• Mail & Guardian
  • Reader
  • Kapers op de kust

Kapers op de kust

Mail & Guardian | Tomi Oladipo | 06 februari 2020

De Golf van Guinee, voor de kust van West-Afrika, is waarschijnlijk ’s werelds gevaarlijkste zeeroute. Niemand weet dat beter dan tweede stuurman Boris Oyebanji, die in een twee weken durend avontuur werd overvallen en gegijzeld door piraten – om vervolgens zelf voor piraat te worden aangezien.

De kapitein van de zeesleper MV Charis, Gideon Osanebi, vaart al 35 jaar – langer dan zijn tweede stuurman, Boris Oyebanji, op de aardbol rondloopt. Op deze specifieke reis, van de haven van Onne in Zuid-Nigeria naar de haven van Luba in Equatoriaal-Guinea, was de 26-jarige Oyebanji verantwoordelijk voor de navigatie. Eenmaal daar zou de Charis terugvaren naar Nigeria met een binnenvaartschip met een lading olie op sleeptouw.

4 mei 2019

Hoewel dit traject door de Golf van Guinee geldt als ’s werelds gevaarlijkste zeeroute – volgens het International Maritime Bureau was de regio in de eerste negen maanden van 2019 goed voor 86 procent van de 49 scheepskapingen en 82 procent van de 70 gijzelingen die wereldwijd op zee plaatsvonden – voorzag de tienkoppige bemanning van de MV Charis geen problemen. Desalniettemin werden ze, zoals inmiddels standaardpraktijk is geworden, tot aan de zeegrens tussen Nigeria en Equatoriaal-Guinea begeleid door een marineschip. Vanaf dat punt stonden ze er alleen voor.

5 mei 2019, deel I

Omstreeks 01.30 uur voer de Charis de territoriale wateren van Equatoriaal-Guinea binnen. Oyebanji lag te slapen in zijn hut. Twee uur later werd hij wakker gebruld door een man die hem met een geweerkolf sloeg. ‘Waar is de kapitein? Waar is de kluis? Waar is het geld?’ De man droeg een masker en zwarte kleding, zag Oyebanji toen zijn ogen aan het donker waren gewend. Hij dwong Oyebanji naar de scheepsbrug te gaan, waar geen spoor was van de kapitein of de eerste stuurman – of wie er ook op de uitkijk had moeten staan. Oyebanji ging ervan uit dat ze zich in de wc-ruimte hadden verstopt. Er stonden meer gewapende mannen op de scheepsbrug, stuk voor stuk gehuld in het zwart. Piraten. Op zoek naar geld.

Ieder zeeschip moet zijn uitgerust met het mondiale nood- en veiligheidssysteem GMDSS waarmee tijdens noodsituaties hulp kan worden ingeroepen, maar voor Oyebanji was het geen optie om het systeem te activeren. ‘Ik was doodsbang,’ vertelt hij later. ‘Ik had veel over kapingen gelezen en hoe ze mensen afmaken. Dus ik volgde al hun bevelen op om mijn eigen hachje te redden. Ik peinsde er niet over om een noodsignaal uit te zenden.’ Het regende en de zee was ruw. De piraten droegen hem op de koers te verleggen naar São Tomé en Príncipe. Toen ze hun zoektocht naar geld opgaven, kondigden ze aan dat ze zouden vertrekken zoals ze waren gekomen: met hun speedboot. Maar voor Oyebanji was dit pas het begin van de ellende.

5 mei 2019, deel II

De piraten hadden een tweede doel op het oog: de MV Blue Marlin, een zwaar vrachtschip onder Maltese vlag dat zich iets meer dan drie zeemijl verderop bevond. Er was alleen één probleem: geen van hen kon zo’n groot schip besturen. Dus kreeg Oyebanji te horen dat hij mee moest. Een van de piraten duwde een loop tegen zijn slaap en zei: ‘Geen geintjes, anders jaag ik een kogel door je kop en gooi ik je overboord.’ Oyebanji besloot zich koest te houden maar wilde voor hij van boord ging nog één plannetje uitvoeren. Hij smeekte om nog even een reddingsvest te mogen halen. Dat mocht.

Hij rende naar de scheepsbrug en terwijl de piraten de speedboot klaarmaakten, vertelde hij Osanebi wat de piraten van plan waren. De kapitein en de crew hielden zich inderdaad in de toiletten schuil. Osanebi beloofde alarm te slaan zodra de piraten waren vertrokken. Oyebanji voegde zich bij de zwarte mannen op de speedboot, die koers zette naar de Blue Marlin. Onderweg voerden de piraten – het waren er zeven in totaal – rituelen uit die hij nog nooit had gezien en die een magisch effect op hen leken te hebben. ‘Ze begonnen met bezweringen,’ vertelt hij. ‘Ze zongen in een taal die ik niet kende.

Er was een soort afgodsbeeld aan boord, waar ze al zingend drankjes overheen goten.’ Nigeriaanse veiligheidsagenten die later berichten van de piraten onderschepten, stelden vast dat het om Ijo ging, dat in de Nigerdelta in Zuid-Nigeria wordt gesproken. Vermoedelijk maakte de groep deel uit van een piratensyndicaat uit die regio.

Toen de speedboot de Blue Marlin had bereikt, klommen de mannen met een meegebrachte ladder aan boord, waar ze onmiddellijk het vuur openden, hoewel de twintig bemanningsleden zich al in de citadel, een beveiligde ruimte, hadden verschanst. De piraten boorden een klein gat in de citadel en vuurden erdoorheen, maar niemand raakte gewond. Gefrustreerd dwongen de piraten Oyebanji om via de intercom een aankondiging te doen. ‘Bemanningsleden,’ sprak hij met bevende stem, ‘kom uit je schuilplaats of jullie gaan eraan als jullie worden gevonden.’ Er gebeurde niets. Hij herhaalde het bevel een aantal keer en vroeg de scheepscrew om al hun geld en waardevolle bezittingen in te leveren.

Ze gaven geen krimp. Daarop duwde de leider Oyebanji ruw opzij en blafte in de microfoon: ‘Kom tevoorschijn of we slachten jullie af, steken de boel in de fik en laten het schip zinken!’ Vervolgens gaf hij Oyebanji opdracht de koers te verleggen naar de Nigeriaanse havenstad Calabar, vlak bij de grens met Kameroen. Oyebanji kon het bevel niet opvolgen: de navigatieapparatuur was aan flarden geschoten, dus het was onmogelijk om de koers te bepalen. De piraten besloten te wachten tot de bemanning uit eigen beweging tevoorschijn zou komen. Maar zover kwam het niet.

5 mei 2019, deel III

Drie uur later hoorden ze het onmiskenbare geluid van naderende helikopters. De noodoproep van de Charis had de Equatoriaal-Guinese en Spaanse marine op de been gebracht. De Spanjaarden voerden in het kader van een NAVO-missie patrouilles en veiligheidsoperaties uit in het gebied. De piraten raakten in paniek. Ze namen de helikopters onder vuur en de helikopters schoten terug. De helikopters moesten uiteindelijk terugkeren omdat ze niet konden landen, en de piraten vluchtten.

Oyebanji bleef achter op het schip. Tijdens het vuurgevecht had hij zich uit de voeten gemaakt en zich in een schakelruimte onder aan een trap verscholen. Later kreeg hij te horen wat de piraten hadden gedaan. Ze keerden noodgedwongen terug naar de zeesleper omdat hun boot was lekgeschoten en water maakte. Ze dwongen kapitein Osanebi koers te zetten naar Calabar en repareerden in de tussentijd hun speedboot. Maar ook deze keer zat het ze niet mee: de Charis werd onderschept door een Equatoriaal-Guinees marineschip – waarop de piraten opnieuw vluchtten.

6 mei 2019

Op de Blue Marlin hield Oyebanji zich tot de vroege ochtend verborgen. In de ochtendschemer ontdekte hij een communicatiesysteem in de schakelruimte en hij probeerde contact te maken met de rest van het schip. De bemanning liet zich nog altijd niet zien. Zoals een woordvoerder van het Spaanse ministerie van Defensie later zou verklaren: ‘De scheepscrew wist niet of de criminelen het schip wel of niet hadden verlaten omdat ze al die tijd in de saferoom zaten.’

Al snel hoorde Oyebanji de malende wieken van een helikopter. Hij schoot in een rondslingerende oranje overall en rende naar het dek om al springend en zwaaiend de aandacht te trekken. ‘Ze moeten me hebben gezien want ze vlogen vrij laag,’ zegt hij. De helikopter cirkelde boven het vrachtschip, en vertrok weer. Oyebanji keerde terug naar de scheepsbrug om de coördinaten van het schip te bepalen. De radio, ontdekte hij, was nog intact. Op kanaal 16VHF, de frequentie voor maritieme noodoproepen, meldde hij: ‘Alle stations! Alle stations! Hier spreekt Boris Oyebanji, tweede stuurman van de MV Charis. Ik ben gisteren op mijn sleepboot gegijzeld door piraten en meegenomen naar de MV Blue Marlin.’ Hij gaf de coördinaten van het schip op en vroeg met klem om hulp. Hij herhaalde zijn oproep vijf keer.

“De crew wist niet of de criminelen het schip hadden verlaten omdat ze al die tijd in de saferoom zaten.”

Uiteindelijk reageerde een Spaans oorlogsschip. Ze wilden weten hoe hij op de Blue Marlin was beland, of de piraten nog aan boord waren en of hij iemand van de bemanning had gezien. Hij moest stand-by blijven, zeiden ze.

Al snel arriveerden er hulptroepen. Het Spaanse oorlogsschip Serviola leidde de reddingsoperatie, waarbij ook mariniers uit Equatoriaal-Guinea waren betrokken. Voordat de mariniers het schip bestormden, vuurde de Serviola drie waarschuwingsschoten af. In april hadden ze in dezelfde wateren met succes een Nigeriaans vrachtschip bevrijd, maar deze keer troffen ze geen piraten aan. De bemanning kwam ongedeerd tevoorschijn uit de citadel.

De Spaanse mariniers verlieten het schip in de middag; de vijf Equatoriaal-Guinese mariniers bleven aan boord totdat de Blue Marlin veilig naar Malabo, de hoofdstad van Equatoriaal-Guinea, was gesleept voor reparatie. Oyebanji zou door de Charis worden opgepikt. De bemanning dacht al die tijd dat de piraten hem hadden doodgeschoten, totdat ze die ochtend zijn noodoproep hadden gehoord. Oyebanji trok zijn oranje overall uit en stapte opgelucht aan boord van zijn eigen sleepboot. Maar daarmee was het avontuur nog niet ten einde.

7 mei 2019

De Charis voer onder geleide naar Malabo, waar ze om 02.00 uur de haven bereikte. De havenmeester beval niet aan te leggen maar in de haven voor anker te gaan en daar tot zonsopkomst te blijven. Osanebi belde met de eigenaren van de Charis, C & I Leasing, om ze op de hoogte te brengen van de situatie. Later in de ochtend kreeg hij opdracht van de havenmeester om het anker op te halen, de motor te starten en aan te leggen. Op de kade werden ze opgewacht door een grote delegatie van overheidsfunctionarissen en veiligheidsagenten, plus de pers. Twee marineofficieren eisten uitleg van de kapitein en de stuurman.

Door de taalbarrière – Equatoriaal-Guinea is een Spaanssprekend land, het enige in Afrika, terwijl de Nigeriaanse crew van de Charis Engels sprak – verliep de communicatie moeizaam, met grote verwarring tot gevolg. Uiteindelijk deelde een van de officieren Oyebanji een klap uit tegen zijn achterhoofd en gaf bevel de bemanning van de Charis te arresteren. Een luchtcommandant van een van de helikopters liep op de verbijsterde Oyebanji af en zei dat hij hem in een oranje overall op het dek van de Blue Marlin had zien zwaaien. ‘Waar is die overall gebleven?’ vroeg hij op hoge toon. Oyebanji antwoordde dat hij die op het schip had achtergelaten en dat hij hem alleen maar had aangedaan om de aandacht te trekken. Dat antwoord stond de commandant niet aan, of hij had het niet begrepen.

Beide partijen leken elkaar slecht te volgen. De namen van de tienkoppige bemanning werden genoteerd en de zeemannen werden voor het oog van de media naar een busje afgevoerd. De scheepscrew van de MV Charis kreeg de kaping van de Blue Marlin in de schoenen geschoven. De staatsradio zond een verklaring uit van de vicepresident van Equatoriaal-Guinea, Teodoro Nguema Obiang, die de strijdkrachten van zijn land prees voor de geslaagde reddingsactie en de arrestatie van de piraten. ‘Dankzij de snelle interventie van onze mariniers konden we de bemanning redden en de tien piraten, die vermoedelijk uit Nigeria komen, arresteren.’

Bron: International Maritime Bureau (IBM)
Bron: International Maritime Bureau (IBM)

Door de Spaanse betrokkenheid bij de reddingsactie werd het nieuws niet alleen door lokale media verspreid maar ook door Europese nieuwsbronnen. Het thuisland van de gearresteerde bemanning kreeg lucht van hun benarde situatie. Als kind had Oyebanji altijd soldaat willen worden of piloot, totdat hij zijn oom – een zeeman – een paar keer had bezocht. Inmiddels voer Oyebanji zes jaar op zee. Nu bevond hij zich in een onmogelijke situatie. ‘Ik begreep er niets van. Waarom sloten ze ons op? Wij waren ook slachtoffer!’ Hij dacht aan zijn familie. ‘Vooral aan mijn ouders. Ik ben hun enige zoon dus ik mag simpelweg niet op zee of in de gevangenis doodgaan.’ Met uitzondering van een ingenieur die de sleepboot moest besturen was de voltallige bemanning in één cel gegooid.

Achteraf vertelden de zeelieden dat ze vier dagen niets te eten of te drinken hadden gekregen. Maar er was één lichtpuntje: een van de matrozen had een mobiele telefoon die aan de aandacht van de veiligheidsagenten was ontsnapt. Hiermee belden ze met het thuisfront om te vertellen wat er was gebeurd, waarna een stroom aan Twitterberichten en telefoontjes naar het ministerie van Buitenlandse Zaken op gang kwam. Zelfs president Obiang, die op zijn Instagramaccount foto’s van zijn safari in Zuid-Afrika had gepost, werd bedolven onder reacties. Maar de timing voor diplomatische interventie was niet ideaal. De Equatoriaal-Guinese minister van Defensie, Antonio Mba Nguema, de broer van de president, was zojuist in Zuid-Afrika gestorven en het hele land was in rouw gedompeld. Overheidsinstellingen waren gesloten. En dus gingen er dagen voorbij.

Oyebanji bracht zijn 27ste verjaardag, op 18 mei, achter slot en grendel door. Er kwam pas schot in de zaak toen de Equatoriaal-Guinese korpschef het onderzoek op zich nam en de mannen met behulp van een tolk ondervroeg. De scheepsagent die contact had moeten leggen met de Charis bij aankomst in Malabo, leverde documenten aan waaruit bleek dat de gevangenen inderdaad zeelui waren en geen piraten. Zowel C & I Leasing als de Nigeriaanse ambassade stuurde medewerkers op pad.

21 mei 2019

Uiteindelijk werden Osanebi en Oyebanji door overheidsfunctionarissen ondervraagd. De twee mannen hadden het gevoel dat de tolk hun woorden verdraaide en een verkeerde voorstelling van zaken gaf, wat uitdraaide op een nieuwe ondervraging door de minister van Nationale Veiligheid, Nicolás Obama Nchama. Hij stuurde de mannen weer terug naar hun cel.

22 mei 2019

De volgende dag werden ze opnieuw ondervraagd. Osanebi en Oyebanji vertelden achteraf dat ze in het kantoor van de minister zaten toen er werd gebeld – door de president, bleek later – waarna de minister hen opdroeg onmiddellijk te vertrekken. ‘Zonder beveiliging ga ik nergens heen!’ riep Oyebanji uit. Terug in hun cel kregen ze bezoek van een Nigeriaanse militair attaché, die vertelde dat ze per direct op vrije voeten werden gesteld. Equatoriaal-Guinea was er eindelijk van overtuigd dat ze geen piraten waren. De attaché beloofde dat ze een veiligheidsescorte zouden meekrijgen. De bemanning besloot niet meteen dezelfde dag uit te varen omdat er eerst brandstof en voedsel moest worden ingeslagen. Ondertussen lag een Nigeriaans oorlogsschip, de NNS Burutu, hen bij de zeegrens tussen de beide landen al op te wachten. Toen de Charis niet kwam opdagen, keerde het fregat terug naar Nigeria.

“Ik begreep er niets van. Waarom sloten ze ons op? Wij waren ook slachtoffer!”

24 mei 2019

Om 9 uur ’s ochtends vertrok de Charis uit de haven van Malabo, onder geleide van een Equatoriaal-Guinees oorlogsschip. Op de zeegrens troffen ze de Burutu niet aan. De radiofrequentie van de Charis reikte niet verder dan 50 zeemijl. Ze stonden er weer alleen voor, in dezelfde wateren waar ze door piraten waren overvallen. Weinig van zins te moeten terugkeren, besloot Osanebi de terugtocht zonder escorte te wagen. Ze hadden al genoeg ellende in Equatoriaal-Guinea moeten doorstaan. In zijn lange carrière als zeevaarder had Osanebi vaker voor hete vuren gestaan, maar deze beproeving sloeg alles.

25 mei 2019

Om 08.05 uur voer de Charis de haven van Onne binnen. De bemanning slaakte een zucht van verlichting maar was tegelijkertijd bang dat de beschuldiging van piraterij hen zou blijven achtervolgen. ‘De kaping haalde zelfs het nieuws in Europa,’ zegt Oyebanji, die vreest dat hij hierdoor in de toekomst geen visa zal kunnen bemachtigen. ‘Het kan problemen opleveren als ik wil reizen.’ Hij voegt eraan toe dat er meer moet gebeuren om de Nigeriaanse territoriale wateren te beveiligen. ‘Zonder beveiliging ga ik echt niet meer varen.’

Auteur: Tomi Oladipo

Mail & Guardian
Zuid-Afrika | weekblad | oplage 26.000

Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk linksgeoriënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

Dit artikel van Tomi Oladipo verscheen eerder in Mail & Guardian.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.