• Esquire
  • Economie
  • Lagos: megastad permanent in wording

Lagos: megastad permanent in wording

De meerdere malen bekroonde schrijver Chimamanda woont tien jaar af en aan in Lagos. Iedereen klaagt over de ‘zich vooruithaastende’ megastad, maar niemand wil weg.

Lagos probeert je niet te behagen. De stad is wat ze is. Ik woon nu tien jaar parttime in Lagos en iedere keer als ik vanuit de VS terugkeer, hoor je me klagen. Het totale gebrek aan orde, het afmattende verkeer, de stroomstoringen. Maar wat ik er zo prettig aan vind, is dat niets in Lagos voor toeristen is gemaakt. Toerisme heeft zo z’n merites, maar het kan een stad – vooral een stad in ontwikkeling – in het keurslijf van een permanente vorm van dienstbaarheid dwingen: de gebreken worden met een buiging gepresenteerd en de inwoners veranderen hun grijze kanten in kleurrijke rekwisieten. In die zin heeft Lagos een zekere authenticiteit omdat ze zich niet mooier probeert voor te doen dan ze is. Of je haar wel of niet leuk vindt, laat de hoofdstad koud. Wat je in Lagos ziet, is wat Lagos werkelijk is.

En wat zie je? Een stad in een staat van constante verandering, een plek die permanent in wording is. In het nieuwe Lagos schieten de huizen op opgespoten eilanden als paddenstoelen uit de grond, in het oude Lagos moeten gebouwen het veld ruimen voor ambitieuze nieuwbouw. Een straat die je een half jaar geleden bezocht, ligt er nu weer anders bij. Soms zijn de verschillen minimaal – een nieuw winkeltje op de hoek –, soms kun je er niet omheen: gebouwen die zijn neergehaald, dichtgetimmerd of uitgebreid. Winkels komen en gaan. Vandaag een boetiek met een paspop in een strakke jurk, morgen een woonwinkel met protserige meubels in de etalage.

Het Eiland

Admirality Road is een en al verkeersdrukte, bruisend, optimistisch. Het is het zakelijk hart van Lekki, in het rijke deel van Lagos dat Het Eiland heet. Twintig jaar geleden was Lekki nog moerasland; inmiddels kosten huizen er miljoenen dollars. Het stadsdeel was voornamelijk als woonwijk bedoeld, maar nu hinkt het op twee benen, alsof het aan de ene kant de oprukkende commercie probeert tegen te gaan en zich aan de andere kant laat voorstaan op de almaar uitdijende hoeveelheid restaurants, nachtclubs en winkels. Ik woon in Lekki, maar niet in het duurste centrum, Fase 1. Mijn huis ligt verder weg, vlak bij de kantoorkolos van Chevron. Een bescheiden huis, voor lokale begrippen.

‘Over dertig jaar is het ondergelopen,’ merkte een Europese kennis, een diplomaat, jaren geleden droog op toen ik hem vertelde dat ik hier een huis liet bouwen. Hij haatte Lagos en sprak over Lagosianen met de wrevel van iemand die een hekel heeft aan de populaire kinderen op het schoolplein maar tegelijkertijd met ze bevriend wil zijn. Deels deelde ik zijn apocalyptische visie: hij refereerde aan een zekere achteloosheid in de stadsontwikkeling, ietwat roekeloos, zou je bijna kunnen zeggen. Lagos is op de toekomst gericht, het is een stad die zich vooruithaast en in die halsreikende onstuimigheid wordt langetermijnplanning of het hele concept van bestendigheid maar al te makkelijk opgeofferd. Of het vertrouwen van haar inwoners. Je vraagt je voortdurend af: wordt het allemaal wel goed uitgevoerd?

Voor Eko Atlantic City, het nieuwe, peperdure stuk land dat op de Atlantische Oceaan is veroverd en dat al grotendeels aan projectontwikkelaars is verkocht, staat een Dubai-achtige infrastructuur op stapel, maar bij mij overheerst scepsis. Ik kan maar niet loskomen van het beeld dat de oceaan op een dag haar deel terugeist. Voor mijn huis waren mysterieuze bouwtechnieken vereist, zandophoging en afvlakking, om eventueel wegzinken tegen te gaan. En mijn familieleden gingen voortdurend langs om te checken hoe het ging. Als je een huis bouwt moet je je gezicht laten zien, anders wordt de betegeling afgeraffeld en laat de algehele afwerking te wensen over. In Lagos, een stad die vooruitdendert, luidt het motto: met grote stappen snel thuis.

Lagos heeft naar schatting 23,5 miljoen inwoners. Ik zeg ‘naar schatting’ omdat er al decennialang geen volkstelling is geweest. Inwonersaantallen bepalen hoeveel geld de provincies van de staat ontvangen, waardoor officiële tellingen altijd een politiek karakter krijgen en in twijfel worden getrokken. Lagos zal in de komende tien jaar naar verwachting uitgroeien tot een van ’s werelds megasteden, een term waarvan het welhaast triomfantelijk klinkende voorvoegsel de chaos van overbevolking verbloemt. Nigeria is het dichtstbevolkte land van Afrika – een op de vijf Afrikanen is Nigeriaan – en Lagos is ’s lands commerciële en culturele centrum, dé plek waar dromen uitkomen of uiteenspatten. En dus blijven de mensen toestromen. Uit andere delen van het land, uit andere West-Afrikaanse landen, uit alle hoeken van het continent stromen ze toe.

‘Mensen maken vrienden terwijl ze in de rij staan, bij banken, luchthavens of bushaltes, ze vinden elkaar in flauwe grappen en gedeelde klachten.’ © Dami Akinbode / Unsplash
‘Mensen maken vrienden terwijl ze in de rij staan, bij banken, luchthavens of bushaltes, ze vinden elkaar in flauwe grappen en gedeelde klachten.’ © Dami Akinbode / Unsplash

Geschoolde werknemers komen uit ver gelegen landen zoals Zuid-Afrika, en minder geschoolde werknemers komen meestal uit de buurlanden.

Mijn portier, Abdul, die al zes jaar voor me werkt, is een jonge, knappe moslim uit Niger, onze noordelijke buur. In zijn geboortedorp geldt Nigeria als het beloofde land. Hij hunkerde ernaar hier te mogen werken. Om in Lagos te wonen en twee keer per jaar thuis te komen, aanbeden door de rest. Nigeria is voor Afrikanen wat de Verenigde Staten voor Latijns-Amerikanen is. Het domineert de culturele verbeelding en wordt met een mengeling van bewondering, affectie, afgunst en wantrouwen bekeken. En het beste van de hedendaagse cultuur – muziek, film, mode, literatuur, kunst – is op een of andere manier met Lagos verbonden.

Als Lagos een thema zou hebben zou dat het hosselen zijn, het streven en najagen. De arbeidersklasse doet het onmogelijke om een inkomen bij elkaar te schrapen. De middenklasse klust bij. De bankier naait kleren. De data-analist verkoopt luiers. De onderwijzer geeft bijles. De commercie heerst. Ondernemende inwoners kalken hun advertenties op muren: ‘Bel voor een betaalbare generator.’ ‘Ik koop afgekeurde accu’s op.’ ‘Wasvrouw nodig?’ Misschien worden grote bedrijven daarom niet met die ‘gezonde’ argwaan bekeken die je zo vaak in het Westen ziet.

‘Branding’ is hier een woord waar geen enkele ironie aan kleeft, mensen gebruiken het zelfs voor zichzelf. ‘Ik wil een groot merk worden,’ hoor je jongeren hier zonder gêne zeggen. Grote bedrijven adopteren openbare scholen en knappen die op, ze delen ontwormingspillen uit in arme gebieden, ze loven prijzen uit aan journalisten. Zelfs de spaarzame stukjes stadsgroen worden ingelijfd: een prachtige strook struikgewas wordt ontsierd door het logo van een of andere bank of telecombedrijf dat het onderhoud betaalt.

‘We danken God’

Dit is een stad van vervagende grenzen. Religie en commercie gaan hand in hand. In Lagos wonen moslims, maar de stad is, zoals heel zuidelijk Nigeria, overwegend christelijk. Als je langs een fonkelnieuw, modern gebouw rijdt, heb je grote kans dat het een bank of een kerk is. Enorme reclameborden prijzen kerkdiensten aan met foto’s van goedgeklede predikanten, en op zondagen is de stad zo verkeersvrij als maar mogelijk is, omdat de inwoners na de ochtenddienst van hun zondagsrust genieten. De Pinkstergemeente is razend populair, voor directievergaderingen wordt er gebeden en ‘We danken God’ is de gebruikelijke reactie op een compliment of op de simpele vraag: ‘Hoe gaat het?’

Deze christelijkheid is selectief conservatief: er wordt weggekeken bij corruptie op overheidsniveau, er wordt gepronkt met ‘gezegende’ rijkdom en afkeurend gereageerd op sociaal progressieve normen. Vrouwen moeten zich onderwerpen. Hiërarchieën zijn belangrijk. God wil dat je rijk bent.

Maar het geloof verbindt de Lagosianen ook: mensen die bij dezelfde kerk horen vormen surrogaatfamilies, gezamenlijk wonen ze groots opgezette avonddiensten bij, die meeslepender zijn dan muziekconcerten en waar beschaafde mannen en glamoureuze vrouwen tot diep in de nacht lofzangen zingen en ’s ochtends weer naar hun goedbetaalde banen in de wolkenkrabbers op Het Eiland gaan.

In Lagos doet etniciteit wel en niet ter zake. Lagos is van oorsprong Yorubaland, en Yoruba wordt alom gesproken, maar de stad is tevens het polyglottische centrum van Nigeria, en de droomzoekers die hier uit alle windhoeken zijn neergestreken communiceren in de officiële spreektaal Engels en het onofficiële pidgin-Engels. Sommige gebieden staan als etnisch bekend: de Hausa-wijk waar arbeiders uit het islamitische noorden wonen, of de stadsdelen met de enorme markten die worden gerund door de etnische groep waartoe ik behoor, de zuidoostelijke Igbo, maar ze zijn geen van alle welvarend. Hoe meer geld, hoe minder glans etniciteit heeft.

Lagos, 21 miljoen inwoners
Lagos, 21 miljoen inwoners

Mijn nicht woont in een lageremiddenklasse wijk, dichtbevolkt met Igbo-handelaren. Toen ik een keer naar haar onderweg was en in het verkeer vast kwam te zitten, drukte een straatventer zijn pakjes kauwgum tegen het raam. ‘Let op uw tas,’ zei Gabriel, die al tien jaar mijn chauffeur is. Een simpele reminder. Snel schoof ik mijn tas van de achterbank en onder de stoel. Mijn nicht was op weg van haar werk naar huis beroofd. Iemand had een pistool tegen haar slaap gedrukt en haar tas en telefoon weggegrist.

De automobilisten naast haar waren stapvoets blijven doorrijden, stug voor zich uit kijkend. Nu ligt er op de terugweg steevast een neptas en een neptelefoon op de bijrijdersstoel, want berovers pikken alleenreizende vrouwen eruit, en als ze niets te geven heeft, schieten ze haar misschien dood. Mijn zwager is ook niet ver van hier beroofd. Op een zonnige dag reed hij in de middagfile met de ramen open toen iemand iets schreeuwde. Iets over zijn auto. Hij wierp een blik naar buiten en in die fractie van een seconde gleed een hand door het andere raampje naar binnen – en weg was zijn telefoon. Hij vertelde dit later met een verslagenheid waar een zweem van bewondering in doorklonk.

Hij, een echte Lagosiaan die al veertig jaar in de stad woonde en het klappen van de zweep kende, was er toch ingeluisd. Hij was ten prooi gevallen aan de geslepenheid van de dieven. In Lagos wonen betekent constant op je hoede zijn. Je gaat ervan uit dat je wordt opgelicht, en het komt erop aan dat te vermijden, dat je er niet intuint. Lagosianen spreken hier met een zekere trots over, alsof hun overleving een bewijs is van hun onbuigzame kracht, want Lagos is Lagos. De stad heeft niet de tamme beminnelijkheid van Accra. Ze is niet als Nairobi, waar bloemen aan het langzaam rijdende verkeer worden verkocht.

In andere delen van Lagos, vooral in de welvarende delen van Het Eiland, zou ik mijn handtas nooit uit het zicht halen, omdat ik me daar veilig waan. Veiligheid is hier status. Lagos is een stad van enclaves: ommuurde groepen huizen die stuk voor stuk ook weer ommuurd zijn, met een centrale ingang en een beveiliging waaraan valt af te lezen hoe geprivilegieerd de bewoners zijn. De minder bemiddelde enclaves sluiten ’s nachts hun poorten, om gewapende inbrekers buiten de deur te houden. Nachtclubbezoekers die hier wonen, weten dat ze pas om vijf uur kunnen terugkeren, wanneer de poorten weer opengaan. Rijke enclaves hebben een indrukwekkende beveiliging bij de ingang: je parkeert je auto en wacht tot de bewaker degene die je wilt bezoeken heeft gebeld, of je krijgt een bezoekerskaart ter identificatie uitgereikt, of je moet je kofferbak openmaken, of een kordate bewaker loopt met een spiegel om je auto om te checken of er geen bom onder bevestigd is.

In een stad als Mumbai, die net zo complex is als Lagos, is het in één oogopslag duidelijk wanneer je je in een rijke wijk bevindt, maar in Lagos is het verwarrend. Villa’s staan als boeddha’s achter hoge muren, terwijl de straten vol zitten met kuilen en in het regenseizoen half onderlopen, en op straathoeken staan krakkemikkige kioskjes waar chauffeurs hun lunch halen. Rijke enclaves stralen nog altijd iets onafs uit. Naast een perfect vormgegeven compound met sierlijke hekken kan een leeg stuk land liggen, waanzinnig duur, maar overwoekerd door onkruid en gras.

Twintig jaar geleden was Lekki nog moerasland; inmiddels kosten huizen er miljoenen dollars

Ik woon in Lekki en droom van het oude Ikoyi. Daar woonden de Britse koloniale bestuurders vanaf de jaren twintig, een tijd van milde apartheid waarin Afrikanen er niet konden wonen, niet naar het ‘witte’ ziekenhuis mochten en niet in aanmerking kwamen voor de beter betaalde banen.

Vandaag de dag heeft het oude Ikoyi die weerbarstige, onmiskenbare schoonheid die kenmerkend is voor de verontrustende erfenis van aangedaan onrecht. Met haar lommerrijke tuinen en overhellende bomen herinnert de wijk me aan mijn kindertijd in de kleine universiteitsstad Nsukka, acht uur rijden van Lagos: stil, vredig, vergeven van de frangipanibomen, de muren bedekt met paarse bougainville. En dus mijmer ik vaak over een woning in het oude Ikoyi, en betreur ik haar langzame teloorgang. Stijlvolle villa’s gaan tegen de vlakte voor appartementencomplexen en grote woningen met onbedoeld barokke façades. ‘Pas op voor Lagos’ werd mij als kind aan de andere kant van Nigeria vaak voorgehouden. Lagos zou de stad zijn van leeghoofden en huichelaars, daar waren talloze glansrijke, mythische voorbeelden van.

Verhalen die in verschillende versies werden opgedist, met hun karakters uit diverse etnische groepen en steeds wisselende details: de innemende man die in een Range Rover rondrijdt terwijl hij geen cent te makken heeft en bij vrienden op de bank slaapt; de mooie vrouw die als een geslaagde zakenvrouw rondparadeert maar in werkelijkheid een oplichter van de bovenste plank is. En geef ze eens ongelijk, die zorgvuldig opgepoetste mannen en vrouwen die zichzelf opnieuw hebben uitgevonden. Hier telt je presentatie. In Lagos kun je je vrijwel overal naar binnen praten als je je rol goed speelt en in de juiste auto rijdt. Bij veel enclaves zwaaien de bewakers de poorten open als het nieuwste model van een bepaald automerk voorrijdt, de verplichte vragenlijst is in één klap vergeten.

Maar kom met een oude Toyota aanzetten en je mag ruiken aan hun nietige macht. Snobisme is hier onsubtiel. Westerse designerlogo’s zijn onder de elite zo gewoon dat stijljournalisten over Gucci en Chanel schrijven alsof jan en alleman ze zich kunnen veroorloven. Toch is stijl democratisch. Jonge vrouwen uit de arbeidersklasse zijn het origineelst: ze shoppen op markten waar hopen tweedehandskleren onder paraplu’s op de grond liggen uitgespreid en vissen daar de perfecte skinny jeans uit, de juiste flaterende jurken. Jonge mannen uit de arbeidersklasse kunnen er ook wat van, met hun keurig in de broek gestopte langemouwenshirts, hun perfecte traditionele tunieken en bijpassende broeken. En zo intimideert Lagos met haar materialisme, haar bravoure, haar prachtige inwoners.

Energie

Een jonge vrouw vertelde me ooit dat toen ze overwoog mee te doen aan de Nigeriaanse missverkiezing, ze het niet probeerde in Lagos, ook al woonde ze daar. ‘Te veel mooie babes in Lagos,’ zei ze. En dus ging ze naar Enugu, haar geboorteplaats, waar ze hogere ogen dacht te gooien.

Jonge mensen klagen over de datingscene. Niemand is eerlijk, zeggen ze. Mannen en vrouwen acteren. Iedereen wil alleen maar het allerbeste, het allermooiste. ‘Waarom kies je er dan voor om in Lagos te wonen?’ vroeg ik eens aan een jonge vrouw. Telkens wanneer ik dat aan een klagende jongere vraag, kijken ze me aan alsof ik gek ben, alsof het vanzelf spreekt dat ze hier nooit weg zouden gaan. Iedereen klaagt over Lagos, maar niemand wil weg. En waarom ik hier woon? Waarom ik mijn huis bijvoorbeeld niet in Enugu heb laten bouwen, een gemoedelijke, schone, aantrekkelijke stad in het zuidoosten, vlak bij waar ik ben opgegroeid?

Het is cliché om te spreken over de ‘energie’ van Lagos, en het kan klinken alsof je met het oog op alle infrastructurele problemen in de verdediging schiet. Maar Lagos heeft nu eenmaal een kwaliteit waar ‘energie’ de beste beschrijving voor is. Dynamisme. De afwezigheid van fletsheid. Het hangt in de benauwende, klamme lucht: het talent, de vindingrijkheid, de bruisende veelheid van alles, het zelfvertrouwen van een stad die weet dat ze ertoe doet. De enige echt functionerende Nigeriaanse haven is in Lagos, en zakenmensen uit het hele land moeten hun goederen via deze haven importeren. Het Nigeriaanse zakenleven zetelt in Lagos; niet alleen de banken, de telecombedrijven, oliebedrijven en de reclamebureaus maar ook de opkomende creatieve industrie. Kunstgalerieën houden regelmatig exposities met werk van de beste Nigeriaanse kunstenaars. Fashion Week vindt in Lagos plaats. De cultuurproductie draagt bij aan de onmiskenbaar coole uitstraling van de hoofdstad.

Er zijn een paar conventionele toeristische attracties. Het laatste staartje van de Braziliaanse architectuur in de oudste delen van de stad, huizen gebouwd door voormalige slaven die vanaf 1830 druppelsgewijs terugkeerden en zich in Lagos vestigden. De Lekki-markt, waar prachtige beeldhouwwerken en decoratieve objecten tussen de kitsch staan, en waar verkopers het soort Engels spreken dat is gereserveerd voor toeristen.

Het Nationaal Museum met de bloemenpracht voor de deur en binnen die heerlijke uitbundigheid. Het Lekki Conservation Centre, een klein natuurreservaat met weelderig groen en een aantal kleine dieren. De eerste keer dat ik er met een vriendin heen ging, vroeg ik aan de kassadame wat we konden verwachten. ‘Geen leeuwen en olifanten,’ zei ze schalks. De hoogtepunten zijn de schitterende vogels en de apen, plus de pure verrassing van zo’n groene parel midden in de stad. De nabijgelegen stranden zijn smerig en overvol maar de stranden die je met een speedboot kunt bereiken zijn schoon, bezaaid met strandhuisjes en met palmbomen afgezoomd.
Ambulante verkopers proberen op straat hun handel te slijten, ondanks het verbod op illegale straatverkoop. – © Adekunle Ajayi/Zuma Press
Ambulante verkopers proberen op straat hun handel te slijten, ondanks het verbod op illegale straatverkoop. – © Adekunle Ajayi/Zuma Press

De restaurants in Lagos zijn in handen van de Libanese ‘maffia’, vertelde een vriend me ooit, half grappend. Nigeria kent een grote Libanese gemeenschap. Ze trouwen onderling, en ik bespeur bij sommige Libanese werkgevers een ongeëvenaarde minachting voor hun Nigeriaanse staf, maar ze zijn hier stevig geworteld. Het zijn Libanese Nigerianen. Ze bezitten veel restaurants en met de alomtegenwoordige shoarma drukken ze hun stempel op de stad. Jongeren spreken af in een shoarmatent. Kinderen vragen om shoarma als traktatie.

Er zijn natuurlijk ook Nigeriaanse restaurants. De ketens met simpele, niet verkeerde maaltijden, de franjeloze restaurants uit het middensegment die de eenpansgerechten serveren die je zelf thuis op tafel zet en de chique restaurants die gebukt gaan onder hun eigen pretenties. Er zijn hippe winkeltjes die vooral gericht zijn op een nieuwe Nigeriaanse stam, de repatrianten: jonge mensen die na een studie in de VS of Europa met nieuwe ideeën zijn teruggekeerd, en die bijvoorbeeld opmerken hoe bijzonder ‘handgemaakte’ spullen zijn, alsof handgemaakt niet de Nigeriaanse norm is. Ze vertegenwoordigen een nieuwe, geglobaliseerde Nigeriaan, woonachtig in Nigeria maar wereldwijs.

Het zijn de stadsbewoners die me het meeste fascineren. Voor een schrijver bestaat er geen betere stad om mensen te observeren. Op zondagen, als het verkeer niet overal vaststaat, laat ik me graag rondrijden, gewoon op de bonnefooi, en geef ik mijn ogen de kost. Langs bushaltes waar groepen mensen met oortjes in staan te wachten. Een straatmarkt met kleurrijke bh’s wapperend aan een balkon, kruiwagens vol wortels, een tafel waarop pruiken liggen uitgestald. Hoge stapels grote, sappige meloenen. Straatventers die uien verkopen, eieren of brood. In straten met goten vol groen slijkwater waarin lege blikjes en plastic zakken drijven, mijmer ik over een schone stad.

Fotomodellen dragen de ontwerpen van Ejiro Amos Tafiri tijdens Lagos Fashion en Design Week. – © HH
Fotomodellen dragen de ontwerpen van Ejiro Amos Tafiri tijdens Lagos Fashion en Design Week. – © HH

Overal in Lagos zie je leuzen. ‘Dit huis is niet te koop’ is de meest voorkomende, op muren gekalkt, een waarschuwing voor degenen die ten prooi zouden kunnen vallen aan gewetenloze makelaars. Vlak bij een moskee, waar een gehoofddoekte modieuze jonge vrouw in jeans langsloopt, staat met groene letters: ‘De hoofdimam van Lagos zegt: hier niet parkeren.’ Vanaf een brug kijk ik neer op met ontbloot bovenlijf vissende mannen in gammele kano’s. De tweedehandsboeken die op lage tafeltjes liggen uitgespreid hebben omkrullende hoeken. Exemplaren van Het grote wiskundeboek naast Hoe je vrienden maakt en mensen beïnvloedt. Tijdens deze ritjes denk ik eraan hoe snel in Lagos gevechten en vriendschappen ontstaan. Een gele minibus is op een ander gebotst en beide chauffeurs springen naar buiten om met elkaar op de vuist te gaan.

Mensen maken vrienden terwijl ze in de rij staan, bij banken, luchthavens of bushaltes, ze vinden elkaar in flauwe grappen en gedeelde klachten. ’s Avonds zijn hele stadsdelen door stroomuitval in duisternis gehuld, terwijl andere juist in het licht baden. Maar zowel in de donkere als in de lichte delen zie je de belofte van deze stad: dat je je familie zult vinden, bij wie je thuishoort. Dat er ergens in Lagos een plek voor je is.

Auteur: Chimamanda Ngozi Adichie

Chimamanda Ngozi Adichie is een gelauwerde auteur wiens Ted-talk ‘We should all be feminists’ in 2012 meer dan 3 miljoen keer werd bekeken op YouTube. Ngozi Adichie’s goed beargumenteerde en met humor doorspekte pleidooi voor de gelijkheid van de seksen werd gebruikt door Beyonce in haar nummer Flawless.

Esquire
Verenigde Staten | maandblad | oplage 759.00

​​Een Amerikaans mannenblad dat werd opgericht in 1933, het blad floreerde tijdens de crisis van de jaren 30 met bijdrages van Ernest Hemingway en F. Scott Fitzgerald.

Dit artikel van Chimamanda Ngozi Adichie verscheen eerder in Esquire.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.