• Le Monde
  • Politiek
  • ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

Le Monde | Parijs | Julia Pascual | 07 maart 2019

Sinds de anti-immigratiewet van de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in werking trad, krijgen asielzoekers die de oversteek naar Italië wagen geen humanitaire verblijfsvergunning meer. Na aankomst wacht velen een volgende vlucht: door de besneeuwde Alpen richting Frankrijk.

Hier en daar komt uit een restaurant de geur van versgebakken pizza. Van achter de ramen van de cafés in skidorp Montgenèvre in de Alpen zijn op deze dinsdag in februari flarden van het gejoel van vakantie vierende toeristen te horen. Niet ver hiervandaan is de sfeer heel wat minder uitgelaten: hoog op de berg die naast het dorp oprijst, trekt een groepje van acht mensen in het pikkedonker de pas over die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk.

Soms zakken ze tot aan hun heupen weg in de sneeuw. Dan weer glijden ze met hun gladde zolen weg over het ijzelende oppervlak van het stukje piste dat ze opklimmen, met onder zich in de diepte de lichten van een Italiaans stadje. Ze weten niet wat hun wacht aan de overzijde van de bergkam die zich aftekent tegen de maanverlichte hemel. ‘En hoe moeten we nu?’ fluistert er eentje. ‘Hierlangs?’ vraagt een ander ongeduldig. Ze verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar verderop min of meer toevallig weer tegen, en gaan weer uiteen.

Zo proberen migranten bijna dagelijks, in een kat-en-muisspel met de politie, langs bergpassen in de Alpen Frankrijk te bereiken. Na meer dan vijf uur lopen door de vallei van Durance komt de groep aan in Briançon, de hoogste stad van Frankrijk, op twaalf kilometer van de grens. Ruim een uur lang moesten ze een van hun maten dragen, die bevangen was geraakt door de kou omdat hij zonder muts of handschoenen en met alleen tennisschoenen aan zijn voeten aan de tocht was begonnen.

‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’

In de noodopvang van Briançon vinden ze onderdak en warmte, net als 5200 mensen in 2018 vóór hen. Het zijn Guineeërs, Ivorianen, Malinezen, Senegalezen… ‘God is groot,’ roept de 22-jarige Senegalees Demba uit als hij veilig is aangekomen. De afgelopen dagen probeerde hij het ‘al drie keer’. De eerste keer hield de Franse gendarme hem aan in Briançon. De tweede keer gebeurde hetzelfde in La Vachette, de derde in Montgenèvre. Telkens weer werd hij, samen met de twee vrienden met wie hij de tocht ondernam, teruggestuurd naar Italië.

‘De politie en de gendarme waren erg vriendelijk,’ verzekert Demba ons. ‘Ze zeiden “niet opgeven” en “de volgende keer gaat het jullie lukken”, maar ze zeiden ook dat de bergen erg gevaarlijk zijn.’ Het hoofd van de eerste hulp van het ziekenhuis van Briançon Yann Fillet heeft deze winter vooralsnog geen reddingsactie in de bergen op touw hoeven zetten om migranten te hulp te schieten, maar ‘we zien wel veel meer gevallen van ernstige bevriezing dan vorig jaar’. Tegen een radiator aan gedrukt in de gemeenschapszaal van de opvang laat Mohammed het oedeem zien in bijna al zijn vingers. Een deel van de huid is volledig ontkleurd, zijn nagels vallen één voor één uit. Toch droeg hij wel handschoenen toen hij een maand geleden probeerde om vanuit Clavière, de laatste Italiaanse stad voor de grens, Briançon te bereiken. Maar hij moest twaalf uur lopen en geregeld zijn vuisten in de sneeuw zetten als zijn hij er zo diep in zakte dat hij niet meer vooruit kwam.

Op 7 februari stierf een 28-jarige Togolees aan onderkoeling langs de kant van de weg niet ver van het dorp La Vachette. Vorig jaar overleden drie mensen tijdens hun tocht door de bergen. ‘En er zijn twee mensen spoorloos,’ zegt Michel Rousseau. Hij werkt voor de actiegroep Tous Migrants, die de migranten op straat opzoekt en steun verleent. Sinds 2016 kiezen zij in groten getale de route over de Alpen uit angst om teruggestuurd te worden bij de drukke grensovergang tussen Ventimiglia en Menton.

De bergpas tussen Bardonecchia en Briancon is gesloten en onbegaanbaar vanwege lawinegevaar. Desondanks proberen migranten via deze bergpas de Italiaans-Franse grens over te steken. Per bus trein en bus reizen migranten eerst naar het gehucht Clavière hoog in de bergen, waar ze worden opgevangen door sympathisanten die de kelder van een kerk hebben gekraakt. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

‘Ze doen dat met de moed der wanhoop,’ denkt Rousseau. Sinds de anti-immigratiewet, of liever: het decreet, van de extreem-rechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Salvini in werking trad, is de populatie die de oversteek waagt van karakter veranderd. De wet maakte een einde aan de humanitaire verblijfsvergunningen, die een kwart van de asielzoekers tot dan toe voor twee jaar kregen. ‘Het klimaat is veranderd. Vroeger hadden de migranten die hier aankwamen hooguit zes maanden in Italië doorgebracht. Maar degenen die nu komen, kregen geen verblijfsvergunning of hebben geen kans op verlenging,’ vertelt pastoor Davide Rostan uit de vallei van Suse, een overtuigd actievoerder. ‘Sinds Salvini er is, zijn ze bang,’ vertelt vrijwilligster Sylvia Massara, die in een opvangcentrum werkt van een religieuze orde in Oulx, een klein Italiaans dorp op een steenworp afstand van de grens.

Zelf zat Demba bijna tweeënhalf jaar in een opvangcentrum in het dorpje Gagliano del Capo in Apulië. Hij laat trots de bewijzen zien van zijn ijver: twee diploma’s van opleidingen die hij er volgde, één in biologische bijenteelt en één in diëtiek. Maar twee maanden geleden werd zijn asielaanvraag afgewezen en werd hij het centrum uitgezet. ‘Toen heb ik voor 150 euro per maand een kleine kamer bij een boer gehuurd,’ vertelt hij. ‘Ik vond werk in een klein restaurant in Leuca, waar ik zeven dagen per week van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds moest werken voor maar 750 euro per maand.’ Een prettige ervaring was het niet: ‘In Zuid-Italië houden ze niet van zwarte mensen, er is veel racisme,’ zegt Demba. ‘De meeste klanten vertrokken als ik hen serveerde. Toen stuurde de eigenaar me weg.’

Demba verliet Casamance, een gebied in Senegal, al zeven jaar geleden. Hij reisde door Libië, Tunesië, Algerije en ten slotte door Marokko, waar hij ‘meer dan tien keer’ probeerde om de hekken rondom de Spaanse enclave Ceuta over te klimmen en ‘misschien wel zeven keer’ om de straat van Gibraltar in een rubberboot over te steken. Uiteindelijk keerde hij terug naar Libië en bereikte hij Italië over zee.

‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’ vraagt de 28-jarige Guineeër Ousmane, die wij in de noodopvang van Briançon ontmoeten, verbitterd. Ook zijn asielaanvraag werd afgewezen, na een verblijf van tweeënhalf jaar in een asielzoekerscentrum in Apulië. ‘Ik heb twee jaar van mijn leven verloren,’ vertelt hij. ‘We zaten met tweehonderd mensen in dat kamp. Maar één Malinees kreeg uiteindelijk na vijf jaar een verblijfsvergunning.’

‘Ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen’

Naast hem zit een andere Guineeër, van 21 jaar oud, die ook Ousmane heet. Hij bracht een jaar en acht maanden door in het asielzoekerscentrum van Mineo, te midden van de Siciliaanse sinaasappelboomgaarden, een centrum dat een tijdlang de twijfelachtige eer genoot het grootste migrantencentrum van Europa te zijn. Vaak wonen er wel vierduizend mensen, in gebouwen oorspronkelijk bedoeld om soldaten van een nabije Amerikaanse basis onder te brengen. Begin dit jaar kondigde Matteo Salvini de aanstaande sluiting van het centrum aan, na een serie arrestaties volgend op schandalen met drugssmokkel en systematische verkrachtingen, georganiseerd door een Nigeriaanse maffia.

Net als veel anderen die in Mineo hebben gezeten, beschrijft Ousmane een heel andere business, die er over de ruggen van de migranten werd bedreven, met medeweten van de kampleiding: ‘In plaats van ons de 75 euro per maand te geven die ons als asielzoekers toekwam, gaven ze ons telefoonkaarten en sigaretten, die we voor hooguit drie euro per pakje konden doorverkopen.’ In Italië heeft ‘elk kamp zijn eigen wet’, zo vatten zijn landgenoten de situatie samen. Ousmane vertrok uit Mineo, waar hij ‘enkel at en sliep’. Hij woonde een maand lang op straat in Turijn, en besloot toen om naar Frankrijk te gaan. ‘Eerst wilde ik in beroep gaan tegen de afwijzing van mijn asielaanvraag. Maar ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen.’

In Briançon komen de migranten weer op krachten, voeren ze telefoongesprekken en zoeken ze informatie. Het merendeel vertrekt binnen enkele dagen. ‘We proberen te bedenken wat we kunnen doen,’ legt een van hen uit. Camara is al een maand in Briançon. De 22-jarige Guineeër bracht drie jaar door in verschillende Italiaanse centra, tot hem gevraagd werd te vertrekken. Hij probeerde al twee keer eerder om Frankrijk binnen te komen. ‘De eerste keer hield de politie ons aan,’ vertelt hij. ‘Ze verscheurden mijn geboortebewijs en mijn kaart van de bergen.’ De volgende dag lukte het hem toch om Briançon te bereiken. ‘Ik kwam hiernaartoe omdat ze zeiden dat ik niet in Italië kon blijven en omdat ik een beetje Frans spreek. Maar ik ken hier helemaal niemand.’

Auteur: Julia Pascual
Vertaler: Valentijn van Dijk

Openingsbeeld: Migranten lopen ’s nachts over een besneeuwde pas door de Italiaanse Alpen naar Frankrijk. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

Dit artikel van Julia Pascual verscheen eerder in Le Monde.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.