• Il Messaggero
  • Cultuur
  • Je mist een WK en de wereld stort in

Je mist een WK en de wereld stort in

Il Messaggero | Rome | Alessandro Campi | 07 december 2017

Voetballand Italië beleefde de recente uitschakeling voor het WK in Rusland als een historische ramp. Mag het wat minder dramatisch, schrijft politicoloog Alessandro Campi.

Je begint je af te vragen wat een fantastisch land Italië zou zijn als zijn inwoners ook maar een tiende van de hartstocht, de mentale inspanning, de lichamelijke energie, de creativiteit en de woorden zouden spenderen aan hun maatschappelijke betrokkenheid, hun dagelijks werk, hun sociale relaties en het algemeen belang als aan voetbal – zij het vaker als toeschouwer dan als speler.

Eens te meer hebben we laten zien waartoe we in staat zijn: het Squadra Azzurra heeft zich tegenover het over het algemeen zwakke Zweden, dat zich beslist niet kan meten met onze reputatie op voetbalgebied, niet kunnen kwalificeren voor het WK 2018 in Rusland. En op het moment dat het fluitje van de scheidsrechter het einde van de wedstrijd aankondigde, en daarmee niet alleen onze nederlaag bekrachtigde maar vooral onze fysieke inferioriteit, werden we overspoeld door een stortvloed van commentaren, beschuldigingen, protesten en standpunten die grensde aan een collectief psychodrama.

Een heel land voelde zich geroepen zijn mening te geven. We eisten op hoge toon het ontslag van de verantwoordelijken – en dan vooral van één daarvan, altijd dezelfde, de trainer. We hebben de vreselijke economische gevolgen die deze uitschakeling met zich mee zal brengen schromelijk overdreven. Om een parallel te trekken met deze nederlaag op het ereveld hebben we aan de zwartste uren van onze nationale geschiedenis gerefereerd, de onlangs herdachte Slag bij Caporetto die Italië de nekslag toebracht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Plotseling zijn wij Italianen – gewoonlijk zo wars van iedere vorm van collectiviteitsbetoon – onszelf als een gekwetste, gewonde, diep gekrenkte gemeenschap gaan beschouwen die nu wanhopig op verlossing wacht. De woorden ‘catastrofe’, ‘tragedie’ en ‘apocalyps’ waren niet van de lucht, en ze zijn met zo veel luchtigheid en onmatigheid gedebiteerd – het blijft tenslotte maar een spelletje – dat je je kunt afvragen welke termen je moet gebruiken om een echte ramp te omschrijven.

We hebben gewoon de verkeerde mensen op de verkeerde plekken gezet. Die hebben gewoon hun werk slecht gedaan, fouten gemaakt

We zijn vooral in sociologische en massapsychologische verklaringen vervallen, op een toon die aan een cafégesprek doet denken. Maar waar staat geschreven dat voetbal een metafoor is voor de maatschappij? En dat een nationaal elftal in crisis dus het product van een land in crisis moet zijn? Want als dat zo was, zouden we daaruit de even ridicule als wijdverbreide conclusie moeten trekken dat de voetbalkracht van een land bepalend is voor zijn economische kracht en zijn internationale geloofwaardigheid. Het gezond verstand zou willen dat het tegendeel het geval was. Bovendien kunnen we minstens tien landen noemen die op voetbalgebied geen deuk in een pakje boter slaan maar desondanks over grote rijkdommen beschikken en een belangrijke rol spelen. Willen we onszelf misschien wijsmaken dat we door onze uitschakeling voor het WK voortaan voor spek en bonen zullen meedoen op het internationale toneel en dat ons bbp weldra een dieptepunt zal bereiken?

Je krijgt het gevoel dat deze merkwaardige parallel tussen sport en politiek, tussen de overwinningen van de eerste en de macht van de tweede, een onbewuste erfenis is van de totalitaire traditie van de twintigste eeuw, waarin de twee gebieden opzettelijk nauw met elkaar verweven waren. Maar de geloofwaardigheid en het goed functioneren van een democratie – waarin sport als eenvoudig volksvermaak moet worden beschouwd, en niet als een dwangmiddel voor collectieve mobilisering, voor het versterken van de burgerzin en het doen vergeten van de smeerlapperij van, en de vrijheidsberoving door de machthebbers – zijn niet afhankelijk van het aantal gescoorde doelpunten of gewonnen bekers.

Gianluigi Buffon en Leonardo Bonucci omhelzen elkaar na de fatale play-off tegen Zweden in het San Siro-stadion in Milaan. – © Claudio Villa / Getty
Gianluigi Buffon en Leonardo Bonucci omhelzen elkaar na de fatale play-off tegen Zweden in het San Siro-stadion in Milaan. – © Claudio Villa / Getty

Als we eens zouden ophouden met filosoferen over een eenvoudige nederlaag – waarvan iedereen weet dat die sportief gezien verdiend was – zouden we misschien ontdekken dat het ons aan een minimum aan voorbereiding en organisatie heeft ontbroken. We hebben gewoon de verkeerde mensen op de verkeerde plekken gezet. Die hebben gewoon hun werk slecht gedaan, fouten gemaakt op het gebied van management, strategie, voorbereiding en prognostiek. Zulke dingen kunnen gebeuren. Maar als zoiets bij een bedrijf gebeurt – en het voetbalmilieu is, de oprechte hartstocht waardoor het wordt bezield even buiten beschouwing gelaten, een enorme commerciële onderneming geworden waarin alles draait om belangen, investeringen en getallen met zes nullen – stroopt men de mouwen op. En men probeert, met het oog op een glorieuzere toekomst, het goede te behouden en het slechte te verbeteren. Zeker, dat is een prozaïsche benadering, maar wel de enige serieuze en rationele.

Voor de rest is het alleen maar weliswaar vermakelijk maar onverdraaglijk geklets, waarmee de Italianen hun fouten en hun vaak zo armetierige houding graag plegen te maskeren. Zoals wanneer ze zich ware nationalisten betonen, het volkslied galmen, te vuur en te zwaard het Squadra verdedigen of zich alleen maar gedurende de negentig minuten van de wedstrijd als de trotse hoeders van een prestigieuze nationale geschiedenis ontpoppen. Om elkaar vervolgens weer te verscheuren, hun naaste of buurman de rug toe te keren, zich op te sluiten in hun individuele of regionale coconnettje, anti-Italiaanse stereotypen uit te braken of zich te verliezen in zelfdenigrering zodra het nationale elftal de drempel van de kleedkamer over is.

Dit volk moet eerst vermoeid en verbijsterd zijn voordat het zijn eenheid en solidariteit denkt te kunnen hervinden rond zoiets als een voetbal! En het wordt pas echt pathetisch als het van een verloren wedstrijd een historische ramp maakt waarvan het zich pas in de verre toekomst zal kunnen herstellen. Laten we duimen dat dat gebeurt. We zijn tenslotte Italianen, we hebben wel meer erge dingen meegemaakt en we beschikken over zo veel verborgen krachten.

Om niet de lachlust te wekken zullen we de soberheid van onze vaders moeten hervinden, die behept waren met een ware hartstocht voor de ronde bal, maar daarvan geen staatskwestie maakten. Toen we in januari 1958 een smadelijke nederlaag leden tegen Noord-Ierland, kopte La Gazetta dello Sport alleen maar: ‘Squadra Azurra uitgeschakeld voor WK’. Meer niet. Heel anders dan het moord en brand geschreeuw van tegenwoordig. Maar dat waren andere tijden, en andere Italianen.

Auteur: Alessandro Campi
Vertaler: Peter Bergsma

CONTEXT: Einde van de wereld

De dag na de uitschakeling van de Azzurri kwam de Italiaanse pers dramatische bewoordingen tekort: ‘Apocalyps’, ‘EINDE’, ‘nationale schande’. De meeste kranten publiceerden foto’s van wanhopige spelers en vertwijfelde koppen. ‘Voor het eerst in zestig jaar zonder WK’, klaagde de Corriere della Sera. We zijn ‘de wereld uitgezet’, voegde Il Giornale eraan toe. Naast al het geweeklaag heeft het land snel naar zondebokken gezocht. De beschuldigende vingers gingen naar trainer Giampiero Venturo, ontslagen op 15 november, en naar bondsvoorzitter Carlo Tavecchia, die op 20 november aftrad.

Dit artikel van Alessandro Campi verscheen eerder in Il Messaggero.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.