• The Nation
  • Cultuur
  • Ngũgĩ wa Thiong’o ‘Taal is een oorlogsgebied’

Ngũgĩ wa Thiong’o ‘Taal is een oorlogsgebied’

The Nation | Rohit Inani | 21 augustus 2018

De Keniaanse auteur en Nobelprijskandidaat Ngũgĩ wa Thiong’o leeft al sinds 1982 in ballingschap in de VS. In een gesprek met de Indiase journalist Rohit Inani spreekt hij over de gevolgen van het kolonialisme en het belang van schrijven in je eigen taal.

Toen de Keniaanse schrijver Ngũgĩ wa Thiong’o vorig jaar een afgeladen aula van de University of the Witwatersrand in Johannesburg betrad, kreeg hij onmiddellijk een staande ovatie. Het publiek floot en joelde en met geheven vuist riepen ze: ‘Ngũgĩ! Ngũgĩ!’ Meer dan vijftig jaar na Weep not, Child, de eerste roman die in het Engels door een Oost-Afrikaan werd uitgegeven, is hij nog steeds een literaire superster en een eeuwige kandidaat voor de Nobelprijs.

Ngũgĩ werd in 1938 in Limuru in Kenia geboren, op het hoogtepunt van de Mau Mau-opstand. Hij kwam uit een groot boerengezin. Hij ging naar school in Kenia en haalde zijn bachelordiploma aan de Makerere University in Oeganda en de University of Leeds in Engeland. Zijn debuutroman, Weep not, Child (1964), waarin hij uitgebreid de Mau Mau-opstand beschrijft, kreeg enthousiaste kritieken. Snel daarna publiceerde hij The River Between (1965) en A Grain of Wheat (1967). Na tien jaar bracht Ngũgĩ in 1977 Petals of Blood uit. Nadat hij het in het Kikuyu, zijn moedertaal, geschreven toneelstuk ‘Ngaahika Ndeenda’ (‘I Will Marry When I Want’) over ongelijkheid en onrecht in de Keniaanse samenleving had gepubliceerd, werd hij gearresteerd en gevangengezet. In de gevangenis nam hij afscheid van het Engels als literaire taal, en nadien schreef hij alleen nog in het Kikuyu. In zijn cel schreef hij Caitani Mutharaba-ini (1981) op het enige wat voorhanden was, namelijk velletjes wc-papier, later in het Engels vertaald als Devil on the Cross (1982).

Na zijn verbanning uit Kenia in 1982 ging Ngũgĩ naar de Verenigde Staten, waar hij meer dan dertig jaar heeft gewoond en lesgegeven en zich manifesteerde als een felle criticus van het westerse imperialisme en neoliberalisme.

The Nation: ‘Toen u in 1978 gevangenzat in de extra beveiligde gevangenis Kamiti schreef u een van uw bekendste boeken, Devil on the Cross, in het Kiyuku op wc-papier. Hoe moeilijk was het om een heel boek op wc-papier te schrijven?’

Ngũgĩ wa Thiong’o: ‘Ik zat in de gevangenis vanwege mijn toneelstuk “I Will Marry When I Want”, dat werd uitgebracht in het Kikuyu en werd gespeeld door boeren. Ik herinner me dat het stuk werd verboden in november 1977, en op 31 december 1977 zat ik in een extra beveiligde gevangenis. In die gevangenis dacht ik ernstig na over de taalkwestie. Ik besefte dat als je naar de geschiedenis van het kolonialisme keek, de kolonist niet alleen zijn taal oplegt, maar ook de talen van de gekoloniseerden kleineert en onderdrukt. Wie Engels wilde leren, moest eerst de eigen taal afleren. Dit was tot in de postkoloniale tijd de gang van zaken.

Omdat ik achter de tralies zat voor het schrijven in een nationale taal en gevangen was gezet door een Afrikaanse regering, besloot ik om vanaf dat moment alleen nog in de taal te schrijven die de reden was geweest van mijn opsluiting.’

En dat was een cruciaal moment voor u?
‘Ja. Dat hield me op de been – het gevoel dat ik me verzette. Het was leuk om te schrijven toen ik geen papier had. Ik had alleen wc-papier. Als ik zei dat ik een soort bekentenis aan het schrijven was, kreeg ik soms een pen van de gevangenisleiding. Maar ik weet niet wat er eigenlijk te bekennen viel.’

Hoe lukte het u om uw schrijfwerk aan het zicht van de leiding te onttrekken?
‘Ik verborg het in het volle zicht. We kregen duizenden velletjes wc-papier. Die kon je netjes opstapelen. Uiteindelijk werd het een hele hoge stapel. Op een gegeven moment ging het bijna mis, zoals ik heb beschreven in mijn autobiografie, die in maart uitkomt onder de titel Wrestling with the Devil.’

U noemde taal een ‘oorlogsgebied’, en u noemt uzelf een ‘taalkrijger’. Kunt u daar kort iets over zeggen?
‘Neem nu de situatie met de Ieren en de Britten. De vernedering van de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika en hoe hun taal werd afgeserveerd. In Afrika werd ons verboden om onze moedertaal te spreken. De Japanners legden hun taal op aan de Koreanen. Dus onder het moderne kolonialisme ging de verwerving van de taal van de kolonisator gepaard met de dood van de talen van de gekoloniseerden. Dus is het een oorlogsgebied. Wat betreft India kwam de Britse historicus en staatsman Thomas Babington Macaulay er onbeschaamd voor uit dat hij een klasse Indiërs wilde creëren die uitsluitend Engels sprak. De Engelsen wilden dat zij een rol zouden spelen in het besturen van de rest van de bevolking. Dat gold voor Afrika en overal waar er sprake was van een koloniale situatie. Afrikaanse talen werden tot wapen gemaakt tegen de Afrikanen. Taal was een oorlogswapen, of we het nu hebben over het Spaans en het Portugees in Latijns-Amerika of het Frans in Afrika en Vietnam. Taal was een zeer belangrijk element in zowel de verovering als de uitoefening van het koloniale bestuur, omdat het daarmee waarschijnlijk de middenklasse aan zich zou binden.’

‘Je kunt me toch niet wijsmaken dat door in het Engels te schrijven Joseph Conrad op de een of andere manier zijn moedertaal, het Pools, steunde’

Denkt u dat als je eenmaal een taal beheerst en je je die taal helemaal eigen maakt, je daarmee jezelf kan bevrijden, ook als je er eerst door werd onderdrukt? In een van de brieven aan zijn vader schreef V.S. Naipaul, als jonge man in Oxford: ‘Ik wil de beste van mijn groep worden. Ik moet die mensen laten zien dat ik ze kan verslaan in hun eigen taal.’
‘Naipaul?’

Ja.
‘Maar dat is de droom van de kolonisator. Die zegt voldaan: “Joepie! Ze hebben onze taal zozeer omarmd dat ze nu met ons wedijveren.” Naipaul is inderdaad de meester van de taal en persoonlijk heb ik daar geen problemen mee. Ik hou van Naipauls romans. Waar ik wel een probleem mee heb is als je denkt dat je zo op de een of andere manier de talen ondersteunt van de culturen die worden onderdrukt. Nee. Als je dat doet, zoals hij dat deed en zoals ik dat deed in Petals of Blood, dan vergroten we alleen maar de capaciteit van de Engelse taal.
Het is prima om ons het Engels of het Frans eigen te maken. Iedere schrijver kan zich een taal eigen maken, maar je kunt me toch niet wijsmaken dat door in het Engels te schrijven Joseph Conrad op de een of andere manier zijn moedertaal, het Pools, steunde.’

U zei dat taal door de kolonisator werd gebruikt als wapen. Denkt u dat op dezelfde manier het Engels door de gekoloniseerden als wapen kan worden gebruikt, zoals Chinua Achebe het zei, ‘als tegenargument tegen de kolonisatie’?

‘In Things Fall Apart van Achebe zien we een enorme bijdrage aan onze bewustwording van de onderdrukking van culturen. We moeten niets afdoen aan de bijdrage van schrijvers en intellectuelen uit de Derde Wereld die in het Engels of Frans schrijven. Maar ik ben het niet eens met de gedachtesprong dat je daarmee op de een of andere manier de andere talen ondersteunt of dat Engels een Afrikaanse taal wordt. Afrika heeft zijn eigen talen. Het is aan de Afrikaanse intellectuelen om zich daar sterk voor te maken, want zij zijn verantwoordelijk voor de promotie van hun taal. Als een intellectueel in een andere taal gaat schrijven, houdt zijn taal één pleitbezorger minder over.’

J.M. Coetzee heeft eens gezegd dat het Engels hem bevrijdde van het bekrompen wereldbeeld van het Afrikaans, maar vorige maand zei hij op het Hay Festival Cartagena, in Colombia, teleurgesteld dat ‘er een einde moet komen aan de hegemonie van de Engelse taal, en van Londen en New York in het rijk van de mondiale literatuur’. Ook zei hij dat ‘Engels niet mijn taal is zoals Engels dat was voor Shakespeare.’

‘Heeft hij dat gezegd?’

Ja.

‘Het is een belangrijke verschuiving. Als het normaal was voor Afrikaanse intellectuelen om te schrijven in hun eigen taal, zou het niet uitmaken als sommigen in een andere taal schreven. Conrad schreef in het Engels maar dat had geen effect op de grote hoeveelheid Poolse intellectuelen die in het Pools schreven. Maar we hebben het over een situatie waarin het niet om een of twee mensen gaat, maar om de hele intellectuele gemeenschap, of het nu de landbouw of de medische wetenschap betreft, die in het Engels of het Frans schrijft. De voertaal in het rechtssysteem is Engels of Frans, terwijl een meerderheid van de mensen een andere taal spreekt. Dat is het werkelijke probleem.’

Ngũgĩ wa Thiong’o. – © Simone Padovani / Getty
Ngũgĩ wa Thiong’o. – © Simone Padovani / Getty

In uw autobiografie Dreams in a Time of War schrijft u: ‘Vaak verzamelden we ons om degene die een verhaal vertelde, en zij die daar echt goed in waren werden de helden van die tijd.’ Kunt u iets zeggen over hoe u als kind beïnvloed bent door de traditie van het verhalen vertellen?

‘Iedere gemeenschap heeft een traditie in het vertellen van verhalen. Of het nu de verhalen in de Mahabharata zijn of de filosofische discussies van Plato of Socrates. Ik denk altijd dat de beste verhalenverteller degene is die verwachtingen wekt en die vervolgens waarmaakt, omdat je iedereen teleurstelt als je dat niet doet.

Ik kon altijd heel goed luisteren en was heel slecht in het vertellen van verhalen. Ik wilde altijd luisteren.’

Het boek gaat ook over uw voortdurende streven naar meer kennis en over de rol van uw moeder om u die te verschaffen.

‘Mijn moeder kon niet lezen. Ze was nooit naar school geweest en had haar hele leven op het land gewerkt. Maar zij is degene die me naar school heeft gestuurd. Mijn zuster kocht voor mij mijn eerste paar schoenen, zodat ik naar school kon, en zij deed mijn huiswerk. Ik weet niet hoe ze dat voor elkaar kreeg. Ik herinner me dat als ik thuiskwam en vertelde dat ik een tien voor mijn examen had, ze altijd vroeg: “Was dat het hoogste cijfer?” Het idee van het hoogste cijfer maakte altijd onderdeel uit van haar vragen naar mijn prestaties. Dat was haar maatstaf voor succes.’

Waarom koos u voor de vorm van de autobiografie? Was het schrijven over uzelf een uitdaging?

‘Lange tijd kon ik me er niet toe zetten om over mezelf te schrijven. De reden is dat ik bij het schrijven van mijn romans putte uit mijn eigen ervaringen. Weep Not, Child is niet geschreven vanuit een strikt autobiografisch perspectief, maar ik putte uit dingen die om me heen waren gebeurd. Maar ik ben ook de vader van tien kinderen. Mijn vrouw zei: “Je moet ze echt iets over jezelf vertellen, want straks ben je er niet meer en kun je ze niet meer vertellen wat er is gebeurd.” Dus ik besloot om in het eerste deel te vertellen over mijn jeugd. Over mijn middelbareschooltijd. Dat deed ik in Dreams in a Time of War, omdat ik naar school ging toen het oorlog was en ik probeerde me erbuiten te houden. Het gaat er ook over dat mijn moeder en ik onze dromen koesterden ten tijde van oorlog.’

Mijn romans zitten vol kritiek op de koloniale en postkoloniale situatie. En daar zal ook niets in veranderen

In een recensie van uw autobiografie Birth of a Dream Weaver schreef de Britse journaliste Michela Wrong in _The New York Times: _‘Ik ben benieuwd of Ngũgĩ’s volgende autobiografie gesitueerd zal zijn in het Kenia van na de onafhankelijkheid en of die dan net zo scherp is. Terwijl de kolonisatie Afrikaanse schrijvers een gemakkelijk doelwit biedt, is kritiek op nog levende Afrikaanse politici en huidige regimes een riskante zaak.’ Vindt u ook dat de kolonisatie een makkelijk doelwit is voor Afrikaanse schrijvers?

‘Eerlijk gezegd begrijp ik niet wat ze daarmee bedoelde. Als je niet alleen naar mijn werk kijkt maar ook naar dat van andere Afrikaanse schrijvers zijn ze niet alleen kritisch geweest op de koloniale regimes maar ook op de postkoloniale leiders en dictators in Afrika. Het kolonialisme is het gevolg van koloniale agressie en is geen gemakkelijk doelwit.

Mijn romans zitten vol kritiek op de koloniale en postkoloniale situatie. En daar zal ook niets in veranderen. Je moet kijken naar wat impact heeft op het leven van mensen, zaken zoals rijkdom, macht en normen en waarden in een samenleving – hoe zelfs in donkere tijden mensen met elkaar omgaan en van elkaar houden.’

Vindt u dat een schrijver in een postkoloniale samenleving de plicht heeft om te schrijven over politieke onderdrukking en historisch onrecht, in tegenstelling tot schrijvers in vrije en ontwikkelde landen, die kunnen schrijven uit uitsluitend artistieke motieven?

‘Ik geloof het echt niet als een schrijver zegt: “Ik schrijf niet over politiek!” Dat doen ze echt wel, want bewust of onbewust dragen ze een wereldbeeld uit. Schrijvers moeten zich ervan bewust zijn dat ze niet neutraal zijn, dat ze het product zijn van een bepaalde geschiedenis, een bepaalde positie in de maatschappij. Je hebt een achtergrond van onderdrukking en dan kun je niet schrijven alsof er geen verzet is geweest. Iedere schrijver is getekend door de geschiedenis. De fantasie stelt je in staat om alle werelden en mogelijkheden te verkennen, maar vaak kun je de omstandigheden waarin je schrijft ontstijgen. Schrijvers maken deel uit van een profetische traditie. Net zoals talloze profeten die zich terugtrokken in de woestijn en terugkwamen met verhalen over het onderdrukkende heden en over mogelijkheden voor de toekomst. In zekere zin stammen schrijvers uit die traditie. Profeten kwamen niet altijd uit een maatschappelijk onderdrukt verleden; sommigen waren geprivilegieerd en zagen de tegenstelling tussen hun privileges en de werkelijkheid waarin anderen leefden. Schrijvers maken er op zo’n manier deel van uit dat hun fantasie hen in staat stelt om boven de grenzen van hun klasse uit te stijgen.’

Aanvankelijk werd u beïnvloed door Joseph Conrad. Onlangs schreef u in The New York Times dat u stopte met het lezen van Conrad in 1967, nadat u A Grain of Wheat had gepubliceerd, dat u schreef nadat u Conrads Under Western Eyes had gelezen. Maar u schrijft ook dat, ook al stemde u in met de kritiek van Achebe op Conrad, u ‘het niet geheel eens was met de negatieve kijk van Achebe op Conrads Heart of Darkness of op Conrad in het algemeen’.

‘Conrad is een geweldige schrijver. Hij is een voorbeeld van hoe kunst zelfs meer kan weergeven dan wat eigenlijk de bedoeling van de schrijver was. Het is alsof je een camera op straat zet om een bepaald voorwerp te filmen, maar de camera heeft ook andere dingen op de achtergrond opgenomen. Voor mij bracht Achebe onder woorden wat me ongemakkelijk had doen voelen bij Conrad. Wat hij bijvoorbeeld in Heart of Darkness over het imperialisme zegt, had niet beter verwoord kunnen worden – dat het grootschalige diefstal en moord is. Hij was de belichaming van de Europese verlichting, een lichtend iemand, die kennelijk de verlichtingstheorie weerspiegelde. Hoe loopt het af met die man? Uiteindelijk omringt hij zich met de littekens van dat licht. In die roman is de kritiek op het imperialisme helder. Ik voel me aangetrokken tot zijn kritiek.

Conrad was heel belangrijk voor me. Als ik een writer’s block had, zou ik alleen maar de openingsregels van Nostromo hoeven lezen. De structuur van die zinnen, de schoonheid ervan – en dan weet ik weer wat ik moet schrijven. Het deed me altijd denken aan de eerste maten van de Vijfde Symfonie van Beethoven.

Welke rol heeft de universiteit gespeeld in het tot stand komen van de wereldliteratuur? We zien een trend waarin schrijvers uit ontwikkelingslanden in ballingschap onderdak hebben gekregen op westerse universiteiten.

‘De universiteit is het equivalent geworden van de mecenassen in de middeleeuwen die sommige musici bescherming boden. Nu hebben we universiteiten die ons een baan verschaffen, die ons een inkomen geven, die ons de stabiliteit geven om te kunnen schrijven.’

Britse militaire politiemannen bewaken vermoedelijke Mau Mau-rebellen en bewaken een wegcontrole tijdens de Mau Mau-opstand (1952-1960) tegen het Britse koloniale bewind in Kenia. – © Corbis via Getty Images; 2. De Britse militaire politie voert een we
Britse militaire politiemannen bewaken vermoedelijke Mau Mau-rebellen en bewaken een wegcontrole tijdens de Mau Mau-opstand (1952-1960) tegen het Britse koloniale bewind in Kenia. – © Corbis via Getty Images; 2. De Britse militaire politie voert een we

Zijn er schrijvers buiten het Westen of Afrika die u hebben beïnvloed?

‘Weep Not, Child werd heel erg beïnvloed door In the Castle of My Skin van George Lamming. Wat hij met die roman heeft gedaan en ook zijn onderzoek naar de normen en waarden van een kind vond ik heel amusant. Ik kon het niet zo goed als hij, maar ik heb mijn best gedaan. Ook las ik destijds enkele Indiase schrijvers: Mulk Raj Anand, R.K. Narayan en Raja Rao. Niet veel Latijns-Amerikaanse schrijvers, maar ik hou van Gabriel García Márquez. Tolstoj en Tsjechov. Later ontdekte ik Gorki; zijn roman De moeder vond ik heel interessant.

U bent al jarenlang een kandidaat om de Nobelprijs te winnen. Wat vindt u daarvan?

‘Die vraag krijg ik al jaren. Ik waardeer het zeer dat zo veel mensen vinden dat mijn werk het verdient en ik zou er ook blij mee zijn, maar ik schrijf niet voor 
prijzen. Ik hecht er meer aan dat mensen me steeds weer zeggen dat mijn werk heel veel voor ze heeft betekend.’

Auteur: Rohit Inani

Rohit Inani is freelancejournalist in New Delhi. Hij schreef voor onder meer Time, Yahoo News en Himal Southasian.

The Nation
Verenigde Staten | weekblad | oplage 104.000

Oudste continu opererende weekblad van de VS, progressief van toon. Heeft behalve voor achtergrond en opinie ook veel aandacht voor cultuur, zoals poëzie. Bekende columnisten waren/zijn Naomi Klein, Christopher Hitchens en Gary Younge.

Dit artikel van Rohit Inani verscheen eerder in The Nation.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.