• El Confidencial
  • Europa
  • Privéstichting archief Franco onwettig?
">

Privéstichting archief Franco onwettig?

El Confidencial | Madrid | Julio Martín Alarcón | 30 november 2020

De socialistische regering wil de particuliere stichting verbieden die nog steeds duizenden persoonlijke documenten van de in 1975 overleden dictator Francisco Franco beheert. Maar zo eenvoudig ligt het niet, volgens dit onderzoek van El Confidencial.

Het is dinsdag 15 september, tien uur ’s ochtends. We bevinden ons op de tweede verdieping van een flatgebouw aan de avenida Concha Espina nummer elf in Madrid. In de Spaanse Tweede Kamer heeft vicepremier Carmen Calvo haar voorontwerp van het wetsvoorstel Ley de Memoria Democrática [Wet Democratische Herinnering] nog niet uiteengezet, maar een cruciaal onderdeel zingt al rond: de Fundación Nacional Francisco Franco [Nationale Stichting Francisco Franco] zal onwettig worden verklaard. Calvo zal dat later uitleggen.

Intussen verwelkomt de directie van de stichting deze krant op het adres waar ze sinds haar oprichting in 1976 is gevestigd. We zijn de trappen opgeklommen en lopen de administratie binnen, waar in een klein kamertje een computer staat die een belangrijke rol zal spelen in dit verhaal, maar daarover straks meer. In de vergaderzaal staat een enorme tafel, er zijn boeken – een stuk of wat dossiermappen en oude uitgaven – en uiteraard een buste en een groot schilderij van generaal Francisco Franco. Zonder een blad voor de mond te nemen begint Jaime Alonso, vicevoorzitter van de stichting, te fulmineren tegen de socialistische regering: ‘Het wetsvoorstel is een dwaling, van a tot z ongrondwettelijk en zonder meer ondemocratisch, het idee alleen al dat je zo’n wet kunt maken.’ Een heftig begin.   

Alonso vertelt over de oprichting van Fundación Franco: ‘Toen Franco stierf besloten zijn voormalige ministers en secretarissen-generaal met vooruitziende blik een stichting in het leven te roepen die zijn naam zou krijgen en die als taak had Franco’s nalatenschap te beschermen, tenminste voor zover het documenten en mondelinge getuigenissen betrof, want Franco’s werk, of het nu gaat om de stuwmeren of de onteigeningswet, is voor iedereen zichtbaar.’

Terwijl zich na Franco’s dood rondom het koninklijk paleis van Madrid enorme rijen Spanjaarden vormden die een laatste groet wilden brengen aan de dictator, stonden in de enorme werkkamer van het paleis van El Pardo [de residentie van Franco], in grote dozen de persoonlijke documenten van het staatshoofd te wachten. Alonso: ‘Daar zat zijn volledige persoonlijke archief in én de documenten van lopende zaken die niet onder een bepaald ministerie vielen en die hij persoonlijk afhandelde.’

Nalatenschap

Om deze twee dingen gaat het in deze onverkwikkelijke kwestie: enerzijds het persoonlijke archief van de dictator en anderzijds het bewaken van zijn nalatenschap. Franco’s weduwe, Carmen Polo, besloot alle documenten te doneren aan de Fundación Franco, een private instelling, die vanaf dat moment Franco’s archief beheert. Volgens Alonso bestaat de stichting maar om één reden: het bestuderen van de geschiedenis.

De afgelopen 42 jaar is geen enkele regering op het idee gekomen de stichting onwettig te verklaren. Zelfs niet toen in 2007 onder oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero de Ley de la Memoria Histórica [Wet Historische Herinnering] werd aangenomen. Hoewel de Fundación Franco altijd een particuliere stichting is geweest, met alle wettelijke regels die van toepassing zijn op deze rechtsvorm, is er in 2001 een convenant gesloten met het ministerie van Onderwijs en Cultuur waarin is vastgelegd dat de overheid de digitalisering van het archief zou financieren – destijds zo’n 150.000 euro – en in ruil daarvoor zou het archief toegankelijk zijn voor het publiek.

In het portaal PARES [Portal de Archivos Españoles, de Spaanse overheidsarchieven] wordt duidelijk uitgelegd wat voor documenten het zijn en waar ze vandaan komen. Ook is in het convenant vastgelegd dat de Spaanse staat een kopie van het archief moest krijgen. Hiermee was de staat ervan verzekerd dat het archief openbaar toegankelijk was.

De Spaanse koning Juan Carlos I (vooraan met rouwband) en koningin Sofía zijn aanwezig bij de begrafenis van generaal Francisco Franco op 23 november 1975. Franco’s dood luidde de overgang naar de democratie in. – © ANP

‘In 2009 heeft het Centro Documental de la Memoria Histórica een kopie van het archief op microfilm ontvangen en een inventaris met een beknopte beschrijving van de documenten met handtekening, datum, inhoud en rolnummer; daarnaast zijn er vijf indexen geleverd om het zoeken te faciliteren. De documenten zijn genummerd van 1 tot en met 27.490. Het Centro Documental de la Memoria Histórica beschikt over kopieën van de documenten 1 tot en met 27.357. De overige documenten kunnen alleen geraadpleegd worden in het archief van de Fundación Franco.’

De Fundación kreeg de verplichting opgelegd om iedereen met een onderzoekspasje – dat iedere staatsburger kan aanschaffen – toestemming te geven het archief ter plekke te raadplegen, zowel de materialen op microfilm als de gedigitaliseerde documenten. Precies, u raadt het al, op de computer in het kamertje naast de administratie, een apparaat dat een grote, symbolische rol speelt in de geschiedenis van Spanje.

‘Geen enkele historicus wordt de toegang ontzegd, wij willen de toegang graag waarborgen, een van de voorwaarden die we stelden was dat ook wij een digitaal archief zouden krijgen dat we kunnen raadplegen, zodat de originele documenten intact zouden blijven,’ aldus Alonso. Tot 2003 was het archief maar door een paar mensen bekeken. Historicus Luis Suárez had de opdracht gekregen het archief te classificeren en publiceerde een boek met de belangrijkste onderdelen.

Verheerlijking

Maar we moeten het natuurlijk hebben over wat er voorafgaand aan dat jaar gebeurde. Tot 2003 was het archief minder transparant, het bevatte een stuk of wat originele documenten die maar door een paar mensen waren bekeken, nu worden ze onder geen beding ter beschikking gesteld van het publiek omdat er een gedigitaliseerde kopie van bestaat. Luis Suárez was weliswaar mediëvist, maar ook lid van de Cortes Franquistas [het Parlement tijdens de Franco-dictatuur]. De opdracht om alle documenten en het persoonlijk archief van het staatshoofd te classificeren en te ordenen kreeg hij van Franco’s echtgenote Carmen Polo. Suárez publiceerde acht delen met volgens hem de essentie van Franco’s archief, hetgeen een aantal jaren lang het enige beschikbare naslagwerk is geweest.

Toch spreekt vicevoorzitter Jaime Alonso tegen wat hispanist en Franco-biograaf Paul Preston herhaaldelijk heeft beweerd, namelijk dat zijn verzoek in de jaren tachtig om het archief te raadplegen niet werd gehonoreerd. Maar vandaag de dag kan men op basis van het convenant zowel het digitale als het originele archief raadplegen, zelfs al is het een particulier archief.

Er blijft maar één manier over om het archief te onteigenen en dat is de stichting onwettig verklaren, aangezien ze verder voldoet aan alle eisen die de Spaanse erfgoedwet stelt: het archief beschermen en openstellen voor het publiek. En hier speelt het tweede deel van de missie van de Fundación Franco een cruciale rol: het behoud van de nalatenschap van de dictator. In het voorontwerp van het wetsvoorstel van de Ley de Memoria Democrática van Calvo wordt op dit aspect de nadruk gelegd, zoals te lezen valt in de tekst die deze krant heeft ingezien: ‘Stichtingen die het franquisme verheerlijken of direct of indirect oproepen tot haat of geweld tegen de slachtoffers van de staatsgreep zullen worden opgeheven omdat ze indruisen tegen het algemeen belang.’

De vicepremier linkt twee zaken aan elkaar. Toen Calvo in 2006 minister van Cultuur was in de socialistische regering van Zapatero maakte ze zich als een van de eersten hard voor het overhevelen van het Archivo de Salamanca waarin de documenten over de SpaanseBurgeroorlog worden bewaard – naar het regioparlement van Catalonië.

“We zijn bang dat de staat het archief wil vernietigen”

Afgezien van een aantal andere kwesties vond de regering dat er geen overheidssubsidies meer aan dit soort instellingen zouden moeten worden gegeven, maar volgens de Fundación Franco heeft de stichting nooit hulp of subsidie gekregen, behalve het bedrag dat in het convenant met het ministerie van Cultuur was vastgelegd. ‘Over welke subsidies gaat het?’ vraagt Alonso zich af. ‘Wij krijgen niks, we zijn een particuliere stichting.

Komt er een wet waarin staat dat iedereen die aan stichtingen doneert 43 procent minder belasting hoeft te betalen, behalve als je doneert aan de Fundación Franco, want dan moet je het volle pond aan de fiscus afdragen? Dat kan natuurlijk niet, dat is institutionele discriminatie. Waar we bang voor zijn is dat de staat het archief in beslag wil nemen zodat ze het kunnen vernietigen en zo hun eigen gedachtegoed kunnen opleggen.’ 

Alonso citeert artikel 1 van de Spaanse grondwet uit het blote hoofd en benadrukt nog maar eens dat onteigening van het archief verontrustend zou zijn. ‘Op dit moment staat het archief niet alleen ter beschikking van het publiek, wij hebben ook nog eens niks te verbergen. Geen enkele democratie etaleert zo veel willekeur en dictatoriale trekjes.’

Rechtmatige eigenaar

Het is nogal opmerkelijk dat een stichting die de nalatenschap van een dictatuur onder haar hoede heeft voortdurend hamert op democratische beginselen. ‘Die tegenstrijdigheid is ons niet aan te rekenen, het was immers Franco zelf die koning Juan Carlos I benoemde tot staatshoofd en zo de overgang van de dictatuur naar de democratie heeft bewerkstelligd. Deze regering noemt zich democratisch maar gedraagt zich dictatoriaal,’ aldus Alonso.

Met deze kwestie heeft de Spaanse regering hetzelfde probleem als met de documenten van het beruchte Archivo de Salamanca. Wie is de rechtmatige eigenaar? Vastgesteld kan worden dat er in deze zaak wordt gesteggeld over de vraag waar het fysieke archief wordt ondergebracht, en niet zozeer over de vraag of het ter beschikking staat van het publiek. Men beweert dat de documenten geen eigendom waren van Franco, maar van de staat, dus na zijn dood hadden zijn erfgenamen ze niet aan de stichting mogen doneren.

Al in 2005 schreef historicus Jesús Palacio in het voorwoord van zijn boek Las cartas de Franco [Franco’s brieven] – die bijna allemaal afkomstig waren uit het archief – dat het een vergissing zou zijn om de stichting te vervolgen vanwege vermeende politieke activiteiten, ‘die zijn er niet’. Gutmaro Gómez Bravo, onderzoeker aan de Universidad Complutense, heeft op het kantoor van de Fundación onderzoek gedaan naar de archieven en in verschillende artikelen betoogd dat de stichting wel degelijk vervolgd moet worden voor verheerlijking van het franquisme.

Waar niet over valt te twisten is hoe de gebeurtenissen zijn verlopen: de overgang van de dictatuur naar de democratie is binnen het bestaande systeem gesmeed en werd gesteund door de politieke partijen die verantwoordelijk waren voor de nieuwe grondwet van 1978, waaronder de PSOE [de sociaaldemocratische partij die nu in de regering zit] en de Communistische Partij. Wat belangrijk was deed ertoe. Nu blijkt de staatsgeheimenwet van kracht, die geldt voor archieven die onder verantwoordelijkheid van de staat vallen. Dat is het echte struikelblok voor de onderzoekers, want die zouden geen toegang meer hebben tot de archieven van de Fundación Franco. Maar vicepremier Pablo Iglesias heeft verschillende keren verklaard dat er een oplossing zal komen.

Dit artikel van Julio Martín Alarcón verscheen eerder in El Confidencial. Het is uit het Spaans vertaald door Henriëtte Arons.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verstuurd.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze content gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.