• Hakai Magazine
  • Reader
  • Leer uit chumzalm en amoerkarper

Leer uit chumzalm en amoerkarper

Hakai Magazine | Victoria | 10 juni 2020

Een van de verloren ambachten die de modewereld heeft teruggehaald, is het looien van vissenhuid om er kleren van te maken. Het materiaal is net zo stevig als leer en kan tegen water. Een Canadese journalist ging langs bij ambachtslieden en ontwerpers die werken aan de comeback van dit duurzame en diervriendelijke materiaal.

Tracy Williams laat een plastic snijplank neerploffen op de eettafel in haar huis in North Vancouver, in Brits-Columbia. Haar vriendin Janey Chang heeft alles klaargelegd wat we nodig hebben: lepels, schelpen, een steen en kleine ziplockzakjes met halfbevroren vis. Williams zegt iets in het Squamish en vertaalt het dan voor me: ‘Jullie kunnen vissenhuid gaan bewerken.’

Chang haalt een dubbelgevouwen zalmhuid uit een van de zakjes en strijkt hem glad op tafel. ‘Aan de slag,’ zegt ze, en ze laat zien hoe je met de rand van de steen het vlees van de huid schraapt. De schubben aan de andere kant van de huid moeten er ook aan geloven. Bij de huid van een blauwrugzalm laten die makkelijk los als je van de kop naar de staart schraapt. ‘Alsof je een kat aait, maar dan van achter naar voren,’ zegt Chang. De huid moet schoon zijn, anders gaat hij rotten of neemt hij de looizuren die hem in leer veranderen onvoldoende op.

Verloren ambacht

Williams en Chang behoren tot een klein maar groeiend aantal mensen die de kunst hebben herontdekt van het vervaardigen van leer uit vissenhuid, en ik heb ze bereid gevonden mij te leren hoe dat moet. De twee kunstenaars zijn de afgelopen twee jaar bezig geweest het ambacht te leren en het terug te vertalen naar hun eigen culturele achtergrond.

Williams, die deel uitmaakt van de Squamish – haar Squamish-naam luidt Sesemiya – onderzoekt het maken van visleer vanuit haar inheemse achtergrond. Chang, een docent ancestrale vaardigheden aan een Squamish-school, die inmiddels ook in andere delen van Brits-Columbia lesgeeft in het looien van vissenhuid, legt een verbinding met haar Chinese afkomst.

Vroeger kwam visleer in veel culturen voor. Het was een soort voorloper van gore-tex. Tegenwoordig maakt het materiaal een comeback. Visleer heeft inmiddels ook zijn intrede gedaan in de modewereld; de afgelopen jaren heeft het materiaal de aandacht getrokken van ontwerpers die het willen gebruiken binnen het luxesegment. En ook andere ondernemers, met hart voor het milieu, laten zich inspireren door traditionele looitechnieken in hun zoektocht naar alternatieve, duurzame manieren om leer te maken. De revival van dit ambacht biedt mogelijkheden om oude ideeën die nog altijd een rol spelen in het moderne bestaan weer onder de aandacht te brengen.

Kolonialisme en assimilatie

Voor de opkomst van fabrieksmatig vervaardigde materialen looiden of droogden inheemse volkeren overal ter wereld vissenhuiden om er kleren van te maken. Het materiaal is stevig en kan tegen water, en het was van essentieel belang om te kunnen overleven. In Japan maakten de Aino schoenen van zalmhuid, die ze met touw om hun voeten bonden. Aan de oevers van de Amoer in Noordoost-China en Siberië gebruikten de Hezhen en de Nivch het materiaal om jassen en draad van te maken. In het noorden van Canada maakten de Inuit er kleren van. En in Alaska leefden verschillende volken, zoals de Alutiiq, de Athabascan en de Joepik, die vissenhuid gebruikten voor schoenen, wanten, zakken en jassen. In de winter gingen de Joepik-mannen nooit van huis zonder hun qasperrluk – een ruimvallende parka van visleer met capuchon. In noodgevallen kon die ook onderdak bieden. Dan werd de capuchon omhoog gehouden door een ijspriem en werden de randen vastgezet, waardoor er een soort tent ontstond.

Al was het materiaal nog zo praktisch en ruim voorhanden, in de twintigste eeuw werd er steeds minder visleer gemaakt. Die ontwikkeling hing samen met kolonialisme en assimilatie. In 1899 werd in Japan de zogeheten Hokkaido Former Aborigines Protection Act aangenomen, die de assimilatie van de Aino binnen de Japanse samenleving moest reguleren. De Aino moesten afscheid nemen van hun traditionele manier van leven, die onder meer bestond uit vissen, jagen en verzamelen. In Alaska werden de inheemse volken eerst gedwongen tot slavenarbeid door Russische pelsjagers en later onderworpen aan Amerikaans beleid dat erop was gericht hun traditionele manier van leven uit te bannen. Handgemaakte kleding van visleer maakte plaats voor rubberlaarzen en fabrieksmatig geproduceerde regenjassen. Naarmate het visleer van het toneel verdween, verdween ook de kennis over het procedé.

Schoenen van visleer werden gezien als armeluisschoenen

In Brits-Columbia is er over de geschiedenis van het materiaal minder duidelijkheid. Aan het eind van de negentiende eeuw tekende de etnograaf James Teit op hoe het materiaal werd gebruikt in de zuidelijke binnenlanden: sommige leden van de Nlaka’pamux maakten schoenen van de huid van de chumzalm en een deel van het St’át’imc-volk maakte sandalen van vissenhuid, waarbij de zolen regelmatig werden ingesmeerd met hars van dennenbomen vermengd met zand of aarde, om ze dikker en steviger te maken. Meer naar het noorden maakten de Tsilhqot’in tassen van visleer. De voorwerpen uit andere culturen zijn goeddeels verdwenen, zo ze er al geweest zijn. In archeologische zin wordt visleer niet goed geconserveerd, waardoor we maar weinig weten van het gebruik ervan op het platteland, aldus Brian Hayden, emeritus hoogleraar Archeologie aan de Simon Fraser-universiteit in Brits-Columbia.

Armeluisleer

Visleer speelde geen rol in Williams’ jeugd en zij heeft ook nog geen duidelijke aanwijzingen gevonden dat haar Squamish-voorouders met vissenhuid werkten, al vermoed ze dat het gewoon nergens is vastgelegd. Het kan ook zijn dat de geschiedenis van het materiaal over het hoofd is gezien, of is vergeten, door de reputatie van visleer. Binnen Williams’ schoonfamilie, deel van het Lílwat-volk uit de binnenlanden, herinnert men zich wel schoenen van vissenhuid, maar aanvankelijk waren ze huiverig om daar met haar over te praten. Schoenen van visleer werden gezien als armeluisschoenen. In Alaska werden de parka’s van visleer soms ‘armeluisregenjassen’ genoemd, omdat zelfs ongeschoolde jagers meestal nog wel in staat waren vis te vangen.

Williams en Chang stortten zich zonder enige terughoudendheid op het visleer. Ze hoorden voor het eerst van dit materiaal op een bijeenkomst over traditionele ambachten in de Amerikaanse staat Washington. De twee kennen elkaar zo’n twintig jaar en ze delen een belangstelling voor het leven van de natuur. Op de bijeenkomst in Washington volgden ze samen een workshop zalmhuid looien. ‘Ik was meteen verkocht,’ zegt Williams.

Sindsdien heeft ze er steeds meer over geleerd, door allerlei informatie uit boeken te halen, het internet af te struinen, met andere looiers te praten en thuis te experimenteren met verschillende werkwijzen. Chang en zij hebben geprobeerd te looien met koffie, met zwarte thee, en zelfs met een mengsel van ei en olie. Ook experimenteerde Chang met de bast van de elzenboom en wijn. Hoewel ze niet altijd samen looien, raadplegen Williams en Chang elkaar geregeld. Het meeste hebben ze met vallen en opstaan geleerd, zeggen ze. Bij hun eerste pogingen met koffie werd de huid bros; door rode wijn zwol hij op. Williams heeft geprobeerd te looien met urine, een techniek die van oudsher werd gebruikt in inheemse gemeenschappen in Alaska. Ze betaalde de zoon van Chang een dollar voor elke volle pot – maar de huid viel uit elkaar toen hij werd ondergedompeld in het vocht.

Ondanks de mislukkingen waren er ook successen. Williams appliqueerde stukken visleer op rendierschoenen die ze had gemaakt. Chang maakte buidels met afwisselend stukken visleer en hertenvel, en een portemonnee van met boombast en olie gelooid visleer. Zwaar bevochten successen, waarbij in elke afzonderlijke huid jaren van experimenteren en vele uren werk zijn gaan zitten.

Soepel

Op een zaterdagochtend ga ik langs bij Aurora Skala in Saanich, een stad op Vancouver Island in Brits-Columbia, om me te verdiepen in de stap die volgt op het schrapen en het looien: het soepel maken. Skala, een antropoloog die zich bezighoudt met taalrevitalisering, maakt in haar vrije tijd graag visleer. Als ik bij haar thuis kom, ligt er een zalmhuid uitgespreid op het aanrecht – gelooid in een aftreksel van eikels, een troebel bruin vocht. De huid is klaar om bewerkt te worden.

Skala doopt haar vingers in zonnebloemolie en smeert die uit over haar handen, waarna ze de olie in de vissenhuid masseert. De huid ruikt slechts heel licht naar vis; de geur doet denken aan zout en rook, al is de huid gezouten noch gerookt. ‘Als je hier eenmaal aan bent begonnen, moet je door,’ zegt ze. Als de huid niet grondig wordt behandeld, verhardt hij tijdens het opdrogen.

Het kost zo’n vier uur om het leer soepel te maken met olie, zegt Skala. Ze trekt de huid strak tussen haar handen, rekt hem naar alle kanten op om de vezels los te maken en masseert er telkens kleine beetjes olie in. Ze zal de huid ook op andere oppervlakken spannen om hem extra soepel te maken. Later zal ze de huid mee naar buiten nemen en hem heen en weer halen over een metalen kabel die aan een telefoonmast is gespannen. Ze heeft een gestaag tempo, rustig en rustgevend. Vroeger was het maken van visleer vermoedelijk een van de vele huishoudelijke klusjes die van doen hadden met het verzamelen en het verwerken van voedsel of vezels, zegt ze. De huid is klaar als hij zacht is en geen olie meer opneemt.

Experimentele archeologie

Skala’s belangstelling voor visleer is net zozeer wetenschappelijk als kunstzinnig van aard, zegt ze; hoe meer ze over het procedé aan de weet komt, des te meer waardering ze krijgt voor de inventiviteit en het aanpassingsvermogen van de gemeenschappen van weleer. Ze beschouwt haar werk als een informele vorm van experimentele archeologie, een onderzoeksgebied dat zich ook richt op het opnieuw vervaardigen van oude gereedschappen en het beter begrijpen hoe die werden gemaakt en toegepast.

Er valt veel te leren over oude gebruiken door het zelf te doen. In Alaska heeft men door een vergelijkbare instelling veel inzicht verkregen in objecten van visleer in museale collecties. In de negentiende eeuw waren conservatoren van musea vooral bezig met het verzamelen van artefacten en verdiepten ze zich er minder in hoe die artefacten waren gemaakt, zegt Aron Crowell, hoofd van het Arctic Studies Center van de Smithsonian Institution in Anchorage. Destijds was men er in brede kring van overtuigd dat inheemse culturen bezig waren uit te sterven en probeerden conservatoren vooral zo veel mogelijk materiaal te behouden. Maar musea beschikken meestal over maar weinig documentatie over hun objecten van visleer.

Om de lacunes in kennis op te vullen en om jonge kunstenaars de gelegenheid te bieden iets te leren, organiseerde het Arctic Studies Center in 2012 een vijfdaagse workshop waar ambachtslieden van de Joepik, de Sugpiaq en de Koyukon Athabascan een demonstratie gaven van het volledige procedé van de vervaardiging van visleren objecten.

Museummedewerkers kregen zo een beter inzicht in de mogelijkheden om visleer te conserveren. Ze leerden bijvoorbeeld ook dat een bepaalde steek in combinatie met op een speciale manier gevouwen zomen waterafstotend is, maar niet waterdicht, zoals ze aanvankelijk hadden gedacht. Dit onderscheid, zegt Crowell, verschaft een beter inzicht in het vakmanschap.

Visleerkunstenaars

De uitwisseling van informatie werkt twee kanten op. Visleerkunstenaars hebben op hun beurt de museale collecties bestudeerd om de traditionele technieken nog beter onder de knie te krijgen en in ere te herstellen. Het is geweldig om weer een verbinding te leggen tussen enerzijds de museale collecties en anderzijds de kunstenaars en de gemeenschappen, zegt Crowell. Maar het maakt ook duidelijk hoeveel kennis er verloren is gegaan. ‘Ik heb soms een beetje het idee dat we het wiel opnieuw aan het uitvinden zijn,’ zegt Skala. Desondanks is het van belang om het vakmanschap te herontdekken – het geeft een inkijkje in het verleden en het kan een culturele opleving in de hand werken. Ook biedt het kansen op zakelijk vlak.

In een openbare bibliotheek in Vancouver wijst Tasha Nathanson op een paar kastanjebruine veterschoenen van visleer, in een glazen vitrine. ‘Ik heb ze dag in, dag uit gedragen, van 1 januari tot 30 juni,’ zegt ze. De schoenen en een aantal andere objecten van visleer, zoals een buideltje met kralen en een portemonnee voor kleingeld, maken deel uit van een tentoonstelling die de stad heeft georganiseerd om het werk van lokale kunstenaars voor het voetlicht te brengen.

Wereldwijd wordt er bijna 150 miljoen ton vis gegeten; dat komt neer op zo’n 6 miljoen ton vissenhuid

Nathansons schoenen hebben een schubbige textuur, die doet denken aan slangenhuid, en op de hiel zit een stuk leer dat in de vorm van een vissenstaart is gesneden. De voormalige schooldecaan, die ondernemer is geworden, maakte ze in 2018 als showmodel voor haar bedrijfje in visleer en visleren schoenen, 7 Leagues Leather genaamd. Ze wil een schoen maken die iedereen aanspreekt, zoals die van Converse of Blundstone. Als het aanslaat, zal ze deel uitmaken van een groeiende trend in de mode-industrie.

Tot nog toe maken de grote namen in het luxere segment maar mondjesmaat gebruik van visleer. Naar verluidt experimenteert Nike met hardloopschoenen van baarsleer en een Duits bedrijf dat auto’s afwerkt heeft onlangs een BMW voorzien van een interieur van zalmleer. Elisa Palomino, een modeontwerper en pedagoog uit Londen, merkt op dat ook Prada, Christian Dior, Louis Vuitton, John Galliano en Puma visleer hebben gebruikt voor hun kleren, schoenen en tassen.

Duurzaamheid

De commerciële belangstelling voor visleer is deels het gevolg van het feit dat de consument steeds meer oog krijgt voor de milieutechnische en ethische kanten van de mondiale productieketen van leer. De afgelopen jaren is vooral het gebruik van slangen- en krokodillenhuid onder vuur komen te liggen. In 2018 stopte Chanel met het gebruik van reptielenleer, nadat dierenrechtenactivisten de wrede behandeling aan de kaak hadden gesteld van reptielen die worden gefokt of afgeschoten vanwege hun huid. De moderne looi-industrie is bovendien zeer schadelijk voor het milieu en voor lokale gemeenschappen. Voor de productie van conventioneel leer wordt veel gebruikgemaakt van sterke chemicaliën zoals chroomzouten, die leiden tot ademhalingsproblemen en hardnekkige zweren bij de leerlooiers. Leerlooierijen dumpen hun afval vaak in lokale watersystemen, waardoor het drinkwater verontreinigd raakt en vissen en planten sterven.

Het maken van visleer is een veel subtieler proces dan het maken van conventioneel leer, zegt Nathanson. Er zijn veel minder sterke chemicaliën voor nodig; als er plantaardige tannines worden gebruikt, hoeven er helemaal geen zware chemicaliën aan te pas te komen. ‘Dit,’ zegt ze, terwijl ze een stukje met bast gelooide huid omhoog houdt, ‘is vissenhuid, water, zout en bomen,’ plus een beetje bijenwas en olie.

Verschillende initiatieven en bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan, spannen zich momenteel in om de opkomende visleerindustrie een duwtje in de rug te geven. FishSkin is een overkoepelend onderzoeksproject van de Europese Unie dat modeontwerpers, wetenschappers, museumconservatoren en ambachtslieden bijeenbrengt. Het organiseert trainingen en netwerkevenementen om nieuwe manieren te onderzoeken om op duurzame wijze visleer te vervaardigen en om het gebruik ervan te promoten binnen de kledingindustrie. Op vergelijkbare wijze promoot de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties visleer in het zogeheten Blue Growth-initiatief, een programma dat is gericht op duurzaam en efficiënt gebruik van alles wat we uit zee halen. De FAO was in 2018 een van de organisatoren van een modeshow in Nairobi, waar kledingstukken werden getoond die waren getooid met stukken lokaal vervaardigd Nijlbaarsleer.

Bijproduct

Vissenhuid is een bijproduct van de voedselindustrie dat vaak wordt verkwist, zegt Palomino, die 25 jaar lang werkte voor luxemerken als John Galliano en Christian Dior, en nu is betrokken bij het FishSkin-project. Elke ton gefileerde vis levert zo’n 40 kilo huid op. Die huid wordt meestal vermalen tot dierenvoer of mest, op vuilstortplaatsen gedumpt of weer in zee gegooid. Wereldwijd werd er in 2015 bijna 150 miljoen ton vis gegeten; dat komt neer op zo’n 6 miljoen ton vissenhuid.

Nathanson kwam voor het eerst in aanraking met visleer via een groep natuurkunstenaars uit Vancouver, en ze zag meteen commerciële kansen. Haar streven is om een markt te creëren voor visleer en om schoenen te maken van duurzaam gewonnen, lokaal geproduceerd materiaal. Haar bedrijf begint op kleine schaal – denk eerder aan boetieks dan aan massaproductie. Ze hoopt eind 2020 haar leer klaar te hebben voor de verkoop en in 2021 de eerste schoenen te kunnen leveren.

Visleer is dun maar opmerkelijk stevig, omdat de vezels kruisen. Nadat Nathanson haar schoenen een half jaar lang dag in, dag uit had gedragen, constateerde ze tot haar genoegen dat de enige problemen het stiksel betroffen – de draad was gebroken – en dat het leer zelf geen enkel mankement vertoonde. Inmiddels werkt ze met een schoenenontwerper en een patroonontwerper aan drie nieuwe prototypen.

De industrie staat nog in de kinderschoenen en dat brengt natuurlijk de nodige uitdagingen met zich mee. Sommige mensen hebben moeite met het idee iets van vissenhuid te dragen. Ook de prijs kan mensen afschrikken – die van visleer kan oplopen tot 516 Canadese dollar [440 euro] per vierkante meter, ongeveer drieënhalf keer zoveel als die van runderleer, omdat het op veel kleinere schaal wordt vervaardigd. De belangrijkste leveranciers van visleer zijn bovendien vaak gevestigd in landen waar de lonen hoog zijn, zoals Atlantic Leather in IJsland en Nanai in Duitsland.

En hoewel er in de voedselindustrie vele tonnen aan vissenhuid worden verkwist, kan het lastig zijn om eraan te komen. De meeste vis wordt op de huid verkocht, aldus Nathanson. Voor haar eerste paar schoenen gebruikte ze huid die afkomstig was van een lokale rokerij. De volgende uitdaging is het verkrijgen van kwalitatief hoogwaardige plantaardige tannine; alle voorbewerkte plantaardige tanninepoeders die ze heeft kunnen vinden worden geïmporteerd, meestal uit Zuid-Amerika. Nu haar bedrijf groeit, wil ze tannine gaan gebruiken die is gewonnen uit afvalproducten van een plaatselijke ciderboer en uit overgebleven bast van houtvesterijen.

Voorouders

Tot nog toe heeft Nathanson veel positieve reacties gekregen op haar plannen. De houtsector en de lokale visfabrieken lijken er wel belangstelling voor te hebben om iets te doen met ingrediënten die nu verloren gaan, zegt ze. En toen ze op haar visleren schoenen door Vancouver liep, bogen onbekenden geïntrigeerd voorover om ze eens goed te bekijken. Het materiaal spreekt tot de verbeelding van de plaatselijke bevolking, zegt ze. ‘Het komt van hier.’ In een tijd van ernstige milieuproblematiek is er veel voor te zeggen om lokale producten ten volle te benutten.

Bij Williams thuis, in Vancouver, schraap ik de laatste schubben van de zalmhuid. Op de achtergrond hoor ik de televisie, waarnaar twee van Williams kinderen, van vijftien en acht, samen met Williams zus en haar nicht zitten te kijken. De heropleving van visleer is vooral ook de herontdekking van een ambacht. Op een traditionele manier met je handen werken is een van de vele wegen die we kunnen bewandelen om weer in contact te komen met onze voorouders, zegt Chang. Volgens Williams biedt het maken van visleer de inheemse volken een kans om op een zinvolle manier weer in contact te komen met hun eigen culturele erfgoed. Maar iedereen kan baat hebben bij het maken van visleer, zegt ze. Het zorgt ervoor dat we ons weer meer verbonden voelen met het land en het water, zegt ze. Elke vaardigheid die ons leert een stapje terug te doen in dit jachtige bestaan, onze omgeving meer te respecteren, is van waarde.

Als ik klaar ben met schrapen, zegt Williams dat ik de huid mee naar huis moet nemen om hem daar zelf te looien en soepel te maken. Ze stopt de huid in een plastic tas en geeft me die. Ik stop de tas in mijn rugzak, enigszins onzeker over mijn kwaliteiten als looier. Visleer maken gaat met vallen en opstaan, zegt Williams. ‘Je moet het blijven proberen.’ Er valt altijd meer te leren over het ambacht en over de lessen die eruit zijn te trekken.

Chloe Williams

Hakai Magazine
Canada | website | hakaimagazine.com

Wetenschap, maatschappij en milieu, met extra aandacht voor de zeeën. Het tijdschrift is onderdeel van de Tula Foundation en het Hakai Institute. De naam is geïnspireerd op Hakai Lúxvbálís Conservancy, een groot beschermd gebied aan de westkust van Canada.

Dit artikel van verscheen eerder in Hakai Magazine.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.