• Mosaic Science
  • Reader
  • Over de haargrens

Over de haargrens

Mosaic Science | Rhodri Marsden | 28 oktober 2016

Het idee dat een behoorlijke haardos sexappeal verleent is zo diepgeworteld, dat mannen voor een ingewikkelde transplantatie duizenden follikels uit hun achterhoofd laten trekken. De vraag is of er inderdaad een oplossing moet worden gevonden voor haarverlies, of voor de manier waarop ermee wordt omgegaan.

Toen ik nog een tiener was, verzekerde mijn moeder me dat ik niet net als mijn vader al rond mijn vijfentwintigste kaal zou worden. ‘Kijk maar,’ zei ze, en ze schoof het haar van haar voorhoofd naar achteren. ‘Je hebt mijn haargrens, niet die van je vader.’ Destijds liet ik me overtuigen, maar al binnen tien jaar bleek haar redenering niet te kloppen. Langzaam schoof mijn haargrens naar achteren, een duidelijk teken dat ik het haarverlies van een van mijn ouders had geërfd.

De opkomst van de sociale media bood me een spannend nieuw tijdverdrijf: mezelf ‘onttaggen’ uit foto’s waar mijn glimmende voorhoofd weinig flatteus op stond, op bijna allemaal dus. Ik deed net alsof het me niet kon schelen, en dat doe ik nog steeds nu ik de veertig ben gepasseerd. Ik ging er op de klassieke manier mee om; ik droeg een hoed, liet mijn baard staan; belachelijk doorzichtige trucs, waar niemand intrapte, en ik al helemaal niet.

Androgenetische alopecia is de medische benaming voor deze erfelijke vorm van haarverlies. Hoewel die zowel mannen als vrouwen kan treffen, richt de haarverliesindustrie zich vooral op de angsten van de man. Naar geschat gaat er wereldwijd anderhalf miljard dollar om in een sector die inspeelt op de behoeften van miljoenen mannen en steeds beter geld uit hun zak kan kloppen. Een willekeurige zoektocht op internet levert een overstelpende hoeveelheid mogelijkheden op die suggereren de kalende man uit zijn ellende te kunnen verlossen; van kruiden tot chirurgische ingrepen, van wonderschuim tot kunstige haarstukjes, van herstellende shampoos tot nanovezelsprays voor het ‘inkleuren’ van kale plekken. Sommige daarvan werken, althans, de kaalte is minder zichtbaar (wondermiddelen bestaan niet), maar wat voor de een werkt, kan voor de ander rampzalig uitpakken.

Lastig probleem

Spencer Stevenson begon al op jonge leeftijd kaal te worden, en hij heeft in de media uitgebreid gesproken over het trauma dat hij daaraan heeft overgehouden. Om dat leed te verzachten heeft hij in totaal zo’n 40.000 pond uitgegeven aan behandelingen, waaronder elf haartransplantaties, en vele daarvan voldeden lang niet aan de gewekte verwachtingen. Sindsdien geeft hij graag adviezen over haarverlies aan hen die daar ook last van hebben, en vertelt hij uitgebreid over de ellende die hij heeft meegemaakt toen hij in handen kwam van wat hij een mensonterende, nietsontziende branche noemt. ‘Alles draait daar om geld en er zijn maar weinig organisaties die het beste voorhebben met de patiënt,’ zegt hij. ‘De branche staat erom bekend dat ze zich als aasgieren storten op de kwetsbare medemens.’

Die kwetsbaarheid wordt zelden erkend, maar is wijdverspreid. Een onderzoek uit 2005, uitgevoerd in vijf Europese landen, laat zien dat 43 procent van de mannen met haarverlies bang is dat ze daardoor minder aantrekkelijk worden, 22 procent dat hun sociale leven zal worden geschaad en 21 procent van de mannen vreest er depressieve gevoelens van te krijgen. De geschiedenis toont aan dat mannen alle mogelijke bizarre middelen proberen om het haarverlies tegen te gaan, terwijl hun omgeving hun frustraties (en ook hun kaalheid) ergens wel vermakelijk vindt. I

n het Oude Testament wordt de profeet Elisa onderweg naar Bethel door een groepje jongens uitgescholden vanwege zijn kaalheid. Dat kwetst hem zo dat hij de hulp van God inroept, die de jongens ogenblikkelijk door twee beren laat verscheuren. Hardvochtig, zeker, maar God koos ervoor de pesters te doden en niet om iets aan die kaalheid te doen. Maar dat kun je Hem natuurlijk niet kwalijk nemen. Kaalheid bij mannen is inderdaad een heel lastig probleem.

© Getty
© Getty

Volgens het Britse National Institute for Health and Care Excellence heeft dertig procent van de mannen onder de dertig te maken met haarverlies en neemt het percentage toe tot tachtig procent van de mannen boven de zeventig. Dihydrotestosteron (DHT) zou het hormoon zijn dat daarvoor verantwoordelijk is. Het wordt uit testosteron gemaakt door het enzym 5-alfa-reductase, dat zich bevindt in de huidpapil, die aan de basis van het haarfollikel zit. Dat zet een miniaturisering in gang in hormonaal gevoelige gebieden zoals het voorhoofd en de kruin. Het aantal cellen van de huidpapillen neemt af, de follikels slinken en, zoals de American Hair Loss Association het formuleert: ‘er wordt geen cosmetisch aanvaardbaar haar meer geproduceerd’.

Allereerst leidt dat tot toenemende kaalheid. Ten tweede, en dat is misschien wel belangrijker, reageren we daar psychologisch op. ‘En dat is bij iedere man weer anders,’ zegt Anthony Bewley van de British Association of Dermatologists, die een bijzondere belangstelling heeft voor de psychologie achter huidaandoeningen. ‘Het gevoel dat je minder aantrekkelijk bent, dat je vroeg oud bent, dat je minder viriel bent, of zelfs ontmand bent. Het helpt mensen van wie het zelfvertrouwen is geschaad echt niet om het af te doen als iets onbenulligs of iets wat geen ziekte is.’

Bij iedere relatie die verbroken is, wankelt of niet van de grond komt, wordt kaalheid als de boosdoener aangewezen. ‘Had ik maar een volle haardos gehad, dan was alles anders gelopen’, is de redenering. De meeste medici vinden dat het voor de meeste mannen de beste oplossing is om zich neer te leggen bij hun kaalheid, maar dat pad wordt zelden bewandeld door hen die eronder lijden. De meesten vinden dat het haarverlies aangepakt moet worden, en niet de manier waarop we ermee omgaan.

Elton John

Jay Patel, medeoprichter van MH2Go, een bedrijf dat pruiken levert en aanmeet, zit in zijn kantoor vlak bij Brick Lane in het centrum van Londen met een pen te spelen terwijl hij zijn verhaal over kaalheid vertelt. ‘Zo’n vijf jaar geleden heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Er was nog veel meer aan de hand, omdat ik ook lijd aan Body Dysmorphic Disorder (ingebeelde lelijkheid). Ik lag drie weken in het ziekenhuis en daar kreeg ik veel steun. Daarna heb ik iedereen verteld dat ik een pruik droeg en er viel een last van mijn schouders. Ik schaamde me niet langer.’ Onwillekeurig kijk ik even naar Patels haargrens; je kunt niet zien dat hij een pruik draagt. Het is een knappe vent en je hebt het gevoel dat hij er ook zonder haar goed uit zou zien. Toch glimlacht hij geforceerd, nu ik het weet.

Vanaf de straat ziet het MH2Go-gebouw eruit als een doorsneesalon, maar binnen geeft Patel adviezen aan mensen die een pruik willen kopen, terwijl zijn zakenpartner, Egita Rogule, ze ontwerpt en past. De prijzen zijn naar pruikenmaatstaven zeer redelijk: 495 pond voor de eerste pruik en 250 pond voor elke volgende, en ze gaan tussen de vier en zes maanden mee.

Nu kijkt Patel naar mijn voorhoofd. ‘Jij zou geen goede gegadigde zijn voor een haartransplantatie, want daarvoor is het betreffende gebied te groot. Dat is gewoon niet haalbaar.’ Hij pakt een haarstukje uit een doos. ‘Wil je er eentje proberen? Je bent er nu toch.’ Van tevoren had ik al besloten dat ik niet Elton John naar de kruin wilde steken. Maar ach, er was verder niemand bij, alleen Jay en ik, dus ik verman me en ga voor een spiegel zitten. ‘Let wel, deze is niet aangepast aan de vorm van je schedel,’ zegt hij, ‘en het is zwart haar, dus het is niet jouw kleur. Stel je maar voor dat het grijs is.’ Patel zet hem op en doet een stap naar achteren. ‘Eigenlijk staat ie je heel goed.’ Dat moet ik hem nageven. Maar het blijft een pruik.

‘Bij mijn adviezen probeer ik iedereen bewust te maken van wat hun te wachten staat,’ vertelt Patel. ‘Ik zeg altijd: “Het is niet je eigen haar. We doen ons uiterste best, maar het blijft een pruik.”’ Zijn eerlijke aanpak komt voort uit de nare ervaring die hij als jongeman heeft gehad, toen hij een bedrijf 20.000 pond betaalde voor een serie pruiken die maar een paar weken meegingen. ‘Daarna was ik blut, want ik was pas 23. Maar ik was erdoor geobsedeerd. Het waren net drugs, en zij waren mijn dealers.’ Je wordt kaalgeschoren voordat de pruik wordt vastgeplakt en dat betekent dat je er ook niet meer onderuit komt. ‘Dan kun je dus misbruik maken van je cliënten,’ legt Patel uit. ‘Bij andere bedrijven werken mensen die alleen maar willen verkopen. Je komt in deze branche zelden iemand tegen die hetzelfde heeft meegemaakt als ik.’

Een strip van de hoofdhuid wordt verwijderd en in heel kleine stukjes gesneden, die daarna in gaatjes in het betreffende gebied worden ingebracht

Nadeem Uddin Khan, directeur van de Harley Street Hair Clinic, bewijst het ongelijk van Patels theorie. ‘Ik zoek even een foto van mezelf,’ zegt hij, terwijl hij in zijn telefoon bladert tot hij eindelijk vindt wat hij zoekt. Hij laat me de foto zien: een kalende man, knap, misschien ietwat verlegen. Ook bij hem kijk ik automatisch naar zijn huidige haargrens: keurig, heel kort en heel anders dan op de foto. ‘Dat was zo’n tien, twaalf jaar geleden,’ vertelt hij. ‘Toen ik kaal werd, vond ik dat vreselijk. Een jaar lang ging ik niet uit. Dus ik begrijp wat die mannen meemaken.’

Khan was een van de eersten in Engeland die FUE (follicular unit extraction, een haartransplantatietechniek waarbij haarbundeltjes een voor een uit het achterhoofd worden verwijderd) ondergingen en daar is zijn kliniek nu in gespecialiseerd. FUE wordt – vooral door jongere mannen – beschouwd als een succesvolle, moderne chirurgische methode met weinig littekenvorming. Dat is grotendeels te danken aan de voetballer Wayne Rooney, die twee haartransplantaties heeft laten doen in Khans kliniek. ‘Hij is een geweldige ambassadeur voor ons en voor haartransplantatie in het algemeen,’ aldus Khan.

Nadat ik beschermende kleding heb aangetrokken, word ik meegenomen naar een behandelkamer, waar een man op zijn rug ligt, armen over elkaar, terwijl een arts met een speciaal apparaat sneetjes in zijn voorhoofd maakt. De hele ochtend heeft hij op zijn buik gelegen terwijl de haartjes uit zijn achterhoofd werden getrokken; later zullen die ergens anders worden ingebracht. Het is zijn tweede behandeling. Ook voor hem was Rooney degene die hem over de drempel had geholpen. ‘Weet je,’ zegt hij terwijl de arts bloed van zijn schedel veegt, ‘bij Rooney zie je niet alleen maar van die geraffineerde foto’s die vanuit gunstige hoek en met een speciale belichting zijn genomen. Nee, je ziet hem iedere week op tv zwetend over het voetbalveld rennen. Iedereen kan het resultaat zien.’


Alle haartransplantaties zijn gebaseerd op het principe van de donordominantie, in de jaren vijftig ontwikkeld door de New Yorkse dermatoloog Norman Orentreich: een getransplanteerde follikel weet niet dat hij verplaatst is; hij groeit gewoon verder alsof er niets gebeurd is. Follikels die van de achterkant en de zijkanten van het hoofd worden gehaald – gebieden die niet gevoelig zijn voor miniaturisering veroorzaakt door het hormoon DHT – ‘onthouden’ die ongevoeligheid wanneer ze worden overgeplaatst naar kale gebieden. In de jaren tachtig waren experimenten met transplanteren uitgemond in een methode die bekendstaat als FUT (follicular unit transplantation) of stripoperatie. Een strip van de hoofdhuid wordt verwijderd en in heel kleine stukjes gesneden, die daarna in gaatjes in het betreffende gebied worden ingebracht. Deze methode is sneller dan FUE, en wordt door sommigen beschouwd als de beste manier om een goede kwaliteit haar te oogsten. Waar de strip is verwijderd blijft echter een lang litteken achter. Die littekenvorming en het feit dat bij een aantal bekende persoonlijkheden de behandeling een pover resultaat had, heeft FUT enigszins ten onrechte een slechte naam bezorgd.

Ook FUE kent nadelen. Zoals ik heb gezien in de Harley Street Hair Clinic is het een afmattend proces dat opperste concentratie en een groot uithoudingsvermogen van de arts vereist en engelengeduld van de patiënt. Duizenden follikels worden in het donorgebied geselecteerd, met een speciaal apparaat eruit getrokken, koud gehouden en later getransplanteerd in kleine sneetjes. ‘Met ongeveer drieduizend transplantaten was de behandeling zo arbeidsintensief, dat die de hele dag duurde, van halfnegen tot halfzes,’ vertelt een man die onlangs een FUE-behandeling onderging in Australië. ‘De arts gaf me het gevoel dat ze haar werk met een zekere artisticiteit benaderde, omdat ze zo veel mogelijk rekening hield met de verschillende kruinen en de algehele haardichtheid.’

De foto’s op Tinder van de patiënt na de transplantatie leverden 75 procent meer matches op dan de foto’s van ervoor

Waarom doen mannen zichzelf dat in vredesnaam aan? Het idee dat een kop met haar ons meer mannelijkheid en sexappeal verleent is kennelijk diepgeworteld, en de haarbranche heeft ook niet zijn best gedaan om mannen dat idee uit het hoofd te praten. In juni van dit jaar heeft het Farjo Hair Institute – een gerenommeerde Engels FUE-kliniek waar ze onlangs een robot (ARTAS) hebben ontwikkeld om de haarextracties te verrichten – de resultaten bekendgemaakt van een experiment dat ze hadden gedaan met een patiënt die de datingapp Tinder gebruikte. De foto’s van de patiënt na de transplantatie leverden 75 procent meer matches op dan de foto’s van ervoor. Die resultaten werden klakkeloos door de pers overgenomen. Het had weinig wetenschappelijke basis, maar mannen hebben niet veel anekdotisch bewijs nodig om er nog sterker van overtuigd te raken dat haarverlies bij mannen onaantrekkelijk is.

In het licht van drie keuzes die allemaal nadelen hebben – het stigma van het dragen van een pruik, de ingrijpende chirurgische behandeling of gewoon niets doen – lijken medicijnen een relatief makkelijke manier om haarverlies te behandelen. Gezien de enorme hoeveelheid advertenties en gloedvolle getuigenissen voor allerlei schuimproducten, sprays, zalfjes en pillen, zou je denken dat daar toch minstens één middeltje, een magische oplossing tussen moet zitten die op wonderbaarlijke wijze weer haar kan laten ontspruiten op een kale schedel. Maar dat is niet zo. Er zijn maar twee goedgekeurde medicijnen op de markt, minoxidil en finasteride, en iedereen is het er wel over eens dat geen van beide producten het haarverlies kan omkeren, hoogstens het onvermijdelijke wat kan vertragen.

Het verband tussen minoxidil en haargroei werd voor het eerst gelegd in de jaren zestig toen mannen het middel gebruikten bij een klinisch onderzoek naar een behandelingswijze voor hoge bloeddruk. Het verband is nog steeds niet helemaal duidelijk, maar de US Food and Drug Administration (FDA) heeft het in 1988 goedgekeurd als medicijn tegen haarverlies bij mannen, met het voorbehoud dat ‘niet iedereen er baat bij zal hebben’. Klinisch onderzoek heeft laten zien dat bij tachtig procent enige mate van hergroei plaatsvindt.

Een systematisch overzicht van relevante studies met betrekking tot de effectiviteit van minoxidil uit 2015 laat weliswaar zien dat het middel ‘effectiever was dan een placebo bij het bevorderen van de algehele groei van nonvellus haar’, maar stelt ook dat ‘cosmetisch acceptabele resultaten terug te zien zijn bij slechts een klein deel van de patiënten’. Minoxidil is een vrij verkrijgbaar middel onder veelbelovende namen als Hair Grow, Hairgain, Hairway en Splendora.

Haargroeimiddel

Finasteride is sinds 1997 in de VS als haargroeimiddel te koop onder de naam Propecia. De haargroei bevorderende eigenschap werd het eerst opgemerkt door gebruikers van Proscar, een 5 mg-dosis finasteride die oorspronkelijk werd geproduceerd door Merck voor de behandeling van een goedaardige vorm van hyperplasie, een vergrote prostaat. Na tests concludeerde Merck dat een dosis van 1 mg voldoende was om haargroei te bevorderen. Propecia is dus eigenlijk een vijfde Proscar-pil.

Over de werking van finasteride is meer bekend dan over die van minoxidil (het zou het 5-alfa-reductase-enzym in de huidpapil remmen), maar sommige bijwerkingen die op de lijst van de US Food and Drug Administration voorkomen, zoals problemen met de erectie, het libido, de ejaculatie en het orgasme, kunnen mannen afschrikken.

Er zijn geen andere middelen tegen haarverlies bij mannen goedgekeurd door de FDA of de European Medicines Agency. De zoektocht naar een wondermiddel gaat voort, met tientallen bedrijven die erop gebrand zijn om de winsten op te strijken. Bij een van die bedrijven, Allergan, zitten twee potentieel veelbelovende medicijnen in de experimentele fase: een topisch geneesmiddel, bimatoprost, dat oorspronkelijk een middel tegen glaucoom was en in 2008 door de FDA werd goedgekeurd als ondersteunend middel voor de groei van wimpers; en een orale medicatie, setipiprant, dat de verbinding prostaglandine D2 remt die in verhoogde mate aanwezig is in een kalende schedelhuid.

© Getty
© Getty

Onderscheid maken tussen wilde beweringen en veelbelovende projecten zou wel eens een volledige dagtaak kunnen worden, is de mening van Susan Holmes, een deskundige op het gebied van haarverlies bij de British Association of Dermatologists. Ze zegt: ‘Wat we willen zien is een deugdelijke bewijsvoering in een onderzoek dat netjes is uitgevoerd en door een vakgenoot getoetst is. Veel literatuur staat in kleine tijdschriften, waarbij moeilijk uit te maken valt welke vakgenoot het heeft getoetst en welke methode er is toegepast. Veel projecten lijken aanvankelijk veelbelovend, maar het is de vraag of ze allerlei strenge tests kunnen doorstaan en een effectieve behandeling kunnen opleveren. Het is gewoon lastig om haar te laten groeien.’

‘Een remedie is altijd vijf jaar weg,’ zegt Stevenson lachend. ‘Over vijf jaar is het vijf jaar weg, en over tien jaar is het vijf jaar weg. Het is de Heilige Graal. Maar volgens mij gaat klonen een enorme vlucht nemen.’

Het klonen van haarfollikels zou patiënten bij een transplantatie een ruimere beschikbaarheid van haar bieden; nu is alleen het haar in het zeer waardevolle maar ook zeer beperkte donorgebied beschikbaar.

‘Klonen, neogenese, inductie, het komt allemaal op hetzelfde neer,’ zegt Claire Higgins, docent op het Department of Bioengineering van het Imperial College in Londen, ‘maar het is moeilijk uit te voeren.’ In 2013 beschrijven vijf wetenschappers, onder wie Higgins, in een paper hoe ze erin geslaagd zijn om een begin te maken met neogenese in de menselijke huid. ‘We namen menselijke huid en plakten dat op een muis,’ vertelt ze. ‘De huid gedroeg zich bijna als een oven die het weefsel gaart, maar we kregen maar heel kleine haartjes. We brachten haar aan op een opperhuid die niet erg ontvankelijk was. We maakten een begin, maar het proces werd ergens door geremd. Op de lange termijn zal het wel werken, maar in ons lab proberen we de genetische veranderingen in kaart te brengen die optreden voordat we weer een inductie proberen.’

Het werk dat in Higgins’ lab wordt verricht is niet speciaal gericht op het zoeken naar een remedie tegen haarverlies, maar haar is voor haar toevallig wel een geschikt en makkelijk model om mee te werken. ‘We denken dat tijdens de miniaturisering die haarverlies bij mannen veroorzaakt cellen van het haar weg migreren de omringende huid in,’ legt ze uit. ‘Het omgekeerde vindt plaats tijdens de haarontwikkeling. Cellen migreren naar elkaar toe, vormen een cluster van cellen die ongeveer de dubbele dichtheid hebben van de omringende cellen, en worden ten slotte de huidpapil. Als ik het haar kan gebruiken om dat proces te begrijpen, hoe het haar de opperhuid kan herprogrammeren om zijn functie te veranderen, denk ik dat dat een fundamentele biologische kwestie is en dat die ook op geheel andere systemen van toepassing kan zijn.’

‘Kaal kan waanzinnig succesvol in deze wereld! Het is tijd om de mouwen op te stropen en als kale man waanzinnig succesvol te worden!’

Zo lang het wondermiddel nog niet gevonden is, betreurt Susan Holmes het dat de NHS weinig psychologische ondersteuning biedt voor mensen die last hebben van haarverlies. ‘Er zijn enorm lange wachtlijsten. Er zijn veel mensen met veel verschillende stoornissen die zich onder behandeling van een klinisch psycholoog zouden moeten stellen. We weten dat we haarverlies niet kunnen genezen, we weten dat mannen hulp nodig hebben om hun kaalheid te accepteren.’

Maar als we kijken naar de manier waarop kalende mannen ermee omgaan, is er dan enige kans dat ze ooit trots zullen zijn op een wijkende haargrens?

Milan Stolicny hoopt van wel. Zijn website, baldattraction.com, is een vrolijk, optimistisch eerbetoon aan het kalende hoofd, en roept mannen met een wijkende haargrens op om hun kaalheid te accepteren en te genieten van het nieuwe perspectief dat haarverlies hun biedt. ‘Kaal Is Heel Aantrekkelijk!’ zegt hij. ‘Kaal kan waanzinnig succesvol in deze wereld! Het is tijd om de mouwen op te stropen en als kale man waanzinnig succesvol te worden!’ Stolicny biedt geen kwakzalverij, geen medicijnen, drankjes of zalfjes, alleen maar enthousiasme. ‘Het enige juiste middel tegen kaalheid,’ zegt hij, ‘is een aantrekkelijke kale man worden!’

Met andere woorden: geloof in jezelf. Zo opgeschreven ziet dat er heel makkelijk uit. Als kalende mannen ertoe in staat waren, zou een reusachtige branche van de ene dag op de andere in elkaar storten. Maar die branche weet maar al te goed dat Stolicny’s oplossing, hoe mooi in al zijn eenvoud ook, misschien nog wel het moeilijkst te bereiken is.

Auteur: Rhodri Marsden
Vertaler: Paul Bruijn

Mosaic
Verenigd Koninkrijk | mosaicscience.com

Plaatst één keer per week een longread over de invloed van biologie en medicijnen op onze gezondheid en samenleving.

Dit artikel van Rhodri Marsden verscheen eerder in Mosaic Science.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.