• The Point
  • Cultuur
  • ‘Patriottisme is een intellectuele misvatting’

‘Patriottisme is een intellectuele misvatting’

The Point | Jon Baskin | 02 september 2020

Vaderlandsliefde bestaat niet volgens George Kateb, een van de invloedrijkste denkers over individuele vrijheid en democratie in de Verenigde Staten. Over zijn stelling: ‘patriottisme is geen deugd’ sprak hij met John Baskin van het Amerikaanse literaire tijdschrift The Point.

George Kateb is emeritus hoogleraar politicologie aan Princeton University, waar hij vanaf 1987 de William Nelson Cromwell-leerstoel bekleedde. Hij is bekend om zijn boeken over individualisme, het politieke leven en de Amerikaanse democratie. Patriotism and Other Mistakes (2006), een bundel die onder meer een aantal essays bevat die in de nasleep van 9/11 zijn geschreven, bevat Katebs meest diepgravende behandeling tot nu toe van de fenomenen patriottisme en nationalisme als politiek, moreel en esthetisch concept.

In uw boek Patriotism and Other Mistakes noemt u patriottisme een dubbele misvatting. Ten eerste is het een ernstige morele dwaling, ten tweede vloeit het voort uit mentale verwarring. Kunt u iets meer zeggen over deze twee misvattingen?

‘Ik noem patriottisme een misvatting omdat het in het geval van patriotten een morele misvatting is. Het is vrijwel altijd de directe of indirecte bron van verdorvenheid, wangedrag en het veroorzaken dan wel verduren van leed. Doordat patriottisme oorlogen faciliteert, waarvan de geschiedenis ons leert dat ze meestal onnodig en niet te rechtvaardigen zijn, vermeerdert het de totale hoeveelheid menselijk leed. Oorlogen hebben misschien andere voordelen, maar de kosten ervan zijn altijd te hoog.

Als wordt gezegd dat sommige ziekten niet hadden kunnen worden genezen zonder het medisch onderzoek waartoe oorlogstijd noopte, word ik daar niet warm of koud van. Dat onderzoek was er toch wel gekomen. Vanwege oorlogstijd is er hooguit wat meer geld voor vrijgemaakt en kon het sneller gaan. Maar dat is geen rechtvaardiging voor oorlog.

De tweede misvatting is van intellectuele aard. Ze gaat ervan uit dat een land iets reëels is dat toewijding verdient en het waard is om voor te doden en te sterven. Ze wakkert oorlogen aan. Kunnen er oorlogen bestaan zonder abstracties? Dat is de vraag. En ik denk van niet. Ik denk dat ze loyaliteit vereisen aan iets anders dan de mensen om je heen, en dat er daarom altijd een soort abstractie aan te pas komt die niet als een abstractie wordt beschouwd maar als iets echts, een land. Dit in tegenstelling tot het ongelooflijk gecompliceerde soort abstractie dat het denken van de daders van 9/11 beheerste.

Daarom is patriottisme zowel een morele als een intellectuele misvatting, dus een dubbele misvatting. We zijn er allemaal aan onderworpen. We zijn allemaal patriotten totdat sommigen van ons zich er voldoende van los weten te maken om het fenomeen nog eens goed te bekijken. En dat bedoel ik met een misvatting.’

Het is interessant dat u zegt dat we allemaal patriotten zijn totdat we ons voldoende los weten te maken, want als ik u goed lees, verwerpt u het idee dat er sprake zou zijn van een natuurlijke verbondenheid. Dus wat bedoelt u dan als u schrijft dat we van onze geboorte af aan met een land zijn verbonden? Omdat het aan ons wordt doorgegeven?

‘Precies. Het wordt ons generatie na generatie ingeprent, overal op de wereld. Wie is daarmee begonnen? Ik zou het niet weten. Ik denk niet dat het Adam was, dus misschien kort na Adam. Die liefde voor het vaderland raakt verstrengeld met ons en ons ego. Het is heel moeilijk om er goed naar te kijken omdat het zo algemeen is, omdat het als iets natuurlijks wordt beschouwd. En als iets natuurlijk is, wordt het uiteraard vaak als iets wenselijks beschouwd, zoals de liefde voor andere dingen.

Liefde voor het vaderland wordt zoiets als liefde voor de ouders, de partner, de kinderen, de familie en andere zaken. Hoewel veel zaken waarvan gehouden wordt in hun diepste kern een abstractie bevatten, geldt dat niet voor de liefde voor mensen. Daar gaat eros echt op een natuurlijke manier te werk.’

Een huis in Florissant, Missouri, dat versierd is met Amerikaanse vlaggen ter ere van Memorial Day op 25 mei. Op die nationale feest- en gedenkdag worden gesneuvelde Amerikaanse militairen herdacht. – © Michael Thomas / Getty
Een huis in Florissant, Missouri, dat versierd is met Amerikaanse vlaggen ter ere van Memorial Day op 25 mei. Op die nationale feest- en gedenkdag worden gesneuvelde Amerikaanse militairen herdacht. – © Michael Thomas / Getty

Waarom zou het dan niet denkbaar zijn dat die liefde zich ook uitstrekt tot je medeburgers, zodat er een vorm van patriottisme of zelfverdediging ontstaat die verder strekt dan de meest naaste familie?

‘Nou, dat weet ik nog zo net niet. Bedenk eens hoeveel mensen er emigreren. Mensen trekken het hele oppervlak van de aardbol over. Ze veranderen van land, krijgen nieuwe loyaliteiten en connecties. Velen van ons in dit land worden maar door twee of drie generaties gescheiden van het land van onze voorouders. En ze verhuizen omdat ze van iets anders houden dan het land waar ze geboren zijn. Sommigen aarzelden maar velen konden niet wachten omdat ze geen lucht meer kregen of een plek moesten vinden waar ze konden werken.

Wat is je land? In de VS zijn er 330 miljoen mensen op een grondgebied van een kleine acht miljoen vierkante kilometer. Er zijn ook bases en verworven grondgebied elders op de wereld. Je houdt niet van je land. Je voelt je er misschien loyaal aan, verkiest het boven sommige andere landen. Maar dat is een andere kwestie, en in mijn recente publicaties probeer ik dat ook aan te kaarten als ik het over het sociale contract heb. Een goed sociaal contract impliceert bepaalde vormen van verbondenheid en toewijding, maar liefde?

Ik wil hiermee niet zeggen dat je je land moet haten. Je kunt je land net zomin haten als dat je ervan kunt houden: je kunt een hekel hebben aan het beleid ervan, de leiders, de staat of stad waarin je woont, je droomt er misschien van dat je op een dag zult verhuizen, misschien niet per se naar een ander land, maar dat kan ook. Mensen kunnen net zo goed uit Amerika weggaan als dat ze hier kunnen komen. Dus houd niet van je land, maar voel je verbonden met de grondwet ervan als die goed is voor jou en je medeburgers. Daarna hoop je ook nog eens dat hij goed zal zijn voor mensen over de grens, zoals de beginselen van een goede grondwet gebieden, ook al is er over de grens niemand die zich aan die beginselen houdt. Rechtvaardigheid hoeft niet iets persoonlijks te zijn, en het is niet hetzelfde als liefde.

Toewijding aan een beginsel kan oprecht zijn omdat er inderdaad mensen zijn die ervoor leven en sterven. Maar het is iets anders dan de toewijding aan iemand voor wie je zou willen sterven omdat je van hem of haar houdt, zoals ouders weleens hebben moeten doen voor hun kinderen.

Daarom leg ik de nadruk op het verschil tussen liefde voor een mens, liefde voor beginselen en liefde voor abstracties. Met liefde voor beginselen bedoel ik toewijding aan beginselen, niet liefde in enigerlei freudiaanse betekenis, geen eros of vriendschap maar toewijding. Daarnaast kun je je nog verbonden voelen met een abstractie, geen principiële abstractie maar een entiteit die als vanzelfsprekend wordt beschouwd, iets wat er echt is zoals een mens er echt is. Daar valt niets tegen te doen. Als je als opgroeiend kind het volkslied hoort, wordt het patriottisme je met de paplepel ingegoten. Dat zijn maar bijzaken, dat begrijp ik ook wel. Maar ik blijf hameren op het verschil tussen mensen en abstracties als land en religie. Misschien kunnen we ook nog andere voorbeelden geven.’

U lijkt vooral geïnteresseerd in de manier waarop intellectuelen zich tot patriottisme verhouden. U schrijft dat er bij iedere patriot sprake is van een onontkoombare misvatting, maar u lijkt het vooral intellectuelen kwalijk te nemen als ze patriottisme verdedigen en rechtvaardigen. Hoe dat zo?

‘Ik weet dat het arrogant klinkt, maar als 88-jarige ga ik mijn gebruikelijke arrogantie niet onder stoelen of banken steken: ik denk dat wie helder denkt, deze zaken niet met elkaar zal verwarren. Maar dat niet alleen, patriottisme is ook partijdigheid, liefde voor het eigene en afkeer van wat dat niet is. Dat is prima in de familiesfeer wanneer iedereen dat uit noodzaak doet, want dan heffen de voor- en nadelen elkaar voor het merendeel op. Maar het idee dat het voorwerp van iemands liefde dat zo’n abstract aspect heeft het woord “liefde” waardig is, komt me voor als een misvatting die bij veel mensen leeft maar die je niet verwacht van intellectuelen die worden betaald om over het leven na te denken. Van hen verwachten we beter.’

Ik vraag me af hoe u over trots op het vaderland denkt als inspiratie-bron voor verbetering van dat vaderland.


‘Nou, ik wil dat dit land beter wordt omdat ik de beginselen ervan ben toegedaan. Ik definieer ‘beter’ als trouw aan de beginselen die moreel en legaal zijn. Ik wil dat het land de best uitvoerbare morele beginselen nog dichter benadert. Maar het probleem is dat er zowel constante vooruitgang als constante achteruitgang is. Wanneer het ene aspect van het Amerikaanse leven verbetert, verbeteren niet alle aspecten op datzelfde moment of in hetzelfde tempo.’

Heeft u het gevoel dat sinds 2000, toen u hier voor het eerst over publiceerde, de tegenstelling tussen links en rechts is toegenomen?

‘Die tegenstelling zal er altijd zijn en zelfs als ze weg lijkt, is dat nooit het geval. Ze verandert telkens van vorm, van entiteit misschien. De Amerikaanse maatschappij is altijd in groepen verdeeld geweest. De Tocqueville heeft dat scherp geanalyseerd. Hij zag het als de kracht van de democratie; hij was bang voor de isolatie van het individualisme, voor het onvrijwillige lidmaatschap van een groep.’

De Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau noemde ‘patriottisme een made in het hoofd’. – © Education Images / Getty
De Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau noemde ‘patriottisme een made in het hoofd’. – © Education Images / Getty

Precies, en er zijn vandaag de dag veel critici die denken dat individualisme nu juist het probleem is.

‘De reden daarvoor is meestal dat ze individualisme gelijkstellen aan economisch egoïsme, maar individualisme behelst meer: zie Emerson, Whitman, James, Thoreau; het Amerikaanse individu in de praktijk en de aanmoediging daarvan. Het is een vraag die altijd zal worden gesteld zonder dat er een bevredigend antwoord op is: wat is de aard van dit pluralisme, de aard van het individu? Kennen wij echte individualiteit of slechts een imitatie daarvan? En hoe zit het met de groepen die worden gevormd: is daar sprake van een kuddegeest, van een afkeer van isolatie, zoals De Tocqueville dacht, of zijn de groepen ook een vorm van individuele zelfexpressie?’

Denkt u dat Emerson of Thoreau zichzelf als patriottistisch zou omschrijven?

‘Ik besluit het essay “Is Patriottism a Mistake?” met een citaat van Thoreau dat erop neerkomt dat “patriottisme een made in het hoofd” is. Ik denk dat hij bedoelde dat het ons ontheft van de plicht om onszelf als moreel wezen te beschouwen. Wilde hij dat de Verenigde Staten zouden worden verslagen in een oorlog? Nou, ja en nee. Hij wilde dat we zouden worden verslagen in de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog, die hij als een abjecte operatie beschouwde om het slavernijterritorium uit te breiden. Hij wilde dat de VS nooit aan de oorlog begonnen waren, of zouden verliezen toen ze dat toch deden.’

U verwerpt kosmopolitisme als alternatief voor patriottisme. In plaats daarvan stelt u ‘wereldburgerschap’ voor. Wat is het verschil?

‘Ik associeer wereldburgerschap met Hannah Arendt, wier geschriften altijd veel voor me betekend hebben. Wereldburgerschap betekent dat je vierkant achter het pluralisme van samenlevingen staat, als voorbeeld van de menselijke creativiteit, dat nooit geheel gerealiseerd maar ook nooit geheel onderdrukt is. Als wereldburger stel je belang in wat je niet zelf bent of wat niet van jou is. Je hoeft niet veel te reizen om een wereldburger te zijn. Wereldburgers zullen niet al te zeer schrikken als het leven aan de oppervlakte verandert. Wanneer je er morele beginselen op nahoudt is het van belang dat die niet veranderen. Een wereldburger raakt, wanneer het leven aan de oppervlakte verandert, des te meer in het leven geïnteresseerd en er hechter mee verbonden. Een wereldburger geniet van de wereld en wil graag de veranderingen aan de oppervlakte zien. Dat zijn vermoedelijk geen groepsverschillen. Loop maar een stukje over Addison of Fifth of Nassau Avenue hier in Princeton en je ziet verschillende mensen die op een verschillende manier lopen en zich op verschillende manieren tot elkaar verhouden.’

Kateb: ‘Je houdt niet van je land, maar voelt je verbonden met de grondwet ervan als die goed is voor jou en je medeburgers.’ – © Specphotops / Unsplash
Kateb: ‘Je houdt niet van je land, maar voelt je verbonden met de grondwet ervan als die goed is voor jou en je medeburgers.’ – © Specphotops / Unsplash

Ik was blij u de vinger te horen leggen op het verschil tussen economisch egoïsme en het individualisme van Emerson en Thoreau, dat vaak ondergesneeuwd raakt in de manier waarop zowel linkse als rechtse intellectuelen over individualisme praten. Eén ding dat ik nog zou willen weten is of u de dreiging of het gevaar voor groepen erkent wanneer er geen bescherming voorhanden is voor groepspluralisme, dat we minder individuele verschillen zullen zien wanneer groepen niet in stand gehouden en gedifferentieerd kunnen worden.

‘Dat is een goede vraag en een moeilijke: draagt groepsdifferentiatie bij aan individuele differentiatie? Eén ding dat ik kan zeggen is dat individuele verschillen mogelijkerwijs maar kleine veranderingen binnen de groep veroorzaken als ze niet ook daarbuiten worden toegepast. Soms is er een religieuze beweging binnen een georganiseerde religie die het geloof verandert. Oké, dat getuigt dan van individualiteit, dat getuigt van creativiteit. Waar het ook vandaan kwam. Maar een religie hervormen is niet hetzelfde als wanneer je als individu iets met je leven doet. Dat zijn verschillende fenomenen. Ik houd van het idee van een open weg. Van je op individuele basis door het leven begeven. Ik heb eigenlijk nog onvoldoende ruimte gemaakt voor de gedachte dat er in het groepsleven een voortdurende neiging tot verandering en splijting is.’

En het groepsleven biedt misschien op een of andere manier bescherming tegen homogenisering. De kritiek, zowel ter linker- als ter rechterzijde, op een liberaal-kapitalistische cultuur is de homogeniseringstendens ervan. Ik vraag me af hoe je de diversiteit van individuele levenswijzen kunt beschermen als deze machtige systemen in werking zijn.

‘Vergeet niet dat de individualiteit van de groep afhangt van de homogeniteit van de groepsleden. Als je vijf groepen hebt en elke groep is anders dan de andere vier, maar binnen elke groep zijn de mensen min of meer hetzelfde, wat is dan het voordeel?’

Het thema van dit nummer van The Point is ‘Waartoe dienen natiestaten?’ Ik vraag me af wat volgens u het antwoord is. U noemt veel dingen waartoe de natiestaat volgens u niet dient, maar ziet u nog andere toepassingen behalve die van noodzakelijk kwaad?

‘Dat weet ik niet. Er is een positieve kant waaraan veel kwade kanten kleven. De positieve kant is dat de natiestaat een sociaal contract mogelijk maakt dat die naam waardig is. Zoals Kant in een internationale federatie van republieken geloofde, waarin elke staat anders zou zijn maar met een grondwet die voldeed aan dezelfde beginselen. Maar het verschil zou nog altijd worden uitgemaakt door taal en religie. Een natiestaat dient voor het opstellen van een echt en rechtvaardig sociaal contract, omdat de wereld nog geen plek is waar maar één goed, rechtvaardig sociaal contract kan bestaan. Daarom schuilt de grootheid van Amerika in zijn grondwet, niet in zijn militaire moed.’

Zou er volgens u idealiter één sociaal contract voor de hele wereld moeten zijn?

‘Een federatie van contracten zou goed zijn. Zou één wereldwijde grondwettelijke autoriteit tot de mogelijkheden behoren? Ik weet het niet. Naties kunnen uiteenvallen in oorlogvoerende facties en dat is het probleem. Op de vraag die je stelt kan ik geen antwoord geven. Het is zo’n moeilijke vraag dat ik niets kan bedenken waarmee ik tevreden zou zijn.’

Auteur: Jon Baskin

The Point
Verenigde Staten | tijdschrift | thepointmag.com

The Point verschijnt drie keer per jaar en in elke uitgave wordt een ander filosofisch vraagstuk centraal gezet. Opgericht in 2008 door PhD-studenten van het prestigieuze Committee on Social Thought van de Universiteit van Chicago.

Dit artikel van Jon Baskin verscheen eerder in The Point.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.