• Novi Magazin
  • Cultuur
  • Marina Abramovic, terug in moederland Servië

Marina Abramovic, terug in moederland Servië

Novi Magazin | 29 oktober 2019

Servië heeft het de beroemde performancekunstenares Marina Abramovic nooit vergeven dat ze een wereldster is geworden. Biedt de recente overzichtstentoonstelling in Belgrado wellicht een kans op verzoening?

Hier valt niets aan toe te voegen, alles staat erin, dacht ik, toen ik deze spotprent zag van Corax [pseudoniem van de beroemde Servische tekenaar Predrag Koraksic] in het dagblad Danas, aan de vooravond van het retrospectief in het museum voor hedendaagse kunst van Belgrado. Marina Abramovic tegenover een ezel die getooid is met een traditionele Servische hoed. De twee kijken elkaar aan, maar slagen er niet in werkelijk contact te leggen of te komen tot een ‘overdracht van energie’, een van de elementen waar het volgens Marina in de kunst om gaat.

In haar performance ‘Confession’ (2010), waar de tekening van Corax naar verwijst, praat ze vertrouwelijk tegen het dier (zonder hoed). De cartoon stelt de vraag die op ieders lippen zweeft: ‘Biedt de expositie The Cleaner [‘De schoonmaakster’, de naam van een recente performance van de kunstenares], aan Servië, en ook aan Marina Abramovic, de kans om de nare dingen van het verleden achter zich te laten en eindelijk weer tot elkaar te komen?

De band tussen de Servische kunstwereld en Marina Abramovic [die in 1946 in het voormalige Joegoslavië is geboren in de stad Belgrado] is bijzonder complex, volgens Nebosja Milenkovic, kunsthistorica en conservator van het museum voor hedendaagse kunst van de Noord-Servische provincie Voïvodine. ‘Die kunstwereld heeft Marina nooit vergeven voor haar succes, om te beginnen financieel, vervolgens ook in de media. Men is haar altijd blijven verwijten dat ze het busje waarin ze samenwoonde en -werkte met Ulay [haar partner en compagnon van 1976 tot 1988] heeft verlaten om een wereldster te worden in de kunst, met alle roem en privileges die daarbij horen,’ legt Milenkovic uit.

© Getty
© Getty

‘In een patriarchaal macholand als Servië zijn neoavant-gardistische kunststromingen veroordeeld tot een kwijnend bestaan in de marge van de samenleving en van de kunst. Het succes van Marina plaatst hier vraagtekens bij en laat zien dat het probleem niet bij onze avant-garde ligt, maar bij de samenleving, die achterloopt.’

Milenkovic vertelt dat het in Servië ‘bon ton is om Marina te verketteren, vandaar dat men telkens weer teruggrijpt naar die metafoor van de ezel om de charismatische kunstenares neer te halen. Spugen op het succes van anderen is hier een nationale sport geworden, populairder dan basketbal of voetbal. Gelukkig woont Marina ver weg (in de Verenigde Staten) en raakt het haar niet echt.’

Evengoed blijft Marina een kind van het land waar ze vandaan komt en dat beïnvloedt haar werk al haar hele carrière. Ze heeft een hele mythologie om zich heen opgebouwd, op basis van haar biografie en historische feiten, om aan de verwachtingen van de media en markten in het Westen te beantwoorden. Zo heeft ze hun het sprookje gegeven van een getormenteerde kunstenares, dubbel slachtoffer van het communistische systeem: aangevallen door haar eigen familie (die tot de partijelite behoorde), met name door haar moeder, maar ook mikpunt van het staatsapparaat, dat alles zou hebben gedaan om haar het werken onmogelijk te maken. Toen ze voor het eerst in de ‘vrije wereld’ kwam (eind jaren zeventig van de vorige eeuw) kreeg Marina eindelijk het succes waar ze van droomde, en dat ze ook verdiende.

‘Art Must Be Beautiful, Artist Must Be Beautiful’ (1975). – © Marina Abramovic
‘Art Must Be Beautiful, Artist Must Be Beautiful’ (1975). – © Marina Abramovic

Men heeft Marina haar verandering van artistieke koers nooit vergeven: dat ze van radicaal avant-gardiste een grote ster in de conceptuele kunst werd. ‘Je moet misschien toegeven dat er op zijn minst twee Marina’s zijn geweest: de avant-gardistische kunstenares van de jaren zeventig en tachtig, en die kunstenares die nu zo beroemd is,’ zegt Milenkovic, die hoopt dat de beide Marina’s op het retrospectief in Belgrado aanwezig zullen zijn.

In haar ogen is het mediacircus rond de expositie bepaald te ver gegaan. ‘Wat er ook wordt beweerd, de Servische premier, Ana Brnabic, heeft op geen enkele manier de hand gehad in het succes van Marina (ook al was zij degene die erop heeft aangedrongen dat de expositie, die ze in Stockholm had gezien, naar Belgrado kwam en heeft ze voor die gelegenheid een hoeveelheid geld vrijgemaakt waarover veel discussie ontstond). Het is ook niet speciaal iets om trots op te zijn dat de kosten van deze expositie (naar schatting 660.000 euro) hoger zijn dan het jaarlijkse budget van het Museum voor Hedendaagse Kunst,’ merkt Milenkovic op.

Publieke opinie

Volgens haar zetten wederzijds onbegrip en frustratie de band tussen Marina en haar geboorteland voortdurend onder druk. ‘Denk alleen maar aan de pijnlijke weigering van het Servisch-Montenegrijnse paviljoen om ruimte te bieden aan haar performance “Balkan Baroque” tijdens de Biënnale van Venetië in 1997. [Die uiteindelijk in het internationale paviljoen te zien was en de kunstenares een Gouden Leeuw opleverde. Voor die performance zat Marina vier dagen lang op een bloederige berg runderbotten die ze probeerde schoon te borstelen, terwijl ze ondertussen populaire liedjes uit het voormalige Joegoslavië zong, als protest tegen de oorlog die in haar land woedde.]

Dus is er voor de politiek geen reden om zich op de borst te slaan. Zeker niet nu een deel van het politieke spectrum vindt dat Marina met het geld dat in haar expositie is geïnvesteerd door de staat wordt ingelijfd, of zelfs dat ze zich verkoopt aan de partij die aan de macht is, wat echt niet klopt!’ zegt Milenkovic. De conservatoren van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Belgrado hebben het zwaar te verduren gekregen, en worden ervan verdacht dat ze van hogerhand het bevel hebben gekregen om het retrospectief te organiseren. Maar daarbij vergeet de publieke opinie dat Belgrado alleen maar de laatste halteplaats is van een Europese tournee.

Spugen op het succes van anderen is hier een nationale sport geworden, populairder dan basketbal of voetbal

The Cleaner is hierheen gekomen als kant-en-klaar artistiek project, dat eerder al te zien is geweest in Zweden, Duitsland en Denemarken. De conservatoren van het museum in Belgrado, Dejan Sretenovic en Jesa Denegri, hebben zich alleen beziggehouden met een stukje van de expositie over de lokale context. ‘Als wij werkelijk hadden willen terugbetalen wat we Marina Abramovic verschuldigd zijn, hadden we vertrouwen moeten hebben in de conservatoren van het museum en hun de vrije hand moeten geven om een retrospectief in te richten dat ze zelf hadden bedacht,’ bevestigt Milenkovic.

Wie weet maakt de charismatische kunstenares met haar aanwezigheid in Belgrado een eind aan de twijfels rond haar expositie… of misschien zal ze die juist versterken. Degenen die haar ervan beschuldigen dat ze staatskunstenares is geworden, kunnen in de poster voor de expositie iets van een antwoord zien. Daarop staat Marina Abramovic voor het Servische parlement, met de nationale vlag in haar hand: is het een teken van overwinning, van nederlaag, van overgave, van iets anders? We zullen het zien…

‘The Cleaner’ is in het Museum voor Hedendaagse Kunst van Belgrado te zien tot 20 januari 2020. Meer info: eng.msub.org.rs

Novi Magazin
Servië | weekblad | oplage onbekend

Novi Magazin staat voor kwaliteitsjournalistiek zonder sensatiezucht. Kritisch op de Servische regering en pro-Europees. Opgericht in 2011. Een selectie uit het tijdschrift wordt op hun website in het Engels gepubliceerd.

Dit artikel van verscheen eerder in Novi Magazin.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.