• Le Monde
  • Politiek
  • In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

In Jemen sterven meer mensen van honger dan door geweld

Le Monde | Parijs | Louis Imbert, Benjamin Barthe | 19 oktober 2018

De Verenigde Arabische Emiraten voeren een eindeloze oorlog tegen de Houthi-rebellen in het noorden van Jemen. In plaats van alles in goede banen te leiden, helpen ze het land te gronde te richten. Een reportage vanuit Al Mukalla, een zuidelijke stad in crisis.

Al Mukalla is een afgelegen havenstad in het uiterste zuidoosten van Jemen. De trage witte stad balanceert tussen rotskust en zee en is de laatste pleisterplaats voor een onmetelijke woestijnvlakte die zich uitstrekt tot de grens met Oman. Het leven van de stad speelt zich voornamelijk af op de kustboulevard, net als in de omringende vissersdorpen.

Voordat hij in de oude stad verdwijnt, beschrijft deze boulevard een smalle bocht: daar heeft zich in de ochtend van woensdag 5 september een kleine menigte demonstranten verzameld. Ze protesteren al twee dagen tegen de koersval, afgelopen zomer, van de Jemenitische munt. De rial heeft sinds januari een derde van zijn waarde verloren. Daardoor belandt Al Mukalla, net als het hele land dat het armste van de Arabische wereld is, in een nieuwe crisis. Het maakt ook een eind aan de dromen over autonomie van deze vreedzame regio, die zich al sinds eind 2014 van het in oorlog verkerende Jemen heeft losgemaakt, en ook aan die van de Verenigde Arabische Emiraten die er dankzij het conflict in feite een protectoraat van hebben gemaakt.

De Jemenitische regering van Abd Rabbuh Mansur Al-Hadi, die al in maart 2015 naar de Saoedische hoofdstad Rijad is uitgeweken, lijkt machteloos. Ze heeft al drie jaar geen begroting meer opgesteld. De schaarse inkomsten, afkomstig van olie en in- en uitvoerrechten, zijn onvoldoende om de ambtenarensalarissen te betalen. Om een illusie van stabiliteit in stand te houden laat de regering sinds eind 2016 rials in Rusland drukken. De laatste lading biljetten is in april afgeleverd in de haven van Aden, een andere zuidelijke havenstad die sinds 2015 fungeerde als tijdelijke hoofdstad van Jemen. Maar niemand wil ze meer hebben. In Al Mukalla eisen de verhuurders dat de huur voortaan in Saoedische rials wordt betaald.

Deze crisis is van kapitaal belang voor een land waar de gevechten minder levens eisen dan de ineenstorting van de staat en de economie, die zorgt voor toenemende risico’s van hongersnood en epidemieën. Hoeveel doden eigenlijk? Niemand die het weet. Volgens een hoge VN-functionaris heeft de militaire interventie van een door Saoedi-Arabië geleide coalitie tegen de door Iran gesteunde Houthi-rebellen tussen maart 2015 en augustus 2016 aan meer dan tienduizend burgers het leven gekost. Maar dit cijfer weerspiegelt allang de werkelijkheid niet meer. In het noorden van het land hebben de rebellen de hoofdstad Sanaa in handen. Ze vormen er een rebellenkabinet en controleren de dichtstbevolkte regio’s.

Onontwarbare situatie

De coalitie erkent dat het onmogelijk is de rebellen militair te verslaan. Ze isoleert de belegerde zones door middel van een gedeeltelijke blokkade, waardoor acht miljoen mensen niet meer bereikbaar zijn voor humanitaire hulp en een hongerdood dreigen te sterven. De Saudische hoofdstad Rijad bombardeert het noorden vanuit de lucht, maar zet geen fronttroepen in. De Verenigde Arabische Emiraten, de belangrijkste strijdmacht ter plaatse, vinden dat ze met meer dan honderd doden al te veel verliezen hebben geleden.

Ze kunnen hun Jemenitische bondgenoten in het zuiden er maar niet van overtuigen dat ze het verre noorden, dat hun zo vreemd is, moeten ‘bevrijden’. Maar weinigen zijn bereid om vanwege hun rivaliteit met het sjiitische Iran, dat de Houthi-rebellen van verre en tegen weinig kosten steunt, te sterven voor de soennitische monarchieën in de Perzische Golf. Het is een onontwarbare situatie. De Emiraten wachten geduldig af. Ze spelen een beetje de baas over het zuiden en laten het vaak aan zijn lot over. Ze rivaliseren met de regering van Hadi, die ze incapabel en corrupt vinden en te zeer gelieerd aan de politieke islam van de Moslimbroeders, hun zwarte schapen.

In deze chaos mag Al Mukalla nog van geluk spreken. De regio is decentraal gelegen en solidair. Burgers mogen in de stad geen wapens dragen: een zeldzaamheid in dit land waar een automatisch geweer vaak als een natuurlijk verlengstuk van mannelijkheid wordt beschouwd. Hier kunnen de Emiraten zich tegenover hun grote Amerikaanse bondgenoot beroemen op het succes van hun antiterroristische politiek in Jemen. In de lente van 2016 hebben ze de jihadisten van Al-Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAS), de lokale afdeling van de terroristische organisatie die door Washington als een van de gevaarlijkste ter wereld wordt beschouwd, uit Al Mukalla verdreven. Dankzij de oorlog had AQAS de facto een jaar lang een staat kunnen stichten in de haven en omgeving voordat het zich onder druk van de Emiraten moest terugtrekken.

Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty
Moeders en kinderen in het ziekenhuis van al-Khoukha, Jemen. De voorraden van het ziekenhuis zijn op, 40 procent van de kinderen is ondervoed. Door de oorlog zijn vluchtroutes afgesneden. – AP Photo / Nariman El-Mofty

De inwoners waren hun ‘bevrijders’ en beschermers bijzonder dankbaar. Maar nu, bijna twee jaar later, worden ze ongeduldig. ‘Op de lange termijn willen de Emiraten blijven en investeren, maar ze pakken het verkeerd aan’, zegt een treurige Badr Basalmah, een voormalige Jemenitische minister van Transport die afkomstig is uit Al Mukalla. ‘Kijk zelf maar: de regio heeft nog geen cent aan ontwikkelingsgeld ontvangen en ze zijn niet in staat een stabiele regering te vormen. De mensen beginnen hun vlag op straat te verbranden.’ Een reusachtig portret van Mohammed Ben Zayed, de sterke man van de Emiraten, dat op een reclamezuil in Al Mukalla prijkte, is tijdens de betogingen begin september verscheurd.

De Emiraten hebben meebetaald aan het opknappen van de gevangenis van de stad. Ze hebben de kustwacht van snelle boten voorzien die onder hun gezag patrouilleren, en volgens de plaatselijke autoriteiten hebben ze het equivalent van 15,7 miljoen euro voor gezondheidszorg gestort en ook op andere vlakken hulp beloofd. In de haven hebben ze ervoor gezorgd dat de enige sleepboot weer functioneert. Dat is onmisbaar voor de handel, maar de plaatselijke ondernemers schieten er niets mee op.

‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer’

Even voor het middaguur op die vijfde september hebben tientallen leden van de veiligheidstroepen van de stad, sommigen met een bivakmuts, de boze burgers met stokslagen uiteengedreven. Ze hebben op de boulevard pick-uptrucks met zware mitrailleurs opgesteld en nieuwsgierigen verjaagd. Een uur later weigert een honderdtal betogers op een kruispunt tegenover het centrale ziekenhuis zich te verspreiden. ‘De prijzen zijn te hoog en onze salarissen te laag. Ik kan niet eens meer suiker kopen. We redden het niet meer. De autoriteiten hebben ons gezegd dat ze er niets aan kunnen doen, dus zijn we de straat op gegaan’, zegt Anwar Ali (40), die werkt als arbeider in de fabriek voor tonijnconserven in de oude stad en in het ziekenhuis wordt behandeld aan een wond op zijn voorhoofd als gevolg van een stokslag. Aan de te dure benzine is al een tekort: voor de pompen staan wachtrijen van enkele uren.

De volgende dag houden de winkeliers wantrouwig hun rolluiken dicht. Net als elders in het zuiden van het land, in Aden en in de provincies Abiyane en Lahij, beginnen de betogingen opnieuw en de gouverneur van Al Mukalla, Faraj Salmen Al-Bahsani, heeft uiteindelijk zijn steun aan de betogers toegezegd. Voor de microfoon van het plaatselijke radiostation heeft hij de plaatselijke regering gedreigd de volgende levering van ruwe olie vanuit zijn provincie Hadramaout, voorzien voor begin oktober (de regio is met dertigduizend vaten per dag goed voor meer dan de helft van de nationale productie), te zullen blokkeren als er geen serieuze reactie komt op de valutacrisis.

Onhandigheid of onverschilligheid?

In de enorme baai waar het water kalm is, ligt altijd een tiental schepen voor anker. De bemanning moet soms enkele weken wachten voordat ze aan land kan gaan in de haven, een uitgestrekt terrein met twee kades dat door kokende hitte wordt geteisterd en waar het te ondiep is voor schepen met een zeer grote tonnage. Arbeiders doden de verveling in de schaduw van krappe hangars en enkele silo’s.

In januari heeft de coalitie een mobiele hijskraan beloofd, die node wordt gemist op de kades. De coalitie had de ambitie de havens van Al Mukalla en Aden verder te ontwikkelen om het scheepsverkeer in de houthistische zone in het noorden te beperken. Nu de VN er niet in is geslaagd begin september in Genève de vredesonderhandelingen te hervatten, bombardeert de coalitie Hodeida, de grootste haven van het land, en dreigt ze de stad te bestormen. Ondertussen wacht Al Mukalla nog altijd op zijn hijskraan.

Is het onhandigheid of onverschilligheid? Diverse grote importeurs in Al Mukalla geven de coalitie de schuld van de trage toegang tot de haven. Uit vrees voor illegale wapenleveranties aan de Houthi-rebellen moet elke lading vóór het lossen van een blanco volmacht van Rijad zijn voorzien. Sinds kort zouden de Emiraten hetzelfde doen vanaf hun militaire basis op de luchthaven van Al Mukalla, die ze nog steeds niet heropenen voor burgergebruik. Diverse ondernemers hebben zich bij de gouverneur beklaagd over pogingen tot afpersing. ‘We betalen ons blauw’, klaagt Abubaker Mohammad Bajersh, een grote importeur van voedingswaren. ‘Die vertragingen leveren ons boetes van de verzekeraars op. Uiteindelijk zullen ze het enige internationale bedrijf dat ons nog in Al Mukalla wil leveren, de Mediterranean Shipping Company, ook tegen ons in het harnas jagen.’

De Emiraten weigeren dit slechte functioneren voor hun rekening te nemen. ‘In Zuid-Jemen hebben we de pech dat we met een inefficiënte Jemenitische regering moeten samenwerken’, verklaarde een hoge functionaris van de Emiraten afgelopen augustus op doorreis in Parijs. ‘We hebben een politieke oplossing nodig voor het conflict met de houthisten. In de tussentijd gaan we Aden en de Jemenieten niet drijvende houden: dat is een verloren zaak. We hebben de middelen niet om het land te reorganiseren.’

Deze afwachtende houding werkt het uiteenvallen van het land in de hand. In Aden laten de Emiraten hun plaatselijke bondgenoten, gewapende separatisten en salafisten, dromen van de wedergeboorte van een onafhankelijke staat in het zuiden, die in 1990 aan het eind van de Koude Oorlog is verdwenen. In Al Mukalla mikken ze op een regionalistischer sentiment: de provincie wordt de facto autonoom.


Gouverneur Faraj Salmen Al-Bahsani voelt zich verantwoordelijk: hij wantrouwt zowel Sanaa als Aden. Hij noemt zich een legitimist, maar op zijn gouvernementsgebouw wappert geen enkele vlag, noch die van het verenigde land, noch die van het oude zuiden. Dit graatmagere mannetje met holle ogen, wiens wervelkolom wordt geteisterd door slaapgebrek, is een van de weinige Jemenitische bestuurders die niet van corruptie wordt beticht. Als militair koestert hij een instinctief wantrouwen jegens de politiek, die hem in 1994 twintig jaar naar Saoedi-Arabië heeft verbannen aan het eind van een burgeroorlog tussen het noorden en het zuiden. Hij houdt zijn provincie op de been ‘zonder ook maar één cent van de centrale regering te ontvangen’, benadrukt hij. Hij houdt 20 procent van de olie-inkomsten en de havenbelasting van Al Mukalla in.

Voor de toekomst mikt Bahsani vooral op investeringen van degenen die uit zijn regio Hadramaout zijn vertrokken en zich in de middeleeuwen en daarna sinds de achttiende eeuw met succes in de Golfregio en Zuid-Azië hebben gevestigd. Sommigen behoren tot de rijkste families van Saoedi-Arabië, zoals de Bin Ladens en de Bugshans. Deze grote neven spreken hem moed in, maar ze investeren niet: Al Mukalla is niet zeker genoeg. Voorlopig keren er vooral mensen zonder geld terug. Sinds een jaar worden duizenden arbeidsmigranten door de Saoedische autoriteiten het land uitgezet. Zo ook de familie van Faiz Bajaber, een 19-jarige student. Zijn twee ooms en hun gezinnen hebben zich net bij hem gevoegd, na verjaagd te zijn uit Rijad. ‘Mijn vader is nog in Djedda, hij heeft een carrosseriebedrijfje. Maar aan het geld dat hij stuurt hebben we niet genoeg’, zegt hij wanhopig.

De salarissen die arbeidsemigranten aan hun gezinnen overmaken zijn onmisbaar voor Jemen, maar het worden er steeds minder. Bahsani schat dat over een jaar minimaal 500 duizend van hen in het land zullen zijn teruggekeerd. Dat kan een enorme schok veroorzaken. De regering-Hadi in Rijad heeft haar grote beschermheer daarvoor gewaarschuwd, maar zonder succes.

Auteur: Louis Imbert
Vertaler: Peter Bergsma

Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

Dit artikel van Louis Imbert, Benjamin Barthe verscheen eerder in Le Monde.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.