• Aeon
  • Cultuur
  • Naar de knoppen

Naar de knoppen

Aeon | Londen | Rachel Plotnick | 19 maart 2019

We regelen steeds meer belangrijke zaken in het leven met een druk op de knop. Geven knoppen een illusoir gevoel van controle? Is dat wat we willen? Critici en voorstanders worden het er niet over eens.

Het indrukken van knoppen speelt een centrale rol in ons werk, ons spel en onze communicatie. Maar weerstand tegen de knop en alles waar die voor staat heeft een lange geschiedenis. Al in 1903 klaagde de Franse markies Boni de Castellane in de krant:

‘Je hoeft geen woord meer te spreken om te worden bediend. Je stapt ergens binnen, drukt op een knop en krijgt meteen een smakelijke lunch voorgeschoteld. Tien seconden later begin je het koud te krijgen. Je drukt weer op een knop en hup, als bij toverslag wordt het haardvuur ontstoken. Elektrische knoppen beheersen de wereld, schaffen afstanden af en maken korte metten met de noodzaak om vooruit te denken of überhaupt nog na te denken.’

Zoals veel mensen in die tijd werd de markies heen en weer geslingerd tussen romantisch optimisme en morele angst voor de industrialisering. ‘Denkt u niet,’ vroeg hij zich af, ‘dat deze wonderbaarlijke vermenigvuldiging van machinerie de wereld vreselijk eentonig en verwend zal maken? Niet langer met mensen hoeven omgaan, maar louter van dingen afhankelijk zijn!’ Het leven zou al te gemakkelijk en simpel worden, veel te routineus als je met een simpele druk op de knop in al je behoeften kon voorzien. De afhankelijkheid van machines zou ten koste gaan van de mens, meende Castellane, en zijn angstige voorspelling luidde dat ‘al te grote vereenvoudiging alle vreugde uit het leven zal bannen’.

Luiheid en privileges

Tot ver in de twintigste eeuw blijft die afkeer van knoppen de kop opsteken, met de daarmee gepaard gaande nostalgie naar een tijd waarin er nog geen knoppen bestonden, en de overtuiging dat een man van de daad in direct contact moet staan met de wereld. In het verhaal ‘The “Push-the-Button” Man’ (1924) van Frank Dorrance Hopley vindt hoofdpersoon Carey het aanvankelijk een heerlijk vooruitzicht om de hele dag van achter zijn bureau met een druk op de knop anderen aan het werk te kunnen zetten. Maar uiteindelijk moet hij die knoppen uitbannen en radicaal saboteren om zijn leven terug te krijgen:

‘Hij nam plaats achter zijn bureau en keek naar het knoppenpaneel dat hem bijna fataal was geworden. Twaalf knoppen zaten erop, witte, zwarte en rode. Carey pakte zijn mes en sneed het snoer door dat ze met de andere bureaus verbond.’

Het paneel viel op de grond. Carey raapte het op, trok een vel papier uit een vakje en schreef: ‘Ik stuur je de knoppen van mijn bureau, aangezien ik ze niet langer nodig heb. Bewaar ze maar als aandenken aan vroeger. Ik leg het vanavond wel uit.’

Carey komt tot inkeer, snijdt zich letterlijk en figuurlijk van de knoppen af en omarmt het Amerikaanse ideaal van de selfmade man: ‘Het zou de moeite waard zijn, in de wereld daarbuiten, waar mannen hun succes op eigen kracht bereikten, waar ze het heft in eigen hand namen, waar je zuiver op je merites werd beoordeeld – en waar nooit iemand aan de knoppen zat.’

Hopleys verhaal was een waarschuwing tegen bureaucratie en de hegemonie van de druk op de knop, een pleidooi voor mensen die zichzelf omhoog vochten. De knop stond voor luiheid en privileges, voor ongelijkheid en een hiërarchische managementcultuur. Net als Boni de Castellane zag Hopley maar één uitweg voor zijn hoofdpersoon (en voor de samenleving als geheel): de terugkeer naar een wereld zonder knoppen.

© Unsplash
© Unsplash

De maatschappelijke, technische en historische ontwikkelingen aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, toen nieuwe technologieën werden ingezet om voorheen arbeidsintensieve productieprocessen te automatiseren en veel efficiënter te maken, leidden ook tot steeds fellere kritiek op de toename van het gebruik van knoppen. De zorg over de inzet van mensenhanden groeide naarmate er meer innovaties kwamen waardoor, zoals de Duitse denker Walter Benjamin het in 1939 omschreef, ‘één enkele korte handbeweging een proces van vele stappen kan vervangen’, waarin ‘de aanraking van één vinger een moment voor altijd kan vastleggen’. Moeilijk bedienbare en met de hand aangedreven apparaten werden door ingenieurs vol trots vervangen door makkelijk te bedienen elektrische mechanieken: de lopende band en de stortkoker maakten plaats voor de hijskraan en de goederenlift, en drukknoppen namen de plaats in van ‘ingewikkelde hand-aangedreven hendels’ en allerhande ‘trekknoppen’.

Critici van die snelle technologische veranderingen waren van mening dat het ‘handmatig’ uitvoeren van taken, hoewel dat meer inspanning kostte, toch ook een zinvolle menselijke bezigheid was. De schrijver Joe Mitchell Chapple somde in 1908 allerlei voorbeelden op van menselijke aanraking, die in religieus of sociaal verband zinvol waren, of het nou ging om genezingsprocessen, intimiteit of een ‘persoonlijke touch’ bij onderling contact. In dat licht vormde de knop – het inzetten van machines ter vervanging van menselijke arbeid, handvaardigheid en communicatie – een bedreiging voor het diep verankerde verband tussen mensenhand en menselijkheid. Die vrees was door Marx en Engels al verwoord in hun Communistisch Manifest (1888):

‘De arbeid van de proletariërs heeft door de uitbreiding van de machinerie en door de arbeidsdeling elk zelfstandig karakter en daardoor iedere bekoring voor de arbeider verloren. Hij wordt niets dan een aanhangsel van de machine, van wie slechts de eenvoudigste, eentonigste, gemakkelijkst te leren handgreep wordt verlangd.’

Met hun kritiek dat arbeiders ten gevolge van de fabriekstechnologie louter ‘aanhangsels’ werden, geatrofieerde onderdeeltjes die alleen routinewerk verrichtten, betoogden Marx en Engels dat mensen mede door de machine vervreemd raakten van het productieproces en van de vrucht van hun arbeid. De knop symboliseerde die triomf van mechanische over menselijke arbeid.

Op een knop drukken werd niet altijd als iets negatiefs ervaren, getuige Kodaks reclameslogan voor de Brownie-camera in 1888: ‘U drukt op de knop, wij doen de rest.’ Door het benadrukken van eenvoud en gebruiksgemak maakte Kodak de fotografie toegankelijk voor mensen die tot dan toe waren afgeschrikt door het complexe proces van ontwikkelen en afdrukken. Dat je bij de Brownie alleen maar een knopje hoefde in te drukken, was voor de vele miljoenen kopers van die camera juist precies wat ze wilden.

Critici van die snelle technologische veranderingen waren van mening dat het ‘handmatig’ uitvoeren van taken, hoewel dat meer inspanning kostte, toch ook een zinvolle menselijke bezigheid was. De schrijver Joe Mitchell Chapple somde in 1908 allerlei voorbeelden op van menselijke aanraking, die in religieus of sociaal verband zinvol waren, of het nou ging om genezingsprocessen, intimiteit of een ‘persoonlijke touch’ bij onderling contact. In dat licht vormde de knop – het inzetten van machines ter vervanging van menselijke arbeid, handvaardigheid en communicatie – een bedreiging voor het diep verankerde verband tussen mensenhand en menselijkheid. Die vrees was door Marx en Engels al verwoord in hun Communistisch Manifest (1888):

De arbeid van de proletariërs heeft door de uitbreiding van de machinerie en door de arbeidsdeling elk zelfstandig karakter en daardoor iedere bekoring voor de arbeider verloren. Hij wordt niets dan een aanhangsel van de machine, van wie slechts de eenvoudigste, eentonigste, gemakkelijkst te leren handgreep wordt verlangd.

Met hun kritiek dat arbeiders ten gevolge van de fabriekstechnologie louter ‘aanhangsels’ werden, geatrofieerde onderdeeltjes die alleen routinewerk verrichtten, betoogden Marx en Engels dat mensen mede door de machine vervreemd raakten van het productieproces en van de vrucht van hun arbeid. De knop symboliseerde die triomf van mechanische over menselijke arbeid.

Op een knop drukken werd niet altijd als iets negatiefs ervaren, getuige Kodaks reclameslogan voor de Brownie-camera in 1888: ‘U drukt op de knop, wij doen de rest.’ Door het benadrukken van eenvoud en gebruiksgemak maakte Kodak de fotografie toegankelijk voor mensen die tot dan toe waren afgeschrikt door het complexe proces van ontwikkelen en afdrukken. Dat je bij de Brownie alleen maar een knopje hoefde in te drukken, was voor de vele miljoenen kopers van die camera juist precies wat ze wilden.

Gebrek aan feedback bij een knop kan het gevoel aanwakkeren dat we geen enkele greep hebben op de werking ervan

De knop op zijn best, dat was ook dat je gemakkelijk het licht kon aanknippen en niet meer hoefde te struikelen in het donker. Je kon met een druk op de knop alarm slaan bij brand, zodat de brandweer sneller ter plekke was. Je kon ermee claxonneren in je auto of de bediening ontbieden in hotels en chique restaurants. De drukknop stuurde de lift naar jouw verdieping en maakte fotografie toegankelijk voor de massa. Iemand die in 1895 al schreef over een ‘ideale toekomst waarin je alleen nog in een stoel zit en op knoppen drukt’, leek welhaast te preluderen op het internettijdperk. Een druk op de knop kon evengoed symbool staan voor comfort, controle en gemak, die verleidelijke verworvenheden van de industrialisatie, als voor luiheid, verlies van vaardigheden en vervreemding.

Die klachten weerklonken tot ver in de twintigste eeuw. De Franse socioloog en filosoof Jean Baudrillard klaagde in 1968 dat knoppen en hendels en dergelijke ertoe hadden geleid dat voorwerpen ‘bijna de acteurs zijn geworden in een wereldwijd proces waarin de mens alleen nog de rol van toeschouwer vervult’. Dat beeld van de vervreemde ‘toeschouwer’ drukt onmacht uit, de gedachte dat willoze mensen alleen knoppen kunnen indrukken en moeten toezien hoe machines het zogenaamde echte werk uitvoeren. Niet toevallig was dat ook de tijd van de Koude Oorlog, toen het schrikbeeld heerste van een oorlog die in gang kon worden gezet met één druk op de knop: de nucleaire knop die een kernbom onafwendbaar naar zijn bestemming zou sturen. Die knop moest worden ingedrukt door een Russische of Amerikaanse vinger, maar de eigenlijke macht leek te schuilen in de bom zelf. De mensheid zou machteloos moeten toezien hoe de nucleaire vernietiging zich voltrok.

Alexa en Siri

Onze technologie is sinds de tijd van Baudrillard, laat staan die van Marx, nogal veranderd, maar er bestaan nog steeds volop negatieve stereotypen over mensen die knoppen bedienen. Kritiek op de inzet van militaire drones (een nieuwe vorm van oorlog voeren met een druk op de knop) komt er vaak op neer dat zoiets ernstigs als het doden van een mens gedegradeerd wordt tot een sterk vereenvoudigde, afstandelijke en onpersoonlijke handeling. In heel andere domeinen zie je dezelfde teneur, of het nou gaat om kritiek op gamers die werktuiglijk knoppen indrukken, op de artistieke merites van een druk op de knop in fotografie of elektronische muziek, of op mensen die de hele dag met de afstandsbediening in de hand lui op de bank hangen. In al die gevallen wordt het indrukken van een knop beschouwd als een handeling zonder vaardigheid of betrokkenheid, en klinkt vaak de kritiek dat het gemak van de knop vergelijkbare vormen van afstandelijkheid en desinteresse bevordert in andere domeinen van het leven.

Ondanks al die klachten worden we nog steeds door knoppen omringd. Apps en websites zitten vol knoppen die je moet indrukken of aanklikken. Op sociale media kunnen we met knoppen onze emoties uitdrukken: van ‘leuk’ en ‘geweldig’ tot ‘verdrietig’ of ‘verbluft’. En ook fysieke knoppen zijn nog alomtegenwoordig: in de lift, op het koffiezetapparaat, op de afstandsbediening of een autostuur. Toch blijven critici van de knop verlangen naar een wereld zonder knoppen. En ontwerpers van nieuwe gadgets proberen de knop te vervangen door bediening met behulp van gebaren (bij de Microsoft Kinect of de Nintendo Wii) of spraakbediening (bij Alexa van Amazon en Siri van Apple).

Bij de nieuwste iPhone is de klassieke homeknop, die niet weg te denken leek, vervangen door gezichtsherkenning. ‘Je kijkt ernaar om hem te unlocken,’ zei Phil Schiller van Apple bij de lancering van dat model. ‘Je telefoon weet hoe je eruitziet en je gezicht wordt het wachtwoord.’ In diezelfde geest betoogt de Poolse designer Wojciech Dobry dat het ‘tijd wordt om knoploos te denken’, dat makers van gebruikersinterfaces zich een ‘knoploze’ utopie ten doel moeten stellen waarin mensen iets kunnen liken door simpelweg in hun handen te klappen, spraakopdrachten kunnen geven of met hun vingers op een glad glazen scherm items kunnen verslepen. Voor Dobry is de knop een overblijfsel uit de negentiende eeuw, dat zijn langste tijd wel heeft gehad.

Een desolate controlekamer met schermen, data en knoppen, uit de installatie I‘ve lived for so many years now... van de Belgische kunstenaar Rinus van de Velde, König Galerie Berlin.
Een desolate controlekamer met schermen, data en knoppen, uit de installatie I‘ve lived for so many years now… van de Belgische kunstenaar Rinus van de Velde, König Galerie Berlin.

Deze critici denken dat we beter af zouden zijn in een wereld zonder knoppen, waarin we op een ‘natuurlijkere’ manier omgaan met de technologie van alledag. Dat komt doordat de knop inderdaad zijn technische beperkingen heeft. In plaats van gebruikers een keur aan mogelijkheden te bieden, beperkt een knop onze opties vaak tot een simpele binaire keuze: tussen aan/uit, ja/nee, start/stop. In sommige situaties zijn draaiknoppen, spraakcommando’s of handgebaren misschien handiger dan een simpele drukknop, en gebruiksgemak dient bij interfaceontwerp altijd een centrale overweging te zijn.

Maar wat bedrijven en ontwerpers vaak niet beseffen, is dat klachten over knoppen niet zozeer met de knop zelf te maken hebben, als wel met de technische en sociale context waarin die knop bestaat. Als we nader kijken naar de subtekst van de klachten over knoppen, zowel in het heden als in het verleden, dan wordt duidelijk dat fabrikanten, ontwerpers én gebruikers aandacht moeten schenken aan de vraag waarom knoppen nog steeds kritiek uitlokken. Drie thema’s keren in de negatieve beeldvorming meestal terug: de vrees voor verlies van vaardigheden. Frustratie over het gebrek aan greep op de processen. En woede over wat ervaren wordt als scheve machtsverhoudingen.

Placeboknop

Om met het eerste te beginnen: ondanks de voordelen van het uitbesteden van zwaar werk aan machines, worstelen samenlevingen ook al lang met de vraag of mensen daardoor niet het vermogen verliezen om zelf dingen te doen en dus overbodig worden. Wat Engels en Marx een ‘aanhangsel’ noemden en Baudrillard een ‘toeschouwer’, zijn overbodig gemaakte lichamen die alleen nog bestaan om het functioneren van de machine te faciliteren. Maar invoering van de knop leidt niet automatisch en onherroepelijk tot arbeiders die niets meer kunnen. De afgelopen honderd jaar is er veel herscholing nodig geweest om mensen te leren op het juiste moment de juiste knop in te drukken. Eén blik op de complexe interface van het dashboard in een auto of de cockpit van een vliegtuig of de controlekamer van een fabriek volstaat om te beseffen dat het indrukken van de juiste knoppen vaak heel specifieke kennis en aangeleerde lichamelijke handelingen vereist.

Een tweede kritiekpunt is dat gebruikers die niet weten hoe een specifieke knop precies werkt (iets wat zich vaak voordoet), gefrustreerd raken dat ze geen greep op het proces lijken te hebben: dat het apparaat gewoon zijn gang gaat zonder zich iets aan te trekken van de knoppen die zij indrukken. Soms lijkt er helemaal niets te gebeuren als je op een knop drukt. Als gebruiker begrijp je daar niets van en voel je je machteloos. Gebrek aan transparantie kan ook twijfels doen rijzen over de werking en effectiviteit van een knop. Hoe vaak moet je op de knop van een lift drukken voordat die naar je verdieping komt? Doet die knop wel iets? De toepasselijke term ‘placeboknop’ is bedacht voor de nog steeds veelvoorkomende knoppen die bij gebruikers de schijn van invloed wekken, zoals voetgangersknoppen bij stoplichten die volledig door computers worden aangestuurd. Gebrek aan feedback bij een knop kan het gevoel aanwakkeren dat we geen enkele greep hebben op de werking ervan.

En tot slot misschien wel de grootste frustratie: die doet zich voor als mensen merken dat iemand anders hen met een druk op de knop tot handelen dwingt. Om even terug te keren naar Hopleys verhaal over Carey: de manager die met een druk op de knop zijn mensen aanstuurt, was voor de auteur duidelijk een schrikbeeld van machtsmisbruik. Het was de tijd van de opkomst van wetenschappelijk management en groeiende bureaucratie, en Hopley gaf de knop de schuld van de kwalijke kloof tussen managers en hun medewerkers. Die managers konden van achter hun bureau in alle rust met een druk op de knop bevelen uitdelen terwijl hun ondergeschikten zich in het zweet werkten. Vergelijkbare klachten hoorde je van huisbedienden over de respectloze behandeling door hun mevrouw. Die ongelijkheid is niet verdwenen: als je op een knop drukt of klikt om iets online te bestellen, wordt dat product niet geleverd door die knop, maar door (vaak slecht betaalde) arbeiders die in een lange productieketen aan de vraag moeten voldoen, van fabricage tot orderverwerking en bezorging. De magie van de knop is dat je met één druk op de knop dingen (en mensen) tevoorschijn kunt toveren. Maar die magie verhult vaak een machtsdynamiek van grote ongelijkheid.

© Unsplash
© Unsplash

Uit deze scenario’s, die meer te maken hebben met sociale verhoudingen dan met de knoppen zelf, blijkt wel hoezeer het indrukken van een knop verweven is met alle culturele en politieke omstandigheden van een gegeven moment. Als we meer dan een eeuw van uitzinnig optimisme en morele paniek over de knop in ogenschouw nemen, wordt duidelijk dat het tijd is om een eind te maken aan alle manieren waarop knoppen (en misschien wel alle vormen van interface) in gesprekken, geschriften en de collectieve verbeelding worden opgehemeld dan wel verguisd.

We moeten ons niet op de rol van knoppen bezinnen om te bepalen of ze ‘goed’ of ‘slecht’ zijn, maar om meer te kunnen zien dan de iconische rol die de knop vervult in de populaire cultuur en het publieke debat. Als we de aandacht verleggen van de vraag of we knoppen moeten gebruiken naar de vraag welke maatschappelijke en technische rol ze in specifieke situaties vervullen, dienen zich tal van nieuwe vragen aan over onze omgang met interfaces in het dagelijks leven. Om enkele voorbeelden te geven: het maakt verschil of een knop achter glas zit, of kinderen er in musea op mogen drukken, of een patiënt een knop voor een intercom aan het bed krijgt. Wie mag wat aanraken en onder welke voorwaarden? Wie moet de oproep beantwoorden van degene die de knop indrukt?

‘U drukt op de knop, wij doen de rest.’ – © Unsplash
‘U drukt op de knop, wij doen de rest.’ – © Unsplash

Een wereld zonder knoppen is geen utopische panacee voor de problemen die zich door technologie vaak voordoen in communicatie, werk en leven. Elke interface vereist dat gebruikers zich verdiepen in en wennen aan een reeks gebaren die in eerste instantie uiterst onnatuurlijk overkomen. En elke interface wordt in maatschappelijke omstandigheden ingebed en ingezet op manieren die de zelfstandigheid van de gebruiker kunnen stimuleren of juist ontmoedigen.

Touchscreens kunnen een veiligheidsrisico zijn, omdat je altijd moet kijken wat je aantikt en niet op de tast naar een knop kunt zoeken. Gezichtsherkenning roept ethische vragen op: volgens sommigen is het ‘een zoveelste stap naar de afschaffing van privacy’ en een stimulans voor zowel bedrijven als overheden om ons nog nauwlettender te volgen. Een overstap naar nieuwe vormen van interactie met machines levert dus gewoon nieuwe dilemma’s en problemen op.

In plaats van de knop af te zweren en in te ruilen voor het nieuwste glimmende gladde oppervlak, alsof dat zaligmakend is, kunnen we dus beter proberen ons een wereld met knoppen voor te stellen waarin betrokkenheid, transparantie en feedback vooropstaan. Een wereld met gevoel voor de machtsverhoudingen en voorrechten die gepaard gaan met een druk op de knop.

Auteur: Rachel Plotnick

Rachel Plotnick is docent film- en mediastudies aan de universiteit van Bloomington in Indiana, VS. Haar laatste boek heet Power Button: A History of Pleasure, Panic and the Politics of Pushing (2018).

Aeon
Verenigd Koninkrijk | aeon.co

Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven voorop staat.

Dit artikel van Rachel Plotnick verscheen eerder in Aeon.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.