• Le Monde
  • Reader
  • Niks doen en tijd om na te denken; een vergeten luxe

Niks doen en tijd om na te denken; een vergeten luxe

Le Monde | Parijs | 06 januari 2021

Tijdens de eerste lockdown, in maart, schreef de Franse filosoof Bruno Latour dat hij hoopte dat we collectief zouden gaan inzien dat er grenzen zijn aan groei en globalisering. Onlangs ontving hij de Spinozalens voor zijn bijdragen aan het thema duurzaamheid, dat hij al sinds begin jaren negentig agendeert.

Het samenvallen van een algehele lockdown dit voorjaar met de vastentijd was weliswaar onvoorzien, maar bood een mooie gelegenheid om tijdens de deze seculiere en republikeinse ramadan na te denken over wat belangrijk is en wat niet.

Zo kon dit virus dienen als generale repetitie voor de volgende crisis, namelijk die waarin veranderen van levensstijl voor iedereen geldt en voor alle aspecten van het dagelijks leven, die we dan zorgvuldig moeten leren kiezen. Mijn hypothese, en die van velen met mij, is dat de gezondheidscrisis de weg bereidt voor de klimaatcrisis. Een opmaat die ons ertoe aanzet ons daarop voor te bereiden. Nu moeten we die hypothese nog testen.

De pandemie is net zo min een ‘natuurlijk’ verschijnsel als de hongersnoden van vroeger of de huidige klimaatcrisis

Het virus is maar één schakel in een keten. Wat het verbinden van deze twee crises rechtvaardigt is het plotselinge en pijnlijke besef dat de klassieke definitie van ‘de maatschappij’ – het samenzijn van mensen onder elkaar – geen betekenis meer heeft. De sociale orde hangt altijd af van verbanden tussen vele actoren, waarvan de meeste geen menselijke vorm hebben. Het geldt voor microben – dat weten we sinds Pasteur – maar ook voor het internet, het recht, de gezondheidszorg, de bevoegdheden van de staat en evengoed voor het klimaat.

En natuurlijk, ondanks al het lawaai rond de ‘oorlog’ tegen het virus, is dat virus maar één schakel in een keten waarin de beschikbaarheid van mondkapjes of coronatests, de regelgeving omtrent het eigendomsrecht, omgangsvormen en uitingen van solidariteit allemaal even zwaar meewegen in de mate van kwaadaardigheid van de ziekteverwekker.

Duidelijkheid

Als je begrijpt dat het virus maar een schakel is in een wereldwijd netwerk, is het niet verwonderlijk dat het op een andere manier te werk gaat in Taiwan, Singapore, New York of Parijs. De pandemie is net zo min een ‘natuurlijk’ verschijnsel als de hongersnoden van vroeger of de huidige klimaatcrisis.

De maatschappij houdt zich al heel lang niet meer aan de beperkte maatschappelijke grenzen.

Toch weet ik niet of die parallel veel verder gaat dan dat. Want uiteindelijk zijn gezondheidscrises niets nieuws, en het snelle en radicale ingrijpen van de staat lijkt tot nu toe niet veel verandering te brengen. Je hoeft alleen maar het enthousiasme van president Macron te zien, nu hij eindelijk het staatsmanschap kan tonen dat hem tot nu toe zo treurig ontbrak. Veel beter dan de aanslagen, die ondanks alles vooral een zaak voor de politie zijn, geven de pandemieën een soort duidelijkheid, zowel voor de leiders als voor hun volgelingen: ‘Wij moeten u beschermen’, en ‘u moet ons beschermen’. Door die duidelijkheid krijgt de staat zijn gezag terug en kan hij dingen eisen die in elke andere omstandigheid tot rellen zouden leiden.

Maar die staat is niet de staat van de eenentwintigste eeuw en van de ecologische veranderingen, het is de staat van de negentiende eeuw en van wat de ‘biomacht’ is gaan heten. Om met statisticus Alain Desrosières te spreken is het de staat van de statistieken: management van afgebakende populaties, van bovenaf uitgevoerd door een machtige groep deskundigen. Precies wat we nu weer zien opkomen, met als enige verschil dat het stap voor stap wordt gereproduceerd, tot het de hele wereld omspant.

Het nieuwe van de huidige situatie is in mijn ogen dat wij, opgesloten in ons eigen huis terwijl buiten de politiebevoegdheden worden uitgebreid en de ambulances loeien, collectief een karikaturale uitbeelding spelen van de grafiek van de biomacht die rechtstreeks weggelopen lijkt te zijn uit een college van filosoof Michel Foucault. Daarin ontbreken de vele onzichtbare arbeidskrachten die toch moeten werken opdat de anderen zich thuis kunnen blijven verschuilen – en niet te vergeten de migranten die onmogelijk op één plek te houden zijn. Maar zelfs dat is een karikatuur uit een tijd die niet meer de onze is.

De Franse president Emmanuel Macron gaf op 29 juni 2020 een speech over klimaatverandering voor het Élysée-paleis in Parijs. – © Christian Hartmann / Pool / AFP
De Franse president Emmanuel Macron gaf op 29 juni 2020 een speech over klimaatverandering voor het Élysée-paleis in Parijs. – © Christian Hartmann / Pool / AFP

Een immense kloof

Er is een immense kloof tussen de staat die kan zeggen: ‘Ik bescherm u voor eeuwig’ – dat wil zeggen: tegen de infectie door een virus dat alleen deskundigen kunnen opsporen en waarvan de effecten duidelijk worden door het bijhouden van de statistieken – en de staat die zou durven zeggen: ‘Ik bescherm u voor eeuwig, want ik zorg voor het behoud van de levensomstandigheden van alle levende wezens waarvan u afhankelijk bent.’

Laten we een gedachte-experiment doen. Stel je eens voor dat president Macron op even Churchilliaanse toon een reeks maatregelen had aangekondigd om de olie- en gasvoorraden in de aarde te houden, om een eind te maken aan het gebruik van pesticiden, om het diepploegen uit te bannen en om, het toppunt van stoutmoedigheid, terrasverwarming op terrassen te verbieden. Als je bedenkt dat alleen al het verhogen van de accijns op benzine de gelehesjesbeweging heeft ontketend, huiver je bij de gedachte aan de rellen die het land zouden overspoelen. En toch is de noodzaak om de Fransen voor hun eigen bestwil tegen de dood te beschermen bij de klimaatcrisis oneindig veel groter dan bij de gezondheidscrisis, want daarbij gaat het letterlijk om de hele wereld en niet slechts om een paar duizend mensen – en niet tijdelijk, maar voor altijd.

Welnu, het is duidelijk dat die staat niet bestaat. En nog zorgwekkender is dat we niet weten of de staat zich er wel op voorbereidt om van de ene crisis over te gaan op de andere. In de gezondheidscrisis speelt de overheid de klassieke pedagogische rol, en haar gezag valt volmaakt samen met de oude nationale grenzen: de archaïsche terugkeer naar Europese grenzen is daarvoor het treurige bewijs.

In de gezondheidscrisis is het inderdaad het volk dat opnieuw, als op de kleuterschool, braaf moet leren de handen te wassen en in de elleboog te niezen. Maar voor de ecologische ommekeer geldt het tegenovergestelde: daar is de overheid de leerling die van een veelvormig volk, op vele niveaus, moet leren hoe het bestaan eruit moet zien, op terreinen die totaal veranderd zijn door de noodzaak om uit de huidige geglobaliseerde productie te stappen. Dan kan de staat onmogelijk van bovenaf maatregelen opleggen.

Het zijn de mensen

Maar er is nog een reden die de statistiek van de ‘oorlog tegen het virus’ onbegrijpelijk maakt: in de gezondheidscrisis is het misschien zo dat de mensen met zijn allen ‘tegen de virussen vechten’, ook al trekken die zich daar niets van aan en doen ze via keel en neus gewoon hun dodelijke werk. Maar in de ecologische verandering is de situatie tragisch omgekeerd: de ziekteverwekker die met verschrikkelijke kracht de levensomstandigheden van alle aardbewoners heeft veranderd is hier niet het virus, het zijn de mensen! En niet alle mensen, maar bepaalde mensen die oorlog tegen ons voeren, zonder ons de oorlog te hebben verklaard. En op die oorlog is de nationale staat zo slecht voorbereid, zo slecht toegerust, zo slecht ingericht als maar mogelijk is, want er zijn vele fronten, die ons allemaal raken. In die zin bewijst de ‘algehele mobilisatie’ tegen het virus in geen enkel opzicht dat we klaar zijn voor de volgende. Militairen zijn niet de enigen die altijd een oorlog achter lopen.

Maar je weet het nooit, uiteindelijk kan een vastentijd, ook al is die niet-religieus en republikeins, misschien spectaculaire veranderingen brengen. Voor het eerst in jaren herontdekken miljoenen mensen die thuis opgesloten zitten deze vergeten luxe: tijd om na te denken en te zien waar ze zich altijd zo onnodig druk om maken. Laten we deze lange, onverwachte vastentijd goed benutten.

Bruno Latour
Bruno Latour (Beaune, 1947) is een van de eerste denkers die technologie als maatschappelijke, niet neutrale factor is gaan zien.

Hij vindt dat zowel gebruikers als bedenkers van technologie een morele verantwoordelijkheid dragen. De aarde kreunt en kraakt onder de menselijke exploitatiedrift en is geen bestendig object.

Daar zou volgens hem op een andere manier naar moeten worden gekeken. Niet observerend, maar medeplichtig. Een andere vernieuwende visie van Latour is dat de natuur een eigen stem heeft waarnaar geluisterd moet worden. Er is een andere omgang nodig, vindt hij, met alles wat niet-mens is.

Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

Dit artikel van verscheen eerder in Le Monde.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.