• Der Spiegel
  • Reader
  • In Nagorno-Karabach hebben vrouwen de macht

In Nagorno-Karabach hebben vrouwen de macht

Der Spiegel | Hamburg | Fiona Ehlers | 14 mei 2018

Nagorno-Karabach in de Kaukasus is een machorepubliek. Maar doordat veel mannen zijn weggevallen door de oorlog met Azerbeidzjan, bekleden vrouwen er de machtige posities.

In een kelder in de Kaukasus staat een vrouw. Ze is begin veertig, met een spijkerbroek en loshangend zwart haar. Ze wijst op de hoek waar ze als kind met haar familie schuilde. Ze laat de trap zien waar een granaat een gat sloeg in het lichaam van haar broer. Wijst op de kist waar ze de Kalasjnikov uithaalde, iedere keer dat haar vader naar het front vertrok.

De vrouw in de kelder die oorspronkelijk voorraadkamer was, daarna schuilkelder, en die nu een pijnlijke herinnering is, is Armine Alexanjan, de nummer twee op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een vrouw met macht, trots en gescheiden.

Een historische beschikking van het lot maakte dat ze op een positie kwam die haar anders nooit was toegevallen. Niet hier, in deze machorepubliek, waar de mannen onder de wapens zijn, de grenzen bewaken en bevelen snauwen. Waar nog geen twee generaties geleden vrouwen hun gezicht bedekten, en waar ondanks zeventig jaar van Sovjetheerschappij de traditionele rolverdeling nauwelijks is verbeterd. Waar de geestelijke tot de dag van vandaag bij een huwelijksplechtigheid aan de bruidegom vraagt: ‘Spreekt u ook namens haar?’ en aan de bruid: ‘Zult u hem gehoorzamen?’ De afvallige republiek Nagorno-Karabach, volkenrechtelijk onderdeel van Azerbeidzjan, is gebrandmerkt door oorlog en armoede en streng patriarchaal. Desondanks zijn het de vrouwen die hier de laatste twee decennia aan de macht komen. Ze hebben leidinggevende posities ingenomen op ministeries en aan de universiteit, in het hooggerechtshof, bij politie-eenheden. Ze vullen de leemtes die zijn ontstaan doordat mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken omdat daar werk voor hen was.

‘Van alle arbeidsgeschikte vrouwen werkt bijna 90 procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen’

Van de 150.000 inwoners van dit gebied tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee − kleiner nog dan de provincie Noord-Brabant − zijn 45.000 mannen onder de wapenen geroepen, actief of als reservist. Overal hangen aanplakbiljetten met propaganda, op gebouwen zitten borden met ‘Pas op, de vijand luistert mee’, op de basisschool leren kinderen hoe ze met wapens moeten omgaan, op tv is de ene militaire parade na de andere te zien. Allemaal gericht tegen buurland Azerbeidzjan, dat de grote vijand werd toen Nagorno-Karabach in 1991 de onafhankelijkheid uitriep en er een oorlog uitbrak die nog steeds nasmeult. In totaal zijn er 40.000 doden gevallen en zijn meer dan een miljoen mensen ontheemd geraakt.

Nagorno-Karabach werd daardoor een laboratorium waar de resultaten van deze proef zichtbaar zijn: wat gebeurt er als je vrouwen gewoon hun gang laat gaan en hen toegang geeft tot machtsposities? Geen van hen heeft dit lot zelf gekozen. Het zijn geen uitgesproken feministes, met het #MeToo-debat of gendervraagstukken willen ze net zomin iets te maken hebben als de Duitse puinruimsters vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Maar wat doen de vrouwen met deze unieke kans? Kunnen andere vrouwen iets van hen leren?

Alexanjan leidt ons uit de kelder naar boven, naar het huis van haar ouders. In de keuken zit haar moeder met andere dames van een jaar of zeventig te kaarten: gouden tanden, zuurstokkleurige ochtendjassen ondanks de middag, wenkbrauwen zwart als die van Charles Aznavour. Er is moerbei-jam, en ingelegde augurken, ze praten over hun mannen die ze door ontrouw of oorlog zijn kwijtgeraakt. Ze hebben allemaal wel iemand verloren, maar verbitterd zijn ze niet. Tranen vloeien, de heerlijke Ararat-brandewijn eveneens, en al snel wordt duidelijk dat deze vrouwen heel wat vrolijker vertellers zijn dan de mannen. De enige man in het gezelschap, de vader van Alexanjan, heeft zich allang uit de voeten gemaakt, naar zijn koeien voor het huis.

In Stepanakert, de hoofdstad, bevindt het bureau van Alexanjan zich op de eerste verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een klein huis tussen verwaarloosde prefab bouwsels. Boven haar bureau hangt een foto van een ezel.

‘Wilskrachtig en stijfkoppig,’ zegt Alexanjan, net als zijzelf. Die karaktereigenschappen moeten haar helpen in de strijd voor haar levensdoel: zelfbeschikkingsrecht en internationale erkenning. Want Nagorno-Karabach wordt internationaal niet erkend, zelfs niet door zijn beschermheer Armenië. Het is als het ware een Armeense enclave op Azerbeidzjaans grondgebied.

© Marco Fieber.
© Marco Fieber.

Alexanjan is de vertegenwoordigster van deze de-factostaat, geen geringe opgave, maar ze doet het met een ijzeren discipline, ondanks tegenslagen en isolement. Als er iemand is die kan uitleggen hoe vrouwen zich handhaven in een samenleving waar het adagium luidt ‘Vrouwen werken wel hard, maar mannen hebben meer hersens’, dan is zij het wel. Ze zegt dat dat hun lukt door diplomatieke vaardigheden, die zij ‘paradiplomatie’ noemt.

Vrouwen in Nagorno-Karabach zijn succesvol doordat ze behoedzaam zijn en tactisch. Zoals de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken aan bezoekers van haar moeilijke land uiteenzet, is zij het die achter de schermen aan de touwtjes trekt, maar voor de buitenwereld laat ze de minister, haar baas, voorgaan, zodat hij de lauweren kan oogsten. Mannen, weet Alexjan, en weten alle andere vrouwen hier, moeten met zachtzinnigheid worden overtuigd, ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze worden ingehaald of aan de kant geschoven. Daarom is het belangrijk dat naar buiten toe de oude rolpatronen gehandhaafd blijven. Dat zie je in Stepanakert [de hoofdstad] terug op straat: daar zijn vrouwen verlengstukken van hun man, ze doffen zich met kniehoge laarzen onder korte rokjes op, als de zusjes Kardashian, en paraderen aan hun arm van hun man, die een hoekige bontmuts draagt.

Als aanhangsel is Alexjan niet erg geslaagd, daar is ze te zelfbewust voor. Haar man was jaloers, ze heeft hem eruit gegooid en sindsdien voedt ze de kinderen alleen op. Veel vrouwen in Nagorno-Karabach hebben een eigen carrière en leiden een onafhankelijk leven. Maar dat wrijven ze hun mannen niet onder de neus. Zo heerst er, al is het dan niet in het land, in elk geval vrede tussen de geslachten en binnen de families.

Ministerie als gezin

Narine Agabaljan is een van die vrouwen. Broekpak, praktisch, kort haar, vijftig. Ze was de eerste minister van Cultuur van Nagorno-Karabach, en had een staf die voor 80 procent uit vrouwen bestond. Nu is ze minister van Onderwijs. Haar gezicht staat ernstig als ze ons ontvangt in een ijskoud kantoor met een vlag van Nagorno-Karabach. Ze zegt van zichzelf dat ze door de oorlog sterk geworden is. Toen ze 23 was stond ze als soldaat in de loopgraven, haar man sneuvelde aan het front, twee maanden later kwam haar zoon ter wereld. Ze noemde hem Edmon, naar zijn vader. Als ze een man was geweest, zou ze toen zijn begonnen met drinken.

Maar Narine Agabaljan vocht zich terug in het leven. Als tv-journaliste deed ze verslag van de vijandige linies, van de verliezen, over pogroms, maar daar had ze snel genoeg van. Ze zocht nieuwe wegen, ging de politiek in, werd minister van Cultuur, besteedde geld aan de renovatie van moskeeën in plaats van aan wapens. Tot nu toe doet ze het heel goed zonder man. Wat is het verschil tussen haar en haar mannelijke collega-ministers?

‘Twee dingen,’ zegt de minister, nog steeds zonder te glimlachen. ‘In de eerste plaats: flexibel blijven, niet vastzitten aan je positie en behoud van je macht.’ In de tweede plaats stuurt ze haar ministerie aan als een gezin. Dat wil zeggen: ‘Luisteren, laten uitspreken. Geen ellebogenwerk, niet pronken met je heldendaden, iedere dag compromissen sluiten.’

Over betuttelingen en handtastelijkheden van mannelijke collega’s hoor je hier niets. ‘We kennen hier geen geweld tegen vrouwen,’ zegt de minister van Onderwijs. Ze kan geen land ter wereld bedenken waar vrouwen veiliger zijn. Waarom, vanwege alle soldaten, de veiligheidsmensen? ‘Omdat we met zo weinigen zijn,’ zegt de minister, en bijna alle vrouwen die je in Nagorno-Karabach tegenkomt zeggen hetzelfde. Omdat iedereen iedereen kent en geen man zich een schandaal kan veroorloven.

Nog geen twee kilometer van het ministerie verwijderd doceert rekenwonder Manusch Minasjan, donker pagekopje, warme stem. Minasjan is de eerste vrouwelijke rector van de staatsuniversiteit. Getallen heeft ze altijd als een uitdaging gezien, niet als mannending. Ze heeft statistiek gestudeerd, was hoofd van de belastingdienst. Ze zegt: ‘Ons land biedt vrouwen enorme kansen.’ Ze leidt ons door lange gangen, doet deuren open. ‘Kijk maar, de collegezalen zitten vol met meisjes.’ Ze zoekt naar de cijfers, controleert de statistieken met een rekenmachine. ‘Van alle arbeidsgeschikte vrouwen werkt bijna 90 procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities bij ons met 300 procent toegenomen. In de publieke sector is het ongeveer 60 procent. Wat vindt u daarvan?’

Zijn vrouwen betere leidinggevenden, gaan ze anders om met macht? Ze antwoordt dat ze daar vaak over heeft lopen denken. ‘Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid.’ Omdat meisjes niet in dienst hoefden hebben ze zich op hun studie geconcentreerd, waardoor ze zijn gekwalificeerd voor betere banen. ‘En ze zijn slim genoeg,’ zegt ook Minasjan, ‘om dat hun man niet de hele tijd in te wrijven.’

Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid’

Zijn vrouwen pacifistischer dan mannen? Welnee, antwoordt de rectrix, alsof dat een schande zou zijn. Ze vertelt dat de minister van Defensie onlangs de universiteit bezocht. De studentes vroegen hem waarom er geen dienstplicht voor vrouwen bestond. Tot grote ergernis van de studentes had de minister gezegd dat vrouwen in de keuken hoorden. ‘Persoonlijk vind ik,’ aldus de rectrix, ‘dat ze als ze dat willen in het leger moeten kunnen gaan.’ Bijna alle vrouwen in Nagorno-Karabach zeggen dat ze in een noodsituatie hun land ook gewapenderhand zullen verdedigen.

Hoezeer de langdurige oorlog ook kansen biedt voor vrouwen, aan de andere kant is het een catastrofe die hele families uiteenrijt. Dat blijkt als je buiten de hoofdstad komt. Hoe verder je naar het noorden komt, des te vaker zie je de met planken versterkte, mansdiepe loopgraven, of ze zijn dichtgegooid en een paar meter verder weer opnieuw uitgegraven. Het is een gevecht om iedere meter die je de vijand hebt afgedwongen, het lijkt op het vooruit en achteruit in een schaakspel dat geen winnaar kent.

In Talysch, een grensplaats onder aan een groene heuvelrij, staan de vijandelijke troepen tegenover elkaar, jonge mannen met vage baardjes en met hun bloedgroep op de borst van hun uniform geborduurd. Talysch ligt in puin, alle huizen zijn kapot, bomkraters in de tuinen. Bijna iedere nacht, vertellen ze, dondert aan de overkant de artillerie. Het is een mannendorp, ze sjouwen puin weg, bouwen de oude feestzaal weer op en drinken wodka uit limonadeflesjes. Hun vrouwen wonen een uur verderop in witte containers met gietijzeren allesbranders en sturen hun kinderen naar een provisorisch gebouwde school waar ze vijf uur per week les krijgen in wapenkunde.


Maar er zijn ook plaatsen waar, als een kasplantje, de hoop groeit, waar mensen wonen die niet zo verstrikt zitten in het eeuwige conflict tussen christenen en moslims in de Kaukasus. Mensen zoals Nana, 27, donkere krullen, pientere blik, nieuwsgierig naar alles wat nieuw is. Nana heeft politicologie gestudeerd en het is haar baan om de onderwijsinstellingen in Nagorno-Karabach te moderniseren, buitenlandse docenten aan te trekken en uitwisselingsprogramma’s te organiseren. Ze heeft in Armenië gestudeerd, had daar een carrière voor zich, maar is teruggekomen ‘omdat ze haar hier dringender nodig hadden’.

Als Nana het spreekwoord hoort dat iedereen hier kent: ‘Vrouwen zijn de ruggengraat, daarboven zit het hoofd, dat is mannelijk’, wordt ze woedend. Zeker, op feestdagen loopt ook Nana met de vlag van Nagorno-Karabach door de straten en staat ze in de houding als met onderscheidingen overladen veteranen rode anjers op oorlogsgraven leggen. Maar ze weet dat haar vaderland geen toekomst heeft als het in het verleden blijft steken. Ze loopt met ons door de hoofdstraat van Stepanakert, waar inderdaad soldaten flaneren met een meisje aan hun arm. ‘Hier ergens,’ zegt ze terwijl ze op de gevels wijst, ‘wil ik binnenkort werken. In het kantoor van de Verenigde Naties, dat er nog niet is, als politiek adviseur, als bemiddelaar tussen de verschillende werelden.’

Nana is ervan overtuigd dat ze ooit een vrij leven zal leiden, onafhankelijk van oorlogen en mannen. Kinderen? Natuurlijk wil ze kinderen. Bijna alle vrouwen hebben kinderen, en als ze die niet hebben zien ze dat als een groot ongeluk. Ze hebben kinderen omdat het land nieuwe generaties nodig heeft, om te kunnen voortbestaan en voor komende oorlogen. Maar vooral omdat ze dol zijn op kinderen.

Met Nana groeit een nieuwe generatie op, die een hele stap verder is dan vrouwen als de minister van Onderwijs en de onderminister van Buitenlandse Zaken. Hun idee van een vreedzaam Nagorno-Karabach gaat veel verder dan een oplossing voor het conflict met Azerbeidzjan. Deze vrouwen hebben de oorlog van de jaren negentig niet meegemaakt, de vierdaagse oorlog van april 2016 was voor hen slechts een korte, nare droom. Ze denken minder in termen van daders en slachtoffers en maken nauwelijks onderscheid tussen mannen en vrouwen.

© Marco Fieber
© Marco Fieber

Net als de jongeren in Bardak, een garage in Stepanakert, tegenwoordig een club, waar ’s avonds in het halfduister de jonge inwoners van Nagorno-Karabach flirten, roken, wodka drinken, dansen op Another Brick in the Wall van Pink Floyd en er niet aan denken een leven te gaan leiden als soldaat, om te lijden en te sterven uit haat. Maar zover is het nog lang niet, dit land is een gebarricadeerd eiland, met Armenië verbonden door een corridor waar tweemaal daags busjes met mensen en goederen doorheen hobbelen.

Niet ver hiervandaan staan zes vrouwen op een met sneeuw bedekte helling. Niemand heeft het over politiek. Het vrouwenteam spoort de vijand op en maakt hem onschadelijk. Deze vijand heeft zich niet in loopgraven verschanst, maar ligt al op de grond, een paar centimeter diep in de bevroren aarde. Deze vrouwen maken mijnen onschadelijk. In opdracht van de Amerikaanse hulporganisatie Halo ruimen ze het vuilnis op dat de oorlog heeft achtergelaten. Het is mannenwerk, en ze doen het heel goed.

Auteur: Fiona Ehlers
Vertaler: Izaak Hilhorst

Openingsbeeld: © Marco Fieber

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 976.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

Dit artikel van Fiona Ehlers verscheen eerder in Der Spiegel.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.