Zitten het nieuwe roken? Niet op z’n Japans

© Getty Images

The Japan Times

| Tokio | Thu-Huong Ha | 09 februari 2024

Goed zitten, wie doet dat actief? De Japanse cultuur schrijft de correcte manier voor: seiza. Deze traditie omspant vele eeuwen cultuur, politiek en religie. En de manier waarop je zit, zou veel zeggen over je karakter.

De Japanse gewoonte om op de grond te zitten gaat terug tot zeer ver in de geschiedenis. Pas de laatste zestig jaar is dit deel van de cultuur onder druk komen te staan door een nieuwe levensstijl, in de hand gewerkt door de snelle opkomst van stoelen en andere hoge meubels.

In 2020, toen de hele wereld gedwongen was thuis te blijven, vertoonde de verkoop van bureaustoelen in de VS een spectaculaire stijging van maar liefst 75 procent. Van de ene op de andere dag doken overal podcasts, artikelen, handleidingen en koopgidsen op, in reactie op de verontrustende realiteit waarmee veel kantoormensen te maken kregen: de stoelen die ze thuis hadden, zaten beroerd.

Iedereen die aan een bureau werkt – en in Japan geldt dat voor zo’n 28 procent van de beroepsbevolking – heeft te maken met hetzelfde hardnekkige probleem: zitten. Zelfs in de jaren vóór de pandemie waren er al allerlei nieuwe apparaten op de markt – niet alleen sta-bureaus, maar ook wandel- en fietsbureaus, niet alleen ergonomische stoelen maar ook stoelen waarop je kon knielen, zelfs stoelen die op en neer wipten.

Roerloos

Maar met de pandemie was het ineens gedaan met het forenzen en moesten veel mensen zich erbij neerleggen dat ze nu ongeveer een derde van de dag roerloos op een stoel zaten. Het werd een vertrouwd fenomeen, dat je je aan het eind van de werkdag realiseerde dat je amper vijftig stappen had gezet – naar de keuken en weer terug, naar de wc en weer terug – en dat je heel bewust besloot allerlei kleine klusjes te spreiden over de dag, al was dat nog zo inefficiënt, om maar zo nu en dan even de benen te kunnen strekken.

Langdurig zitten wordt in verband gebracht met slapeloosheid, depressie, obesitas, een hoger risico op hart- en vaatziekten en vroegtijdig overlijden. Al jaren terug werd zitten het nieuwe roken genoemd; drie jaar na het begin van de pandemie hebben we allemaal een rokerskuch. Of beter gezegd: slappe billen van het zitten.

‘Rechtop zitten is altijd een uitdaging’

‘We zijn goed in lopen en rennen, en we vinden het fijn om te liggen als we slapen. Het probleem zit hem in de positie daartussenin’, schrijft architect Witold Rybczynski in Now I Sit Me Down (Nu ga ik zitten), zijn geschiedenis van de stoel. ‘Elke afzonderlijke stoel staat symbool voor de poging de strijd tussen de zwaartekracht en de menselijke anatomie te beslechten. Rechtop zitten is altijd een uitdaging.’

Toen ik de afgelopen maand aan mensen vertelde dat ik bezig was met een artikel over zitten, stond ik ervan te kijken hoe iedereen min of meer hetzelfde reageerde (na de aanvankelijke opgetrokken wenkbrauw, natuurlijk, en de vraag om het te herhalen). Begin over zitten en mensen veren op. Ze hebben van alles te mopperen over de stoel op het werk of over hun thuisbureau, en ze hunkeren naar iets van ergonomische wijsheid. Net als bij slapen is er een belofte: met een kleine ingreep kun je je leven veranderen. En net als bij seks is er de knagende angst: doe ik het wel goed?

420 minuten per dag

Japanners zitten heel veel. In een artikel uit 2011 in het American Journal of Preventive Medicine viel te lezen dat bij een onderzoek onder meer dan 49.000 volwassenen uit twintig landen de respondenten uit Japan en Saoedi-Arabië het meest zitten, met een gemiddelde van zo’n 420 minuten per werkdag. De relatie van Japanner met zitten wordt nog eens verder bemoeilijkt door een lange traditie van op de grond zitten.

Toeristen en expats zullen het herkennen: bij binnenkomst in een restaurant in tatami-stijl meteen naar de plek lopen waar de chabudai-tafels tegen een muur staan, of het risico lopen om het hooguit twintig minuten vol te houden voordat je benen gaan slapen. (Of de zucht van verlichting als je je benen uitstrekt en er een gat in de vloer blijkt te zitten waar je je benen in kunt steken.) Sterker nog, de Japanse cultuur kent een ‘correcte’ manier om te zitten, seiza genoemd, en de intense spanning die daarbij op de enkels en de knieën komt maakt integraal onderdeel uit van het beoefenen van traditionele bezigheden zoals kendo (zwaardvechtkunst), ikebana (bloemschikken) en sadō (theeceremonie).

Je zithouding blijkt veel over je te zeggen. In een artikel uit 2022 in het Journal of Physical Education and Sport staat te lezen dat mensen die rechtop zitten op een stoel, of in seiza, door een groep van 132 Japanse studenten als netter (althans, minder slordig) worden gezien dan hun onderuitgezakte pendanten. En dat is nog niet alles: ze worden ook als moreel hoogstaander ingeschat, gerelateerd aan eigenschappen als ‘bijdrage aan groep en maatschappij’ en ‘regels volgen en goede manieren tonen’; er werd zelfs melding gemaakt van ‘een zekere eerbied’ voor dat wat de menselijke vermogens te boven gaat, zoals de natuur. Mensen die onderuitgezakt in hun stoel hangen zouden een minder hoogstaande moraal hebben, en van alle vier lichaamshoudingen zou achterover leunen in de stoel getuigen van de allerlaagste moraal.

Er zijn ook influencers die zeggen dat op de vloer zitten, en de levensstijl waar dat voor staat, het geheim is van de hoge levensverwachting van Japanners. Dan Buettner, onderzoeker en groot voorstander van een lang leven, de man achter een serie boeken met als titel Blue Zones, verwijzend naar regio’s op de wereld met een ongebruikelijk hoge levensverwachting, propageert de gedachte dat ‘de traditie uit [het Japanse eiland] Okinawa om op de vloer te zitten is gerelateerd aan gezondheid, mobiliteit en een hoge levensverwachting’. Hij heeft filmpjes gemaakt om te laten zien hoe je, onder andere, naar je telefoon kunt kijken terwijl je op de grond zit.

Is er een juiste manier om te zitten? En heeft Japan die manier onder de knie? Het blijkt een veel gecompliceerdere vraag; in Japan is het verhaal van zitten een microkosmos van snelle modernisatie die vele eeuwen aan cultuur, politiek en zelfs religie omspant.

GettyImages 615741416
Veel is in Japan gerelateerd aan het feit dat men op de vloer zit.– © Getty Images

Stoelzitters en vloerzitters

De wereld kan grofweg worden onderverdeeld in stoelzitters en vloerzitters. En sinds de Oudheid valt Japan onder die laatste categorie, net als islamitische culturen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, inheemse volkeren in Noord- en Zuid-Amerika en mensen in India en Korea, zoals antropoloog Gordon W. Hewes in de jaren vijftig aantoonde in zijn belangrijke onderzoek naar de verschillende lichaamshoudingen op aarde.

Hoewel stoelen voornamelijk een Europees fenomeen lijken, worden de eerste stoelen toegeschreven aan de oude Egyptenaren, al in 2600 voor Christus. Volgens wetenschappers waren die stoelen een statussymbool. ‘God zit op een stoel,’ zegt stoelenontwerper en onderzoeker van lichaamstechniek Hidemasa Yatabe over vroege afbeeldingen van stoelen. ‘Als God op de stoel zit, krijgt de koning van Hem het recht om te heersen. De koning zit met respect voor zijn onderdanen zoals God met respect voor de koning zit.’

Tegen de tweede eeuw na Christus was er in China een opvouwbaar krukje ontwikkeld, en in de tiende eeuw na Christus won dat in hoog tempo aan populariteit. In Japan werden ook krukjes gebruikt, al in 500 na Christus. Er zijn overblijfselen van die krukjes gevonden in de buurt van ruïnes op de plek van de uitbarsting van Mount Haruna in de prefectuur Gunma. Deze krukjes, de zogeheten shogi, zijn lang in gebruik geweest, net als de stoelen van houtsnijwerk die door boeddhistische monniken werden gebruikt, de zogeheten kyokuroku. Maar het zou nog eeuwen duren voordat stoelen in brede kring werden gebruikt.

Het had allemaal heel anders kunnen lopen, zoals Arata Isozaki, een architect die de Pritzker Prize heeft gewonnen, in 1986 schreef. ‘De klapkruk werd gebruikt door krijgers, om duidelijk te maken dat ze superieur waren aan de boeren die knielden of op de grond zaten,’ legt hij uit, en hij stelt dat de lage stoelen hun intrede deden in Japan om redenen die te maken hadden met reinheid en sociale hiërarchie.

Maar de aristocratische krijgersklasse begon een verhoogde houten vloer in huis te bouwen. Die vloer, ver verheven boven de smerige stenen of de grond, leidden tot een nieuwe verhouding tot de vloer. Met andere woorden: de vloer werd zelf een stoel. Ondanks de gretigheid in de Nara-periode (710-794) om dingen op onder meer het gebied van kunst, kalligrafie en architectuur over te nemen van China, keerde Japan de stoel de rug toe.

‘Veel facetten van het leven van de Japanner zijn gerelateerd aan het uitgangspunt dat men op de vloer zit’

Isozaki schrijft dat op de vloer zitten een cruciaal element was in de ontwikkeling van de specifieke Japanse levensstijl. Het ontwerp van tuinen en kamers kwam tot stand vanuit het perspectief van iemand die op de grond zit, of knielt, betoogt hij.

De grote typisch ‘Japanse’ filmregisseur Yasujiro Ozu stond erom bekend dat hij een statische camera laag bij de grond neerzette. ‘Ozu filmde gezinnen het liefst binnenshuis, voornamelijk in een Japans interieur,’ schrijft filmrecensent Mark Schilling. ‘Hij werkte vanuit een lage positie, met de camera gewoonlijk ter hoogte van iemand die op een tatami-mat zit, om een intieme sfeer op te roepen.’

Onderzoeker Yatabe, die verschillende boeken heeft geschreven over zitten, waaronder Nihonjin no Suwarikata (Japanse manieren van zitten) en Za no Bunmeiron (Een civilisatietheorie van zitten), gaat nog verder. Omgeven door sierlijke, met de hand gemaakte stoelen van rozenhout en witte Japanse paardenkastanje bestudeert Yatabe in het Japanese Institute of Physical Culture Research in Tokio de geschiedenis van houdingen en lichaamsesthetiek. Met op de achtergrond het geluid van een knappend haardvuur probeer ik verschillende stoelen uit die hij heeft ontworpen, niet alleen om te werken maar ook om te mediteren. Ik zit op een stoel die veel wegheeft van een martelwerktuig, en als ik achteroverleun ontsnapt er een weinig professionele, diepe kreun aan mijn lippen.

‘Veel facetten van het leven van de Japanner zijn gerelateerd aan het uitgangspunt dat men op de vloer zit,’ schrijft Yatabe in Nihonjin no Suwarikata. ‘Dat begint al met alledaagse houdingen die te maken hebben met eten en drinken of met manieren waarop men elkaar begroet, tot aan de fundamentele houdingen bij traditionele kunsten. Het is onmogelijk om de Japanse cultuur echt te doorgronden zonder je bewust te zijn van het zitten op de grond.’

In zijn atelier laat hij een voorbeeld zien van een kimono, waarvan zowel het ontwerp als de pasvorm is gebaseerd op een idee van schoonheid waarbij de contouren van het lichaam eerder aan het oog worden onttrokken dan worden geaccentueerd. Brede houdingen, met sterk gebogen knieën, zowel in zittende als staande positie, werden geassocieerd met zowel schoonheid als kracht, licht hij toe. 

Mannen met veel status, zoals keizers en samoerai, werden afgebeeld in een zittende houding die rakuza werd genoemd, met de voetzolen tegen elkaar en de knieën naar buiten wijzend, wat sommige lezers zullen herkennen als de ‘vlinderhouding,’ een symbool van kracht en elegantie. Yatabe zet dat af tegen de koningen van West-Europa, die voor portretten staand poseerden met een been naar voren.

Les in etiquette

Natuurlijk is het niet mogelijk om over de lijnen van een kimono na te denken zonder je bewust te zijn van seiza.

Esthetische normen geven een cultuur vorm. Maar dat geldt net zo goed voor overheden. Tijdens de Meiji-restauratie van 1868, de periode waarin Japan een snelle modernisering en verwestersing doormaakte, was de manier waarop de bevolking zat een van de aspecten van het sociale en culturele leven die aan een zeer kritische blik werden onderworpen.

Begin jaren tachtig van de negentiende eeuw, toen kinderen en masse voor het eerst verplicht naar school gingen, zo schrijft Yatabe, moesten ze niet alleen leren lezen en schrijven maar moesten ze ook les krijgen in etiquette, zoals de juiste manier om mensen te begroeten, de juiste manier om keurig en beschaafd hun bento te eten, de juiste manier om te buigen en – u raadt het al – de juiste manier om te zitten.

In het lesboek The New Edition of Elementary School Manners (De nieuwe editie van lagereschoolmanieren) wordt tot in detail beschreven hoe je ‘goed’ moet zitten – een uitgebreide versie van wat we nu herkennen als seiza, een woord dat is samengesteld uit de karakters voor ‘correct’ en ‘zit’. ‘Ga met beide voeten naast elkaar staan, sta stil en breng beide voeten een voor een naar achter, de linkervoet eerst. Kniel op beide knieën terwijl je de tenen omhoog houdt; leg de grote teen van beide voeten over elkaar en ga zitten. Als je zit, plaats dan je handen op je knieën en laat je armen rusten, doe dat heel bewust, alsof je onder elke oksel een kippenei hebt dat niet mag vallen.’

Als ik tegen collega’s of vrienden die in Japan zijn opgegroeid begin over seiza, krimpen ze bijna allemaal even ineen. Ze herinneren het zich als een vorm van straf. ’Doe seiza en denk maar eens goed na over wat je hebt gedaan!’

Seiza kan de flexibiliteit in de heupen vergroten en voedingsstoffen naar de knieën sturen, maar langere tijd in die houding zitten wordt ook in verband gebracht met o-benen, problemen met de bloedsomloop en oedeem. ‘Ik ben dol op seiza,’ appt een Taiwanese vriend die ook sadō en ikebana beoefent. ‘Ik vind het prettig om het niet al te comfortabel te hebben.’

In de wereld van sadō wordt seiza gezien als een elegante manier om het lichaam zo compact mogelijk te maken in steeds kleinere theekamers. Daarnaast was het oorspronkelijk een teken van nederigheid van een gastheer tegenover de gast, krijg ik te horen bij Mushakouji Senke Kankyuan, een van de drie grote theescholen in Japan.

Maar, zoals vertegenwoordigers van de school schrijven – net als veel welbespraakte bloggers die zich verzetten tegen de strenge geboden rond seiza – Sen no Rikyu, de vader van de moderne Japanse thee, van wie de drie scholen direct afstammen, zat in agura, oftewel kleermakerszit. Maar volgens de normen van nu wordt die houding gezien als bot of slonzig, en zeker niet geschikt voor vrouwen.

Het is opmerkelijk dat een bepaalde manier van zitten wordt omgeven door zo veel controverse. Aan de andere kant is het veelzeggend dat een van de andere drie scholen een gesprek weigerde, uit angst dat de naam van de school in een artikel zou komen te staan waarin de bejubelde seiza mogelijk zou worden bekritiseerd.

De stoel (1872)

In een sadō-handleiding voor beginners staat een cruciale aanpassing van de traditie vermeld: ‘Beoefenaars zien een nieuwe benadering voor zich van de theeceremonie, passend bij de veranderende tijden.’ De innovatie is de stoel, en het jaar was 1872.

Deze verandering drong maar langzaam door in Japan. Tegen de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, tijdens de snelle naoorlogse economische groei, was de stoel als alledaags gebruiksvoorwerp echter doorgedrongen in vrijwel alle Japanse huishoudens.

Japan is een betrekkelijke nieuwkomer op het wereldstoelentoneel. De stedelingen geven blijk van een ongekende fascinatie voor stoelen. In het voorjaar van 2022 werden in verschillende Muji-winkels in Ginza [een district in Tokio] stoelenexposities gehouden; in de zomer van dat jaar waren er twee stoelententoonstellingen tegelijk, zowel in het Tokyo Metropolitan Art Museum als in het Museum of Contemporary Art, ook in Tokio, waar stoelen waren te zien van respectievelijk de Deense ontwerper Finn Juhl en de Franse ontwerper Jean Prouvé.

In Mokoto Shimazaki’s inleiding bij het boek Japanese Chairs staat te lezen dat Japan vanaf begin jaren zestig uitgroeide tot een van de grootste markten ter wereld voor Europees meubilair, zoals de Y-stoel van Hans Wegner. De Japanse pioniers van de moderne stoelen, zo vertelt het boek, verwerkten elementen van Japanse huizen in hun ontwerpen. De stapelbare stoelen van Isamu Kenmochi kun je naast elkaar zetten, of met de voorkant tegen de achterkant, zodat ze weinig ruimte innemen – ruimte is een zeer schaars goed in Japan.

De spijlenstoel, ontworpen door Kappei Toyoguchi, is geïnspireerd op de Windsor-stoel, maar dan breder en dieper. Door het brede kussen kunnen de benen worden gekruist of gevouwen, en met de geringe hoogte van 34 centimeter is de zitting zo laag dat je nog op ooghoogte zit met mensen die op de grond zitten. Een andere stoel van Toyoguchi is ontworpen met dikkere, ronde poten zodat hij de tatami-matten niet beschadigt.

Zoals deze ontwerpers hebben laten zien, passen stoelen die in het Westen zijn ontworpen niet zomaar in de toonaangevende levensstijl in Japan.

‘Toen ik in Californië ging studeren, drong tot me door dat ik vreemd zit’

De zittende Japanner bevindt zich dan ook in een merkwaardige positie: nog maar zestig jaar na de overgang van tatami-mat naar stoel wordt de maatschappij geconfronteerd met nieuwe pijnpunten. Naar Yatabes mening zijn deze groeipijnen het gevolg van het te snel willen overnemen van een buitenlandse lichaamscultuur – die van Europa. Hij vergelijkt het met vrouwen die binnen één generatie willen overstappen op hoge hakken: de voeten, die gewend zijn aan geta en zori [traditionele Japanse sandalen], hebben wellicht niet de benodigde voetboog voor hoge hakken. Zo kunnen ook de esthetische waarden, die zowel de houding als de lichamelijke ontwikkeling hebben bepaald, niet zomaar worden veranderd in het tempo van de naoorlogse Japanse economie.

Hetzelfde geldt voor vloerzitten, dat zo lang zo’n belangrijk onderdeel van het leven is geweest dat het niet van de ene op de andere dag kan worden veranderd. Yatabe herinnert zich zijn oma en verschillende andere ouderen die zijn geboren in de Meiji-periode (1868-1912). Als ze liepen, waren ze vaak heel krom of moesten ze steunen op krukken, maar als ze op de grond zaten, zagen ze er fantastisch uit, en volkomen op hun gemak. Zo intens was de lichaamstraining die ze hadden ondergaan, zegt hij.

‘Juiste’ houdingen en het traditionele vloerzitten mogen dan naar de achtergrond verdwijnen, het effect op de cultuur is nog steeds voelbaar. ‘Toen ik in Californië ging studeren, drong tot me door dat ik vreemd zit,’ vertelt een jongere Japanse collega. Ze demonstreert een houding die veel wegheeft van de yogahouding virasana, met de knieën tegen elkaar en de billen op de grond, terwijl de benen een V vormen. ‘En toen ik weer naar Japan ging, moest ik afleren om met mijn benen over elkaar te zitten, want dat wordt als onbeschoft ervaren,’ zegt ze.

Sayaka Murata, de auteur van Convenience Store Woman (Buurtsupermens, vertaald door Luk van Haute), vertelde me ooit in een interview dat ze bij literaire evenementen in Europa van de andere schrijvers te horen kreeg dat ze zo mooi rechtop zat. ‘Ik probeerde onderuit te zakken, maar dat was nog niet zo makkelijk.’ Ze deed voor hoe ze zich onderuit liet zakken, herinnerde zich hoe raar dat voelde, lachte en ging weer rechtop zitten.

Cultuurclash op zithoogte

Deze cultuurclash op zithoogte is nog altijd gaande – en de industrie helpt een handje mee. Spoorwegbedrijf Sotetsu innoveert nog altijd de eigen stoelen van ‘universeel design’, die een ongebruikelijk ondiepe zit zouden hebben om het oudere mensen en zwangere vrouwen makkelijk te maken. Volgende maand geeft fysiotherapeut Tetsuya Obuchi een tweedaagse workshop in Chiba, voor 32.000 yen, om zorgverleners te leren hoe ze patiënten kunnen helpen met de juiste zithoudingen.

Kageyu Noro heeft in zijn lange carrière veel vragen beantwoord over rugpijn. Twintig jaar geleden stond deze (inmiddels emeritus) hoogleraar van de Waseda-universiteit, een van de toonaangevende specialisten in Japanse ergonomie, aan het hoofd van een zitkliniek. In ruim vijf jaar heeft hij zo’n driehonderd mensen gezien, zowel in zijn praktijk als tijdens huisbezoeken, en hij heeft ze laten zien hoe ze hun stoel en houding kunnen aanpassen, bijvoorbeeld met behulp van dikke bankkussens of geïmproviseerde rugsteunen. Hij heeft zelfs een speciale stoel ontworpen, met een gat erin, voor iemand met knieproblemen.

Ik liet hem een stoel zien die ik gratis heb gekregen, een blauwe klapstoel van Nitori die je overal ziet. Precies op de plek waar je steun verwacht voor je lendenen, is er niets. Ik gebruik die stoel altijd, maar zoals gezegd bezorgt hij me veel pijn. Noro – die zich misschien weer in zijn kliniek waande – stelde voor dat ik een handdoek zou oprollen, als een sushirol, en die in de spleet van de stoel zou klemmen, om mijn heiligbeen steun te geven. Toen vroeg hij: ‘Hoeveel kost dit ding? 5.000 yen?’ (Eigenlijk kost hij maar 2990 yen, wat met de huidige koers neerkomt op 20 dollar.) ‘Je zou meer moeten betalen!’

‘Mensen gaan op zoek naar een goede stoel, of bed of matras – maar ze nemen te snel een beslissing. Het belangrijkst vinden ze de prijs,’ zegt hij. Mensen zouden volgens hem juist op zoek moeten gaan naar iets wat precies bij hun lichaam past. Om het gebrek aan verkopers met verstand van zaken te compenseren werkt Noro aan een technologie voor ‘een dialoog tussen de stoel en degene die erop zit’. Sterker nog, zegt hij, er bestaat geen stoel waar iedereen goed op zit. ‘Twintig jaar geleden dacht ik nog dat er een soort ideale stoel zou zijn. Maar het is heel moeilijk om die te maken. De oplossing is zoeken naar individueel comfort.’

Voor Noro schuilt het antwoord niet in moderne ergonomie, maar in het verre verleden van Japan. De boeddhistische monnik Dogen, die leefde van 1200 tot 1253, tijdens de Kamakura-periode, bracht het zenboeddhisme naar Japan en verspreidde de beoefening van zazen, oftewel zittende zenmeditatie. Hij en zijn volgelingen zaten op zafu, ronde kussens van gevlochten lisdoddebladeren. ‘Dogens manier van zitten was volkomen logisch,’ zegt Noro. ‘Hij liet de monniken hun eigen zafu maken, afgestemd op hun lichaam.’

De sleutel was individualisering: hoe prettig een stoel zit, hangt – onder meer – af van je gewicht. Noro richtte zich in zijn onderzoek op de relatie tussen lichaamsgewicht en ‘wegzakdiepte’, de verandering in hoogte van het kussen. Zijn lab heeft een stoel ontwikkeld voor microchirurgie, waarin iemand lange uren gerieflijk kan blijven zitten terwijl er handelingen worden uitgevoerd die uitzonderlijke precisie vereisen – geïnspireerd op Dogens kussenmodel uit de dertiende eeuw.

GettyImages 803961874
Seiza in de Starbucks in Kyoto. – © Getty Images

Lichamelijke tweetaligheid

Yatabe beaamt Noro’s conclusies. Na zich er jaren in te hebben verdiept, is hij stoelen gaan maken die zijn afgestemd op het lichaam van zijn cliënten. Hij benadrukt dat het niet nodig is om te rade te gaan bij ergonomische studies uit het Westen, aangezien de nauwe banden van Japan met vloerzitten duizenden jaren teruggaan, en gezien de vele tradities die nauw zijn verweven met zen, yoga en tai chi. Hij heeft een diepe bewondering voor de verschillende stijlen van zitten die opgang deden voordat seiza de overhand kreeg, en voor de hulpmiddelen die dergelijke zitstijlen mogelijk maken, zoals de kyōsoku-armsteun (letterlijk ‘oksel’ en ‘adem’), waardoor de zitter naar één kant kan overhellen en comfortabel op de vloer kan zitten met de andere knie omhoog.

Yatabe wil niets liever dan de tradities in ere herstellen die verloren zijn gegaan tijdens de snelle modernisering van Japan. ‘Ik wil steeds meer van de fantastische elementen van onze cultuur voor het voetlicht brengen en dingen ontdekken waardoor we trots kunnen zijn op ons land,’ zegt hij.

Inmiddels kijk ik er al niet meer van op als een gesprek over een ogenschijnlijk eenvoudige handeling als zitten een onverwachte wending neemt, om niet te zeggen een patriottische wending. Ook zitten blijkt politiek te zijn.

Yatabe denkt niet dat mensen die de hele dag zitten, waar ook ter wereld, hoeven te wanhopen. Voor dergelijke mensen in Japan heeft hij iets bedacht wat doet denken aan een soort lichamelijke tweetaligheid. ‘In termen van fysieke mogelijkheden is het niet ondenkbaar om het lichaam zowel op een Japanse als op een Europese manier te gebruiken,’ zegt hij.

Mensen die altijd op de vloer hebben gezeten, kunnen wennen aan stoelen – voornamelijk door de hoogte en de diepte van de zitting zo af te stellen dat de stoel echt past bij hún lichaam. En mensen die niet gewend zijn om op de vloer te zitten, kunnen stretchen en oefeningen doen om hun heupen en ledematen soepeler te maken, om aan het leven in Japan te wennen. ‘Zitten hoeft niet stressvol te zijn,’ zegt hij resoluut.

De ziel

Zitten blijkt niet alleen een kwestie te zijn van esthetiek, gezondheid, etiquette en traditie; het heeft ook te maken met de ziel. In 1970 werd een verzameling lezingen van de Japanse monnik Shunryu Suzuki gebundeld en uitgegeven met als titel Zen Mind, Beginner’s Mind. Het boek zou uitgroeien tot een klassieker van moderne spiritualiteit en zou in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van het zenboeddhisme in het Westen. Het boek telt honderdvijftig pagina’s en is – hoe kan het ook anders – gewijd aan de vraag hoe te zitten. ‘Als ik zit, is er niemand anders, maar dat wil niet zeggen dat ik je negeer. Ik ben volledig één met alle aanwezigheid in deze fenomenale wereld. Dus als ik zit, zit jij; alles zit met mij. Dat is onze zazen,’ schreef de priester.

‘Houd gewoon je lichaam recht zonder over te hellen of ergens tegenaan te leunen,’ zegt hij. ‘Op die manier zul je, zowel fysiek als mentaal, totale rust ervaren.’

Spirituele praktijken die voortkomen uit de handeling van zitten zijn niet voorbehouden aan het boeddhisme; je ziet ze ook in het hindoeïsme, of in de traditionele Chinese geneeskunst. (Ook in de Bijbel worden de discipelen opgeroepen te knielen, en in de islam schrijft een van de stappen in het dagelijkse gebed voor hoe je de voeten precies naast elkaar moet houden.)

De homo sapiens is geëvolueerd om rechtop te lopen, maar toch kromt onze ruggengraat zich steeds meer naar beneden

‘Seiza is een houding waarbij de kracht kan worden gebundeld in het vitale punt van het lichaam, de dantian,’ zo krijg ik te horen op de Mushakouji Senke Kankyuan-theeschool. ‘Volgens sommigen kan het aannemen van deze houding de geest op effectieve wijze tot rust brengen en vervullen.’

Hoewel de stoel vele problemen veroorzaakt voor de moderne kantoormens, zijn bepaalde vormen van zitten juist een manier om de dagelijkse beproevingen van zowel het privé- als het werkleven het hoofd te bieden. Seculiere meditatie is ongekend populair, en dat geldt zelfs voor een extreme vorm ervan, de vipassana-meditatie, die is uitgegroeid tot een trendy toevluchtsoord voor wie de wereld even niet meer ziet zitten: tien dagen zittende meditatie, in stilte, volledig weg van de maatschappij.

Tijdens het schrijven van dit artikel heb ik twee lessen gevolgd in zeer verschillende meditatietechnieken: ik zat nog geen uur of mijn benen waren al volkomen gevoelloos. Omdat me was gezegd dat ik aan niets anders mocht denken dan mijn ademhaling en de energie van mijn lichaam, ging er maar één gedachte door mijn hoofd: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Waarom zit ik hier te zitten?

Misschien is dat wel de crux van de problemen waar mensen mee kampen die aan een bureau zijn gebonden en die na jaren van werken gebukt gaan onder nek-, schouder- en rugpijn: de hele dag naar een scherm staren voelt niet echt als leven – eerder als het tegenovergestelde. De homo sapiens is geëvolueerd om rechtop te lopen, maar toch kromt onze ruggengraat zich steeds meer naar beneden, onze ogen op zoek naar afbeeldingen en tekst, onze billen op zoek naar iets waarop we kunnen zitten. Maar de inspanningen die we ons getroosten om het zitten – een probleem dat we zelf hebben gecreëerd – weer naar onze hand te zetten, omwille van gezondheid, cultuur, land, schoonheid, existentiële vervulling en zelfs dat onbeschrijflijke ideaal dat we geluk noemen – iets menselijkers dan dat is toch nauwelijks denkbaar?

Recent verschenen