen oogsten. Tegenwoordig zijn veel dingen anders.

‘Ground zero’ van de klimaatverandering, zo bestempelen wetenschappers Groenland. Vrijwel nergens anders zijn de consequenties ingrijpender dan hier. Het noordpoolgebied warmt twee keer zo snel op als de rest van de wereld; in het zuidwesten van Groenland is de gemiddelde temperatuur in de afgelopen zeven jaar drie graden gestegen. In de zomer van 2019, een van de warmste sinds het begin van de metingen, is op het eiland 320 gigaton ijs gesmolten – zeven keer het volume van de Bodensee. Als de Groenlandse ijskap op een dag helemaal wegsmelt, stijgt de zeespiegel met zeven meter.

Terwijl onderzoekers doorlopend nieuwe metingen uit het binnenste van de ijskap presenteren, overal ter wereld kinderen demonstreren en volwassenen Greta Thunberg beledigen, is de opwarming van de aarde voor de 55.000 Groenlanders al lange tijd de complexe realiteit. Hoe hun leven verandert? Nergens anders is dat beter te zien dan in Ilulissat, de woonplaats van visser Ole Kristiansen.

De graven voor de doden delven ze in de zomer, waarbij ze een inschatting moeten maken van het aantal mensen dat in de winter zal overlijden

De op twee na grootste plaats op Groenland ligt aan de westkust, circa 250 kilometer ten noorden van de poolcirkel, en telt 4500 inwoners. De kleurrijke houten huizen bouwen ze op gneis, omdat de permafrost de bodem zo hard maakt dat je daar niet in kunt graven. De graven voor de doden delven ze in de zomer, waarbij ze een inschatting moeten maken van het aantal mensen dat in de winter zal overlijden.

Hier, waar mannen aan de haven over de ijsberenjacht van gisteren vertellen terwijl cafés van buitenlanders American cheesecake verkopen, waar vissers op robben schieten terwijl het dorp zich tot de belangrijkste bestemming van het lokale toerisme ontwikkelt, kun je de veranderingen in de Groenlandse maatschappij, veroorzaakt door de klimaatverandering, als onder een vergrootglas bekijken.

Hoe het zover is gekomen, kan het best door een Groenlander uit de doeken worden gedaan, bijvoorbeeld door Jens Pele Petersen, de postbode van het dorp. Dagelijks haalt hij pakketjes van de luchthaven op die hij bij de dorpelingen thuis aflevert. Petersen is een grote man met een stevige handdruk en glasheldere ogen, waar hij erg trots op is. ‘Heb je mijn blauwe ogen gezien?’ vraagt hij. ‘Ongewoon voor een Groenlander, maar ik ben voor 100 procent Inuit.’ Petersen zegt dat hij altijd stopt als hij toeristen ziet die van de luchthaven naar het dorp moeten. ‘Die besparen het geld voor een taxi en ik kom wat meer te weten over de wereld buiten Groenland.’

Met één hand stuurt hij zijn auto door Ilulissat en steekt af en toe groetend zijn hand op. Eigenlijk rijden er veel te veel auto’s in het dorp, want het is maar een kwartiertje lopen van het ene naar het andere eind en buiten het dorp houden de wegen simpelweg op. Maar sinds de welvaart hier toeneemt, zegt Petersen, rijden steeds meer mensen auto. ‘De mensen zoeken er eentje uit in een catalogus en die wordt dan weken later aangevoerd per schip.’ Zo heeft hij het ook gedaan. Om de haverklap wijst Petersen op een kraan. ‘Overal wordt gebouwd,’ zegt hij, ‘het houdt maar niet op.’


Om te laten zien waarom Ilulissat het dorp is dat het meest drastisch verandert in Groenland rijdt de postbode een heuvel aan de rand van het dorp op die uitzicht biedt op een van de adembenemendste natuurfenomenen ter wereld: de ijsfjord Kangia.

De duizend meter diepe Kangia bestaat omdat landinwaarts de Sermeq Kujalleq, een van de snelst bewegende gletsjers ter wereld, onafgebroken afkalft in het water en daarmee aan de lopende band ijsbergen en sculpturen produceert die langs Ilulissat de Noordelijke IJszee op drijven. Ooit dreef een gevaarte deze fjord uit dat duizenden kilometers zuidelijker voor Newfoundland op een schip botste, de Titanic. De ijsfjord is er ook de oorzaak van dat Ilulissat meer in de belangstelling is komen te staan: de Unesco riep de fjord in 2004 uit tot wereldnatuurerfgoed. In 2007 bracht Angela Merkel een bezoek aan het dorp; in een rode parka vergaapte ze zich aan de smeltende ijsbergen, de beelden gingen de hele wereld over. De afgelopen jaren is de Kangia weer een stukje gegroeid, maar deskundigen beschouwen dat niet als een trendbreuk in de terugtrekking van het ijs op lange termijn.


Vroeger waren hooguit poolonderzoekers en liefhebbers van extreme sporten geïnteresseerd in deze onherbergzame uithoek van de aarde, tegenwoordig leggen er op sommige zomerdagen drie cruiseschepen tegelijk in Ilulissat aan. Dan wordt het dorp overspoeld door vijfduizend mensen, meer dan het inwoners telt. De toeristen, aldus het Groenlandse verkeersbureau, komen omdat ze een laatste blik willen werpen op het smeltende ijs. Deze zomer gingen velen van hen in T-shirt van boord. Het kwik steeg naar een ongebruikelijke 20 graden.

In de viswinkel aan het dorpsplein hangen bordjes met ‘verboden te fotograferen’, zo graag willen de toeristen foto’s maken van robben- en walvisvlees. Maar de viswinkel is een laatste plaats van verzet. Buiten achter de ramen schieten de hotels, de guesthouses, de cafés en de aanbieders van expedities als paddenstoelen uit de grond. En de toeristen die daarvoor in de rij staan, nemen niet alleen hun nieuwe outdoorjacks mee, maar ook hun ideeën over het leven. Sindsdien botsen hier werelden op elkaar. Cheesecake en robbensoep.

In Ilulissat speelt zich een globaliseringsdrama af, veroorzaakt door de klimaatverandering. In het noorden van het dorp wordt al een nieuwe luchthaven gebouwd, die volgens planning in 2023 in gebruik zal worden genomen. Een nieuw hoofdstuk begint. De vraag is alleen wie daarin de hoofdrol speelt.

Postbode Jens Pele Petersen heeft me voor het avondeten uitgenodigd. Eerst stuurt hij zijn auto nog snel naar supermarkt Pisiffik, waar hij fruit, sla en gehakt koopt. De sla kost 50 kronen, zegt hij, bijna zeven euro. Die komt met de boot uit Europa, twee keer per week.

Onder het eten hebben de Petersens het over de ijsbeer die een jager uit het dorp de vorige dag heeft geschoten

Thuis dekt hij de tafel, zijn vrouw Ane maakt spaghetti bolognese. Ook zij werkt bij de posterijen, als zijn chef. ‘Mijn baas, thuis en op het werk,’ zegt Jens Pele lachend. Hun zoon Kenny zit in de kinderkamer Fortnite te spelen op zijn smartphone. Door die game spreekt hij al beter Engels dan zijn vader. Jens Pele Petersen laat me het huis zien. Het blanke hout maakt het licht, op de gang staat een hometrainer, in de keuken een eiwitshake. Op Facebook – Petersen post vrijwel dagelijks – staan foto’s van een huisje dat hij buiten het dorp aan het bouwen is om daar de steeds warmere zomers door te brengen.

Onder het eten hebben de Petersens het over de ijsbeer die een jager uit het dorp de vorige dag heeft geschoten. Ane zegt dat ze het niet kan begrijpen, het dier was toch veel te jong geweest. ‘Op straat zouden we dit niet hardop zeggen,’ zegt Jens Pele. ‘Onze mening wordt daar niet zo gewaardeerd.’

Ook dat moet de klimaatverandering zijn, die gedachte komt onwillekeurig bij je op als je met dit moderne gezin aan tafel zit. Ze laat het ijs smelten en maakt daardoor vlak bij de noordpool een leven mogelijk waarin eiwitshakes en zomerhuizen een grotere rol spelen dan de jacht op ijsberen. Is dat goed?

Heel wat mensen op Groenland zien dat zo, ook de Petersens. De klimaatverandering, zo betogen ze, is eerder een kans dan een bedreiging. En niet alleen in de privésfeer.

Toen Donald Trump onlangs aangaf Groenland te willen kopen, had dat – de absurditeit van het idee daargelaten – een reden. Negentig miljard barrels ruwe olie vermoeden deskundigen in het noordpoolgebied, ruim zes procent van de mondiale reserve, en bovendien circa 25 procent van de nog niet in productie genomen aardgasreserves. Vooral in twee bekkens voor de kust van Groenland zou exploitatie lonend kunnen zijn. De afgelopen jaren heeft Groenland meer dan vijftig exploitatievergunningen verstrekt aan buitenlandse investeerders: goud, nikkel, koper. In het zuiden van het eiland, bij het plaatsje Narsaq, ligt een van de grootste uraniummijnen ter wereld. Een Chinees-Australisch consortium wil die gaan exploiteren en bovendien de extreem waardevolle en zeldzame mineralen waarnaar de wereld zit te smachten omdat ze nodig zijn voor hybride auto’s en printplaten in smartphones. Daarbij komen nog de onmetelijke zandreserves. De wereld staat in de rij om de natuurlijke rijkdommen van Groenland te exploiteren.

Groenland trekt op zijn beurt een eigen plan. De grootste wens van de bevolking, volgens Jens Pele Petersen en visser Ole Kristiansen maar ook alle enquêtes daarnaar, is de volledige onafhankelijkheid van de vroegere koloniale mogendheid Denemarken. Het probleem is dat Denemarken jaarlijks 470 miljoen euro overmaakt, ongeveer een derde van de Groenlandse begroting. Om zich los te maken van Denemarken zou Groenland ook financieel onafhankelijk moeten worden. Mijnbouw, landbouw, toerisme: uitgerekend de klimaatverandering zou uiteindelijk de onafhankelijkheid kunnen brengen.

In het dorp kom je veel mensen tegen die over de bevroren zee praten als over een vader die op sterven ligt

Dat is echter maar één kant van het verhaal. In de woonkamer van de Petersens vertelt Ane ook over de negatieve aspecten van de klimaatverandering. Ze laat een zwart-witfoto zien die bij hen op de gang hangt. De man erop glimlacht vriendelijk. Het is Anes vader, die een paar jaar geleden bij een ongeluk om het leven kwam.

Haar vader was met de sneeuwmobiel onderweg op het zee-ijs, vertelt Ane, toen hij merkte dat hij op een afgebroken ijsschots reed die aan het zinken was. Hij gaf flink gas om niet te verdrinken, maar botste op een andere sneeuwmobiel, vloog door de lucht en sloeg hard tegen de grond. Hij overleed ter plekke.

Het zee-ijs is de bestaansvoorwaarde voor en het symbool van het traditionele Groenlandse leven. Duizenden jaren lang heeft het ijs het noordpoolgebied beschermd tegen welke invloed ook. Het blokkeerde de zee en daarmee de schepen, die Ilulissat zes, zeven maanden niet meer konden bereiken. Geen sla, geen sinaasappels. In plaats daarvan trokken de vissers dagenlang over het bevroren water en jaagden op robben, ijsberen en rendieren. Of ze konden via de zeeweg een keer op bezoek bij familieleden in andere nederzettingen. Het ijs als sociale brug.

In het dorp kom je veel mensen tegen die over de bevroren zee praten als over een vader die op sterven ligt. Zoals de 76-jarige Ove, ook een visser. Een kleine, kromme man, die net een ladder opklimt om heilbot aan zijn huis te drogen te hangen. ‘Vroeger gingen we tot laat in de lente met sledehonden de zee op,’ zegt Ove. ‘Tegenwoordig hebben we geluk als zich een beetje ijs vormt. Maar meestal is het te dun om op te staan.’

Met het ijs verdwijnen de sledehonden, een van de oudste hondenrassen ter wereld. Kolonisten die vanuit Canada naar Groenland kwamen, brachten ze ooit mee. Nog altijd loopt door het zuiden van Groenland de zogeheten hondenevenaar. Ten noorden van deze overgeleverde grens mogen uitsluitend sledehonden worden gehouden om een vermenging van rassen te voorkomen.

Toen het zee-ijs stabiel genoeg was, waren de sledehonden voor de Groenlanders het belangrijkste middel om zich te verplaatsen. ‘De honden,’ zegt Ove, ‘voelden aan waar het ijs dik genoeg was om op te lopen. Tegenwoordig weigeren ze vaak het dunne ijs ook maar op te gaan.’

© Getty
© Getty

Ooit waren er meer dan zesduizend sledehonden in Ilulissat. Hun gehuil klonk ’s nachts door het dorp. Tegenwoordig zijn het er nog geen tweeduizend. Veel jagers hebben hun honden zelfs doodgeschoten omdat ze er niet meer voor konden zorgen. De rest bevindt zich niet zoals vroeger midden in het dorp, maar moet vanwege de vele auto’s die door Ilulissat rijden in kennels erbuiten worden gehouden. ‘Met de honden verdwijnt het leven waarmee ik groot geworden ben,’ zegt Ove.

Maar niet alleen het zee-ijs en de sledehonden verdwijnen. Ook de taal van de Groenlanders, beeldend en beschrijvend, staat bloot aan de klimaatverandering. Zoals het woord ‘isersarneq’, dat ‘dit is een wind in de fjord die van zee komt en het lastig zou kunnen maken om thuis te komen, maar eenmaal buiten de fjord is het aangenaam weer’ betekent. Omdat het weer onberekenbaar is geworden en winden draaien hebben sommige begrippen tegenwoordig geen betekenis meer.

De Inuit bedenken daarvoor nieuwe woorden. Zoals ‘uggianaqtuq’, dat ‘zich wonderlijk gedragen’ betekent. Het woord doelt op het veranderde klimaat – en de mensen die niet weten hoe ze daarop moeten reageren.

Niet alleen het zee-ijs en de sledehonden verdwijnen. Ook de taal van de Groenlanders, beeldend en beschrijvend, staat bloot aan de klimaatverandering

Tot voor kort was er weinig bekend over de psychologische effecten van de klimaatverandering. Afgelopen zomer voerde Kelton Minor, sociologe aan de universiteit van Kopenhagen, het eerste representatieve onderzoek uit. In de Greenlandic Perspectives Survey (GPS) werd de kijk van de Groenlanders op de klimaatverandering onderzocht – en Minor presenteerde verbazingwekkende cijfers. Volgens het onderzoek is circa 92 procent van de ondervraagden ervan overtuigd dat de klimaatverandering een feit is, slechts 1 procent denkt van niet. Ruim drie kwart van de Groenlanders zei de effecten van de klimaatverandering aan den lijve te ondervinden in het dagelijks leven. Drie op de vier gezinnen gaf aan nog al-tijd van de jacht te leven, maar bijna twee derde daarvan was bang dat de klimaatverandering de traditie van het jagen zal schaden.

Ook Courtney Howard, eerstehulparts in het Canadese noordpoolgebied, onderzoekt de gevolgen van de klimaatverandering voor de Groenlanders. Onlangs verklaarde ze tegenover The Guardian dat de klimaatverandering bij sommige Inuit tot angstgevoelens en een vorm van ecologische rouw leidt omdat ze hun geboortegrond kwijtraken. Bij sommige Inuit had ze zelfs tekenen van posttraumatische stressstoornis vastgesteld. Op Groenland heeft de ecologische ramp allang een culturele ramp veroorzaakt.

Ook Simone Petersen uit Ilulissat kan meepraten over de afgronden van een maatschappij in transitie. Petersen, geen familie van postbode Jens Pele Petersen, is een Deense, een vrouw met oranje geverfd haar. Ik loop met haar mee een doodlopend straatje in naar een weiland waar ze drie sledehonden houdt. Uit een plastic tasje haalt ze drie hele vissen, die ze naar de honden gooit. Dan doet ze een schuurtje open, waar vijf welpen aan het ravotten zijn.

Terwijl Petersen de welpen te eten geeft, vertelt ze dat ze in 2008 tijdens een reis naar Groenland verliefd werd op Knut, een jager uit Ilulissat, en twee maanden later hier is komen wonen. ‘We hadden zestien honden en waren gelukkig,’ zegt ze. Drie jaar geleden stierf Knut aan een aneurysma. Simone besloot ook zonder hem hier te blijven.

In Ilulissat werkte ze zes jaar lang als maatschappelijk werkster in een weeshuis. ‘Veel kinderen voor wie ik daar zorgde, waren hun ouders door geweldmisdrijven kwijtgeraakt,’ zegt ze. ‘Anderen werden mishandeld, of de ouders hadden zich van het leven beroofd.’

Het hoge zelfmoordcijfer – zeven keer zo hoog als in Duitsland – bezorgde Petersen handenvol werk. In het weeshuis werkte ze samen met een collega die vier zonen had – allemaal pleegden ze zelfmoord. ‘Als er eentje begint, volgt vaak het hele gezin dat voorbeeld,’ zegt ze. De motieven zijn volgens haar velerlei. ‘Van één jongen weet ik dat zijn vriendin hem had verlaten, dat was voor hem al reden genoeg.’

‘Veel Groenlanders hebben nooit geleerd om met problemen om te gaan,’ zegt Petersen. ‘Van anderen wordt simpelweg te veel geëist door de radicale veranderingen die hier op dit moment plaatsvinden. Als werknemers op Groenland salaris krijgen, wat om de twee weken gebeurt, kun je er bij sommigen van uitgaan dat ze de maandag daarna niet op hun werk verschijnen. Salaris krijgen staat voor velen gelijk aan een driedaags drankgelag. Dan worden ook de meeste misdrijven gepleegd.’

Kapitalistische tijdgeest

Vrijwel iedereen die je er in Ilulissat naar vraagt, komt na een tijdje wel te spreken over die onbetrouwbaarheid, zowel buitenlanders als de Groenlanders zelf. Simone Petersen zegt dat je er niets van begrijpt als je met een Duitse of Deense blik naar de problemen van de Groenlanders kijkt. ‘Veel van wat we in Europa gewoon vinden, is hier niet van toepassing.’ De dag van haar vriend Knut was bijvoorbeeld nooit met de wekker begonnen. Hij werd wakker wanneer hij wakker werd en dan liep hij naar het raam om te kijken wat voor weer het was. Knut had alleen maar gejaagd als hij iets te eten wilde hebben. De buit verkopen, geld verdienen, de welvaart vergroten – ‘dat was hem volkomen vreemd’.

Op een keer zou hij toeristen meenemen op een boottochtje. Toen hij op de afgesproken tijd nog thuis was, had Petersen hem gevraagd of hij niet weg moest. ‘Die mensen zien toch wel dat de zee zwart is, en dan vaar je niet uit,’ had Knut geantwoord.

Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar robbenjager Ole Kristiansen. Toen die na dertien schoten nog altijd geen rob had geraakt, keerde hij vergenoegd terug naar de haven. Terwijl hij zijn boot vastlegde, zei hij: ‘Ik stop even een paar dagen met jagen, ik heb net genoeg te eten.’

Simone Petersen begint te lachen als ik haar dat vertel. ‘Dat zei Knut ook altijd,’ zegt ze. ‘Maar natuurlijk zijn allang niet meer alle Groenlanders zo. Er zijn enkelen die zich de nieuwe, kapitalistische tijdgeest eigen hebben gemaakt.’ Mensen zoals Carl Sandgreen.

Sandgreen kom je verschillende keren per dag tegen in Ilulissat, want hij is altijd wel ergens naartoe onderweg. Op een ochtend tref ik hem in de haven, een kleine, bruinverbrande man in een dikke wollen trui. Hij is net zijn boot aan het losmaken omdat hij op zee ijs wil gaan verzamelen voor het chique hotel Hvide Falk. Daar wordt het heldere gletsjerijs voor cocktails gebruikt. ‘Toeristen vinden dat cool,’ zegt Sandgreen schouderophalend.

Carl Sandgreen was ooit jager en hij heeft ook bij de receptie van hotel Arctic gewerkt toen Angela Merkel daar overnachtte. En nog daarvoor heeft hij in de Groenlandse hoofdstad Nuuk wiskunde en economische wetenschappen gestudeerd. Tegenwoordig is Sandgreen niet alleen vanwege zijn afstuderen een bijzonderheid in Ilulissat, maar ook omdat hij als een van de weinige Groenlanders als gids voor toeristen werkt.

Sandgreen is zijn bedrijf Ilulissat Water Safari begonnen toen hij over de nieuwe luchthaven hoorde die in 2023 klaar moet zijn. Toen besefte hij dat het oude leven in Ilulissat voorbij was en besloot hij er het beste van te maken.

Dagelijks vaart hij met toeristen de zee op om walvissen te gaan observeren, gaat met hen jagen of vertelt hen wetenswaardigheden over de ijsbergen in de fjord. ‘De klimaatverandering is voor mij geen vijand,’ zegt Sandgreen, ‘maar een verandering waaraan ik me moet aanpassen. Juist wij Groenlanders zijn er eigenlijk meesters in om ons te schikken naar barre omstandigheden.’

De zaken gaan goed, zegt hij. Onlangs heeft hij een tweede boot en een sneeuwmobiel gekocht en binnenkort kan hij iemand in dienst nemen. Het liefst een Groenlander. Hij heeft een vereniging opgericht waar Groenlandse ondernemers van gedachten kunnen wisselen, ze zijn nog op zoek naar een clubhuis. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezing wil hij zich kandidaat stellen en op Facebook schrijft hij regelmatig over wat hem stoort in Ilulissat.

‘De mensen die hier wat te vertellen hebben, zijn allemaal Deens,’ zegt Sandgreen. ‘De manager van de luchtvaartmaatschappij, de managers van de supermarkten, van het hotel Arctic.’ Vooral de Deense gidsen werken hem op de zenuwen. ‘Velen van hen zijn studenten die hier één zomer komen om toeristen mee te nemen naar de ijsfjord of de walvissen. Wij Groenlanders kunnen toch veel gedetailleerder over ons geboorteland vertellen.’

Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn
‘Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn.’
‘Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn.’

Maar, zegt Sandgreen, je hebt er niets aan om op anderen te vitten. ‘Als de klimaatverandering voor de Groenlanders daadwerkelijk meer een kans dan een bedreiging is, dan moeten we wakker worden!’

Sandgreen ziet het als een reusachtige taart die momenteel wordt verdeeld. Of je staat op en eist luidkeels een stuk ervan op of het bord is binnenkort leeg en Groenland nog altijd afhankelijk van het geld van Denemarken. Dat zou het slechtste scenario zijn. ‘Onze onafhankelijkheid begint in ons hoofd,’ zegt hij.

Wanneer hij wegrijdt in zijn auto begint de hemel boven hotel Hvide Falk al rood te kleuren. Later op de avond wordt dat donkeroranje en uiteindelijk felpaars, alsof iemand de verzadigingsregelaar van de kleuren tot in het onnatuurlijke doordraait. Het ijs doet de zonsondergangen op Groenland zo stralen omdat het de kleuren als een reusachtige spiegel reflecteert. De ijsbergen in de Kangia lijken te gloeien.

Als het ijs eenmaal gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn. Dan wordt Groenland, de ijswoestijn, in een misschien helemaal niet al te verre toekomst een heel normaal land.

In het zuiden groeien de eerste aardbeien al.

Auteur: Marius Buhl
Vertaler: Pieter Streutker

Dit artikel van Marius Buhl verscheen eerder in Der Tagesspiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.