• Animal Político
  • Amerika’s
  • Latijns-Amerika snakt naar échte democratie
">

Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

© Guillermo Legaria / Getty
Animal Político | Mexico-City | Yanina Nemirovsky | 21 april 2021

In vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen verzet de bevolking zich tegen ongelijke verdeling van welvaart en macht. Een op het oog kleine maatregel kan een massa op de been brengen.

DOSSIER DE STRAAT OP

Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

Dit artikel verscheen eerder in nummer 171, december 2019.

Latijns-Amerika is het zat. Zo zat dat het bloed van de demonstranten ervan door hun aderen kolkt en de straten in de steden ervan zinderen. Zat zijn ze het, omdat er al sinds het begin van deze eeuw institutioneel noch economisch iets aan de problemen is gedaan. Nul komma nul. Daarom gaan de mensen – met name in Uruguay, Bolivia, Chili, Ecuador en Haïti – weer de straat op om te laten zien hoe zat ze het nog steeds zijn, en om de discussie aan te zwengelen over de structurele problemen van de maatschappij, die door hun regeringen worden verdoezeld, uit de weg gegaan en gerelativeerd.

In 2001 gingen in Argentinië miljoenen burgers de straat op om te protesteren tegen de economische en sociale crisis onder de leuze ‘Dat ze allemaal oprotten!’ In 2011 demonstreerden duizenden studenten in Chili voor meer toegang tot het hoger onderwijs. In 2013 kwam de Braziliaanse bevolking in opstand tegen de verhoging van de tarieven in het openbaar vervoer en de verspilling van miljoenen dollars aan de voorzieningen voor het wereldkampioenschap voetbal. Maar tot nog toe zijn de regeringsleiders erin geslaagd de diffuse macht van het protest te neutraliseren, door middel van beloften die uiteindelijk niet worden nagekomen of door hervormingen die niet meer dan pleisters op de wonden zijn, of anders door pure onderdrukking.

De onvrede onder de bevolking uit zich op zichtbare wijze – demonstraties – en op onzichtbare wijze – in 2010 gaf 30 procent van de bevolking nog aan tevreden te zijn over de economie, terwijl dat cijfer in 2018 was gezakt naar 16 procent; over diezelfde periode zakte de tevredenheid over de democratie van 61 procent naar 48 procent. De paradox is: de landen die in 2018 het meest tevreden waren over hun economie, Chili en Ecuador (30 procent), zijn uitgerekend de landen waar de meeste demonstraties tegen de ongelijkheid werden gehouden – de grief was dat de economische ontwikkeling uitsluitend ten goede komt aan een klein deel van de bevolking.

Woede

In Haïti eisen demonstranten al maanden het aftreden van een president die geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor de grote armoede in het land en die geen weerwoord heeft op de aantijgingen van corruptie. Honduras maakt een ernstige politieke crisis door, en ook daar eisen de demonstranten het aftreden van de president, die wordt verdacht van banden met de georganiseerde criminaliteit. Ecuador beleefde woelige dagen na een verhoging van de brandstofprijzen. De opstand, waarbij ten minste zeven doden vielen, brak uit nadat de regering een akkoord had gesloten met het Internationaal Monetair Fonds. In Bolivia is een politieke crisis uitgebroken omdat er werd getwijfeld aan de geldigheid van de verkiezingen.

Al die conflicten komen voort uit de specifieke omstandigheden in de individuele landen, maar allemaal draaien ze om dezelfde onderliggende thema’s: ontevredenheid met en wantrouwen tegen de regering, concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid, waardoor de structurele ongelijkheid en de sociale uitsluiting worden versterkt.

Van begin deze eeuw tot 2015 is de regio er qua economische groei en kwaliteit van leven op vooruitgegaan. De indicatoren voor sociale inclusiviteit in de gezondheidszorg, het onderwijs en de infrastructuur zijn significant verbeterd, evenals de indicatoren voor werk en inkomen. Veel factoren hebben aan deze vooruitgang bijgedragen, en die verschillen van land tot land; maar fundamenteel hebben ze te maken met overheidsmaatregelen om de ongelijkheid terug te dringen en met een periode van economische groei die het gevolg was van een stijging van de grondstofprijzen op de internationale markt.

De landen in Latijns-Amerika zijn weliswaar verschillend, maar wat ze gemeen hebben is dat in de afgelopen jaren de armoede in de hele regio is toegenomen. In een rapport van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL) uit 2019, getiteld Economische perspectieven van Latijns-Amerika, staat dat de armoede tussen 2015 en 2018 in de hele regio met 1,7 procentpunt is gestegen en de extreme armoede met 2,5 procentpunt. Dat wil zeggen dat drie op de tien personen in de regio onder de armoedegrens leven en een op de tien in extreme armoede.

Na dagen van protesten en een golf van geweld in Chili heeft president Sebastián Piñera de maatregel ingetrokken die de aanleiding vormde voor het conflict: de prijsverhoging van een metrokaartje met 30 peso (ongeveer 4 eurocent). Hij dacht misschien dat daarmee de protesten zouden ophouden, zoals enkele weken eerder in Ecuador was gebeurd, toen president Lenín Moreno het decreet had ingetrokken waarmee de subsidie op fossiele brandstoffen werd afgeschaft. Maar dat gebeurde niet. Integendeel: de protesten namen toe. Op straat hadden de mensen een simpele leuze voor de politieke klasse die er blijkbaar niets van begreep: ‘Het zijn geen 30 peso, het zijn 30 jaar’.

Die simpele leuze drukt uit hoezeer de bevolking de ongelijkheid zat is. Latijns-Amerika is de meest ongelijke regio ter wereld, niet alleen in termen van inkomen, maar ook in termen van toegang tot het recht. Het economisch herstel (met een terugval in 2015) bracht wel een verbetering van het armoedepercentage, maar zorgde niet voor structurele veranderingen. De mensen die de armoede zijn ontstegen vormen een kwetsbare opkomende middenklasse wier positie onzeker is en die, omdat ze niet kunnen sparen of zelfs tot over hun oren in de schulden zitten, constant het gevaar lopen opnieuw in armoede te vervallen.

Volgens het eerder geciteerde rapport van de CEPAL uit 2019 bevindt 40 procent van de bevolking in de hele regio zich in deze situatie, met slecht betaald, laaggeschoold werk en weinig of helemaal geen sociaal vangnet. De vooruitgang stagneert, omdat alles structureel bij het oude blijft.

Voor de ongelijkheid zijn weliswaar meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de wortels ervan reiken diep in het productiesysteem van de hele regio. De productie in Latijns-Amerika kent weinig diversificatie en is zeer ongelijksoortig, met een concentratie van 50 procent van het laaggeschoold werk in de kwetsbare sectoren die onder de macro-economische groeicijfers blijven. Bovendien steunt de economie historisch op de winning van grondstoffen. Die afhankelijkheid heeft op alle fronten negatieve gevolgen: de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio’s in de wereld is uitzonderlijk laag en er is geen enkel perspectief op duurzaamheid. Bovendien brengt de winning van grond-stoffen zowel de natuur als de samenleving onherstelbare schade toe.

Maar het zijn niet alleen materiële factoren die de ongelijkheid veroorzaken. Het koloniale verleden heeft de regio met een culturele erfenis van privileges opgezadeld die een tweede natuur is geworden. In de collectieve verbeelding heeft zich het idee vastgezet dat sommige mensen rechten hebben en andere niet. Zo heeft een inheems meisje op het platteland veel meer kans op een leven in armoede, zonder toegang tot schoon drinkwater of goed onderwijs, dan een jongetje uit de grote stad. En het zijn niet alleen sociaal-economische factoren die de rechten van het individu bepalen, maar ook parameters als het geslacht, de etniciteit en de geografie. Gelijkheid in de zin van volledige aanspraak op alle mensenrechten, ongeacht de omstandigheden, is voor Latijns-Amerika een stip op een zeer verre horizon.

Maar de cultuur van privileges betekent niet dat de ongelijkheid zomaar passief wordt geaccepteerd. Integendeel: dat is de soep waarin de sociale opstand gaar kookt. Ongelijkheid is om te beginnen al een hinderpaal voor sociale integratie. De scherpe scheiding tussen de maatschappelijke klassen komt op velerlei niveaus tot uiting: van de segregatie in de stad in het onderwijs en de huisvesting tot aan de levensverwachting toe.

Naarmate de economie groeit, worden grote delen van de samenleving in de marge gedrukt, en dat roept spanningen op, vooral als de mensen zien dat de privileges berusten op overgeërfde posities, of op vriendjespolitiek of regelrechte corruptie. Dat ondergraaft de legitimiteit van de instituties en genereert onbehagen en maatschappelijke instabiliteit die uiteindelijk leiden tot massale protesten.

Uitsluiting

Als we kwesties onder de loep nemen, zoals de gezondheidszorg, de voedselvoorziening, de toegang tot schoon drinkwater, huisvesting en vast werk, zien we duidelijk de realiteit van het dagelijks leven achter de macro-economische variabelen. Zo is de toegang tot schoon drinkwater, een voorziening die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2010 werd erkend als een van de rechten van de mens, lang niet altijd gegarandeerd.

40% van de Latijns-Amerikanen loopt het risico om in armoede te vervallen door onzeker werk en gebrek aan een sociaal vangnet.

In 2015 beschikte 65 procent van de Latijns-Amerikanen over een betrouwbare watervoorziening en was slechts 22 procent aangesloten op riolering. Vooral de plattelandsbevolking heeft van dit gebrek te lijden. Aan de andere kant leeft een kwart van de bevolking in de stedelijke gebieden in armoedige omstandigheden. En ten slotte zijn er, volgens een rapport van de Inter-nationale Arbeidsorganisatie, in de regio 140 miljoen mensen zonder vast werk. Dat is de helft van de werkzame bevolking.

De statistieken over de hele regio laten de omvang van de uitsluiting zien, en de nationale en lokale cijfers brengen de ongelijkheid aan het licht. Beide tonen de realiteit van een regio die, ondanks alle vooruitgang, nog steeds moeite heeft de structuren te ontmantelen die verhinderen dat de hele bevolking in staat wordt gesteld haar volledige sociale, politieke, economische en culturele rechten uit te oefenen.

Privéonderwijs

In 2011 gingen in heel Chili studenten de straat op om te demonstreren voor openbaar en inclusief onderwijs. Die protesten brachten aan het licht hoe exclusief het hoger onderwijs is, hoe het alleen toegankelijk is voor een klein segment van de bevolking dat het kan betalen, terwijl de rest zich diep in de schulden moet steken om te kunnen studeren. Maar tegelijk barstte daarmee de discussie los over de maatschappelijke ongelijkheid en de toegang tot basisvoorzieningen als zorg en onderwijs. Binnen het huidige model, dat is gebaseerd op accumulatie van macht, rijkdom en prestige, leidt een systeem van privéonderwijs onherroepelijk tot een consolidatie van de ongelijkheid, die bovendien nog wordt gerechtvaardigd door een cultuur van privileges.

In alle landen van Latijns-Amerika vind je privéscholen en privé-universiteiten, en wat openbaar onderwijs wordt genoemd is in feite staats-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen van de staat hebben een hoog niveau en genieten veel aanzien, maar voor vele geldt dat ook niet, en de kwaliteitskloof in het onderwijs, tussen en binnen landen, is nog steeds erg groot. Daarom spreken we van staatsonderwijs in plaats van openbaar onderwijs, want een openbare voorziening dient voor iedereen dezelfde kwaliteit te hebben en op dezelfde wijze bij te dragen aan de waardigheid van de burger.

De helft van de werkzame bevolking in Latijns-Amerika zit zonder vast werk

Bernardo Toro, een Colombiaanse filosoof en lid van de Fundación Avina, een ngo die zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika, zegt dat ‘wanneer het onderwijs van verschillende kwaliteit is, het niet leidt tot de ontplooiing maar tot de afbrokkeling van de maatschappij’.

In Latijns-Amerika zal een proces van integratie pas mogelijk zijn als er wordt afgerekend met een situatie waarin sommigen beter onderwijs krijgen dan anderen. Dat impliceert dat de bijl aan de wortel van het systeem moet worden gezet om gelijke kansen voor iedereen te creëren, en dat betekent ingrijpen in alle sectoren van de samenleving: gezondheidszorg, vervoer, veiligheid en openbare ruimte. Om de ongelijkheid te verminderen moeten er meer openbare voorzieningen komen en dat vereist een transitie naar een nieuw model dat, in tegenstelling tot het huidige, zorg voorop stelt en alle lagen van de bevolking en alle nationale staten achter hetzelfde doel verenigt: het creëren van voorwaarden om iedereen een waardig leven te gunnen.

Bezet de politiek

De instelling van nieuwe democratische instituties en de versterking en uitbouw van hun sociale en politieke bevoegdheden zullen ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen verschuiven en er meer ruimte komt voor participatie in alle geledingen van de democratie. Een voorbeeld is de consolidatie van politieke actiegroepen zoals Ocupar la Política [Bezet de Politiek] in Brazilië, Mexico en Colombia, die niet alleen politiek en beleidsmatig aan de knoppen willen draaien, maar ook bereid zijn actie te ondernemen voor de invulling en implementatie van hervormingen in het democratisch bestel. Die nieuwe actiegroepen bieden een platform voor andere stemmen en andere segmenten van de bevolking die traditioneel werden buitengesloten van de macht.  

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.