• El Nuevo Diario
  • Reader
  • Olie houdt Maduro op de been

Olie houdt Maduro op de been

El Nuevo Diario | Adolfo Miranda Sáenz | 06 september 2018

Als de olieproductie in Venezuela verder verslechtert, zal de regering-Maduro vroeg of laat vallen.

In oliestaat Venezuela heeft het beleid van Hugo Chávez en zijn opvolger Nicolás Maduro voor een braindrain gezorgd. Hooggekwalificeerde werknemers en techneuten hebben het land verlaten omdat de Venezolaanse regering hun geen waardig bestaan kan bieden waarin ze hun gerechtvaardigde ambities kunnen verwezenlijken. De weggelopen vakmensen en technici van de olieboorputten en olieraffinaderijen zijn vervangen door personeel 
dat niet goed genoeg is opgeleid om de machines 
te bedienen en te onderhouden. Op de stoel van de vroegere managers zitten nu inefficiënte functionarissen. Een groot deel van de infrastructuur van de Venezolaanse olie-industrie blijft onbenut.

Onlangs constateerde het Internationaal Energie Agentschap dat de olieproductie in Venezuela is gedaald van 3,4 miljoen vaten per dag in 1998 naar 1,5 miljoen vaten per dag in juni 2018. Met andere woorden, er worden 1,9 miljoen vaten minder per dag geproduceerd.

Aangezien de olie-industrie de ruggengraat is van de Venezolaanse economie is de terugloop in de olieproductie de belangrijkste oorzaak van de grote armoede, schaarste en ellende waar het Venezolaanse volk onder zucht. Bronnen bij Unopetrol (Honduras) en Puma (Zwitserland), oliemaatschappijen die in Nicaragua actief zijn, melden dat Venezuela nauwelijks meer profiteert van de speciale handelsvoorwaarden van de ALBA (Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika). De afspraak om vijftig procent 
van de rekening binnen zestig dagen te voldoen en de resterende vijftig procent uit te smeren over vijfentwintig jaar heeft geen enkel nut voor Venezuela. Nicaragua importeert nauwelijks meer ruwe olie 
uit Venezuela en koopt vooral brandstoffen in de 
Verenigde Staten. Het samenwerkingsverband tussen Venezuela en een aantal landen in het Caribisch gebied, Petrocaribe genaamd, waarbij tot 40 procent van de olielevering voor één tot twee jaar wordt voorgefinancierd en een deel in natura kan worden betaald, blijft evenwel bestaan.

Contant afrekenen

Venezuela is het land met de grootste olievoorraden ter wereld, maar gezien de drastische daling in de olie-export doet het liever zaken met landen die contant afrekenen: de Verenigde Staten, India en China (die de rekening vooraf voldoen). Volgens gegevens van de EIA kopen de VS gemiddeld 790 miljoen vaten olie per dag van Venezuela, meer dan de helft van de totale productie. Venezuela is op twee na de grootste leverancier van olie aan de VS. Vanwege het disfunctioneren van de Venezolaanse raffinaderijen betrekt het land tegenwoordig een deel van zijn brandstof 
bij Amerikaanse raffinaderijen, en net als Nicaragua exporteert het land mais naar Costa Rica, dat het vervolgens weer terugkoopt in de vorm van Corn Flakes. Het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA 
is eigenaar van CITGO, een belangrijke Amerikaanse oliemaatschappij met zetel in Houston, Texas, dat beschikt over 3 raffinaderijen, 48 outlets, 6000 servicestations, met een totale jaaromzet van 400 miljoen dollar (www.citgo.com).

Al produceert Venezuela dus weinig ruwe olie, toch ontvangt Maduro nog genoeg Amerikaanse oliedollars om in dit failliete land aan de macht te blijven. Met het oliegeld kan hij samen met zijn familie en zijn functionarissen een luxeleventje leiden en bovendien de militairen tevreden houden. Stel dat de Amerikaanse regering besluit om gedurende enkele maanden de olie-import uit Venezuela stil te leggen en de verkoop van petrochemische producten en de activa van CITGO te bevriezen. Dat zou de economische doodsteek zijn voor de regering-Maduro, die dan zou moeten aftreden. Maar dat zou de Verenigde Staten vele miljoenen dollars kosten omdat olie importeren uit bijvoorbeeld Saudi-Arabië een gigantische verhoging van de transportkosten zou betekenen en er inflatie zou optreden. Olie in Mexico kopen zou kwaliteitsvermindering en hogere kosten betekenen omdat er in Mexicaanse olie veel zwavel zit, waardoor het octaangehalte in de benzine daalt. Daarbij komt dat CITGO 3700 vaste arbeidsplaatsen en ontelbare indirecte banen oplevert, en miljoenen aan belasting betaalt. Bovendien zou het veroorzaken van een substantiële daling in het Venezolaanse olieaanbod de olieprijs internationaal opdrijven en dat zou zijn weerslag hebben op de Amerikaanse economie. Door de miljoenenstroom Amerikaanse oliedollars naar Venezuela is de politieke situatie van Maduro in de ogen van de Amerikanen niet te vergelijken met die van dictators die geen oliebronnen of iets vergelijkbaar bezitten.

Dit zijn de redenen waarom beide landen, in weerwil van de politieke veroordelingen en sancties tegen de Venezolaanse dictatuur, belangrijke handelspartners blijven. Sommige analisten zeggen dat de Amerikanen dit doen om het particulier bedrijfsleven te ontzien, maar die overweging is in het verleden voor de VS nooit een hinderpaal geweest om andere landen economische sancties en andere belemmeringen op te leggen als ze dat nodig achtten.

De Verenigde Staten – zoals alle landen – begrijpen dat zij de belangen van het eigen volk voorop dienen te stellen. En zowel Obama als Trump hebben de moed getoond om in het geval van Venezuela eerst 
te kijken naar de effecten van bepaalde maatregelen op hun binnenlandse economie. Er moeten immers banen komen en op inflatie zit niemand te wachten. Ik probeer alleen maar uit te leggen hoe de vork in 
de steel zit, zodat we kunnen begrijpen dat dictators als Maduro zich vergissen als ze denken dat ze weerstand kunnen bieden aan de druk van de VS en kunnen blijven zitten waar ze zitten. Als de olieproductie in Venezuela verder verslechtert zal Maduro’s regering vroeg of laat vallen, ook al maakt de geldstroom van de VS naar Venezuela de positie van Maduro in de ogen van de VS onvergelijkbaar met welke andere dictatuur ook.

Auteur: Adolfo Miranda Sáenz

El Nuevo Diario
Nicaragua | dagblad | oplage 40.000

Werd in 1980 mede opgericht door een groep journalisten die sympathiseerde met de sandinistische revolutie en die zich niet meer kon vinden in de politieke kleur van hun krant La Prensa.

Dit artikel van Adolfo Miranda Sáenz verscheen eerder in El Nuevo Diario.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.