• Dilema Veche
  • Cultuur
  • Roemeense kinderen verdienen beter

Roemeense kinderen verdienen beter

Dilema Veche | Mircea Vasilescu | 13 november 2017

Sinds september bouwen demonstranten piramides van boeken voor het regeringsgebouw in Boekarest. Hun doel: behoud van het pluralisme in het onderwijs.

Er is al heel wat onzin gedebiteerd over de kwestie schoolboeken. Ministers, ouders, iedereen vond dat hij zijn steentje moest bijdragen. Een gedachte die op zichzelf niet verkeerd is, behalve dat er in deze kakofonie van een werkelijk debat amper sprake is. Laat ons de feiten eens op een rij zetten, om af te rekenen met allerlei mythes.

Waarom hebben wij nog schoolboeken nodig terwijl de Finnen er juist afstand van hebben gedaan? Omdat wij ons niet in dezelfde situatie bevinden als de Finnen, die een goed functionerend onderwijsstelsel hebben met voldoende financiële middelen. Het schoolboek is een leermiddel dat de leerlingen nodig hebben, waarin ze de basiskennis kunnen vinden van het onderwezen vak – oefeningen, toetsen en opgaven. En dat geldt voor alle leerlingen, ongeacht hun sociale klasse. Leerlingen uit iets gegoedere milieus hebben verder nog toegang tot aanvullende leermiddelen.

Voor arme kinderen is het schoolboek het enige leermiddel en voor de meeste kinderen is het schoolboek het enige boek dat ze ooit zullen lezen. want naar schatting leest vijftig procent van de Roemenen na zijn schooltijd geen enkel boek meer. Dus laten wij, in plaats van rondjes te lopen rond het schoolboek zoals indianen rond een totempaal, het eens hebben over wat nodig is om er op lange termijn voor te zorgen dat leerlingen toegang hebben tot voldoende en diverse leermiddelen.

2 euro per stuk

Eind augustus maakte minister van Onderwijs Liviu Pop bekend dat particuliere uitgeverijen geen schoolboeken meer mogen uitgeven en aan de staat mogen verkopen. De staatsuitgeverij Editura Didactica si Pedagogica (‘Didactische en pedagogische uitgeverij’) zal voortaan het monopolie hebben. Hij beschuldigde particuliere uitgeverijen ervan schoolboeken van slechte kwaliteit te hebben gedrukt om leerlingen te verplichten aanvullende leermiddelen aan te schaffen [de leermiddelen die scholen gebruiken naast de schoolboeken].

In zijn ogen hebben de ‘baronnen’ van de aanvullende leermiddelen enorme fortuinen vergaard, naar schatting 100 miljoen euro, terwijl de kinderen eronder lijden en de staat belastinginkomsten misloopt. De winsten die genoemd worden zijn enorm. Als de boekensector in zijn geheel toch eens zo veel zou opbrengen als alleen al de schoolboekensector! Maar in Roemenië gaat er helemaal niet zo veel geld om in deze sector.

Later kwam de minister op zijn standpunt terug: sommige van deze aanvullende leermiddelen mogen worden gebruikt, maar alleen met uitdrukkelijke toestemming van zijn eigen ministerie. Maar het echte probleem is dat schoolboeken bij ons nooit duur zijn geweest, ze kosten twee euro per stuk. Voor dat geld is het lastig een kwalitatief goed schoolboek aan te bieden, dus de uitgevers doen wat ze kunnen. In andere Europese landen kost een schoolboek tien à twaalf euro. Zijn wij armer dan de overige lidstaten? Natuurlijk. Maar als we blijven weigeren in onderwijs te investeren, zullen we niet alleen letterlijk arm blijven, maar ook figuurlijk, in ons brein [volgens Eurostat investeert Roemenië het minst in onderwijs, namelijk 3,1 procent van het bbp].

De aanvullende leermiddelen zijn inderdaad overal verkrijgbaar. Sommige zijn goed, andere zijn slecht, sommige zijn duur, andere niet. Wie moet het kaf van het koren scheiden? De leraren, want zij weten welke aanvullende leermiddelen hun leerlingen nodig hebben. In plaats van dat het ministerie voor hen besluit om slechts één lesmethode per vak te gebruiken, zou het wat meer vertrouwen moeten hebben in hun oordeel en zou het hen moeten laten aangeven wat werkt en wat niet werkt. Kan het dat doen? Ja. Doet het dat? Nee.

Roemeense scholieren in hun klas in het plaatsje Bals. – © HH
Roemeense scholieren in hun klas in het plaatsje Bals. – © HH

Toch gaat het overal zo in de EU: er bestaat een markt voor schoolboeken en een markt voor aanvullende leermiddelen die voortdurend met elkaar concurreren, en de kwaliteit geeft de doorslag. Maar ons ministerie verklaart liever dat er een schoolboekenmaffia is, dat ‘baronnen’ fortuinen verdienen en dat, om deze grijze economie aan banden te leggen, er slechts één lesmethode mag worden gebruikt – waarmee het voorbijgaat aan het feit dat de Roemeense staat over genoeg instrumenten beschikt om illegale praktijken tegen te gaan. In plaats van justitie haar werk te laten doen verklaart de minister dat het schoolboek een ‘gemeen goed van nationaal belang’ is en besluit hij dat alle schoolboeken voor alle vakken door één uitgeverij worden gedrukt en uitgegeven, namelijk de staatsuitgeverij.

Bovendien wordt de minister hierin bijgevallen door allerlei parlementsleden en ministers die argumenten van het niveau van de stamtafel aanvoeren, zoals die van de voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden die riep: ‘Echt, in onze tijd, toen wij op school zaten, waren wij misschien dommer dan de generaties van tegenwoordig, maar wij hadden per vak maar één schoolboek en kijk eens, het leverde waardevolle mensen op voor het land – ingenieurs, leraren, economen.’

Er gaat geen najaar voorbij of er breekt weer een schandaal uit over schoolboeken

In mijn tijd, dat klopt, hadden wij per vak slechts één schoolboek. En omdat we maar één boek hadden, werd het jaar in, jaar uit gebruikt. En er waren er nooit genoeg voor alle leerlingen, vaak moesten twee leerlingen een exemplaar delen.

Maar waar hebben we het eigenlijk over? Dat weet inderdaad niemand meer. Iedere dag worden er enorme hoeveelheden energie gestoken in discussies over schoolboeken (alsof we geen deel uitmaken van de Europese Unie, nog in het socialistische Roemenië leven, als zusterstaat van Noord-Korea), over de taalfouten van de minister van Onderwijs, de financiële belangen van uitgeverijen, de opvattingen van de premier. In plaats daarvan kunnen we beter nuchter vaststellen dat het desbetreffende ministerie bestuurlijk incapabel is, wat het ieder jaar weer aantoont, want er gaat geen najaar voorbij of er breekt weer een schandaal uit over schoolboeken. Vijf jaar geleden ging het over de digitale schoolboeken, nu over het feit dat er maar één schoolboek per vak mag worden gebruikt. De instellingen die er iets over zouden moeten zeggen, zoals de Academie of toonaangevende universiteiten, hullen zich in stilzwijgen.

Ondertussen wordt er gedemonstreerd. We vechten tegen ideologieën in plaats van ons te herinneren dat er een onderwijspact bestaat dat getekend is door alle partijen, waar we niemand meer over horen. We stellen stompzinnige vragen over de noodzaak om al dan niet één schoolboek per vak te hebben in plaats van ons zorgen te maken over de kwaliteit van het onderwijs. En van de schoolboeken.

Is dat normaal? Het gaat allemaal ten koste van onze kinderen die ons over twintig jaar zullen zeggen dat er weer een generatie is ‘opgeofferd’. Door ons.

Auteur: Mircea Vasilescu

Dilema Veche
Roemenië | weekblad | oplage 21.000

Cultureel tijdschrift met sociologische en soms politieke inslag. Drijvende kracht achter het weekblad is Andrei Plesu, een vooraanstaand Roemeens intellectueel en voormalig minister van Cultuur. Het ‘Oude Dilemma’ staat bij uitstek te boek als Europa minnend.


Dit artikel van Mircea Vasilescu verscheen eerder in Dilema Veche.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.