• Financial Times
  • Cultuur
  • ‘Jij hebt wiet nodig’

‘Jij hebt wiet nodig’

Financial Times | Londen | Simon Kuper | 12 november 2018

Legalisering van cannabis staat tegenwoordig op elke politieke agenda. Uruguay nam het voortouw. Canada en sommige staten in de VS volgden. Simon Kuper dook een Amsterdamse coffeeshop in om lering te trekken uit het Nederlandse gedoogbeleid.

Toen ik voor de krant wiet moest gaan roken in Amsterdam, vroeg ik een vriendin of ze me een goede ‘coffeeshop’ kon aanbevelen. Haar antwoord was heel Nederlands: ‘Ik ben nog nooit in een coffeeshop geweest.’ Ze koos de Paradox, de zaak die het dichtst bij de school van haar zoon was, zodat ze hem na afloop kon ophalen.

Nu zitten we in wat voelt als een gezellige huiskamer vol met kussens, omringd door keurige, goedgeklede twintigers van over de hele wereld. De café-eigenaar, Ludo Bossaert, die de Paradox 27 jaar geleden is begonnen, beveelt Pure Special Haze Mix aan, een joint van 5 euro. Volgens de uitgebreide menukaart van de zaak zorgt die voor een ‘super high’.

Waarschijnlijk ben ik de eerste klant in de geschiedenis van de Paradox die om een bonnetje vraagt. Ludo – een gedreven botanist, amateurnarcohistoricus en hasjsommelier – leert me eerst te zuigen voordat ik de joint opsteek, om van de zoete kaneelachtige smaak te genieten. Dan begin ik te roken. Hij steekt twee duimen op: ‘Dat noem ik nou onderzoeksjournalistiek!’

Belangrijk onderwerp

Iemand moet het doen, want cannabis is nu een belangrijk onderwerp geworden in de politiek. Op 17 oktober werd Canada de eerste grote economie die wiet legaliseerde voor recreatief gebruik, nadat Uruguay in 2013 het voortouw had genomen. Sinds 1 november kunnen artsen van de Britse National Health Service medicinale wiet voorschrijven. Dertig staten in de VS hebben medicinale cannabis al gelegaliseerd, terwijl negen recreatief gebruik toestaan.

Donald Trump heeft al aangegeven dat hij de decriminalisering ondersteunt. Cannabis zou in de Angelsaksische wereld binnenkort net zo bij het dagelijks leven kunnen horen als alcohol of koffie, en sigaretten vervangen, die sociaal onaanvaardbaar worden. Kunnen we na bijna vijftig jaar decriminalisering in Nederland zeggen dat dit een goede ontwikkeling is? En is wiet een goed middel tegen pijn en allerlei kwalen?

De cannabisplant wordt al minstens vijfduizend jaar door mensen gerookt, vaak als pijnstiller. Cannabispollen zijn aangetroffen in een 4200 jaar oud Nederlands graf. Zelfs koningin Victoria kreeg volgens John Hudak in Marijuana: A Short History ‘door de hofarts medicinale marihuana voorgeschreven als pijnstiller bij menstruatiekrampen’. Wiet werd in de VS voor het eerst controversieel in de jaren dertig, toen anti-immigratiepartijen marihuana (ze gebruikten bewust het Spaanse woord) in verband brachten met Mexicaanse immigranten.

Al snel na de beëindiging van de Drooglegging begon de VS in 1937 met de harde aanpak van wiet, schrijft Hudak. Eind jaren vijftig was marihuana definitief illegaal in Amerika. In 1961 zette de VN cannabis tussen de meest verslavende middelen op Lijst 1, waarmee de plant bijna overal in de illegaliteit werd gedreven.

Cannabis kan binnenkort net zo bij het dagelijks leven horen als koffie

Toen kwam Richard Nixons war on drugs – wiet, heroïne, alles. Zijn doelwit was niet zozeer de wiet als wel de langharige jongelui die het als een sacrament leken te vereren. ‘Als je hasj rookt, leer je je innerlijk kennen,’ zei Bob Marley, en Bob Dylan zong dat iedereen stoned moest worden.

In 1970 stelde president Nixon de commissie-Shafer in om advies in te winnen over de te volgen aanpak. Maar Shafers eindoordeel paste niet echt in zijn straatje: ‘De commissie is unaniem van mening dat het gebruik van marihuana niet zo’n ernstig probleem is dat mensen die marihuana roken [… ] onderworpen moeten worden aan criminele procedures.’ Dit advies schaarde zich in een reeks officiële Amerikaanse rapporten (te beginnen in 1944 met een rapport van de New Yorkse burgemeester Fiorello La Guardia) waarin werd geconcludeerd dat softdrugs niet echt een probleem vormden.

Nixon negeerde Shafer. Hij ondertekende wetten en richtte een bureau op voor de strijd tegen de wiet. Intussen werd overal agressief reclame gemaakt voor tabak en alcohol, de drugs van zijn ‘zwijgende meerderheid’. (Nixon zelf was een zware drinker, die op eigen houtje het anti-epilepsiemedicijn Dilantin gebruikte als kalmeringsmiddel.)

Onbedoeld zorgde Nixon ervoor dat cannabis cool werd. Veel Amerikaanse tieners wisten al uit eigen ervaring dat wiet waarschijnlijk niet je leven te gronde zou richten. Het werd een onschuldige vorm van rebellie.

Hollands pragmatisme

Terwijl de VS tegen de wiet streed, begon het slaperige Nederland de softdrug net te ontdekken. Waarschijnlijk was het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen een popfestival in Rotterdam in 1970. Duizenden jongeren rookten ongehinderd softdrugs, terwijl politieagenten in burger rondliepen om hen in de gaten te houden.

Cees Ottevanger, destijds een jonge politie-inspecteur, vertelde tientallen jaren later in het Nederlandse televisieprogramma Andere tijden: ‘Met de beste wil van de wereld konden we niet melden dat het slecht, vreselijk of onaangenaam was. Want de sfeer was fantastisch en er was geen enkele reden om bang te zijn dat er iets zou gebeuren.’

De Nederlandse staat legaliseerde de cannabis niet, deels om de buurlanden niet voor het hoofd te stoten. Er werd echter wel besloten om gebruikers van softdrugs niet te vervolgen. De overheid vond niet dat blowen gevaarlijker was dan alcohol of koffie, en zelfs als dat wel zo was, vonden ze dat een drooglegging criminelen aan werk zou helpen.

Het is een misverstand te denken dat de Nederlandse staat voor softdrugs is of voor prostitutie (legaal in Nederland). De Nederlandse staat is eerder pragmatisch. Ze hebben liever dat dergelijke riskante activiteiten in het zicht blijven zodat ze die kunnen reguleren (en er belasting over kunnen heffen), terwijl andere landen ze de illegaliteit in duwen, waar verdere controle ontbreekt.

The Bulldog, de eerste coffeeshop in Amsterdam die in 1974 opende op de Wallen en inmiddels een keten is met vijf coffeeshops en ook nog enkele kleding- en souvenirwinkels. © Hollandse Hoogte
The Bulldog, de eerste coffeeshop in Amsterdam die in 1974 opende op de Wallen en inmiddels een keten is met vijf coffeeshops en ook nog enkele kleding- en souvenirwinkels. © Hollandse Hoogte

Ik heb het grootste deel van mijn puberteit in Nederland doorgebracht, van 1976 tot 1986. Waar ik woonde waren coffeeshops en een paar vrienden van mij zaten een tijdje in die scene, maar het was geen grote rage onder tieners. Op mijn middelbare school werd wiet niet geassocieerd met creativiteit en rebellie, maar met ongelukkige drop-outs. Sigaretten werden veel cooler gevonden.

We kregen les over harddrugs. Ik herinner me nog dat we de angstaanjagende Duitse film Christiane F. te zien kregen, over een jonge heroïneverslaafde die prostituee wordt. Toen de Nederlandse staat in 2009 een rapport uitbracht met een lijst van de gevaarlijkste drugs, was dit de top 4: 1. crack; 2. heroïne; 3. tabak; 4. alcohol. Cannabis stond op de tiende plaats.

Amerikanen van mijn generatie werden anders opgevoed. Nancy Reagan, de vrouw van de Amerikaanse president, voerde in de jaren tachtig oorlog tegen hard- en softdrugs met de kreet: ‘zeg gewoon nee’. Overal ter wereld zorgden paniek zaaiende, bekrompen types ervoor dat softdrugs de aantrekkingskracht van verboden vruchten kregen.

Bezoekers van het Rotterdam Pop Festival in 1970, naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen. – © Getty
Bezoekers van het Rotterdam Pop Festival in 1970, naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen. – © Getty

Dat besefte ik als student in Engeland toen ik twee voetbaltrips naar Amsterdam organiseerde. Mijn teamgenoten wilden niet het Amsterdamse studentenleven verkennen, met de prachtige cafés en alle romantische mogelijkheden. Liever slenterden ze iedere avond over de Wallen of zaten ze in een dubieuze coffeeshop waar toeristen enorm werden afgezet. Ik werd sloom van de wiet (vooral toen mijn teamgenoten mijn neus dichthielden zodat ik niet kon uitademen), maar als hyperactieve twintigjarige wilde ik niet sloom worden.

Toen ik protesteerde, wees de Amerikaanse doelman me erop dat het een kick gaf om legaal wiet te kunnen roken. Aan de andere kant, mijmerde hij, was het voor de Amerikaanse adolescent juist een kick om stíékem bier te drinken en wiet te roken. Het legaliseren van softdrugs zou dat verpesten, zei hij. Maar toen leek legalisering in de VS onvoorstelbaar. In die tijd gaf Bill Clinton als eerste president toe dat hij wiet had gerookt (en daarbij niet had geïnhaleerd). Die bekentenis verplichtte hem ertoe Nixons oorlog krachtig voort te zetten.
De cannabisplant wordt al minstens vijfduizend jaar door mensen gerookt

Niet legaal, wel gedoogd

Het Nederlandse drugsbeleid komt ook voorbij in de gangsterfilm Pulp Fiction uit 1994 – met regie en scenario van Quentin Tarantino, die kort in Amsterdam heeft gewoond:

Vincent: ‘Ja, het komt hierop neer: je kunt het legaal kopen, je kunt het legaal in bezit hebben en als je de eigenaar van een hasjcafé bent kun je het legaal verkopen. Het is illegaal om het bij je te hebben, maar dat maakt eigenlijk niet uit, want als je in Amsterdam wordt aangehouden door de politie mogen ze je niet fouilleren…’

Jules: ‘O man! Ik ga erheen, punt uit. Ik ga er f**ing heen.’

In feite zijn softdrugs niet legaal in Amsterdam. Ludo vertelt over een ruzie met een politieagent die een inval deed in de Paradox.

Ludo: ‘Het is toch legaal?’

Agent: ‘Het is helemaal niet legaal!’

Ludo: ‘Dus het is illegaal.’

Agent: ‘Nee, dat ook niet.’

Ludo: ‘Wat dan?’

Agent: ‘Het wordt gedoogd.’

Spacecakes

Ludo mag vijf gram per klant per dag verkopen, waarover hij belasting betaalt, maar geen btw – ‘omdat het geen bestaand product is in Europa’, legt hij uit. De levering – de zogenaamde ‘achterdeur’ van Nederlandse coffeeshops – is officieel illegaal. ‘Omdat de aanvoer illegaal is, zijn de prijzen voor wiet hoog, want je betaalt voor het risico,’ zegt Ludo. Hij koopt alleen met contant geld, van betrouwbare thuistelers.

‘Ik geef de voorkeur aan kleine hoeveelheden die met liefde zijn gekweekt. Met grotere partijen zijn de betrokkenen vaak halfcrimineel.’ Legaal mag hij maar vijfhonderd gram op voorraad hebben, dus de hele dag komen mensen met een bestelbusje of op de fiets langs om de drugs af te leveren. De politie komt regelmatig controleren. Als ze minderjarigen in zijn zaak aantreffen, of harddrugs, of een te grote voorraad, kunnen ze de tent sluiten.

In 1995 waren er 350 coffeeshops in Amsterdam. Sindsdien is ongeveer de helft gesloten, vooral in een poging het drugstoerisme te ontmoedigen. Tot dusver heeft Ludo ervan geprofiteerd dat er concurrenten werden gesloten. Op een doordeweekse middag is elk tafeltje in de Paradox bezet.

Hij is gespecialiseerd in spacecake: een dunne plak cake die één gram wiet per stuk bevat. Een klant uit Shanghai heeft hem eens een brief gestuurd, versierd met origamitekeningen om hem te bedanken voor ‘het brood’. Ludo legt uit: ‘Ze bedoelde cake, maar in China moet je op je woorden letten.’

Spacecake is verraderlijk. Bij een joint wordt de wiet snel in je bloed opgenomen, waarna je stoned wordt en stopt met roken (een zelfbeperkingsmechanisme dat bij alcohol en tabak ontbreekt). Maar bij eetbare cannabis kan het uren duren voordat je het effect voelt, dus vaak nemen gebruikers te veel. De Amsterdamse gezondheidsdienst, die het zat was om Ludo’s bewusteloze klanten uit de goot te rapen, vroegen hem te stoppen met de verkoop van spacecake.

Hij ging ermee door, maar verpakt nu iedere plak met uitgebreide instructies: ‘Als je nog nooit cannabis hebt gerookt: eet een kwart plak en wacht twee uur op het effect’, enzovoorts.

Ingehaald

Ik hou het bij de joints. Ik inhaleer te weinig om een ‘super high’ te krijgen, maar langzaam leer ik snel twee keer achter elkaar te inhaleren en een onbekende sensatie daalt in. Uiteindelijk weet ik wat het is: ik voel me ontspannen.

‘Alles wordt zachter en ronder,’ legt Ludo uit.

Ik zie bleek, merkt mijn vriendin op.

‘Zijn bloedsuikerspiegel daalt,’ zegt Ludo. De budtender brengt een muntthee met honing, maar ik voel me vrolijk. Ik verlies elk besef van tijd en bekijk welwillend de andere klanten, van wie de meesten over hun schermpje gebogen zitten. Alles is rustig, tot buiten een auto toetert.

‘Willem, je taxi!’ roept een van de vaste klanten.

Willem is een oudere man in een rolstoel, die zich eerder in onze discussie over het Amerikaanse drugsbeleid heeft gemengd. Zijn ‘taxi’ is eigenlijk een busje speciaal voor gehandicapten, dat hem komt ophalen. Zoals altijd rolt Ludo Willem naar buiten en via een loopplank het busje in. Het is een typisch Amsterdams tafereel.

Al zo’n veertig jaar lang vormen de Amsterdamse coffeeshops de voorhoede van de mondiale cannabispolitiek. Eind twintigste eeuw werd in Nederland de toekomst uitgevonden. Ik groeide op met aparte fietsstroken op de weg; in 1999 bedachten de Nederlanders Big Brother, het eerste realitytelevisieprogramma; in 2001 waren ze de eersten met het homohuwelijk. Maar Nederland vindt niet langer de toekomst uit. Op het gebied van de cannabis is het Nederlandse gedoogbeleid inmiddels ingehaald door landen waar cannabis is gelegaliseerd.

‘Toen ik jong was, heb ik geïnhaleerd’, zei Barack Obama. ‘Daar ging het juist om’

In deze eeuw begon de VS op een gegeven moment zijn eigen oorlog tegen de wiet ter discussie te stellen. Ondanks de tientallen miljarden die aan handhaving werden uitgegeven en alle levens die kapot werden gemaakt door arrestaties en gevangenisstraffen, konden de meeste Amerikanen makkelijk aan softdrugs komen.

In 2008 bleek uit een data-analyse onder leiding van Louisa Degenhardt van het National Drug & Alcohol Research Centre van New South Wales dat langdurig cannabisgebruik in de VS en Nieuw-Zeeland (beide 42 procent) veel hoger was dan in andere landen. Het Nederlandse percentage was 20 (hoger dan de meeste andere Europese landen). Een gevolg van al dat blowen was dat jonge Amerikanen ontdekten dat softdrugs niet het grote kwaad waren.

Barack Obama werd tot president gekozen nadat hij had gezegd: ‘Toen ik jong was, heb ik geïnhaleerd. Daar ging het juist om.’ (In zijn memoires uit 1995 Dreams From My Father heeft hij waarschijnlijk overdreven hoe vaak hij heeft geblowd.) Toch, zo legt Hudak uit, had Obama’s carrière behoorlijk kunnen ontsporen als hij als tiener was gearresteerd wegens het bezit van softdrugs – het lot van talloze zwarte jongeren, gezien het raciale onderscheid dat wordt gemaakt bij het handhavingsbeleid.

De miljardairs George Soros en Michael Bloomberg hebben toegegeven dat ze wiet hebben gerookt. Nadat Elon Musk had getweet dat hij aandelen Tesla wilde terugkopen voor 420 dollar per stuk, beschuldigde de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC hem van fraude: ‘Musk verklaarde dat hij de prijs had afgerond op 420 dollar omdat hij onlangs had vernomen dat het een bekend getal was in de marihuanacultuur en dacht dat zijn vriendin “het wel grappig zou vinden”, wat natuurlijk geen geweldige manier is om een prijs vast te stellen.’ (‘420’ is Amerikaans slang voor cannabisgebruik.)

Therapeutisch effect

Kortom, wiet wordt algemeen aanvaard in Amerika. De overheid en veel staten zetten de strijd ertegen voort: in 2016 werden 587.700 Amerikanen gearresteerd voor het bezit van marihuana, meer dan alle andere geweldsmisdrijven bij elkaar. De minister van Justitie, Jeff Sessions, is een softdrugsbestrijder à la Nixon. Maar hij heeft de tijd niet mee. Trump is zich ervan bewust dat de meeste Amerikanen nu voor legalisering zijn. Ludo merkt op dat zijn Amerikaanse klanten blasé worden: Vroeger keken ze bewonderend naar mijn menukaart. Nu zeggen ze waarschijnlijk: “Die gast verkoopt maar vijf soorten wiet.”’

Ludo vindt het medicinale gebruik in Engeland een veelbelovend begin: ‘Totale legalisering zou ze goeddoen, dan zou die stiff upper lip eens wat ontspannen. En het schept meteen werkgelegenheid voor duizenden mensen.’

Als softdrugs worden gelegaliseerd in de Angelsaksische wereld zou dat Ludo’s bedrijf kunnen schaden. Maar hij hoopt dat daardoor ook het hoognodige medische onderzoek naar cannabis van de grond zal komen. Wetenschappers hebben de plant nooit intensief bestudeerd, uit angst voor een politie-inval in het lab. Voor zo’n algemeen gebruikte drug is het merkwaardig dat we er zo weinig van weten.

We beginnen net te begrijpen welk deel van de plant wat doet. Nu liggen er verdere ontdekkingen in het verschiet. Er is veel hoop gevestigd op het gebruik van cannabis bij allerlei kwalen, van pijn tot epilepsie tot multiple sclerose. Een eerste verkennende studie door Dame Sally Davies, Chief Medical Officer in Engeland [medisch hoofdadviseur van de regering], concludeerde dat er bewijs is dat medicinale cannabis gunstige therapeutische effecten heeft.

Schadelijk

Cannabis kan positieve effecten hebben, maar ook negatieve. Iemand die ik goed ken zag ik veranderen in een paranoïde futloze blower met een gat van tien jaar in zijn cv, waar hij lang nadat hij was gestopt met blowen nog last van heeft gehad. De Amerikaanse beroepsvereniging van longartsen waarschuwt dat ‘marihuana die wordt gerookt echt schadelijk [is] voor de menselijke long’ en dat ‘geregeld gebruik kan leiden tot chronische bronchitis en ervoor [kan] zorgen dat iemand met een verzwakt immuunsysteem vatbaarder is voor longinfecties’. Zware gebruikers hebben ook een grotere kans op het ontwikkelen van een psychose.

In de VS heeft het legaliseren tot een lichte stijging van het aantal blowers geleid. Sinds deze week mogen op Facebook cannabisgerelateerde bedrijven vermeld worden in de zoekresultaten van gebruikers.

De opkomende Amerikaanse cannabisindustrie heeft er, net zoals de tabaksindustrie en het casino, baat bij om zware gebruikers aan te moedigen. Typisch wellicht dat de VS van massale opsluiting in gevangenissen kan overgaan op gelegaliseerde overconsumptie.

Ik begrijp het gevaar en toch verlaat ik de Paradox als een bekeerling. Een vriend van me die veel van drugs afweet, adviseerde me eens: ‘Je bent zo hyper, ga nooit cocaïne gebruiken. Jij hebt wiet nodig.’ In het late namiddagzonnetje wandelend langs de Amsterdamse grachten, begrijp ik wat hij bedoelde.

Cannabis zou prachtig passen bij mijn overvolle leven als veertigjarige met druk werk en een gezin. Ik heb geen tijd om heel alternatief ’s middags stoned op een sofa te liggen (tenzij de krant me meer van deze opdrachten geeft). Ik wil gewoon af en toe ’s avonds een joint opsteken om te ontspannen (te unwinden, zoals Ludo het in Nederengels noemt). Softdrugs lijken een gezondere methode dan wijn.

David Nutt, hoogleraar neuropsychopharmacologie aan het Imperial College London, voorspelt: ‘Het zal medicinaal breed worden ingezet, maar voor verschillende medicijnen.’ Volgens hem had de epidemische vormen aannemende verslaving aan opiaten in de VS voorkomen kunnen worden als artsen cannabis in plaats van opiaten hadden voorgeschreven.

Ludo is met name enthousiast over een stofje in cannabis dat CBD (cannabidiol) heet. Het is niet psychoactief, maar het kalmeert en helpt je in slaap te vallen, zegt hij. ‘Mensen geven het aan hun kinderen, hun hond.’ Keurige mensen zoals zijn tandarts en accountant vragen hem ernaar. Coca-Cola verklaarde vorige maand dat ‘ze nauwkeurig de ontwikkeling van het non-psychoactieve CBD volgen om het eventueel als ingrediënt te gebruiken in specifieke gezondheidsdrankjes.’ Cannabidiol zou dan maatschappelijk weleens aanvaardbaarder kunnen worden dan suiker.

Headshop

Voor ik Amsterdam verlaat, bezoek ik nog een headshop om een speciaal pijpje te kopen (ik vond joints te bitter). Ik neem echt geen wiet mee naar huis in Frankrijk, waar het illegaal is; ik zal het kopen bij een vriend van me in de buurt van Parijs, die regelmatig iets in huis heeft.

Bij een Nederlandse drogisterij kocht ik een pakje CBD-pillen uit een grote kast met cannabidiolproducten. ‘Niet verslavend’ staat er demonstratief op de verpakking.

Auteur: Simon Kuper

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | 448.000

Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

Dit artikel van Simon Kuper verscheen eerder in Financial Times.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.