Operatie Mekong

Der Spiegel

| Hamburg | Bernhard Zand | 18 oktober 2018

De Mekong, Moeder van het water, zoals de grootste rivier in Zuidoost-Azië heet, bepaalt de toekomst van ongeveer de hele economische regio. Daar zorgen de Chinezen wel voor. In geen enkele regio reikt de invloed van China zo ver als in de landen aan de Mekong.

Meer dan 4300 kilometer meandert de langste rivier van Zuidoost-Azië naar de Stille Oceaan, van de bron in het Tibetaanse hoogland naar Cambodja en Vietnam, waar hij uitmondt in een delta. Lancang heet hij in China, Mekong, ‘moeder van het water’, in de landen stroomafwaarts. De rivier is de levensader van deze regio, hij bewatert rijstvelden en mangoboomgaarden en voorziet miljoenen mensen van drinkwater, voedsel en energie.

In het Westen roept de Mekong exotische beelden en historische herinneringen op, aan een eeuw van Europese koloniale en Amerikaanse militaire geschiedenis, aan de tempel van Angkor Wat en de lanen van Saigon, aan de jungleoorlog van de jaren zestig, aan helikopters en patrouilleboten.

In Azië bepaalt de Mekong de toekomst van een hele economische regio. Vijf ongelijke landen verbindt hij aan zijn benedenloop: het economisch sterke Vietnam, zijn argwanende buurland Cambodja, het zelfbewuste Thailand, het politiek geïsoleerde Myanmar en het nog achtergebleven Laos.

Tegelijkertijd vormt de rivier de band tussen deze vijf landen en China, hun grote buurland in het noorden. Via de Mekong ontsluit zich voor Beijing een gebied waarin het stuwdammen, krachtcentrales en fabrieken bouwt en wegen, spoorlijnen en havens aanlegt. Hier in Zuidoost-Azië krijgt een wereld gestalte waarin China de lakens uitdeelt, veel meer nog dan in Centraal-Azië, Afrika of Europa.

Zijderoute-initiatief

Over de hele wereld is Beijing bezig om grondstoffen veilig te stellen en handelscorridors en nieuwe markten te openen. Het algemene kader daarvoor wordt gevormd door China’s zijderoute-initiatief, een breed opgezet ontwikkelingsprogramma dat oorspronkelijk alleen Eurazië zou omvatten, maar inmiddels ook overslaat op andere werelddelen.

In sommige landen, zoals Sri Lanka, Pakistan en Ethiopië, is de aanwezigheid van China al overweldigend, maar in de landen van Latijns-Amerika vordert Beijings expansie maar moeizaam.

In geen enkele regio reikt de invloed van China zo ver als in de landen aan de Mekong. Dat komt om te beginnen door de geografische en culturele nabijheid van China, door historische banden die eeuwen teruggaan. Maar in de eerste plaats komt dat doordat China in Zuidoost-Azië een strategisch, samenhangend plan volgt, dat veel verder gaat dan elk afzonderlijk project.

Aan de Mekong is een nieuwe wereldmacht te zien, die zich zorgvuldig heeft voorbereid op de omstandigheden in de verschillende landen: de geschiedenis, het ontwikkelingsniveau, de economische behoeften, het politieke stelsel, de diplomatieke en militaire voorkeuren.

Hoe gaat China daarbij concreet te werk? Hoe speelt het land zijn bijzondere middelen en capaciteiten uit om zijn invloed te versterken? Als de plannen van de Chinese leiders niet worden doorkruist door een politieke of economische crisis, worden vroeg of laat ook andere landen en regio’s met deze vragen geconfronteerd.

Explosief gegroeid

Drieënhalf uur duurt de rit van de Chinese grens naar Muang Xay, de eerste vrij grote stad in het noorden van Laos. Het traject is nauwelijks honderd kilometer lang en voert door dorpen en bossen met helgroene rubberbomen. Kippen en varkens lopen over straat en de gaten in het wegdek zijn zo diep als een badkuip.

Op elke tweede heuvel doemt beneden in het dal een bouwplaats op, waar arbeiders beton aan het storten zijn voor brugpijlers – met vlak daarachter telkens een boorgat in de volgende heuvel.

Hier is een Chinees concern een spoorlijn aan het aanleggen, die over een afstand van 414 km naar hoofdstad Vientiane loopt. Een technisch veeleisend project, want de helft van het traject zal door tunnels voeren en ruim 60 kilometer over bruggen. Maar niemand twijfelt eraan dat de spoorlijn volgens planning in 2021 in gebruik zal worden genomen. De reistijd vanaf de grens naar Muang Xay zal dan 25 minuten bedragen, die naar Vientiane ongeveer drie uur.

Het provinciestadje Muang Xay is door de toevloed van spoorwegarbeiders explosief gegroeid. Alle hotels zijn volgeboekt en Chinese terreinwagens rijden door de straten.
Aan de rand van het stadje, waar het station moet gaan verrijzen, staan de containers die de nederzetting van de spoorwegmaatschappij vormen. Naast de Laotiaanse vlag wappert de rode van China in de wind. Het hele traject, zegt de dertigjarige hoofdingenieur Lin, is in zes segmenten verdeeld, zijn kantoor alleen al biedt werk aan vierduizend Chinese arbeiders. ‘Ook een paar honderd Laotianen werken mee,’ meldt de 44-jarige Qiu Jixin, de partijleider van zijn eenheid, ‘alleen niet op de bouwplaatsen, maar bij het transport en in de keuken.’

Als partijleider is hij verantwoordelijk voor de ‘ideologische opvoeding en de bestrijding van corruptie,’ zegt Qiu. De spoorwegsector van China is berucht vanwege het zwarte geld. Het project in Laos is in 2009 mede opgezet door de toenmalige minister van Spoorwegen van China, Liu Zhijun, maar die zit al jaren in de gevangenis.

© Flickr
© Flickr

Het nut van het spoorwegproject ligt niettemin voor de hand: Laos, het armste van de Mekong-landen, heeft een rampzalige infrastructuur. Hier sterven mensen aan banale ziekten omdat het vaak uren duurt om ze via de slechte wegen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te brengen. De spoorlijn zou de ruggengraat van een vervoersnetwerk kunnen worden waarmee het land zich kan ontsluiten voor zijn buurlanden.

Maar tegen welke prijs? Toen in 2016 de eerste schop de grond in ging, werden de kosten op bijna zes miljard dollar geraamd. Dat stond destijds gelijk aan bijna de helft van het bruto binnenlands product van Laos, een extreme wanverhouding, zelfs afgezet tegen de omstreden kredieten die China in andere landen heeft verleend. Deskundigen van de Wereldbank twijfelen aan het economisch nut van het project.

Om de druk op de staatsbegroting te verlagen, heeft de regering in Vientiane grond aan het Chinese bouwbedrijf overgedragen: vijf meter aan weerszijden van het spoor en drie vierkante kilometer voor elk van de tien geplande stations. Dat is een terugkerend patroon in veel landen waar China wegen, spoorlijnen en havens aanlegt: Beijing verzekert zich van grondrechten voor het geval dat de kredietnemer zijn schuld niet kan terugbetalen.

In Laos treedt Beijing op als opdrachtgever die een probleem oplost dat geen enkel ander land zo snel en efficiënt zou kunnen oplossen. Tegelijkertijd creëert China daarmee een afhankelijkheid waaruit de partner zich niet binnen afzienbare tijd zal kunnen bevrijden. Laos zit in de schuldenval van China.

Het kan nog decennia duren, maar als het aan China ligt zal de spoorlijn naar Laos niet eindigen in Vientiane. Voor Beijing maakt hij deel uit van een project dat nog verder voert, een pan-Aziatisch vervoersnetwerk dat ooit mogelijk tot Singapore reikt en behalve wegen en spoorlijnen ook een groot kanaal zou kunnen omvatten.

Elk jaar verdubbelt het aantal Chinese toeristen in de stad, van wie de meesten alleen maar komen gokken

In de Thaise hoofdstad Bangkok zijn er invloedrijke mannen die Beijing in dit plan steunen; sommigen van hen zijn leden van de Thais-Chinese Bond voor Cultuur en Economie. Hoe deze organisatie met de lange naam veertig jaar geleden tot stand is gekomen, is volgens de secretaris-generaal ervan, Paisal Puechmongkol, in één zin samen te vatten: ‘Na de nederlaag van de VS in de Vietnamoorlog zocht Thailand een bondgenoot tegen het sterker geworden Vietnam.’ China leende zich daar uitstekend voor.

Een van de projecten waaraan Beijings vrienden in Thailand zich hebben gewijd, wordt steeds urgenter voor geostrategen: het zogenaamde Kra-kanaal, een kunstmatige verbinding tussen de Indische en de Stille Oceaan.

Tot nog toe gaat het scheepvaartverkeer tussen de twee wereldzeeën, waaronder ruim 80 procent van de olie-import van China, door de Straat van Malakka. Deze zeeroute loopt echter tegen de grenzen van zijn belastbaarheid aan: jaarlijks varen er bijna 100.000 schepen doorheen en binnen een paar jaar zou de maximale capaciteit van ruim 120.000 schepen kunnen zijn bereikt. Het idee dat deze flessenhals afgesloten zou kunnen raken door een ongeluk of een militair conflict met de VS is een oerangst van Chinese politici.

‘Het Kra-kanaal zou de oplossing zijn voor dit en veel andere problemen,’ zegt de econoom Pakdee Tanapura van de bond van China-vrienden. Een kanaal door de Landengte van Kra, waar Thailand maar 40 km breed is, zal niet alleen een nieuwe zeeroute creëren, maar de mondiale rederijen ook miljoenen aan brandstofkosten besparen.

Pakdee schat de bouwtijd op acht jaar en de kosten van het project op 20 miljard dollar. De ontwerpen die hij laat zien, zijn gemaakt door Chinese bouwbedrijven. Thailand en China zouden al een intentieverklaring voor het project hebben getekend, maar Beijing, zegt Pakdee, is wijselijk alleen achter de schermen aan het werven voor het kanaal.

Tot nog toe zijn er minstens twee redenen die tegen het project pleiten: het kanaal zou, waar het ook wordt gegraven, het boeddhistische noorden van Thailand scheiden van het onrustige, overwegend islamitische zuiden van het land – een groot probleem voor de binnenlandse veiligheid in Thailand.

‘Bovendien boezemt het kanaal India angst in,’ geeft secretaris-generaal Paisal Puechmongkol ter overweging. New Delhi is bezorgd over de invloed van China in de regio en Bangkok moet daar rekening mee houden.

Het plan is dus om voorzichtig te werk te gaan en ook India en zelfs Tokio en Seoul erbij te betrekken. Ook Japan en Zuid-Korea krijgen het gros van hun olie-import via de verstopte Straat van Malakka. In het debat rond het Kra-kanaal laat het machtsbewuste Beijing zich van een ongewone kant zien. Ongetwijfeld steunt China het project, want het land zou er enorm van profiteren. Maar de leiders in Beijing weten dat ze in Thailand een zelfbewuste, economisch sterke partner hebben, die ze niet zo eenvoudig onder druk kunnen zetten als Laos – of Cambodja.

De Mekong bij Phnom Penh, Cambodja. – Flickr
De Mekong bij Phnom Penh, Cambodja. – Flickr

Drie dingen zijn verboden in de casino’s van Sihanoukville, de badplaats in het zuiden van Cambodja: wapens, drugs en alcohol. De klanten moeten dat wel weten, dus de verboden zijn in het Chinees. Cambodjanen mogen niet in de casino’s komen.

‘Als het aan mij lag, dan zouden we de Chinezen verbieden om hier nog als een gek rond te rijden en torenflats te bouwen,’ zegt een chauffeur die zich Chanly noemt. ‘Steeds weer zijn er dodelijke ongelukken, zodat ik inmiddels bang ben als mijn vrouw de brommer pakt. En dan dit nog hier,’ zegt hij, terwijl hij wijst op een van de half voltooide torenflats van 30 verdiepingen die het centrum van de stad in een reusachtige bouwput hebben veranderd.

Sihanoukville, in de jaren vijftig gebouwd en genoemd naar de vroegere koning van Cambodja, is van een rustig strandparadijs uitgegroeid tot een ‘Chinese kolonie’, aldus Chanly. Elk jaar verdubbelt het aantal Chinese toeristen in de stad, van wie de meesten alleen maar komen gokken.

‘Sihanoukville is geen Cambodja meer,’ zegt de veertigjarige Vannarith Chheang van het Instituut voor Strategische Studies in de hoofdstad Phnom Penh. ‘De ambassade van China is dag en nacht bezig om het slechte imago van het land te verbeteren. Acht van de negen Cambodjanen hebben een negatief beeld van China.’

Dat geldt niet voor hun regeringsleider, want de al 33 jaar zittende premier Hun Sen schreef voor de verkiezingen van juli op zijn Facebookpagina dat de leiders van China hem steunen.

Hun Sen werd herkozen, waaraan China zijn deel had bijgedragen. Zo had Beijings ambassadeur een verkiezingsbijeenkomst van de regeringspartij bijgewoond en ontving het nationale verkiezingscomité een gift van 20 miljoen dollar van de Chinezen. In april 2017 had Hun Sen een boek van de Chinese president Xi Jinping gepresenteerd en ‘de ambtenaren, hoogleraren en studenten’ van zijn land aanbevolen het te lezen. Vlak voor de verkiezingen was de Chinese minister van Defensie in Cambodja geweest, had het land een ‘trouwe vriend’ genoemd en militaire hulp toegezegd voor een bedrag van 100 miljoen dollar.

Anti-Chinese protesten

Onderzoeker Chheang zoekt de verklaring voor Cambodja’s nauwe betrekkingen met Beijing in een politiek argument: het land voelt zich van oudsher bedreigd door zijn sterke buurlanden Thailand en Vietnam. ‘In die situatie is China een natuurlijke bondgenoot,’ zegt hij. ‘Daarbij komt nog dat het Westen niet weet wat het eigenlijk wil in deze regio. China groeit zo snel dat Europa en de VS het nauwelijks kunnen bijbenen om strategieën voor de omgang met de nieuwe wereldmacht te ontwikkelen. Kleine landen in Zuidoost-Azië rest daarom niets anders dan zich te schikken naar de realiteit.’

In geen van de Mekong-landen mengt Beijing zich zo nadrukkelijk en openlijk in de politiek als in Cambodja. Uit de handelwijze van China blijkt dat het inspeelt op de bijzondere omstandigheden in de verschillende landen – ook wanneer het gaat om de schijn van een democratische verkiezingsstrijd, zoals die in China zelf nooit zou plaatsvinden.

Vlak voor de uitmonding in de Mekong-delta zijn twee grote bruggen over de twee hoofdarmen van de rivier gebouwd. De ene heeft Vietnam met de Japanners gebouwd, de andere met Australië.

Met geen enkel ander land aan de Mekong heeft China zo veel moeite als met zijn buurland en voormalige militaire tegenstander Vietnam. In 1979 waren de twee socialistische landen verwikkeld in een kort, maar bloedig grensconflict. Het ging om de vraag wie na de Vietnamoorlog de leidende rol in de regio zou overnemen. Sindsdien zijn de betrekkingen turbulent.

China zet alle middelen in om economisch aanwezig te zijn in Vietnam. In Hanoi leggen Chinese bedrijven een metronet aan, aan de zuidoostkust hebben ze net een reusachtige kolencentrale in bedrijf genomen en in de industriegordel rond Ho Chi Minhstad zijn tientallen Chinese textielfabrieken gevestigd. Beijing is de grootste handelspartner.

Toch komt het steeds weer tot anti-Chinese protesten. In juni demonstreerden honderden Vietnamezen tegen een wet die buitenlandse investeerders, onder wie ook Chinezen, langdurige pachtrechten beloofde. Vier jaar geleden gingen duizenden mensen de straat op om te protesteren tegen de verplaatsing van een Chinees booreiland in de Zuid-Chinese Zee. In 2016 schreef een douanebeambte de woorden ‘fuck you’ in het paspoort van een Chinese toeriste – op de pagina met een kaart met Beijings aanspraak op een zeegebied dat ook Vietnam wil.

In 2016 schreef een douanebeambte de woorden “fuck you” in het paspoort van een Chinese toeriste

‘Verzet tegen China komt in Vietnam nooit van de politici,’ zegt de 42-jarige Nguyen Chi Tuyen, een criticus van het regime die in Hanoi woont. ‘Hier is het altijd het volk dat de regering in de houdgreep neemt.’

Wat hem bang maakt voor China zijn niet alleen de economische overmacht en de imperiale pretenties. ‘Veel groter is onze angst voor China’s autoritaire model, de op technisch gebied zwaarbewapende controlestaat,’ zegt Tuyen. Dat model is volgens hem aantrekkelijk voor de leiders van Vietnams staatspartij. ‘Onze regering heeft nog lang niet de mogelijkheden om haar burgers zo permanent te controleren als die in Beijing. Maar ook ik moet er inmiddels goed over nadenken wie ik ontmoet.’

Hoe verreikend de ideologische nabijheid van de twee staatspartijen is, is lastig te beoordelen. De mogelijkheden van China om invloed uit te oefenen op Hanoi zijn beperkt. Vietnam werkt op economisch gebied met China samen. Maar met 95 miljoen inwoners en een bloeiende industrie is het land niet overgeleverd aan de Chinese overmacht.
Omdat China nog niet sterk genoeg is om zijn gebiedsaanspraken in de Zuid-Chinese Zee met militair vertoon te doen gelden, oefent het indirect druk uit op Hanoi. Hierbij betalen Beijings forse investeringen in Laos en Cambodja zich uit: Laos houdt zich in de strijd om de eilanden nog op de vlakte, maar Cambodja schaart zich ondubbelzinnig achter de Chinezen.

Vietnam heeft echter ook de beschikking over indirecte middelen. In maart gaf Hanoi voor de eerste keer sinds het einde van de Vietnamoorlog een Amerikaans vliegdekschip toestemming om aan te leggen in Vietnam.

Het signaal was helder: Vietnam zoekt naar bondgenoten om China’s strategische overwicht in Zuidoost-Azië te compenseren.


Een van de succesvolste Chinese films aller tijden is de thriller Operation Mekong, die op feiten berust. In 2011 hadden rivierpiraten op de Mekong twee Chinese vrachtschepen overvallen en alle 13 bemanningsleden gedood. Achterhaald werd dat een uit Myanmar afkomstige drugsbaas het brein achter de overal was geweest. Hij werd uitgeleverd aan China en daar terechtgesteld. Sindsdien patrouilleren naast Thai, Laotianen en Myanmarezen ook Chinese politieagenten op de benedenloop van de Mekong. En hoewel vier van de oeverlanden al decennialang samenwerkten in een los bondgenootschap, de Mekong River Commission, gaf Beijing in 2015 de aanzet voor de oprichting van een nieuwe organisatie waarbij ook Myanmar en China zijn aangesloten: de Lancong-Mekong Cooperation.

China’s controle over Zuidoost-Azië beperkt zich allang niet meer tot de aanleg van spoorlijnen en kanalen en de bouw van casino’s en krachtcentrales. Langs de Mekong neemt de machtsontplooiing van Beijing een dimensie aan die uitdrukkelijk ook politieke en strategische doelen omvat. Daarvoor zijn de leiders van China zelfs bereid om te breken met een tientallen jaren oude doctrine: het principe om zich niet te mengen in politieke crises van andere landen.

Het is Beijing niet ontgaan dat Myanmars de facto regeringsleider Aung San Suu Kyi na de crisis rond de moslimminderheid Rohingya uit de gratie is geraakt bij het Westen. De eerste toespraken van teleurgestelde westerse politici over de in 1991 met de Nobelprijs voor de Vrede onderscheiden Suu Kyi waren nog maar nauwelijks verstomd of ze werd in Beijing ontvangen door de Chinese president Xi Jinping. Minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi stelde een drietrapsraket voor als oplossing voor de crisis en bood zijn land aan als bemiddelaar – een novum in de recentere geschiedenis van China.

Wie de betrokkenheid van het land in Afrika, het Nabije Oosten en aan de Indische Oceaan heeft geobserveerd, ziet een patroon: waar anderen zich terugtrekken, verschijnt Beijing krachtdadig ten tonele. Zo ging het toen India en de EU-landen zich afkeerden van het in een burgeroorlog verwikkelde Sri Lanka, zo ging het toen Saoedi-Arabië en Israël zich vervreemdden van de VS onder Barack Obama en zo gaat het des te nadrukkelijker hoe meer Washingtons relatie met Pakistan bekoelt.

In Zuidoost-Azië zal dit patroon zich herhalen als Europa en de VS, druk met hun eigen crises, een strategische blik ontberen.

Geen van de landen aan de Mekong is een rechtsstaat of een democratie naar westerse maatstaven, noch de éénpartijdictaturen in Laos en Vietnam, noch de door militairen gedomineerde regimes in Thailand en Myanmar, noch het steeds autoritairdere Cambodja onder leiding van de autocraat Hun Sen.

Maar in al deze landen zijn er mensen die bang zijn voor een wereldorde waarin China domineert.

Auteur: Bernhard Zand
Vertaler: Pieter Streutker

Openingsbeeld: © Flickr

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 976.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

Dit artikel van Bernhard Zand verscheen eerder in Der Spiegel.
Recent verschenen
TIJDELIJKE AANBIEDING
Drie maanden onbeperkt digitaal toegang tot 360 voor maar € 15
bo pc
Drie maanden onbeperkt digitaal toegang tot 360 voor maar € 15! Ja, ik steun 360