• The Economist
  • Politiek
  • Infodemie. Waarom we zo gevoelig zijn voor conspiracytheorieën

Infodemie. Waarom we zo gevoelig zijn voor conspiracytheorieën

The Economist | Londen | 22 juli 2020

Zoals het coronavirus zich in ons lichaam nestelt, nestelen duistere theorieën zich in onze hersenen. Bij conservatieven nog meer dan bij liberalen, zo blijkt.

‘Artsen moeten drie dingen kunnen: liegen zonder door de mand te vallen; doen alsof ze eerlijk zijn; de dood veroorzaken zonder schuldgevoel.’ Dat schreef Jean Froissart, een dagboekschrijver uit de middeleeuwen, na een uitbraak van de builenpest in de veertiende eeuw. Valse berichten hielden destijds onder andere in dat de pest kon worden genezen door in een riool te zitten, door tien jaar oude stroop te eten of door arseen in te nemen.

De ‘infodemie’ rond COVID-19, die in februari door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd uitgeroepen, is niet de eerste wereldwijde uitbraak van desinformatie. Enkele van de mythen die werden verspreid waren het idee dat de ziekte kan worden genezen door het drinken van methanol, wat tot meer dan 700 doden in Iran heeft geleid, en dat deze wordt verspreid door 5G-zenders, wat alleen al in Groot-Brittannië 90 aanvallen op telefoontorens veroorzaakte door brandstichters. Zoals het virus zich in de longen van mensen nestelt, infecteren gevaarlijke ideeën de geest.

Plandemic

Een groot verschil tussen de desinformatie van respectievelijk de jaren 1300 en 2020 is de huidige snelle wereldwijde verspreiding, mogelijk gemaakt door het internet. In maart stelde een onderzoek dat Gallup in 28 landen op vier continenten uitvoerde vast dat in alle landen tenminste 16% – en tot wel 58% – van de mensen dacht dat COVID-19 opzettelijk werd verspreid. Een filmpje genaamd ‘Plandemic’, waarin wordt beweerd dat een schimmige elite de uitbraak vanuit winstoogmerk is begonnen, werd op 4 mei geüpload; binnen een week was het 8 miljoen keer bekeken en stond de hoofdrolspeler, Judy Mikovits, bovenaan de bestsellerlijst van Amazon.

Sociale media stellen mensen in staat om zowel echt als nepnieuws te delen. Maar de fantasten lijken de overhand te krijgen. Een studie die afgelopen mei in Nature werd gepubliceerd wees uit dat, hoewel er meer Facebook-gebruikers zijn die voor vaccineren zijn dan tegen, de anti’s beter zijn in het aanleggen van contacten met onpartijdige groepen zoals verenigingen van schoolouders, zodat hun aantal sneller groeit. Volgens een recent artikel in de Misinformation Review van Harvard Kennedy School, zullen Amerikanen die sociale media gebruiken eerder geloven dat de regering het virus heeft gemaakt of dat overheden de ernst ervan overdrijven.

In veel landen hebben omroepen een vergunning nodig om uit te zenden en moeten ze toezichthouders ervan overtuigen dat ze hun best doen hun berichtgeving te staven. Maar zulke beperkingen gelden voor het internet nauwelijks. In april censureerde de Britse omroepwaakhond Ofcom een ​​klein tv-station genaamd London Live vanwege het uitzenden van een deel van een interview met David Icke, een complottheoreticus die gelooft dat de pandemie een hoax is. De uitzending was door slechts 80.000 mensen bekeken. Maar ten tijde van de uitspraak van Ofcom hadden inmiddels 6 miljoen mensen het volledige interview bekeken op YouTube, dat buiten de jurisdictie van Ofcom valt.

YouTube heeft de video daarna verwijderd, samen met vele andere. Sectie 230 van de Amerikaanse Communications Decency Act stelt internetserviceproviders vrij van juridische aansprakelijkheid voor de content die door derden op het platform wordt gepubliceerd. Maar president Donald Trump wil hier verandering in brengen. En al wordt hij door de rechtbank tegengehouden, dan nog is de publieke opinie voorstander van meer interventie. In Amerika zegt 84% dat sociale netwerken berichten zouden moeten verwijderen waarvan zij vermoeden dat ze onjuiste informatie over COVID-19 bevatten. De helft daarvan vindt dat ze dit mogen doen zonder aan te tonen dat de berichten onjuist zijn. Techbedrijven zijn begonnen met het geven van waarschuwingen bij valse informatie en doorverwijzingen naar betrouwbare bronnen.

Niet zo eenvoudig

COVID-19 lijkt misschien een relatief eenvoudig onderwerp om aan censuur te onderwerpen.

Vergeleken met bijvoorbeeld politiek, ‘is het gemakkelijker om een ​​wat zwart-witter beleid op te stellen en strenger op te treden’, zei Mark Zuckerberg, de baas van Facebook, in maart tegen The New York Times. Toch blijkt het lastig. De wetenschap verandert snel. In februari noemde de Amerikaanse Surgeon General gezichtsmaskers in een Tweet ‘NIET effectief om te voorkomen dat het grote publiek het virus oploopt’. Nu zegt hij tegenovergestelde.

Erger nog is dat elke hoop dat de pandemie niet vatbaar zou zijn voor politiek is inmiddels verdampt. In maart zei de heer Zuckerberg dat Facebook er geen probleem mee had om ‘dingen als “Je kunt genezen door bleekwater te drinken” te verwijderen. Ik bedoel, dat is gewoon van een andere orde.’ Maar weken later suggereerde Trump op sociale media dat het zou kunnen helpen om desinfectiemiddel te injecteren. Facebook, Twitter en Youtube hebben video’s verwijderd die zijn gepost door de Braziliaanse president, Jair Bolsonaro, waarin wordt verklaard dat hydroxychloroquine een effectieve behandeling is. Filmpjes van Trump die ‘de hydroxy’ prijst (en zelfs beweert toe te passen) blijven vooralsnog rondzwerven op het net – volgens de genoemde bedrijven omdat Trump niet langer beweert dat het medicijn een bewezen remedie is.

Nepinformatie is niet nieuw, en het politieke gebruik ervan evenmin. In 1964 beschreef historicus Richard Hofstadter in een essay over de ‘paranoïde stijl’ in de Amerikaanse politiek, ‘het gevoel van zware overdrijving, achterdocht en samenzweerderige fantasie’ dat overal in doorsijpelde, van de 18e-eeuwse protesten tegen de Illuminati tot de anti-vrijmetselaars beweging. Maar terwijl Hofstadter betoogde dat de paranoïde stijl even gemakkelijk door links als door rechts werd geadopteerd – hij haalde bijvoorbeeld geruchten aan over een slaveneigenarencomplot, die door abolitionisten werden verspreid – lijkt de infodemie van vandaag zich gemakkelijker onder conservatieven te verspreiden dan onder liberalen.

In Amerika ontdekte het Pew Research Center in maart dat 30% van de Republikeinen geloofde dat het virus opzettelijk was gecreëerd, terwijl van de Democraten iets meer dan de helft dat vermoeden deelde. Vorige maand bleek uit een peiling van Yougov dat 44% van de Republikeinen denkt dat Bill Gates COVID-19 vaccins wil gebruiken om microchips bij mensen te implanteren; 19% van de Democraten is het daarmee eens. In Frankrijk bleek uit een peiling van Ifop dat 40% van degenen die de Rassemblement national van Marine Le Pen (eerder het Front National) steunen, van mening is dat het virus opzettelijk was gemaakt, terwijl dat onder aanhangers van de extreem-linkse La France insoumise voor slechts de helft gold. Voor voorstanders van de Nederlandse rechts-populistische Partij van de Vrijheid (PVV) en het Forum voor Democratie (FvD) leeft de gedachte dat COVID-19 een biologisch wapen is 40% meer dan onder voorstanders van de extreem-linkse Socialistische Partij.

Afgezien van wilde complottheorieën, lijken conservatieven ook vaker dan liberalen het officiële verhaal omtrent de pandemie in twijfel te trekken

Afgezien van wilde complottheorieën, lijken conservatieven ook vaker dan liberalen het officiële verhaal omtrent de pandemie in twijfel te trekken. Eind maart, toen Groot-Brittannië net op slot was gegaan, geloofde een kwart van de Tories tegenover slechts 15% van de Labour-aanhangers dat COVID-19 ‘gewoon een griepje’ was.

De terughoudendheid onder veel conservatieven om het officiële verhaal van COVID-19 te geloven, maakt op sommige plekken deel uit van een algemenere argwaan tegenover reguliere informatiebronnen. In Amerika bestaat er een groot partijgerelateerd gebrek aan vertrouwen. De grootste argwaan betreft journalisten, daarop volgen academici. Deze beroepen vormen al sinds lange tijd het doelwit van conservatieven. Rush Limbaugh, een Amerikaanse talkshowhost, spreekt wel over de ‘vier pijlers van bedrog’: de media, wetenschappers, academici en de regering.

Zulke uitspraken worden onderschreven door Europese rechtspopulisten. FvD-leider Thierry Baudet verklaarde vorig jaar dat ‘we worden kapotgemaakt door de mensen die ons moeten beschermen en ondermijnd door onze universiteiten, door onze journalisten’. Hij heeft een ‘hotline’ opgezet om linkse wetenschappers te melden en spot met het feit dat de Nederlandse publieke omroep ‘braaf knikt voor de macht’. In Frankrijk beweert Le Pen dat ‘de regering de grootste voorziener van nepnieuws is sinds het begin van deze [covid-] crisis’. En in Groot-Brittannië wordt de onpartijdigheid van journalisten, academici en ambtenaren door Brexiteers in twijfel getrokken. Hun houding werd samengevat door de voormalige secretaris van justitie Michael Gove, die zei dat mensen ‘genoeg hebben van experts van organisaties met acroniemen als naam die zeggen dat ze weten wat het beste is maar het constant mis hebben’. Britse conservatieven hebben minder vertrouwen dan anderen in de meeste media evenals in internationale instellingen. In april bleek uit een Opinium-peiling dat ze twee keer zo vaak als Labour-kiezers Tedros Adhanom Ghebreyesus, het hoofd van de WHO, wantrouwden.

Maar het zijn niet alleen conservatieven die afgeven op de elite. Andrés Manuel López Obrador, de populistische linkse president van Mexico, heeft het voortdurend op de media voorzien. Zo ook de voormalige leider van Labour, Jeremy Corbyn, die duistere theorieën had over een ‘establishment’ dat er op mysterieuze wijze voor zou zorgen dat hij de verkiezingen verloor. Democraten denken eerder dan Republikeinen dat 9/11 van binnenuit werd georganiseerd. En links neigt eerder naar samenzweringstheorieën over bedrijven, zoals de mythe dat aids is uitgevonden door Big Pharma en de CIA. Een prominent verkondiger van COVID-19-mythen is volgens waarheidscontroleur Newsguard het account @Organiclife, dat tweets met veganistische notenmelkrecepten afwisselt met paranoïde berichten over 5G-zenders.

Conspiracy-overtuigingen worden geassocieerd met ideologisch extremisme van welke aard dan ook

Conspiracy-overtuigingen worden geassocieerd met ideologisch extremisme van welke aard dan ook, stelt Karen Douglas, expert op het gebied van complottheorieën aan de Universiteit van Kent. Toch zegt ze dat er sprake is van ‘asymmetrie’. Mensen aan de rechterkant gaan er vaker in mee en houden zich bezig met een breder scala aan theorieën, met als favoriete insteek dat de tegenpartij tegen hén samenzweert, of dat nu linkse stemmers, buitenlanders of andere groeperingen zijn.

Structurele verschuivingen kunnen verklaren waarom conservatieve kiezers gevoeliger lijken te zijn voor de infodemie en waarom conservatieve leiders meer reden hebben om betrouwbare bronnen te ondermijnen, en dat dan ook vaker doen. Om te beginnen zijn de klachten van conservatieven dat de elite niet aan hun kant staat aannemelijker geworden. In veel landen is de oude politieke links-rechts kloof, die was gebaseerd op economie, vervangen door een splitsing tussen liberaal en conservatief, gebaseerd op cultuur. Liberale afgestudeerden komen veelal tegenover hun conservatieve schoolleiders te staan. En elites – of het nu in de media, de overheid, de wetenschap of de academische wereld is – worden gedomineerd door afgestudeerden. Dat maakt ze niet noodzakelijkerwijs vooringenomen. Maar als Brexiteers klagen dat de ambtenarij een nest van Remainers is, of wanneer Republikeinen brommen dat de Amerikaanse universiteiten vol zitten met liberalen, dan hebben ze gelijk.

Conservatieven hebben hierop gereageerd door hun eigen mediabronnen op te zoeken, die er al snel achter waren dat met het versterken van de angsten geld valt te verdienen. Op Amerikaanse ‘talk-radio’ worden paranoïde praatjes onderbroken door advertenties voor dubieuze gezondheidsremedies (Alex Jones, een radiopresentator uit Texas, kreeg onlangs de opdracht om te stoppen met de verkoop van tandpasta waarvan hij beweerde dat die ‘de hele sars-coronafamilie binnen de kortste keren uitschakelt’). Kabelkanalen zoals Fox News en websites als Breitbart bouwden hun publiek op door marginale theorieën mainstream te maken.

Algoritmen

En onlangs hebben de algoritmen van sociale netwerken mensen er nog eens toe aangezet hun berichten te polariseren, zodat het waarschijnlijker is dat ze ‘betrokkenheid’ oproepen en dus advertentievertoningen genereren. In 2018 waarschuwde een intern rapport op Facebook dat gebruikers vooral materiaal onder ogen kregen dat verdeeldheid opwekte. Desondanks werden plannen om minder controversiële berichten te promoten, in een project met de naam ‘Eat Your Veggies’, weer van de baan geveegd, volgens The Wall Street Journal deels vanuit bezorgdheid dat de maatregel vooral conservatieve gebruikers zou treffen. Ongeveer 16% van de Amerikanen ontvangt hun COVID-19-nieuws rechtstreeks van het Witte Huis, en driekwart van hen meent dat de media de ernst van de pandemie overdrijven.

Een andere oorzaak van het wantrouwen van de conservatieven is dat in sommige landen het kiesstelsel conservatieve politici stimuleert om polarisatie aan te moedigen. Liberalen zitten overwegend in steden, conservatieven zijn meer verspreid. In winner-takes-all-systemen worden liberale partijen dus benadeeld, aangezien hun aanhang opeengepakt zit, terwijl de conservatieve partijen zetels winnen dankzij lagere marges elders in het land. In Amerika betekent dit dat de Republikeinen de verkiezingen kunnen winnen met een minderheid van de stemmen (zoals in 2000 en 2016). In Groot-Brittannië betekent dit dat Brexit-aanhangers in bijna twee derde van de kiesdistricten in de meerderheid zijn, terwijl ze slechts ongeveer de helft van de kiezers uitmaken. Het resultaat, betoogt [Vox-hoofdredacteur] Ezra Klein in zijn meest recente boek over Amerika, Why We’re Polarized, is dat sterke partijdigheid voor conservatieven beter werkt. Liberalen moeten stemmen van gematigden zien te winnen; conservatieven kunnen zegevieren door hun basis te activeren. Naarmate de politiek meer gepolariseerd raakt, wordt dat laatste steeds makkelijker en het eerste steeds moeilijker.

Hardnekkig psychisch fenomeen

De lessen uit de geschiedenis beloven weinig goeds.

Hofstadter betoogde dat politieke paranoia ‘een hardnekkig psychisch fenomeen is, dat altijd wel een bescheiden minderheid van de bevolking treft’. Maar, waarschuwde hij, ‘bepaalde historische rampen of frustraties kunnen bevorderlijk zijn voor een dergelijke psychische ontwikkeling, waardoor de paranoia massaler kan worden en gemakkelijker door politieke partijen kan worden aangegrepen.’ Net als de oorlog in Irak en de wereldwijde financiële crisis, zou de pandemie wel eens zo’n catastrofe kunnen zijn.

The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.680

Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

Dit artikel van verscheen eerder in The Economist.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.