• Mail & Guardian
  • Politiek
  • Jonge Eritreeërs ontvluchten tucht en mishandeling

Jonge Eritreeërs ontvluchten tucht en mishandeling

Mail & Guardian | Simon Allison | 18 september 2019

Onder het mom van het bevorderen van gelijkheid, harmonie en sociale cohesie moet iedere scholier in Eritrea verplicht het laatste schooljaar doorbrengen op een tuchtschool. Oud-leerlingen doen een boekje open over systematische mishandeling, marteling en onderdrukking.

Iedereen die opgroeit in Eritrea moet volgens de wet verplicht het laatste middelbareschooljaar doorbrengen op de Warsai Yikealo Secondary School and Vocational Training Centre – ongeacht waar ze vandaan komen of op welke school ze daarvoor zaten. De school staat midden in het militaire kamp Sawa en de leerlingen weten niet of ze erna ooit nog terug zullen keren naar het gewone leven. Dit beleid is volgens de
Eritrese regering – geleid door president Isaias Afewerki sinds het land zich in 1991 afscheidde van Ethiopië – bedoeld om gelijkheid te bevorderen en iedereen dezelfde kans te geven toegang tot de universiteit te krijgen. Verder moet dit jaar de ‘harmonie en sociale cohesie’ binnen elke nieuwe generatie bevorderen.

Maar oud-leerlingen vertellen een heel ander verhaal: ze beschrijven een systeem van systematische mishandeling, marteling en onderdrukking. Het dreef honderdduizenden jonge Eritreeërs ertoe hun land te ontvluchten.

‘Het is niet duidelijk of je op school zit of in het leger,’ zegt een voormalige student. ‘Sawa is de hel: ze doen er alles aan om te zorgen dat je er weg wilt,’ vertelt een andere.

Eigenlijk is Sawa de naam van het militaire kamp, maar de leerlingen noemen de school bij diezelfde naam.

Satellietbeeld van de militaire basis Sawa, inclusief de Warsai Ykiealo-school. Leger en politie organiseren geregeld razzia’s om vermeende dienstplichtontduikers te arresteren. – © Google Earth
Satellietbeeld van de militaire basis Sawa, inclusief de Warsai Ykiealo-school. Leger en politie organiseren geregeld razzia’s om vermeende dienstplichtontduikers te arresteren. – © Google Earth

Onlangs publiceerde Human Rights Watch een rapport waarin ervaringen van leerlingen staan opgetekend. Het biedt een ongekend inkijkje in het dagelijks leven op de school en analyseert wat men er met de harde tucht wil bereiken. ‘De Eritrese middelbare scholen staan centraal in een systeem van onderdrukking en controle van de bevolking,’ vertelt Laetitia Bader, die als hoofdonderzoeker van het rapport tientallen voormalige leerlingen interviewde.

Sawa ligt in een onherbergzaam en geïsoleerd gebied vlak bij Eritrea’s westelijke grens met Soedan, een plek waar het ’s zomers gemakkelijk 40 graden Celsius wordt. Het terrein is opgedeeld in onderwijs- en militaire zones en kan volgens het ministerie van Informatie 30.000 mensen huisvesten (de huidige minister van Informatie van Eritrea beantwoordde verzoeken om commentaar op dit stuk niet; andere diensten van de Eritrese overheid) evenmin.       

Aan het begin van elk schooljaar arriveren er vanuit het hele land bussen met leerlingen uit de hoogste klas. De meeste zijn achttien jaar of ouder, maar er zijn er ook bij van zestien. Na aankomst worden ze opgedeeld in groepen die nog het meest lijken op legereenheden, en ieder krijgt een plastic bord, mok en bestek. Het eten – vooral brood met linzen – is notoir slecht.

De militaire training begint meteen. ‘Vanaf de eerste dag gaat er om vijf uur ’s ochtends een alarm. Je moet dan naar de badruimtes rennen en krijgt vijf minuten om je te wassen – als er al water is, en dat is lang niet altijd het geval – en vervolgens vijf minuten om je uniform aan te trekken.

Je krijgt straf als je dat niet haalt,’ vertelt een voormalig leerling. ‘Dan is er tot acht uur militaire training… De legeropzichter is altijd in de buurt; ook in de slaapzalen. De (fysieke) straffen zijn keihard, ik wilde ze koste wat kost vermijden dus hield ik me strikt aan de regels.’ Volgens Human Rights Watch bestaat een jaar op Sawa uit een à twee maanden fysieke training en militaire discipline, vier maanden militaire training, inclusief het gebruik van wapens, gevolgd door een legeroefening van drie weken. Daarna volgen zes maanden schoolonderwijs.

Verder moeten de leerlingen lichamelijk werk doen, zoals schoonmaken, voorraden sjouwen, of op de door de staat geleide Molober-boerderij werken. Voor studie blijft nauwelijks tijd over.

De leerlingen worden zelfs voor de kleinste overtredingen gestraft, zoals zich verslapen of klagen over de omstandigheden. Veelgebruikte
straffen zijn onder meer stokslagen, de leerlingen lange tijd in de brandende zon laten staan of ze over de grond laten rollen terwijl ze geslagen worden.

Voor de vrouwelijke leerlingen zijn dat niet de enige gevaren. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties over de mensenrechtensituatie in
Eritrea schreef in een rapport uit 2015 over Sawa en andere militaire trainingskampen dat ‘vrouwen en meisjes grote kans lopen om te worden verkracht of met andere vormen van seksueel geweld te maken te krijgen… Vaak worden ze gedwongen om de concubine te worden van hun
superieuren’.

Al is de dienstplicht officieel beperkt tot achttien maanden – waarvan zes maanden militaire training en zes maanden maatschappelijke dienst- verlening – kan die in de praktijk jaren of zelfs decennia duren

Aan het eind van het schooljaar is de martelgang nog niet voorbij. De leerlingen met de hoogste cijfers mogen naar een van de zeven universiteiten van het land, maar de rest gaat verplicht voor onbepaalde tijd in dienst. Zowel voormalig soldaten als mensenrechtenorganisaties beschouwen dit als een moderne vorm van slavernij. Een universitaire graad is overigens niet meer dan uitstel van het onvermijdelijke: studenten moeten na hun afstuderen alsnog in dienst.

Al is de dienstplicht officieel beperkt tot achttien maanden – waarvan zes maanden militaire training en zes maanden maatschappelijke dienstverlening – kan die in de praktijk jaren of zelfs decennia duren. Hun werk mogen de dienstplichtigen niet zelf kiezen: het varieert van boekhouden tot werken op een boerderij of in de bouw. Afgestudeerden worden vaak als leraar aangesteld, zelfs als ze geen enkele onderwijservaring hebben noch verstand van het schoolvak in kwestie. Ze krijgen een hongerloontje, het eten blijft slecht en recht op vrije dagen hebben ze niet. ‘Het is gewoon slavernij. Je werkt dag en nacht en krijgt helemaal niks,’ zegt een voormalig leraar.

Jonge Eritreeërs verzinnen vaak creatieve oplossingen om de dienstplicht te vermijden, zoals expres blijven zitten in de vijfde klas, om maar niet naar Sawa te worden gestuurd, of, als ze vrouw zijn, jong trouwen en vlug zwanger worden. Maar deze methoden zijn allesbehalve waterdicht: leger en politie organiseren geregeld razzia’s – in het Tigrinya giffa genoemd – om vermeende dienstplichtontduikers te arresteren.

In het Eritrese recht bestaat de mogelijkheid om als gewetensbezwaarde te worden aangemerkt niet, dus deze ‘dienstplichtontduikers’ gaan meestal direct naar de gevangenis. Een leerling die in 2014 aan de dienstplicht
probeerde te ontsnappen, beschreef zijn ervaringen aan Human Rights Watch. Hij was toen pas veertien.

Gevangenis

‘Ik heb zes maanden in de Gergera-gevangenis gezeten. De cel was vier vierkante meter groot en er zaten 180 mensen in. Slapen deden we op een laken. Geen ramen, geen daglicht. We mochten alleen naar buiten om naar de wc te gaan en om te eten.

Ik zat samen met mannen van alle leeftijden. Sommigen zaten er omdat ze hadden geprobeerd te ontsnappen, anderen omdat ze de dienstplicht
ontlopen waren. Omdat ik nog jong was, en gewond, lieten ze me na zes maanden weer vrij. Maar de meesten moesten na zes maanden gevangenis alsnog in dienst,’ vertelt hij.

Tegen deze achtergrond is het weinig verrassend dat elke maand duizenden jonge Eritreeërs hun land ontvluchten. Er zijn nu een half miljoen vluchtelingen; de meesten in de buurlanden Ethiopië en Soedan. Op een totale bevolking van vijf miljoen is dat tien procent van alle burgers.

Velen maken de gevaarlijke reis naar Europa, waarbij ze de burgeroorlog en mensensmokkelaars in Libië en de verraderlijke oversteek over de
Middellandse Zee trotseren: ze nemen bewust grote risico’s in de hoop ergens anders een beter leven te krijgen.

Dat is dan de ‘harmonie en sociale cohesie’ waar de school annex militair trainingskamp voor belooft te zorgen.

‘Voor de toekomst van Eritrea is het essentieel dat er een einde komt aan de hardvochtige dienstplicht voor onbepaalde tijd, dat militairen die zich schuldig hebben gemaakt aan geweld kort worden gehouden, en dat studenten zelf hun toekomst mogen bepalen,’ aldus Bader. ‘Wanneer mensen weer geloof krijgen in hun toekomst in Eritrea zullen ze minder geneigd zijn te vluchten.’ 

Auteur: Simon Allison

Mail & Guardian
Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

Dit artikel van Simon Allison verscheen eerder in Mail & Guardian.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.