• El País Semanal
  • Cultuur
  • Nieuwe ster maakt stierenvechten weer hip

Nieuwe ster maakt stierenvechten weer hip

El País Semanal | Iñigo Domínguez | 04 februari 2019

Gesoigneerd de arena in en besmeurd met bloed en vuil eruit. Van jongs af aan wilde de Peruaanse Andrés Roca Rey niets anders. Nu is hij de jonge ster die de stierenvechtsport nieuw leven inblaast. Met ouderwets charisma, en duizenden volgers op Instagram.

De wereld van het stierenvechten heeft een onverwachte verjonging doorgemaakt, dankzij een nieuwkomer in de arena genaamd Andrés Roca Rey. De jonge Peruaan legt een ouderwets elan aan de dag op een moment dat waarschijnlijk niemand meer dacht dat het ooit nog goed zou komen met de stierenvechtsport. Hij is een nieuwe ster die de aficionado’s weer weet op te zwepen zoals de laatste grote torero’s – met name José Tomás – dat deden.

De corrida is de laatste tijd in een kwaad daglicht komen te staan en heeft duidelijk aan populariteit ingeboet. Maar Roca Rey heeft die negatieve spiraal doorbroken. De arena’s stromen weer vol door de revolutie die hij heeft ontketend met een geheel eigen succesformule. Hij combineert elementen van de oude cultuur – zijn stijl en charisma – met iets totaal anders en nieuws: het feit, bijvoorbeeld, dat hij een Peruaan is, met een eigen logo en 106.000 volgers op Instagram. Het imago dat hij heeft gecreëerd, is uniek in de wereld van de corrida. Anders gezegd: hij lijkt niet op een torero, hij gedraagt zich meer als een beroemde voetballer of acteur. In Latijns-Amerika staan hele menigten hem op te wachten als hij met het vliegtuig aankomt, alsof hij een wereldberoemde voetballer is. In Peru wordt hij door de president onthaald op een galadiner en toert hij rond in een dubbeldekker met open dak. Niet slecht voor een jongeman van 22 die houdt van reggaeton en zich laat inspireren door het leven van Mohammed Ali, die ook niet van opgeven wist.

Op een dag in april 2015 loopt Roca Rey door de puerta grande de Madrileense arena Las Ventas in. Als een rockster die het podium opkomt, maakt hij het teken van de stierenhoorns. Dat gebaar, geïmiteerd door een aantal van zijn bewonderaars, heeft een geschiedenis. Op zijn zestiende woonde hij samen met zijn broer en een vriend op een flat in Sevilla, alle drie waren ze novilleros, torero’s die alleen met jonge stiertjes vechten. Daar zagen ze de film RocknRolla van Guy Ritchie, waarin de hoofdpersoon iets zei wat de jongens heel erg aansprak. Zijn idee van succes was niet geld en roem, zei de hoofdpersoon, nee, wat hij wilde was the fucking lot. ‘Die film heeft niets met stierenvechten te maken,’ zegt hij als ik hem in Madrid ontmoet. ‘Het ging om het idee dat je álles kunt bereiken wat je wilt. We hadden het vlak daarvoor gehad over onze droom om ooit door de puerta grande de arena van Las Ventas in Madrid te betreden, dat betekende voor ons alles, en we beloofden elkaar dat de eerste die dat voor elkaar kreeg het gebaar zou maken.’ En Roca Rey was de eerste.

Maar hij is niet alleen de eerste van die drie, hij is de absolute Nummer Een. In zijn laatste seizoen in Spanje heeft hij 55 series gedaan en 88 oren afgesneden [als het publiek tevreden is met een matador, de torero die de stier uiteindelijk doodt, worden van de stier de oren afgesneden en weggegeven als trofee]. Roca Rey wilde al van kleins af aan worden wat hij nu is. Het verbazende is niet zozeer dat hij het heeft bereikt, maar dat hij er altijd zeker van was dát hij het zou bereiken. Dat verklaart voor een groot deel zijn succes. Vanaf het allereerste begin van zijn carrière heeft hij die buitengewone, glasheldere zekerheid gehad dat hij matador wilde worden, gepaard aan een soort kinderlijke onschuld die gek genoeg nooit is uitgedoofd. ‘Als ze me vroegen wat ik later wilde worden, zei ik torero, al zag ik in die tijd nog niet hoe serieus en gevaarlijk het beroep is, of hoeveel inspanning het kost.’ Wat zag je dan wel? ‘Wat me aantrok in de corrida, was de overgave: de torero komt netjes gewassen, gekamd en gekleed de arena in en gaat er vies en vuil en met bloed besmeurd weer uit. Dat vond ik geweldig.’

De kleine Roca Rey speelde thuis al torerootje toen hij vijf of zes jaar oud was, compleet met ritueel: hij kamde netjes zijn haar, dofte zich op, spoot de hele tuin vol water zodat die goed modderig werd, en ging er torero spelen, tot zijn haar helemaal in de war was en hij onder de modder zat. Tussen die gesoigneerde opkomst en het smoezelige einde lag zijn idee van de stierenvechter besloten. ‘Daarin zag je de elegantie én de overgave,’ zegt hij als hij vertelt over de torero’s die hij als kind onder het vuil de arena zag verlaten.

Op zijn zevende ging hij voor het eerst het gevecht met een stier aan: een cadeautje voor zijn verjaardag. Het was niet bepaald een verrassing. Zijn familie had altijd met stieren te maken gehad, ze waren veeboeren en veehandelaren. Zijn broer is ook torero en hijzelf zeurde al van kinds af aan om dat cadeautje. Tot op een dag een vriend van zijn ouders, veehandelaar Rafael Puga, hem zijn zin gaf, om van het gezeur af te zijn. ‘En toen kreeg ik dat pinkvaarsje. Toen was het nog een soort spel voor me,’ vertelt hij.

Met het aantrekken van het kostuum begint het al, je weet nooit of je het nog eigenhandig zult uittrekken

Maar destijds kreeg hij al het idee om ooit naar Spanje te gaan. Dat zei hij ook altijd, dat hij op een dag naar Spanje zou gaan en als torero zou triomferen, zoals andere kinderen zeggen dat ze astronaut willen worden. ‘Als kind al wilde ik hiernaartoe komen,’ zegt hij. José Antonio Campuzano, de grote meester, zag hem aan het werk in een Peruaans dorpje toen hij nog maar tien was, en wist meteen dat het jongetje iets had. Op die leeftijd doodde hij al zijn eerste stier en op zijn elfde maakte hij zijn debuut in de arena. Campuzano bevestigde wat hij zelf al dacht: om op wereldniveau te kunnen spelen, moest hij in Spanje zijn.

Op zijn veertiende ging hij naar Badajoz, voor een vakantie van twee maanden, tijdens de winter op het zuidelijk halfrond. Hij logeerde er bij veeboer Miguel Moreno, die hem onderdak bood en lesgaf aan de lokale stierenvechtersschool. Extremadura [de regio waarin Badajoz ligt] is een broedplaats van nieuw talent, in deze tijd waarin de corrida een revolutionaire opleving doormaakt. ‘Ik kwam om te trainen en kennis te maken met de wereld van de corrida. Mijn ouders wilden me niet voor een heel jaar laten gaan. Ze wilden zien of ik het wel aankon, of ik er geen spijt van zou krijgen omdat het zo’n hard leven was.’

Hij kreeg geen spijt. Maar hij vond het wel heel hard. Hij bracht twee zomers door onder de hoede van Campuzano, die zijn mentor was geworden, en inmiddels had hij al in half Latijns-Amerika zijn kunsten vertoond: in Peru, Mexico, Colombia, Ecuador, Venezuela. Het jaar erop, toen hij zestien werd, ging hij naar Sevilla, om voorgoed in Spanje te blijven. ‘Mijn vader had me aan een heleboel beproevingen onderworpen, om te zien of ik niet zou opgeven. Op de dag dat ik vertrok, zei hij tegen me: “Nu jij hier niks meer te zoeken hebt, nu jij niet meer bij ons woont, hoe moeten wij nu verder?” Ik ging naar de wc om een potje te janken; het drong tot me door dat ik voorgoed van huis ging. Maar het was mijn droom, ik had het mezelf beloofd, en dat woog op tegen het lijden van dat moment.’

Zijn moeder had het er heel moeilijk mee en ging niet mee naar het vliegveld om afscheid te nemen. Het afscheid van zijn broer staat onuitwisbaar in zijn geheugen gegrift. Hij omhelsde hem niet, maar gaf hem een hand met de woorden: ‘Vanaf nu ben je een man, veel succes, torero.’ En de jonge Andrés stapte op het vliegtuig.

Als in een sprookje

Voor een jonge beginneling is de corrida een harde wereld, en voor een buitenlander des te meer. Roca Rey moest die wereld vanaf de basis leren kennen – en die begint op het Spaanse platteland, in de dorpen waar de vaarzen worden getest. Hij maakte moeilijke tijden door, niemand kende hem, niemand nodigde hem uit voor gevechten met jonge stieren. Hij viel overal buiten. Een jongen zoals hij, uit de Peruaanse middenklasse, zou normaal gesproken op zijn leeftijd zijn gaan studeren. Hij wist dat hij tegen de plannen inging die zijn ouders voor hem hadden, maar hij wilde nu eenmaal zijn jeugddroom najagen. ‘Ja, ik zou anders naar de universiteit zijn gegaan, maar godzijdank geniet ik nu van mijn beroep.’ In welke fase van zijn leven bevindt hij zich nu? ‘In de mooiste fase. Ik voel me gelukkig als torero.’

Al vanaf het begin van zijn sprookjesachtige levensverhaal stond alles op de rails. Hij won concoursen en na zijn eerste seizoen was hij al bekend. Zijn flitsende gang naar de top voltooide hij in 2015, toen hij de puerta grande van Las Ventas opende en later de arena’s van de Maestranza in Sevilla en de Vista Alegre in Bilbao werd binnengedragen. In september van dat jaar werd hij officieel als volwaardig torero ingewijd in de Arena van Nîmes. Sindsdien heeft zijn carrière alleen maar in de lift gezeten: elke corrida was weer beter dan de vorige. En wat de kenners vooral enthousiast maakt, is dat hij in hun ogen nog oneindig veel meer belooft.

Roca Rey heeft zijn gevoel voor het showaspect van de corrida, dat hem als kind al boeide, intact gehouden. Dat is te zien aan het ingestudeerd decorum dat hij aan de dag legt in de arena, waar hij van een voorkomende en nederige jongeman verandert in een torero met een haast arrogant charisma. Hij mag graag een uitspraak citeren die hij ooit las: de corrida is een toneel waar reële dingen gebeuren. ‘Het kostuum van de torero aantrekken is een ritueel, het is vooral een manier om je voor alles af te sluiten. Op de dag dat ik een corrida heb, ben ik het liefst alleen, of alleen met iemand bij wie ik me op mijn gemak voel. Om in de arena het gevecht met een stier aan te gaan, om jezelf daarin te leggen en je leven op het spel te zetten, moet je je een beetje voor de wereld afsluiten. Op dat moment moet ik alleen zijn. Het kostuum alleen al betekent iets heel serieus.

Het is niet een kwestie van even aantrekken, de arena betreden, met de stier aan de slag gaan en dan weer naar huis. Met het aantrekken van het kostuum begint het al, je weet nooit of je het nog eigenhandig zult uittrekken. Dat zijn heel speciale, heel delicate momenten en je moet je totaal concentreren, met de bereidheid om alles te geven, tot aan je eigen leven toe, als het nodig is.’

Roca Rey, die de afgelopen jaren vier vrienden – jonge torero’s – in de arena heeft verloren, praat met de doden, dat geeft hij ronduit toe. ‘Ik geloof in de energie die door de mensen wordt achtergelaten als ze deze wereld voor het hiernamaals verruilen. Ik vraag mijn grootmoeder, of een ander overleden familielid, vaak om een gunst, en dan voel ik me gesterkt. Dan wordt de energie overgedragen die van hen is achtergebleven.’ Voelt hij ook de nabijheid van de doden? ‘Ik weet niet of ik hun nabijheid voel, maar ik voel me wel zeker van mijn zaak als ik ze iets vraag.’

Hij voelt zich ook dicht bij een revolutionaire torero, Joselito El Gallo, die in 1920 op zijn vijfentwintigste door een stier op de hoorns werd genomen. Hij was een van de grootsten uit de geschiedenis van de corrida. Roca Rey is niet héél erg bijgelovig, maar hij zorgt er wel voor dat hij bij het aankleden altijd eerst zijn rechterbeen in de broekspijp en zijn rechterarm in de mouw van zijn vestje steekt, en hij draagt altijd een paarse armband met een kruisje eraan. Die volledige concentratie vlak voor het gevecht, als hij zich voor alles afsluit, gaat door tot in de arena, waar hij zich omringd door het publiek op de tribunes helemaal alleen voelt. ‘Als je voor de stier staat, sluit je je helemaal in jezelf op; dat zijn de speciaalste momenten, wanneer je echt helemaal zeker bent van jezelf. Het publiek is er natuurlijk ook, dat is wel duidelijk, en dat wil je waar voor zijn geld geven, maar juist daarom moet je je in jezelf opsluiten. Als je gewoon maar wilt behagen, dan ben je er niet echt bij. Je moet het proberen te voelen, zodat ook zij het voelen.’

Als hij na de corrida weer uit zijn trance komt, voelt hij zich vitaler dan ooit, vertelt hij. Dan wil hij graag onder de mensen komen, met mensen verkeren van wie hij houdt. Hij heeft dan altijd honger, want hij heeft bakken energie verbruikt. ‘Ze vragen me: ben je dan niet moe? Maar hoe kan ik nou moe zijn als ik me beter en gelukkiger voel dan ooit? Ik wil van elk moment genieten, van elke minuut. Ik wil niet te veel aan de toekomst denken. Als je vandaag de corrida in moet en morgen weer, dan moet je in het moment leven, anders kun je het niet aan, dan word je bang en kun je je leven niet wagen.’ Roca Rey heeft al vaak een stoot van de horens gehad en trouwe fans zeggen dat ze vorig jaar erg bang waren toen ze zagen welke risico’s hij nam. Maar dit jaar niet, dit jaar is hij de situatie volledig meester. ‘Je loopt altijd gevaar, want de stier kan elk moment een ander doel uitkiezen en op jou afgaan. Hij is een killer.’

Als hij over zijn beroep praat, komen steeds twee begrippen terug: waarheid en zuiverheid. ‘In mijn beroep en in mijn leven ben ik rechtdoorzee, ik blijf trouw aan mezelf en aan mijn opvatting van het leven en mijn beroep. Ze zeggen dat je de stier bevecht zoals je bent, en dat is waar.’

Roca Rey blijft altijd torero. Bij het afscheid nemen pakt hij zijn cape voor de fotosessie en kan hij het niet laten in trance een paar passen in de rondte te doen, ook al staan we in een ondergrondse parkeergarage, midden in Madrid.

Andrés Roca Rey in september 2018 tijdens de Goyesca-stierengevechten in Ronda, Spanje. © Getty Images
Andrés Roca Rey in september 2018 tijdens de Goyesca-stierengevechten in Ronda, Spanje. © Getty Images

Auteur: Iñigo Domínguez

El País Semanal
Spanje | weekblad | oplage 190.000

Magazine dat op zondag meekomt met ’s lands grootste: El País. ‘Het land’ werd in 1976 opgericht, na de dood van Franco, aan het begin van de democratische overgang in Spanje. De krant werd het symbool van het nieuwe Spanje en trekt de beste journalisten en belangrijkste schrijvers.

Dit artikel van Iñigo Domínguez verscheen eerder in El País Semanal.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.