• Yediot Aharonot
  • Politiek
  • Jordanië is een overlever

Jordanië is een overlever

Yediot Aharonot | Tel Aviv | Ros Kais | 22 juni 2016

Jordanië, dat dit jaar zijn zeventigjarige bestaan viert, is al vele malen bijna verdwenen. Een Israëlische journalist reist door een land dat bedreigd wordt door IS, en ambigue betrekkingen onderhoudt met de Joodse staat.

‘Kop op, je bent een Jordaniër,’ staat er op de reclameborden in Amman, de hoofdstad van een hasjemitisch koninkrijk dat zeventig jaar onafhankelijkheid viert. Hoe vaak heeft men in de loop van de bewogen geschiedenis van het land de grafrede ervoor uitgesproken? Toch is het koninkrijk er telkens weer in geslaagd te overleven en zijn hoofd boven water te houden.

Wanneer je Jordanië binnenkomt vanuit Beet She’an, in het noorden van Israël, beland je midden in de Syrische burgeroorlog aan de drievoudige grens tussen Israël, Jordanië en Syrië. Vanaf een uitkijkpost in een gesloten militaire zone zie je duidelijk de posities van de Syrische rebellen, die van het Israëlische leger op de Golanhoogvlakte en die van het Syrische regime.

Vijf decennia geleden streden Israël, Jordanië en Syrië om het kostbare bezit van de Jarmuk, een zijrivier van de Jordaan, die de grens vormt tussen de drie landen. Momenteel volgen het hasjemitische koninkrijk en de Hebreeuwse staat met argusogen wat zich afspeelt op het Syrische grondgebied.

Al in 1994, na de ondertekening van het vredesakkoord, had de Syrische president Hafez Al-Assad geprobeerd Jordanië te straffen door de ‘kranen’ dicht te draaien. ‘Stel je voor,’ zegt een Jordaanse officier tegen ons, ‘wat IS of andere extremistische groeperingen zouden doen als ze de Jarmuk nu in bezit zouden weten te krijgen.’

Jordanië is de kleinste economie van het Midden-Oosten

De toch al beperkte natuurlijke hulpbronnen van Jordanië (waaronder water) zijn steeds schaarser geworden. Honderdduizenden vluchtelingen uit Syrië en elders vormen een loodzware belasting voor de kleinste economie van het Midden-Oosten. De weerslag van de Arabische Lente en de oorlog in Syrië heeft Jordanië steeds afhankelijker gemaakt van de internationale gemeenschap en van sommige staten in het Midden-Oosten, waaronder Israël. Dankzij zijn revolutionaire waterontziltingstechniek heeft Israël de watertoevoer naar Jordanië aanzienlijk kunnen vergroten, zodat deze inmiddels ver uitstijgt boven de aanbevolen hoeveelheid in het Israëlisch-Jordaanse vredesakkoord van 1994.

Jordanië koestert de heimelijke wens om voor zijn energie minder afhankelijk te worden van de oliemonarchieën en in plaats daarvan verdragen te sluiten met Israël voor de levering van water en fossiele en niet-fossiele energie. Ondanks felle tegenstand in het Jordaanse parlement hebben de twee staten al een akkoord ondertekend voor de aanleg van een gaspijpleiding die weldra een deel van het gas dat Israël wint op het gigantische Tamarveld voor de kust van Israël en Libanon naar Jordanië door zal sluizen.

Als je de driehonderd kilometer lange grens tussen Israël en Jordanië volgt (de langste grens van Israël) word je geconfronteerd met de zeer grote uitdagingen waar het hasjemitische koninkrijk voor staat. Natuurlijk, bij helder weer kun je op sommige plekken duidelijk de Israëlische voertuigen aan de horizon zien en is de dekking van de Israëlische mobiele netwerken maximaal. Maar hoe verder je naar het zuiden rijdt over Route 65, des te duidelijker zie je de kloof die beide landen scheidt.

Zo’n zeshonderdduizend Jordaniërs leven op de oostelijke helling van de Jordaan, geconcentreerd in enkele agglomeraties die tot de armste van het land behoren. In het dal van de rivier werken enkele honderdduizenden Egyptische landbouwers en Syrische vluchtelingen. De slechte staat van de dorpen, wegen en afwateringsbassins herinnert eraan hoezeer de restauratie van het stroomgebied, dat sinds 1967 vrijwel verwaarloosd is, de economie zou kunnen aanjagen, om van de ecologische voordelen nog maar te zwijgen.

Markt in Amman. – © Thomas Imo / Getty
Markt in Amman. – © Thomas Imo / Getty

In deze grensgebieden schommelt het werkloosheidspercentage rond de veertig procent. Dat laat zich verklaren door de toestroom van (Syrische) vluchtelingen, onder wie veel universitair geschoolden. In beginsel biedt Amman meer kans op werk, maar de levensstandaard is er helaas te hoog. Daarom moet het dal investeerders trekken en voor stabiele werkgelegenheid zorgen.

Irbid is na hoofdstad Amman de tweede stad van Jordanië (1,7 miljoen inwoners). Afgelopen maart hebben de Jordaanse veiligheidsdienst en cellen van IS er uitzonderlijk heftige strijd geleverd. Nu wordt Irbid als ‘veilig’ beschouwd. De sterke aanwezigheid van de Jordaanse veiligheids- en inlichtingendiensten verklaart waarom het land tot nu toe aan de bloedige chaos heeft kunnen ontsnappen die in Syrië, Irak en Libië heerst.

Veel Jordaniërs benadrukken graag de ‘spontane’ samenwerking tussen de organen van de veiligheidsdienst en de burgermaatschappij, die onder meer bevorderd zou zijn door de gruwelijke dood van de Jordaanse jachtvlieger Muath Al-Kasasbeh. Nadat zijn toestel was neergehaald boven Raqqa, de hoofdstad van IS, sloot IS hem op in een kooi en werd hij publiekelijk verbrand.

Bijzondere aandacht

In de moderne en kosmopolitische hoofdstad Amman (4 miljoen inwoners) treden de Jordaniërs de toestroom van Syrische vluchtelingen op zijn minst met gemengde gevoelens tegemoet. Sommigen vinden het ‘niet normaal dat tienduizenden Syriërs van de internationale hulp profiteren om hun eigen bedrijfjes op te zetten zodat de prijzen de pan uit rijzen’. Volgens anderen, zoals de oude boekhandelaar wiens winkeltje trots de portretten toont van koning Abdoellah en koningin Rania (van Palestijnse afkomst), ‘is Jordanië altijd gastvrij geweest voor vluchtelingen, om te beginnen voor die uit Palestina’. Hij vertelt: ‘Mijn eigen grootouders waren Palestijnse vluchtelingen en ik vind het normaal dat de Jordaniërs, van wie velen uit Palestina afkomstig zijn, de Syriërs net zo behandelen.’

Ook de zuidelijke regio’s van het hasjemitische koninkrijk genieten bijzondere aandacht van de veiligheidsdiensten. Zoals de toeristische complexen bij de Dode Zee en de Rode Zee, dat wil zeggen de Israëlische grens. Deze twee regio’s trekken veel toeristen uit Europa en de oliemonarchieën in de Golf. Een plaatselijke militaire functionaris probeert ons een bijna idyllisch beeld van de situatie te schetsen: ‘Hier is – goddank – geen spanning, in tegenstelling tot wat je elders in het Midden-Oosten ziet. IS heeft hier moeite om mensen te werven, er zijn maar heel weinig extremisten. Natuurlijk staan sommige Jordaniërs achter IS, maar dat is toch ook zo in Israël?’

Voor de officier zijn de doorlaatposten bij de Jordaan het bewijs van de uitstekende betrekkingen tussen Israël en Jordanië

Voor deze officier zijn de doorlaatposten bij de Jordaan het bewijs van de uitstekende betrekkingen tussen Israël en Jordanië. ‘Als we geen goede samenwerkingsrelatie met Israël hadden gewild, zou het vredesakkoord van 1994 nooit getekend zijn. Zelfs degenen die tegen het akkoord waren erkennen tussen de regels door dat je rekening moet houden met bepaalde behoeften van Israël. Sommige buren van de Profeet – vrede zij met Hem – waren tenslotte Joden en ze deden zaken met elkaar. Wat is dus het verschil?’

Hoe aangenaam deze woorden Israëliërs ook in de oren klinken, de betrekkingen blijven complex en gebaseerd op stilzwijgende afspraken. Dit jaar viert Jordanië niet alleen zeventig jaar onafhankelijkheid, maar ook, en op een discretere manier, de honderdste verjaardag van de (hasjemitische) Arabische opstand tegen de Ottomaanse bezetter. Maar één herdenking, die door ieders gedachten speelt, ontbreekt op het appel: die van ‘zwarte september’ (1971), het bloedbad waarin in het hele noorden van Jordanië de Palestijnse organisaties tegenover de Jordaanse strijdkrachten kwamen te staan.

Je hoeft maar even door te vragen of de Jordaniërs nemen geen blad voor de mond en constateren dat de Palestijnse kwestie nog altijd actueel is. Dat lijkt vanzelfsprekend als je gesprekspartners Jordaniërs van Palestijnse origine zijn. Alleen zijn deze laatsten bepaald geen detail in de geschiedenis en het politieke leven van Jordanië. De (in tegendeel tot de recente vluchtelingen uit Syrië en Irak) voor het merendeel genaturaliseerde Palestijnen vertegenwoordigen iets meer dan de helft van de 6,6 miljoen Jordaanse burgers, terwijl ze de overgrote meerderheid vormen van de bevolking (en de midden- en hogere klasse) in de gouvernementsagglomeraties in het noorden en het centrum van het land (Irbid, Zarqa en Amman).

Gevaarlijkste boek ter wereld

De oude, van origine Palestijnse boekhandelaar in Amman, met zijn vriendelijke voorkomen, kan prat gaan op het bezit van de oudste boekwinkel van de hoofdstad, maar ook van soms heel recente uitgaven van Mein Kampf, de Protocollen van de wijzen van Sion en… de Talmoed (‘een van de gevaarlijkste boeken ter wereld’).

Als je daar de uiterst vijandige woorden aan het adres van Israël en de Joden bij optelt die worden uitgesproken in het Jordaanse parlement om ofwel aan de hasjemitische soevereiniteit op de Tempelberg te herinneren, ofwel aan de onvervreemdbare rechten van de Jordaniërs of de Palestijnen op de ‘westelijke rivieroever’, dan sta je algauw weer met beide benen op de grond. Hoewel ze geografisch en strategisch van elkaar afhankelijk zijn, blijven Jordanië en Israël gescheiden door een geestelijke kloof die geen enkel mobiel netwerk vooralsnog kan overbruggen.

Auteur: Roi Kais
Vertaler: Peter Bergsma

Yediot Aharonot
Israël | dagblad | 
oplage 300.000

Opgericht in 1939. Jarenlang de grootste krant van Israël. Neigt naar positieve berichtgeving over Kadima Tzipi Livni en is over het algemeen zeer kritisch ten opzichte van Benjamin Netanyahu.

Dit artikel van Ros Kais verscheen eerder in Yediot Aharonot.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.