• Longreads
  • Cultuur
  • #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

#MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

Longreads | Laurie Perry | 08 december 2017

Veel mannen die worden aangeklaagd in het kader van #MeToo blijken plots ‘bezeten door demonen’. Onzin, schrijft Laurie Penny. ‘De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een maatschappij die structurele onderdrukking en geweld niet langer kan negeren.’

We bevinden ons inmiddels áchter de spiegel. Naarmate meer en meer vrouwen zich uitspreken over hun ervaringen met seksueel geweld, lijken alle oude zekerheden weg te vallen over wat al dan niet normaal zou zijn – het is alsof we een oude huid afwerpen.

Mannen met macht en aanzien, mannen die tientallen jaren ongestraft hebben kunnen doen alsof hun omgeving een pakken-wat-je-pakken-kanbuffet was van seksueel geweld, krijgen ineens de rekening gepresenteerd. Er worden namen genoemd. Veel vrouwen zijn gaan inzien dat ze helemaal niet gek waren, en dat zelfs áls ze gek waren, ze toch ook al die tijd gelijk hadden. Zij (wij) zijn – hoe zal ik het zeggen? – kwaad.

‘Het is alsof je erachter komt dat marsmannetjes echt bestaan,’ hoorde ik laatst een vriend zeggen. Hij had twee gin achter de kiezen en hij probeerde te begrijpen waarom hij er altijd het zwijgen toe had gedaan, al twintig jaar lang, over een gezamenlijke vriend die nu wordt aangeklaagd wegens seksueel geweld. ‘We kenden allemaal de verhalen die over hem de ronde deden, maar… tja, de mensen die die verhalen vertelden waren allemaal een tikje gestoord. In de war, zeg maar. Dus werden ze niet geloofd.’

Ik nam een slokje thee om tot bedaren te komen, en zei dat die mensen misschien in de war waren geweest – als dat al zo was – omdát ze seksueel misbruikt waren. Ik bracht hem in herinnering dat sommigen van ons het altijd hadden geweten. Maar hé, wie luistert er nou naar mij? Ik ben gewoon een vrouw die in de war is.

Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen

Het proces dat we nu doormaken, in onze vriendengroep en in onze samenleving, heeft wel iets weg van een eerste ontmoeting. Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen. Maar de misbruikplegers komen niet van een andere planeet, ze komen gewoon van ónze planeet. We zijn samen opgegroeid. We hebben met hen samengewerkt. Hen bewonderd. Hen liefgehad. Hen ons vertrouwen geschonken. En nu moeten we ermee leren leven dat de realiteit anders blijkt te zijn dan wij dachten.

Er is iets wezenlijks veranderd. Ineens spreken vrouwen zich uit, en in dermate grote aantallen dat het onmogelijk is ze te negeren. Zowel het publieke verhaal over misbruik en mannen die menen overal recht op te hebben, als de publieke opinie over wie er al dan niet geloofwaardig is, veranderen zo snel dat de naden tussen het ene paradigma en het andere duidelijk zichtbaar zijn – de slordige steken waar de ene versie van de realiteit overgaat in de andere. Niet langer worden de slachtoffers en de overlevers van verkrachting en seksueel geweld weggezet als geestelijk gestoord, maar nu zijn het de misbruikplegers die hulp nodig hebben.

‘Ik probeer me staande te houden,’ zei Harvey Weinstein in de nasleep van alle onthullingen over een patroon van seksueel misbruik, onthullingen die de entertainmentwereld op zijn grondvesten hebben doen schudden, toen het ene na het andere geheim boven tafel kwam. ‘Het gaat niet goed met me, maar ik doe mijn best. Ik moet hulp zoeken. Weet je wat het is – iedereen maakt fouten.’

Enkele dagen eerder had Weinstein andere Hollywoodbonzen een mail gestuurd, omdat hij als de dood was te worden ontslagen. Hij vroeg of ze hem wilden helpen om de raad van commissarissen van de Weinstein Company zover te krijgen dat hij aan zou mogen blijven, en hij smeekte of hij therapie mocht volgen in plaats van ontslagen te worden. Soortgelijke smeekbeden zien we ook bij andere machtige misbruikers in de tech-industrie. Dit is de verklaring van 500 Startups, aangaande de daden van de oprichter, Dave McClure: ‘Hij erkent dat hij fouten heeft gemaakt en hij heeft therapie gevolgd om een herhaling van dit soort onacceptabel gedrag te voorkomen.’

De sociale definitie van geestelijke gezondheid is het vermogen om mee te gaan in de consensus over hoe de maatschappij zou moeten functioneren – en daar valt ook de verhouding tussen mannen en vrouwen onder. Iedereen die zijn vraagtekens plaatst bij die consensus, of ertegenin gaat, is per definitie gestoord. Pas wanneer het misbruik niet langer valt te ontkennen, wanneer zich patronen aftekenen, wanneer er foto’s en videobeelden opduiken die tot een veroordeling kunnen leiden – pas dan wordt er gesmeekt om vergiffenis. Het duurde al met al nog geen twintig minuten. Hij heeft zo’n mooie toekomst voor zich. Denk aan zijn moeder. Denk aan zijn vrouw. Hij had zichzelf niet in de hand.


Deze vergoelijkingen gaan nooit alleen over de misbruiker en zijn reputatie. Het zijn vertwijfelde pogingen om het hoofd te bieden aan een realiteit die in hoog tempo verandert. Het zijn excuses die zijn bedoeld om, gezamenlijk, te ontkennen dat er sprake zou zijn van stelselmatig misbruik. Ineens is Weinstein degene die wordt geplaagd door demonen, en niet de vrouwen die hem een verkrachter en een zwijn noemen. Hij moet in therapie, in plaats van naar de rechtbank. Weinstein is een heel ongelukkige, zieke man. Net als Bill Cosby. Net als Woody Allen. Net als Cyril Smith. Net als de man in jouw vakgebied, die door iedereen op handen wordt gedragen, de man met de stralende lach en al die gestoorde ex-vriendinnen. Hoe noemen we het als heel veel mensen op hetzelfde moment ziek zijn? Dan spreken we van een epidemie. Ik weet niet precies hoe deze epidemie is ontstaan, maar de situatie is behoorlijk verziekt.

De taal van geestesziekten is ook een manier om waarheden onder woorden te brengen die zich buiten het domein van de politieke consensus bevinden. Wie zich verzet tegen die consensus wordt automatisch als gek bestempeld – ook vrouwen die het wagen te zeggen dat misbruikers op hoge posities verantwoording moeten afleggen voor hun daden. Het idee dat vrouwen zouden liegen over seksueel misbruik omdat ze krankzinnig zijn, kent een lange en macabere geschiedenis. Freud was de eerste die binnen de psychiatrie op zoek ging naar een verklaring voor het feit dat zo veel van zijn patiënten beweerden te zijn aangerand of verkracht. Als Freud zou hebben beweerd dat dergelijke dingen gebeurden in een beschaafd milieu, zou dat tot grote verontwaardiging hebben geleid in de welgestelde, intellectuele kringen waarin hij verkeerde. Dus zocht de vader van de moderne psychoanalyse in zijn latere geschriften naar alternatieve verklaringen: misschien waren enkele van deze meisjes onbewust geobsedeerd met het erotische idee van de vaderfiguur, in plaats van met een echte vader die wellicht echt misbruik had gepleegd. Of misschien waren ze gewoon hysterisch. Hoe dan ook, het was nergens voor nodig om de mannen in de herenclub tegen de haren in te strijken door te veel waarde toe te kennen aan de verhalen van ongelukkige jonge vrouwen.

Een eeuw later wordt in werkelijk alle vergelijkbare situaties die ik van nabij heb meegemaakt, nog steeds dezelfde retoriek toegepast. Vrouwen zijn veel te emotioneel. Ze zijn niet te vertrouwen, omdat ze krankzinnig zijn – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die niet weten wanneer ze hun lieve mondje moeten houden. Ze hoeven niet geloofd te worden, want ze zijn ziek – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die boos zijn.

Cultuur van seksueel geweld

Ja, natuurlijk zijn ze boos. Natuurlijk zijn ze gekwetst. Ze zijn getraumatiseerd, eerst door het misbruik zelf en vervolgens door de reactie van hun omgeving. Ze kunnen hun terechte woede niet uiten omdat ze geen man zijn. Als je bent aangerand, bent verkracht, behandeld als een gebruiksvoorwerp; als je op zoek bent gegaan naar rechtvaardigheid, of misschien alleen naar troost, en je stuitte op vrienden en collega’s die de gelederen sloten en jou voor een hysterica en een leugenaar uitmaakten, die zeiden dat je maar beter je mond kon houden – hoe zou jij je dan voelen? Je zou kwaad zijn. Maar die woede kun je maar het beste inslikken. Boze vrouwen zijn niet te vertrouwen, en dat komt zowel de misbruikers als de mensen die hen de hand boven het hoofd houden, maar wat goed uit.

Dit is wat er wordt bedoeld wanneer men het heeft over een cultuur van seksueel geweld – het gaat niet alleen om de daden van afzonderlijke sociopaten, maar om de inrichting van de maatschappij, waarbinnen die sociopaten ongestraft hun gang kunnen gaan – het gaat om een patroon van monddood maken, uit balans brengen en selectief negeren, waardoor de samenleving als geheel niet de realiteit onder ogen hoeft te zien die men liever wegwimpelt. Als alle mensen in je omgeving met vereende krachten proberen de ongemakkelijke waarheid van wat jou is overkomen onder het vloerkleed te vegen, is het moeilijk om daar niet in mee te gaan – zeker als je nog heel jong bent.

De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een samenleving die de bewijzen van geïnstitutionaliseerd geweld niet langer kan ontkennen. We zien hetzelfde gebeuren wanneer er een schietpartij heeft plaatsgevonden, of een aanslag door wit-nationalisten. Het was zo’n aardige jongen. Er is iets bij hem geknapt. We hebben het niet zien aankomen. Hij was depressief en gefrustreerd. We kunnen onmogelijk ontkennen dat het is gebeurd, dus ontkennen we dat er sprake is van een patroon, schrijven we het toe aan aanpassingsproblemen van een individu. Een chemische verstoring in de hersenen, geen systematische onrechtvaardigheid die in onze cultuur is ingebakken. Harvey Weinstein is geen verkrachter, hij is een ‘heel ziek individu’ – tenminste, als we luisteren naar Woody Allen (die hier misschien wel als geen ander verstand van heeft, gezien het feit dat hij bekendstaat om zijn belangstelling voor zowel de psychoanalyse als voor recreatief seksueel misbruik).

De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen

Woody Allen heeft in ieder geval minstens zo te doen met Weinstein als met de dik veertig vrouwen en meisjes die, op het moment dat ik dit schrijf, naar buiten zijn getreden met beschuldigingen van aanranding en verkrachting aan het adres van de filmbons. Ineens moeten we medelijden hebben met verkrachters omdat ze in de war zijn. Nou, we kunnen elkaar een hand geven. We zijn allemaal in de war, en een laag zelfbeeld en een duister verlangen om de vrouwen die je tegen het lijf loopt te intimideren, zijn geen excuus om die vrouwen te misbruiken. In het beste geval zijn het verklaringen, in het slechtste geval zijn het pogingen om de discussie te laten ontsporen – uitgerekend op het moment dat er over de gevoelens van vrouwen wordt gepraat alsof die ertoe doen. Sterker nog, naar de mening van wetenschappers als Lundy Bancroft, die tientallen jaren met seksueel delinquenten heeft gewerkt, zijn misbruikplegers niet vaker of minder vaak geestesziek dan andere mensen. ‘Misbruik heeft weinig van doen met psychologische problemen, maar alles met normen en waarden,’ aldus Bancroft.

De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen. Veel misbruikplegers zijn zich er op een bepaald niveau niet eens van bewust dat het verkeerd is wat ze doen. De meeste mannen die zich aan vrouwen vergrijpen zijn ervan overtuigd dat ze in essentie een goed mens zijn, en zo kijken ook vele anderen tegen hen aan. Ze zijn vele tientallen jaren bevestigd in dat beeld. Het zijn prima kerels, ze hebben alleen een ingewikkelde verhouding met vrouwen, drank of hun moeder – of alle drie.

Een verzoek om begrip op grond van emotionele problemen is verrassend effectief wanneer het mannen zijn die de zaak bepleiten. Momenteel zie ik overal om me heen vrouwen die zich enorm inzetten om de mannen, en elkaar, door deze moeilijke periode heen te slepen. En dat is niet alleen omdat we zo lief zijn, of omdat we ons zo makkelijk laten paaien – al speelt het vermoedelijk allebei een rol.


De norm dat vrouwen, zelfs in een poging af te rekenen met structureel of specifiek geweld, het welzijn van mannen laten prevaleren boven dat van henzelf, is een beproefde methode om vrouwen die voor zichzelf willen opkomen in het gareel te houden. Er wordt van ons verwacht dat we tot op zekere hoogte medeleven tonen voor degenen die ons hebben misbruikt – wat andersom niet eens bij die mannen zou opkomen. Als zij zich ook maar even druk hadden gemaakt over ons welzijn, waren we nooit in deze positie beland.

Door stelselmatig misbruik te bestempelen tot een probleem van de geestelijke gezondheid, wordt het heel handig in de apolitieke hoek gemanoeuvreerd. Het punt is alleen dat het label ziekte de maatschappij niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid. Dat is nooit het geval geweest. Ziekte kan ervoor zorgen dat iemand een overweldigende drang ervaart om zich weerzinwekkend te gedragen, maar ziekte dekt niemand tijdens een vergadering, ziekte betaalt geen advocatenrekeningen, ziekte zorgt niet dat bepaalde vrouwen hun rol in een film verliezen: er is een heel dorp voor nodig om een verkrachter te beschermen.

Het is makkelijker om te leven met de gedachte dat bepaalde mannen ziek zijn dan om te erkennen dat de maatschappij ziek is; we hebben veel te lang gewacht met het bestrijden van de symptomen omdat we de diagnose niet wilden aanhoren. De prognose is goed, maar de behandeling is pijnlijk. De mensen die nu dan eindelijk worden geconfronteerd met het feit dat ze vrouwen en meisjes hebben behandeld als gebruiksvoorwerpen, zullen het waarschijnlijk bijzonder onaangenaam vinden. Heel begrijpelijk. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van Harvey Weinstein, maar hoe jammer het ook is voor de producent en voor andere mannen zoals hij, de wereld is aan het veranderen, en dit keer mag, en zal, niet langer alles gericht zijn op het ontzien van de tere ziel van machtige mannen. De veiligheid en de geestelijke gezondheid van overlevers zullen voor de verandering eens niet worden geofferd aan de nachtrust van een paar klootzakken die in het verleden zijn blijven hangen.

Auteur: Laurie Penny
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Longreads
VS | longreads.com

Longreads is een website, opgericht in 2009, geheel gericht op de verspreiding van ‘de beste verhalen’ in de wereld, fictie en non-fictie en steeds langer dan 1500 woorden.

Dit artikel van Laurie Perry verscheen eerder in Longreads.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.