Niet elke millennial werkt bij een start-up

Fusion

| Nona Willis Aronowitz | 10 juni 2016

Als de pers schrijft over millennials, gaat het louter om welgestelde jongeren, aldus een Amerikaanse journaliste. Hoog tijd dat er ook aandacht komt voor de rest.

Ik vertel vaak hoe ik ineens tot het besef kwam dat het hele begrip ‘millennial’ lariekoek is. Dat was in Milwaukee in 2013, waar ik een paar twintigers interviewde die bij een start-up werkten. Van die types met een biervat in huis, wandschilderingen op de muren en dure longboards. Ze smeten voortdurend met het M-woord en equivalenten als ‘onze generatie’ en ‘mensen van onze leeftijd’. Ze vertelden dat ze worstelden met alle problemen die in de media uitgebreid aan bod komen: dalen op de sociale ladder, diploma’s die niets meer waard zijn, de behoefte aan zinvol werk en het zoeken naar succes in technologie. Ze gaven hoog op van het fraaie meer bij Milwaukee en het ondernemersvriendelijke klimaat van de stad. Ze verdienden niet veel, maar ik had toch het gevoel dat het wel goed zou komen met die optimistische jongelui.

Toen ik hun schattige loft verliet, viel ik op straat midden in een demonstratie van werknemers uit de fastfoodindustrie die een uurloon van vijftien dollar eisten. De meeste van die werknemers leken ook twintigers te zijn: zwarten en Latino’s die heel andere dingen aan hun hoofd hadden dan die blanke start-upjongens. Na een paar korte gesprekjes was wel duidelijk dat zij zich vooral zorgen maakten over de monden die ze moesten voeden, over de onveiligheid in hun wijk en hoe ze hun opleiding moesten combineren met drie rotbaantjes.

De miljoenen twintigers die in armoede zijn opgegroeid en arm zijn gebleven, worden onderbelicht

Toen besefte ik dat al dat geklets over millennials vooral over hoogopgeleide kinderen van de rijkere middenklasse gaat, die bij lange na niet de meerderheid van hun generatie vertegenwoordigen. Niet dat we nooit horen over hun geldproblemen: van alle millennials (volgens de definitie van het Pew Research Center iedereen die geboren is tussen 1981 en 1997) leeft een op de vijf in armoede. Bijna de helft zit zonder baan of werkt onder zijn of haar niveau. Twee derde zit flink in de schulden.

Maar dat wordt meestal gezien als een ‘opstartprobleem’, niet als symptoom van een diepgewortelde inkomenskloof. Uit de onderzoeken kun je niet opmaken wie er al uit een arm milieu komt en wie niet. Maar aangezien de helft van de babyboomers niet voor een pensioen heeft gespaard en maar 35 procent van Generatie X hoogopgeleid is, kun je veilig concluderen dat veel van hun kinderen, de huidige twintigers, in hun jeugd armoede hebben gekend of het in ieder geval niet breed hadden.

Maar dat kom je niet te weten als je in de media over millennials hoort. Misschien worden journalisten zo door onze generatie gefascineerd omdat de media worden gerund door de oudere generatie, die een hekel aan ons heeft. Wat de reden ook is, die mediaobsessie is al meer dan tien jaar heel sterk en heel agressief. Vooral jongeren uit de middenklasse wordt van alles verweten: dat het narcistische, arrogante zeurkousen zijn die maar niet volwassen willen worden en getrouwd zijn met hun smartphone. Minder vijandige commentatoren zijn bezorgd dat deze overgekwalificeerde jongelui na hun studie op een harde werkelijkheid botsen. Aan de andere kant heb je ‘opiniemakers’ en TED-talkers die niets dan lof hebben voor al die hardwerkende, ondernemende idealisten die bij techbedrijven werken en op de Democraten stemmen – ook weer hoogopgeleide welgestelden.


Maar de miljoenen twintigers die in armoede zijn opgegroeid en arm zijn gebleven, worden in al die verhalen onderbelicht. Of zelfs bekritiseerd. In 2013 had Joel Stein in zijn coververhaal over de ‘Generatie Ik Ik Ik’ voor Time Magazine aan één racistisch zinnetje genoeg om ze af te serveren: ‘Dit zijn niet alleen problemen van rijkeluiskinderen: arme millennials zijn in hun gettodroomwereldje zo mogelijk nog narcistischer, materialistischer en zwaarder verslaafd aan technologie.’

Blinde vlek

Andersom speelt de hele discussie over generatieverschillen in de berichtgeving over armoede weer geen enkele rol. In Sarah Maslin Nirs veelgelezen reportage over uitbuiting in nagelsalons [verschenen in The New York Times] zijn veel van de beschreven werkneemsters eigenlijk millennials.

Net als de moeder van Dasani, het meisje dat Andrea Elliott portretteerde in haar geruchtmakende documentaire over een dakloos gezin in New York. In de berichtgeving over dakloze jongeren en jonge zwarten in de gevangenis zul je nergens in de tekst (laat staan in de kop) het woord millennial tegenkomen. De impliciete boodschap is dat mensen in lagere milieus in een trendloos vacuüm leven. Ze passen niet in onze navelstaarderige generatieverhalen.

Een van de millennials waarover de media niet berichten. McDonaldsmedewerkers in Manhattan eisen hogere lonen. – © Reuters / Carlo Allegri
Een van de millennials waarover de media niet berichten. McDonaldsmedewerkers in Manhattan eisen hogere lonen. – © Reuters / Carlo Allegri

Die enorme blinde vlek is niets nieuws. Ook eerdere mediaobsessies (met Generatie X en de babyboomers) waren uitsluitend gericht op het rijkste segment van die generaties. Na mijn eigen eerdere stukken over millennials heb ik steeds meer de neiging om generaties niet meer als identiteitsbepalende factoren te beschouwen. Zeker niet de grootste, meest diverse generatie aller tijden. Anderzijds hebben generatie-indelingen wel hun nut. Door zaken te benoemen en onderlinge verwantschappen aan te wijzen, schep je ook saamhorigheid en een kritische massa die zelfs politieke invloed kan opleveren. Geen presidentskandidaat zal zich sterk maken voor een zwijgende groep mensen die onzichtbaar blijft in de media.

Arme twintigers moeten daarom hun eigen genuanceerde verhaal kunnen doen, zonder dat zoiets meteen wordt weggezet als ‘reportages over armoede’. Het is meer dan twintig jaar geleden dat de term millennials door Neil Howe en William Strauss werd gelanceerd, en voorlopig zijn we nog niet van de term af. Daarom moeten we in ieder geval ook aandacht beginnen te schenken aan diegenen die in dit inmiddels afgezaagde verhaal steeds buiten beeld blijven.

Auteur: Nona Willis Aronowitz
Vertaler: Frank Lekens

The Fusion
VS, http://fusion.net/

Een team jonge, multiculturele journalisten verslaan nieuws, achtergronden en cultuur voor wat zij benoemen als ‘een ruimdenkend publiek dat op zoek is naar intelligente berichtgeving’.

Dit artikel van Nona Willis Aronowitz verscheen eerder in Fusion.
Recent verschenen