• The Washington Post
  • Politiek
  • ‘Niets op deze pagina is echt’

‘Niets op deze pagina is echt’

The Washington Post | Washington D.C. | Eli Saslow | 29 november 2018

Hoe een politiek satirische site de draak steekt met extremistische ideeën en maandelijks zes miljoen bezoekers trekt die denken dat ze waar zijn.

Keuze uit het 360-archief

Hoe makkelijk het is om miljoenen lezers je meest bizarre verzinsels te doen geloven, bewees Christopher Blair al in 2016 met zijn satirische Facebookpagina. Ondanks de disclaimer ‘Niets op deze pagina is waar’ bracht wat voor Blair als één grote grap begon, iets sinisters aan het licht waarmee we de afgelopen jaren maar al te vertrouwd zijn geraakt.

North Waterboro, Maine. Het enige licht in het huis was de gloed van drie computerschermen. Christopher Blair (46) ging achter zijn toetsenbord zitten en begon te typen. Zijn vrouw was naar haar werk en zijn kinderen waren onderweg naar school, maar online wachtte zijn andere community, een virtuele, waar niets was wat het leek. Hij logde in op zijn website en verzon zijn eerste nieuwsbericht van die dag.

‘BREAKING’, schreef hij, met zijn wijsvingers de ene na de andere letter kiezend terwijl hij verschillende opties overwoog. Hij kon melden dat Hillary Clinton was overleden tijdens een geheime buitenlandse missie met als doel vluchtelingen Amerika binnen te smokkelen. Of hij kon president Trump de Nobelprijs voor de Vrede toekennen omdat hij het had aangedurfd de klimaatverandering te ontkennen. Op Blairs scherm verscheen een mailtje van een vriend die hem met zijn site hielp. ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’ schreef hij. ‘Hoe extremer we worden, hoe meer mensen erin trappen’, antwoordde Blair.

Bij wijze van grap was hij hier tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap van 2016 mee begonnen: een politiek satirische site op Facebook waarop hij samen met andere linkse bloggers de draak stak met de extremistische ideeën die zich volgens hen onder ultrarechts verspreidden. In het tweejarige bestaan van zijn Facebookpagina, genaamd America’s Last Line of Defense, had Blair verhalen verzonnen over de invoering van de sharia in Californië, over Bill Clinton die een seriemoordenaar was gebleken, over illegale immigranten die Mount Rushmore hadden beschadigd en over Barack Obama, die op zijn negende, tijdens de Vietnamoorlog, een oproep voor militaire dienst had ontdoken.

‘Deel dit als ook jij woedend bent!’ stond er meestal boven zijn berichten, en duizenden mensen op Facebook hadden ze geliket en gedeeld, van wie de meesten niet doorhadden dat het om satire ging. Sterker nog: Blairs Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55.

‘Niets op deze pagina is waar’, luidt een van de veertien disclaimers op Blairs site, maar anno 2018 worden de verhalen die erop staan in Amerika werkelijkheid, versterken ze de vooroordelen van mensen, komen ze terecht op Macedonische en Russische sites met nepnieuws en bereiken ze maandelijks maar liefst zes miljoen bezoekers die denken dat ze waar zijn. Wat voor Blair als één grote grap begon, brengt iets sinisters aan het licht.

‘Hoe racistisch, bekrompen, aanstootgevend of “nep” we het ook maken, de mensen blijven maar terugkomen’, schreef hij een keer op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Waar ligt de grens? Komt er ooit een punt waarop mensen beseffen dat ze alleen maar rotzooi voorgeschoteld krijgen en besluiten terug te keren naar de werkelijkheid?’

Schreeuwende hoofdletters

Blairs eigen werkelijkheid lag buiten, achter de gesloten gordijnen van zijn kantoor, een driekamerwoning in de bossen van Maine, waar de verharde weg overging in grind; niet zijn huis, maar een huurhuis. De afgelopen tien jaar was hij een keer of vijf, zes met zijn gezin verhuisd, het hele land door op zoek naar vast werk, terwijl hij intussen baantjes in de bouw en de horeca met elkaar afwisselde. Soms leefden ze noodgedwongen van voedselbonnen. Tijdens de economische crisis van 2008 was hij voor [fastfoodketen] Wendy’s gaan werken om de schuld op hun 
creditcard af te lossen.

Ook begon Blair, die al zijn hele leven Democraat was, online zijn politieke gal te spuwen. Hij kreeg het aan de stok met onbekenden op een internetforum genaamd Brawl Hall [to brawl betekent ‘knokken’]. 
Soms deed hij zich op Facebook voor 
als iemand van de extreemrechtse Tea Party, om beheerder van een besloten groep te kunnen worden en hun site met linkse ideeën te bestoken alvorens hem op zwart te zetten.

De afgelopen jaren had hij meer dan tien onlineprofielen aangemaakt. Soms deed hij zich op de bijbehorende foto’s voor als een aantrekkelijk blondine uit een zuidelijke staat of als een bandana dragende conservatief die luisterde naar de naam Flagg Eagleton. Zo verleidde hij mensen ertoe racistische of seksistische opmerkingen te maken, om hen vervolgens openlijk aan de schandpaal te nagelen. Blairs lange stukken waren bot en geestig tegelijk. Geleidelijk aan verwierf hij een linkse aanhang op het internet en werd hij fulltime politiek blogger. Nergens kon hij beter zeggen wat hij dacht en zich voordoen als wie hij maar wilde.

‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’

Nu hing hij over zijn bureau, tussen een loopband en twee terraria, en browste langs conservatieve forums 
op Facebook, op zoek naar inspiratie voor zijn volgende bericht. Hij was 1 meter 98, woog bijna 150 kilo en typte elke dag duizenden woorden in schreeuwende hoofdletters. Hij zag 
een foto van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Achter de president stonden verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie een witte 
en een zwarte vrouw. Blair kopieerde de foto, zette een rode kring om de twee vrouwen en typte het eerste wat in hem opkwam.

‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, schreef Blair. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’ Blair hield op met typen en keek nog eens naar de foto. De witte vrouw was Chelsea Clinton helemaal niet, het was Hope Hicks, de voormalige communicatieadviseur van het Witte Huis.

De zwarte vrouw was 
niet Michelle Obama, maar voormalig Trump-medewerker Omarosa Newman. Obama noch Clinton was voor de ceremonie uitgenodigd. 
Niemand had een middelvinger naar de president opgestoken. Het hele idee was volslagen belachelijk, en dat was precies het punt dat Blair wilde maken.

‘We leven in een idiocratie’, stond ergens in een lijstje op Blairs bureau, en hij voer er wel bij. In een goede maand leverden de advertenties op zijn site hem maar liefst 15.000 dollar op, en hij had een schare trouwe online fans. Honderden mensen bezochten America’s Last Line of Defense om 
conservatieven te vernederen die Blairs nepverhalen deelden omdat ze dachten dat ze echt waren. Op Blairs eigen Facebookpagina maakte hij in zijn 
contacten met linkse aanhangers de conservatieve lezers uit voor ‘schapen’, ‘boerenpummels’, ‘STrumperds’, ‘aardappelkoppen’ en ‘leeghoofden.’

‘Hoe kan een weldenkend mens al 
die flauwekul geloven?’ schreef hij. 
Hij drukte op ‘verzenden’ en keek toe terwijl zijn leugen zich begon te verspreiden.

Shirley Chapian

De zon was nog maar net op in Pahrump, Nevada, toen Shirley Chapian (76) op Facebook inlogde voor haar eerste potje Criminal Case van die ochtend. Een vriendin had haar op het Facebookspelletje met 65 miljoen spelers gewezen. Een uur lang was ze een detective uit de jaren dertig; ze verhoorde getuigen en probeerde feit van fictie te onderscheiden totdat ze zaak nr. 48 
uiteindelijk oploste en haar Facebook-newsfeed aanklikte. ‘Goedemorgen, Shirley! Fijn dat je er weer bent’, luidde het automatisch gegenereerde bericht bovenaan haar pagina.

Ze legde haar vinger op de muis en begon naar beneden te scrollen. Het huis was leeg en stil, op het geklik van de muis na. 
Ze woonde in haar eentje en had soms dagenlang alleen hier contact, op Facebook. In haar newsfeed van die ochtend zaten ook foto’s en berichtjes van haar ongeveer driehonderd vrienden, maar de meeste posts kwamen van politieke groeperingen die Chapian volgde: ‘Patriotten voor vrije meningsuiting’, ‘Verbied de islam’, ‘Trump 2020’ en ‘Rebel Life’. Elke politieke pagina postte dagelijks verschillende berichten, 
waarvan vele onder het kopje ‘BREAKING NEWS’. Op haar computer lag Amerika permanent onder vuur.

Links beperkte de vrije meningsuiting, immigranten bestormden de grens en brachten 
illegaal hun stem uit, politici smeedden plannen om iedereen zijn wapens af te pakken. ‘Je let even niet op of er gebeurt weer iets bezopens in dit land’, had Chapian een keer op haar Facebook-pagina geschreven. Vandaar dat ze had besloten altijd op te letten en soms uren achtereen scrolde en berichten deelde.

‘BREAKING: Democratische megadonor beschuldigd van seksueel misbruik!!!’
‘Heeft Michelle Obama echt iets met Bruce Springsteen?’
‘Boer uit Iowa beweert dat Bill Clinton seks had met koe op “cokefeestje”’

Boven Chapians scherm hingen 
borduurwerkjes die ooit een groot deel van haar tijd hadden opgeslokt, kunststukjes waar ze honderden uren in had gestoken. Maar nu kon ze er het geduld niet meer voor opbrengen. Buiten lag een doodlopende weg met identiek 
beigebruine rotstuintjes rond dubbele, vaste stacaravans, dezelfde als de hare, de meeste met buren die ze nog nooit had ontmoet. Daarachter alleen maar cactussen, zo ver het oog reikte, en hitte.

Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief.  – Jabin Botsford / Getty
Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief. – Jabin Botsford / Getty

Nadat haar moeder was overleden, 
had Chapian besloten te stoppen met werken en was ze naar Las Vegas 
verhuisd om bij een vriendin te gaan wonen. Toen Las Vegas te duur werd, vertelde een makelaar haar over 
Pahrump. Ze kocht een stacaravan met drie kamers voor nog geen 100.000 dollar en schilderde hem paars. Ze maakte een paar vrienden 
in het plaatselijke ouderencentrum en ging vaak uit eten in het Thaise restaurant in de stad. In 2009, een paar jaar nadat ze in Pahrump was komen wonen, kocht ze een nieuw computerscherm en werd lid van Facebook. Haar profielfoto was er een van haar kat. ‘Kom graag in contact met vrienden 
en gelijkgestemden’, had ze destijds geschreven.

Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar 
op Facebook werd ze pas echt conservatief. In de maanden nadat Obama was gekozen, begon ze hem te 
wantrouwen. Ze vond hem arrogant 
en onervaren, en op Facebook stuitte 
ze op een stortvloed aan informatie die haar ergste vermoedens bevestigde, zonder dat ze besefte dat een deel van al die berichten onwaar was. Obama was niet alleen links, las ze, hij was zelfs een socialist. Zijn politieke verdiensten waren niet alleen schamel, 
hij had ze uit zijn duim gezogen, net als zijn bul van de universiteit en wie weet zelfs zijn geboorteakte.

Deelgenoot

Chapian had jarenlang naar de grote tv-zenders gekeken, maar ze verbaasde zich voortdurend over de steeds grotere kloof tussen wat ze op internet las en wat ze op die zenders zag. ‘Wat houden ze nog meer voor ons achter?’ schreef ze een keer op Facebook. En als zij 
vond dat de media tekortschoten of bevooroordeeld waren, dan was het haar eigen verantwoordelijkheid om 
op zoek te gaan naar alternatieven.

Ze abonneerde zich op zo’n tien conservatieve nieuwsbrieven en begon naar Alex Jones op InfoWars te kijken. De 
ene ultrarechtse Facebookgroep leidde haar met gerichte advertenties naar de andere, en voordat ze het wist volgde Chapian ruim 2500 conservatieve 
pagina’s, een ideologische echokamer die grossierde in scepsis. Klimaat-
verandering was nep. De media waren gecensureerd of voorgekookt. De 
politiek in Washington was in de greep van een ‘deep state’.

Chapian geloofde niet alles wat ze online las, maar vertrouwde factcheckers en de verslaggeving van de media evenmin. Ze dacht weleens dat de harde feiten niet te achterhalen waren, dat de waarheid ergens in het midden lag. Het meest vertrouwde ze op haar vermogen kritisch te denken en de waarheid te onderscheiden, en haar eerste ingevingen vielen steeds vaker samen met die van de onlinecommunity, waar ze het grootste deel van haar tijd rondhing.

Het aantal keren dat ze iets op Facebook likete of deelde nam elk jaar toe, en ze reageerde soms tot midden in de nacht op de tientallen berichten die dagelijks binnenkwamen. Ze had het idee dat ze deelgenoot werd gemaakt van allerlei duistere geheimen en dat het haar plicht was die te doorzien en te delen.

‘Hoe overduidelijk nep 
ook, ze klikken nog steeds op “like”’

‘Ik ben niet van de samenzwerings-theorieën, maar…’ schreef ze voordat 
ze een link deelde over een uit de 
lucht gegrepen verhaal waarin de Democratische geldschieter George Soros een fanatieke nazi was geweest en een overlevende van de schietpartij in Parkland een betaalde acteur bleek.

Nu kwam er weer een bericht binnen, afkomstig van de Facebookpagina America’s Last Line of Defense, die Chapian al ruim een jaar volgde. Er stond een foto in van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Twee vrouwen op de achtergrond, een zwarte en een witte, waren omcirkeld.

‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, luidde het bericht. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’

Chapian keek naar de foto. Het 
verbaasde haar niets. Natuurlijk had Trump Clinton en Obama op het Witte Huis uitgenodigd: een ruimhartige, vaderlandslievende daad. Natuurlijk hadden de Democraten – of ‘Demonrats’, zoals Chapian ze weleens noemde – zich slecht gedragen en 
geen respect voor Amerika getoond. Het was hetzelfde verhaal dat ze elke dag honderden keren op het scherm voorbij zag komen, en deze keer besloot ze te liken en een bericht achter te laten. ‘Ach, ze hadden toch al geen klasse’, schreef ze.

Nu-heb-ik-je

Blair had de afgelopen jaren duizenden van dit soort verhalen verzonnen, altijd met dezelfde stereotyperingen om dezelfde mensen uit de tent te lokken, maar hij kreeg er nooit genoeg van om een bericht te zien rondzingen: acht keer gedeeld in de eerste minuut, 
160 keer binnen een kwartier, meer dan duizend naar een uur.

‘En… we gaan viral!’ schreef hij in een bericht aan zijn aanhangers op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Zo 
langzamerhand heb ik de absurditeit van de dingen die ik post niet meer in de hand. Hoe belachelijk ook, hoe overduidelijk nep ook, en hoe vaak je het ook tegen die leeghoofden zegt, ze klikken nog steeds op “like” en ze blijven die berichten maar delen.’ Honderden of misschien wel duizenden mensen in het hele land geloofden werkelijk dat Obama en Clinton hun middelvinger naar de president hadden opgestoken.

‘Walgelijk. Het ontbreekt die vrouwen totaal aan zelfrespect’, schreef een vrouw in Fort Washakie, Wyoming. 
‘Ze verdienen het om publiekelijk te schande te worden gemaakt’, zei een man in Gainesville, Florida. ‘Geen 
verrassing met zulk brutaal uitschot.’
Blair had ze voor de gek gehouden. 
Nu kwam zijn favoriete deel, het ‘nu-heb-ik-je’, wanneer hij zijn slachtoffers liet zien dat het een grap was. ‘Oké, stomkoppen, wakker worden’, schreef hij op America’s Last Line of Defense, zijn eigen reactie prominent naast 
het oorspronkelijke bericht. ‘Dat zijn Omarosa en Hope Hicks, niet Michelle Obama en Chelsea Clinton. Ze zouden niet dood op de foto gevonden willen worden met dit stelletje pseudopatriottistische, nationalistische geteisem.’

Behalve geld verdienen met zijn site, was dit wat hij wilde: in contact komen met mensen die onware, extremistische verhalen verspreidden en laten zien dat die nep waren. Als zulke mensen publiekelijk voor paal werden gezet, zouden ze misschien kritischer worden over wat ze online deelden. Blair had geen tijd om op ieder van zijn honderdduizenden conservatieve volgers te reageren, en daarom beschikte hij over een community met meer dan honderd geestverwanten die zijn pagina samen met hem onderhielden.

Ze hielden de reacties in de gaten, zetten conservatieven in hun hemd, maakten hen belachelijk en verleidden hen ertoe racistische opmerkingen te maken zodat ze bij Facebook konden worden aangeven. Volgens Blair hadden ze honderden mensen van Facebook weten te weren en waren sommigen zelfs ontslagen of in functie teruggezet vanwege opruiend onlinegedrag.

Ook had hij Facebook gedwongen 22 sites met nepnieuws te sluiten omdat ze zijn content hadden geplagieerd, waaronder veel Macedonische sites, die zijn verhalen overnamen zonder erbij te vermelden dat het satire betrof. Blair wist niet of hij ooit iemand op andere gedachten had gebracht. 
Hij had nóg meer disclaimers in koeienletters boven zijn berichten gezet en woorden opzettelijk verkeerd gespeld om te laten zien dat het allemaal maar flauwekul was, maar er bleven almaar meer reacties komen.

Christopher Blair, 46. 
Zijn  Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty
Christopher Blair, 46. 
Zijn Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty

Chapian las de reacties op haar bericht en vroeg zich af, zoals zo vaak wanneer ze werd aangevallen: wie zijn die mensen, waar hebben ze het over? Natuurlijk hadden Michelle Obama en Chelsea Clinton de president geschoffeerd. Het was waar, op grond van wat ze van hen wist. In plaats van rechtstreeks te reageren op America’s Last Line of Defense, schreef Chapian iets op haar eigen Facebookpagina.

‘Vervelende linkse lui’, typte ze, waarna ze weer terugkeerde naar haar eigen newsfeed. Een islamitische vrouw in een brandende boerka: like. Een politieman die met een stok op een gemaskerde antifascistische demonstrant inslaat: like. Een zorgelijke, pipse Hillary Clinton: like. Een legerhelikopter met machinegeweren onderweg naar de vluchtelingenkaravaan: like.

Op een middag had ze uren zitten scrollen, toen ze buiten een geluid hoorde. Ze draaide zich om en keek naar buiten. Een buurman veegde de witte steentjes op zijn stoep terug de rotstuin in. De lucht was strak blauw. Een postbode deed zijn ronde in de verder lege straat. Geen tekenen van een dreigende sharia. De migranten-karavaan was nog steeds honderden kilometers ver van de grens met Mexico. Antifascistische demonstranten moesten Pahrump nog ontdekken.

Chapian kneep haar ogen toe tegen het zonlicht, deed het rolgordijn omlaag en richtte zich weer op het scherm. Een foto van illegale immigranten, lachend in een stemhokje: like. Ze scrolde naar nog een bericht van America’s Last Line of Defense, niet bewust van de waarschuwingen dat het satire betrof. Een groepje kinderen op gebedskleedjes in een klas. ‘Leerlingen in Californië gedwongen tot sharia’, stond er. ‘Ze eten geen bacon meer. Twee roepen Allah al aan. Laat kinderen geen nepgoden aanbidden!!’

Chapian deinsde terug van het scherm. ‘Nee, toch!’ zei ze. ‘Als mijn kind op zo’n school zat, zou ik het er meteen vanaf halen.’ Ze had op Facebook honderden verhalen gelezen over de dreiging van de sharia en dit bevestigde bijna alles wat ze geloofde. Het zag er echt genoeg uit. ‘Weten de mensen wel dat er zulke dingen in dit land gebeuren?’ schreef ze. Ze klikte het bericht aan, wat werd opgemerkt achter een computer in Maine, waar Blair alweer een verhaal viral zag gaan en zich afvroeg of zijn lezers de grap doorhadden.

Dit artikel van Eli Saslow verscheen eerder in The Washington Post.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.