• Foreign Affairs
  • Economie
  • Ook EU noemt Nederland officieel belastingparadijs

Ook EU noemt Nederland officieel belastingparadijs

Foreign Affairs | New York | Johan Langerock en Maarten Hietland | 12 november 2019

Oud-president Obama noemde Nederland ooit een belastingparadijs, tot grote verontwaardiging van de Nederlandse regering. De VS krabbelden terug. Maar volgens Foreign Affairs hoorde – en hoort – Nederland wel degelijk thuis op de lijst van de belangrijkste belastingparadijzen.

Nederlandse bewindslieden horen niet graag dat je hun land een belastingparadijs noemt. Dat was wat de regering-Obama deed, toen die Nederland in 2009 op een lijst zette van landen waar tientallen Amerikaanse bedrijven een dochteronderneming hadden opgezet om de Amerikaanse winstbelasting te ontwijken. In een persconferentie stelde het Witte Huis daarnaast dat bijna eenderde van de buitenlandse winsten van Amerikaanse bedrijven werden gerapporteerd in Nederland, Bermuda en Ierland.

Die verklaringen wekten verontwaardiging in Nederland, en de Nederlandse ambassadeur in Washington tekende protest aan. ‘Hier zijn we niet blij mee,’ zei staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager. ‘Ik ga ervan uit dat dit nog wordt opgehelderd en dat we voortaan niet meer in zo’n rijtje tussen Bermuda en Ierland belanden.’ Immers, zo leek de Nederlandse reactie te impliceren, iedereen weet dat die landen – net als bijvoorbeeld de Kaaimaneilanden en Zwitserland – échte belastingparadijzen zijn, en het was een grove belediging om Nederland daarmee op één hoop te gooien.

Al snel liet De Jager dan ook weten dat Nederland door Amerika niet meer als belastingparadijs werd omschreven. De VS waren wellicht teruggekrabbeld vanuit de begrijpelijke gedachte een gekrenkte bondgenoot niet verder voor het hoofd te willen stoten. Maar de waarheid is dat Nederland zonder meer op de lijst van de belangrijkste belastingparadijzen thuishoorde – en nog steeds thuishoort.

De Nederlandse economie profiteert er nauwelijks van

In 2017 ontving Nederland in totaal voor 5,2 biljoen dollar aan directe buitenlandse investeringen. Het leeuwendeel daarvan werd helemaal niet geïnvesteerd: slechts 836 miljard dollar belandde daadwerkelijk in de Nederlandse economie. De overige 4,3 biljoen ging naar lege vennootschappen of dochterondernemingen die er zijn opgezet om elders geen winstbelasting te hoeven betalen. Zoals die bedragen al aangeven, gaat het niet simpelweg om een paar schimmige figuren die hun illegaal verdiende geld uit het zicht willen houden: hier zijn enkele van de grootste spelers in de wereldeconomie bij betrokken.

Google en IBM behoren tot de vele Amerikaanse bedrijven die een vestiging in Nederland hebben geopend om in eigen land minder winstbelasting te hoeven betalen. Fiat Chrysler gaat door voor een Italiaans-Amerikaanse multinational, maar is technisch gezien een Nederlands bedrijf, sinds het zijn hoofdkantoor in 2014 voor fiscale doeleinden officieel in Amsterdam heeft gevestigd. Nederland was met zijn krap 17 miljoen inwoners goed voor 16 procent van alle buitenlandse winsten die Amerikaanse bedrijven in 2016 rapporteerden.

Dat komt natuurlijk niet doordat Amerikaanse bedrijven nou zo idioot veel goederen en diensten aan Nederlanders slijten. Het komt doordat Nederland die bedrijven in staat stelt hun elders verdiende geld te parkeren in Nederlandse dochterondernemingen of lege vennootschappen, of via Nederlandse brievenbusfirma’s door te sluizen naar andere belastingparadijzen. Zo kon Google in 2017 via Nederland 22,7 miljard dollar aan buitenlandse winst doorsluizen naar Bermuda, waar dat geld volledig onbelast bleef.

Niet de bedoeling

Het verhaal van de Nederlandse regering is altijd geweest dat dit niet de bedoeling is. Al die lege vennootschappen en geldstromen zijn volgens de overheid gewoon een onbedoeld neveneffect van innovatief fiscaal beleid dat louter bedoeld is om Nederlandse bedrijven een duwtje in de rug te geven in de extreme concurrentie van de wereldeconomie. Maar wat Nederland ook beweert, de waarheid is dat het zich al tientallen jaren doelbewust als een belastingparadijs positioneert, ten koste van zijn Europese buurlanden, de VS en ontwikkelingslanden. En het kon dat ook heel lang straffeloos doen.

Maar de laatste jaren trekken steeds meer journalisten en onderzoekers aan de bel. De Europese Unie en de OESO beginnen druk op Nederland uit te oefenen om dit aan te pakken, en ook de Nederlandse bevolking begint er schoon genoeg van te krijgen. Het kabinet belooft hervormingen en heeft al wat kleine stappen gezet. Maar dat is vooral voor de bühne: de Nederlandse regering hoopt duidelijk dat na enkele relatief pijnloze concessies de belangstelling voor dit thema weer zal wegebben. Dus als de EU, de OESO en critici in maatschappelijke organisaties en de media dit belastingparadijs echt willen opdoeken, dan zullen ze de druk op de ketel moeten houden.

Nederland is een klein land dat eeuwenlang een verhoudingsgewijs grote rol in de wereldeconomie heeft gespeeld, eerst als koloniale zeemogendheid en later als een belangrijk Europees handelscentrum. Een belangrijke factor in het Nederlandse succes was de invoering van belastingregels die de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland versterkten. Al in 1893 legde Nederland de basis voor zijn latere positie als belastingparadijs, met de zogenaamde deelnemingsvrijstelling, die moest garanderen dat winsten niet dubbel werden belast als ze van een dochteronderneming werden overgedragen aan een moedermaatschappij. Die regeling bood later bescherming aan Nederlandse bedrijven die zaken doen in het buitenland en hun inkomsten daar belast zien worden.

Minister-president Mark Rutte beantwoordt vragen van Pieter Heerma (CDA) en Jesse Klaver (GroenLinks) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. – © Werry Crone / HH
Minister-president Mark Rutte beantwoordt vragen van Pieter Heerma (CDA) en Jesse Klaver (GroenLinks) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. – © Werry Crone / HH

In de jaren zestig en zeventig werd deze gedachte een vast onderdeel van het buitenlandbeleid en begon Nederland met andere landen belastingverdragen te sluiten die voordelig waren voor grote bedrijven als Shell, KLM, Unilever en Philips. Door die verdragen kunnen Nederlandse bedrijven en investeerders hun in het buitenland gemaakte winsten terugsluizen naar Nederland, zonder daar in het buitenland belasting over te hoeven betalen. Het land waar die winsten zijn gemaakt, hoopt dan dat dit weer meer directe buitenlandse investeringen oplevert.

Het begon ooit met een handvol van dergelijke verdragen, maar inmiddels heeft Nederland er al meer dan honderd gesloten. Daarmee zit het flink boven het gemiddelde van de EU-landen (80) en komt het in de buurt van veel grotere Europese landen als Frankrijk (107).

Vooral één verdrag levert grote problemen op: dat tussen Nederland en de VS. Op grond van dat verdrag hebben Amerikaanse multinationals Nederlandse dochters opgericht, zogenaamde commanditaire vennootschappen, die door de Amerikaanse overheid als in Nederland belastbare bedrijven worden beschouwd. Die vennootschappen ontlopen de Amerikaanse winstbelasting, al worden ze door Nederland in de praktijk ook niet belast. De winsten van die bedrijven blijven dus in beide landen onbelast. Volgens een eerder dit jaar verschenen schatting van Oxfam zijn Amerikaanse multinationals als Google, Pfizer, Nike en Uber er op die manier in geslaagd om alleen al in 2016 geen belasting te betalen over meer dan 100 miljard dollar aan buitenlandse winsten.

Pijnlijk en schadelijk

Met zijn rol als belastingparadijs stelt Nederland deze bedrijven in staat andere landen van het geld te beroven dat zij nodig hebben voor elementaire zaken als infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs en dergelijke. Dat is voor alle overheden en gewone belastingbetalers pijnlijk, maar het is vooral schadelijk voor ontwikkelingslanden, waar de nood het hoogst en de belastingopbrengst toch al klein is.

Neem het Brits-Australische mijnbouwbedrijf Rio Tinto. In 2018 bleek uit een rapport van de Nederlandse Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Mongoolse milieu- en mensenrechtenwaakhond OT Watch dat Rio Tinto Nederland en Luxemburg de afgelopen jaren als belastingparadijs heeft gebruikt om zo weinig mogelijk belasting te betalen over de winst van zijn mijnbouwactiviteiten in Mongolië. Het bedrijf wist zijn winstbelasting op die manier met 230 miljoen dollar te verlagen – een bedrag waarmee Mongolië in theorie zijn onderwijs- of zorgbegroting bijna had kunnen verdubbelen.

Belangrijk in het verhaal over de ontwikkeling van Nederland tot belastingparadijs is dat die zich met brede politieke steun heeft voltrokken. Regeringen van uiteenlopende signatuur hebben er altijd aan meegedaan, en tot voor kort klonk er ook weinig kritiek uit maatschappelijke hoek, bijvoorbeeld in de media of de academische wereld. Er staan zo veel gevestigde belangen op het spel dat de werking van Nederland als belastingparadijs nooit echt aan een kritische blik werd onderworpen. Bij het minste spoor van kritiek luidde het verweer steevast: als Nederland zijn wetgeving aanpast, verliest het zijn unieke vermogen om als klein land mee te doen in de concurrerende wereldeconomie en zal het inboeten aan politieke en economische invloed.

Voor het eerst in decennia lijkt er nu toch een kans dat Nederland zijn leven gaat beteren

Maar in werkelijkheid plukt slechts een miniem deel van de samenleving de vruchten van de Nederlandse rol als belastingparadijs: alleen de pakweg tienduizend accountants, juristen en adviseurs die direct of indirect voor deze belastingontwijkingsindustrie werken. De Nederlandse economie als geheel profiteert er nauwelijks van: het leeuwendeel van de ‘investeringen’ die dankzij deze fiscale regelgeving in Nederland belanden, stroomt immers snel weer door naar andere belastingparadijzen.

Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank bleek in 2018 hoe mager de opbrengst is: het totale bedrag dat brievenbusfirma’s jaarlijks aan salarissen en sociale premies in Nederland spenderen, bedraagt circa 1,1 miljard dollar. Een klein bedrag, als je dat afzet tegen het Nederlandse bbp van ruim 820 miljard.

Binnen Nederland heeft de belastingontwijkingsbranche dus onevenredig veel macht, maar in de rest van Europa is ze minder invloedrijk. De EU en de OESO spannen zich al een hele tijd in om Nederland tot een ander beleid te bewegen, tot nog toe met weinig succes. Een EU-rapport noemde Nederland in 1999 een van de landen met de schadelijkste belastingstelsels binnen de EU. De toenmalige staatssecretaris van Financiën Wouter Bos deed dat af als ‘pure jaloezie’, en meer dan tien jaar lang wist Nederland effectieve maatregelen te voorkomen.

Maar na een lange periode van nietsdoen richtte de OESO in 2013 toch weer het vizier op belastingontwijking. In de jaren daarna is ook de EU wakker geworden en heeft ze twee richtlijnen tegen belastingontwijking uitgevaardigd. Tot slot heeft het Europees Parlement eerder dit jaar gedaan wat geen enkele andere EU-instantie nog had gedurfd: Nederland officieel een belastingparadijs noemen. En dat nota bene met steun van een aantal Nederlandse Europarlementariërs, wat sommige binnenlandse politici als verraad beschouwden.

Koersverandering

Na dat signaal kon het Nederlandse kabinet niet langer op de oude voet doorgaan. De afgelopen maanden is het begonnen de belastingwetgeving te herzien. Zo moet de maas in het verdrag met de VS volgend jaar worden gedicht. Ook ligt er een voorstel voor een bronbelasting op rente en royalty’s die naar andere belastingparadijzen worden doorgesluisd. Alleen zou dat slechts aan een klein aantal transacties een eind maken en de rol van Nederland als doorgeefluik voor die geldstromen niet wezenlijk aantasten.

Voor een echte koersverandering zijn drastischer maatregelen nodig. Ten eerste zouden alle rente- en royalty-inkomsten die naar of via Nederland worden doorgesluisd tegen een normaal tarief moeten worden belast. Verder is er wetgeving nodig die het moeilijker maakt om een brievenbusfirma op te richten, moeten de belastingverdragen worden herzien om misbruik te voorkomen, en moet de regering grote mazen in de eigen wetgeving dichten die bedrijven anders kunnen blijven uitbuiten om belasting te ontwijken, herziene belastingverdragen of niet.

Tot slot zou Nederland de EU en de OESO niet moeten tegenwerken, maar met die instanties de krachten moeten bundelen om belastingontwijking te bestrijden. Dat zou een enorme omslag in het Nederlandse beleid betekenen, en het is verre van zeker of dat erin zit. Maar voor het eerst in decennia lijkt er nu toch een kans dat Nederland zijn leven gaat beteren.

Auteurs: Johan Langerock en Maarten Hietland

Foreign Affairs
Verenigde Staten |  tweemaandelijks tijdschrift | oplage 110.000

Handboek voor ieder die de bewegingen op het wereldtoneel wil begrijpen. In deze pagina’s ontstaan meestal de contouren voor het Amerikaanse buitenlandse beleid.

Dit artikel van Johan Langerock en Maarten Hietland verscheen eerder in Foreign Affairs.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.