• Reportagen
  • Economie
  • Shell kan olie niet loslaten

Shell kan olie niet loslaten

Foto: © AFP
Reportagen | Bern | Christoph Keller | 26 november 2020

Royal Dutch Shell zegt per 2050 een net-zero emissions business te willen worden, maar het investeert slechts een paar miljard dollar in de ontwikkeling van schone energie, tegenover 150 miljard in fossiele brandstoffen. Het Zwitserse blad Reportagen voelde de Chief Climate Change Advisor van Shell hierover aan de tand. Maar daarvoor moest het hem eerst te spreken zien te krijgen.

Waar is hij nu, David Hone, de man die door zijn werkgever, het olieconcern Royal Dutch Shell, naar iedere klimaatconferentie wordt gestuurd? Hone, die regelmatig door regeringsinstanties als adviseur wordt aangetrokken. Hone, die dan met een licht zangerige stem verklaart hoe Shell zich een wereld voorstelt die niet warmer mag worden dan de ongeveer anderhalve graad waartoe op de Parijse klimaatconferentie van 2015 werd besloten. Die grafieken op de wand projecteert: stroomdiagrammen waarin koolstoffen zeldzame veranderingen ondergaan en dan in lucht oplossen. David Hone, de jongensachtige Chief Climate Change Advisor bij Shell, met borstelige wenkbrauwen en lachrimpeltjes in zijn gezicht, die zou ineens niet meer bereikbaar zijn.

‘Nothing is possible,’ schrijft Sally Donaldson, de persvoorlichter; wekenlang krijg ik hem niet te pakken.

Maar dan duikt Hone ineens weer op, van de ene op de andere dag. Ik heb hem aan de telefoon.

‘Hoi Christoph.’

‘Hoi David.’

‘We hebben precies een half uur, tot op de seconde. Dus laten we meteen ter zake komen, oké?’

‘David, de wereld verandert, de klimaatbeweging is machtig geworden, steeds meer staten en gemeentes willen een toekomst zonder fossiele brandstoffen, veel investeerders ontraden investeringen in de oliebusiness. Wat betekent dat voor een olieconcern als Shell?’

‘Dat is een politieke vraag. Die kan ik niet beantwoorden. Next question, please.’

‘Next question,’ zegt ook Donaldson, die op de achtergrond meeluistert.

Hone, hoofdadviseur klimaatverandering bij Shell, mag niet praten over klimaatpolitiek, niet over de vele klachten tegen het concern wegens een gebrek aan inzet voor het klimaat, en hij mag zich niet uitspreken over de klimaatbeweging die Shell steeds meer onder druk zet.

Olieplatform Belema in Nigeria werd in 2017 bezet door demonstranten uit de lokale gemeenschap die banen en betere leefomstandigheden eisten. SPDC, een dochteronderneming van Shell in Nigeria, is een van de exploitanten. – © Utami Ekpei / AFP

CO2-neutrale toekomst

Hone mag alleen spreken over datgene waaraan hij in de weken van zijn onbereikbaarheid heeft gewerkt: de strategieën waarmee het olieconcern Shell in de toekomst een net-zero emissions business moet worden. Een concern dus dat miljoenen tonnen aardolie uit de aarde oppompt, die olie verwerkt in raffinaderijen, vervolgens gas en olie over de halve wereld transporteert om het aan klanten te verkopen die het dan verbranden – en die onder de streep geen broeikasgas meer in de atmosfeer wil uitstoten.

Deze ambitie om een ‘net-zero emissions business’ te worden moet in 2050 ‘of eerder’ gerealiseerd zijn, aldus de nieuwste prognoses van Hone. Ze berusten op het zogeheten Sky Scenario, een groots opgezette, met beelden en diagrammen ondersteunde visie die wil laten zien wat een aardolieconcern nog te zoeken heeft in een CO2-neutrale toekomst; Een scenario dat niet alleen het management van Shell, maar ook de wetenschap, de economie en de samenleving moet helpen om ‘betere beslissingen te nemen’. Het Sky Scenario laat zien hoe je in de toekomst de samenleving kunt decarboniseren en klimaatneutraal kunt maken, en waarom in die toekomst desondanks diesel, benzine, aardgas, zware olie en alle mogelijke fossiele brandstoffen nodig zullen zijn – en natuurlijk ook waarom Shell er dan nog steeds is.

‘Net-zero’ of ‘klimaatneutraal’ betekent voor Shell zoveel als een wereld waarin er weliswaar meer hernieuwbare energie en synthetische brandstoffen zullen zijn, maar nog altijd heel veel olie en aardgas, dus fossiele brand-stoffen. Het geproduceerde CO2 moet dan worden afgevangen en onderaards opgeslagen, of door herbebossing worden gecompenseerd.

‘Laten we dan over concrete zaken spreken, David. Het is me opgevallen dat Shell volgens het Sky Scenario aanvankelijk pas in 2070 klimaatneutraal wilde worden, dus twintig jaar later dan het klimaatakkoord van Parijs voorschrijft. Maar nu hebt u deze ramingen verscherpt en wil Shell ineens al in 2050 klimaatneutraal zijn.’ ‘Nou ja, we proberen echt zo veel aspecten van het klimaatakkoord mee te nemen als maar mogelijk is. En onze ambitie is om met die scenario’s een kader te scheppen waarbinnen we onze doelen steeds weer kunnen aanpassen. Dit kader is dynamisch; bij onze laatste plannen gingen we er nog van uit dat we de mondiale opwarming tot 2 graden zouden beperken, en toen bleef nog open wanneer en hoe we dan op nul CO2-uitstoot zouden uitkomen.’

‘En nu bent u wijzer?’

‘Ja, we steunen nu de ambitie om de mondiale opwarming tot 1,5 graad te beperken en we willen onze bijdrage
al voor 2050 leveren. Dat betekent dat we nu helemaal op de lijn van het
klimaatakkoord zitten.’

‘Maar Shell zal toch nog olie blijven produceren?’

‘Ja, dat zal inderdaad het geval zijn.’

Grootste vervuiler

Het olieconcern Royal Dutch Shell, voortgekomen uit een handel in curiositeiten in het Londense East End die in 1833 zijn zaken uitbreidde naar schelpen en later naar kerosine, behoort tot de tien grootste vervuilers als het gaat om CO2-uitstoot. In 2019 blies het concern alleen al met de eigen productiefaciliteiten 70 miljoen ton CO2 in de atmosfeer. Daar komen de miljarden tonnen CO2 nog bij die ontstaan wanneer al die benzine,
diesel, gas, zware olie en kerosine in automotoren, verwarmingsinstallaties en scheepsmotoren worden verbrand – de zogenoemde scope-3-emissie. Alles bij elkaar heeft Shell sinds 1965 meer dan 34.000 megaton CO2 in de lucht losgelaten.

Niet dat Shell nooit heeft geweten welke gevolgen deze belasting van de atmosfeer met kooldioxide heeft. Want het concern heeft uiterlijk in de jaren tachtig kennis genomen van wat de Amerikaanse Eunice Newton Foote in 1856 voor het eerst precies had beschreven: dat de lucht sterker opwarmt als die is verrijkt met meer CO2. Het daarmee verbonden broeikaseffect, het schadelijke effect daarvan op het klimaat en de bijbehorende potentieel catastrofale gevolgen beschreef Shell voor het eerst uitvoerig in een intern rapport waarin het heette dat het ‘dringend noodzakelijk’ was snel te handelen, omdat het ‘anders te laat zou kunnen zijn om effectieve tegenmaatregelen te nemen ter stabilisering van de gevolgen (klimaatopwarming) of zelfs om alleen de situatie maar te stabiliseren’.

In 1991 produceerde Shell de film Climate of Concern en toonde het in drastische beelden die niet onderdeden voor een film van Greenpeace welke catastrofale gevolgen de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer zou hebben: vernietigende stormen, droogte, klimaatvluchtelingen, een stijgende zeespiegel – alles wat de mensheid te wachten stond werd daar al voorspeld en er werd gesteld dat er ‘dringend’ iets moest worden gedaan om het verbranden van fossiele brandstoffen te stoppen.

Maar Shell heeft precies het tegendeel gedaan.

Tegen beter weten in handelen, daar stond Royal Dutch Shell niet alleen in. Het concern volgde dezelfde strategie als de concurrenten Chevron Total en BP. En net als andere concerns wordt Shell nu vanwege deze houding op de korrel genomen door radicale organisaties als Code Rood.

Code Rood

Deze in Nederland gevestigde groepering lanceerde afgelopen jaar de leus ‘It’s time to make Shell history’, of beknopter, ‘Shell must fall’. Bij elke actie voor het hoofdkantoor in Den Haag, bij hun optredens tijdens de aandeelhoudersvergadering en bij hun teach-ins herinnert Code Rood aan de lange keten van doofpotten, sussende verklaringen en leugens die Shell zich in de klimaatkwestie heeft veroorloofd. Dat Shell behoorde tot de firma’s die de gerenommeerde chemicus en ‘klimaatontkenner’ Frits Böttcher betaalden om de klimaatopwarming openlijk te betwijfelen (de hoge concentratie van CO2 in de atmosfeer zou vooral ‘goed zijn voor planten’); dat Shell miljoenen heeft gestoken in de lobby voor minder klimaatbescherming: 36,5 miljoen euro ging sinds 2010 alleen al naar hun lobbyisten in Brussel, en minstens evenveel geld naar Washington. Ook is niet vergeten dat Shell de activisten van Greenpeace die in 1995 protesteerden tegen het afzinken van het olieplatform Brent Spar aanviel met waterkanonnen, juist op het moment dat ze aan dunne touwen boven de woelige zee hingen, en dat Shell pas bereid was tot dialoog toen een oproep tot een boycot leidde tot omzetverliezen bij de tankstations.

Niet afgehandeld is verder dat Shell onherstelbare milieuschade heeft veroorzaakt in de Nigerdelta in Nigeria, en nog altijd is onopgehelderd welke rol Shell speelde bij de onderdrukking van de protesten en de terechtstelling van Ken Saro-Wiwa in 1995. De Nigeriaanse schrijver en activist had de protesten van de Ogoni tegen Shell aangevoerd, en werd in een showproces samen met acht medeverdachten ter dood veroordeeld. Shell heeft nooit zijn samenwerking met het Nigeriaanse regime erkend, het ontkende elk aandeel in de schuld, maar betaaldede familie van Saro-Wiwa buiten-gerechtelijk wel 15,5 miljoen dollar, als onderdeel van een ‘schadeloosstelling’.

Shell-man

Dat alles heeft David Hone meegemaakt. Hij behoort, net als zijn collega’s van het Scenario-team, tot een generatie Shell-mannen die hun hele carrière bij het bedrijf hebben gewerkt, hij komt ‘uit de olie’. Hone werd aan de Universiteit van Adelaide in Australië opgeleid tot chemisch ingenieur. In 1980 kwam hij als raffinage-ingenieur bij Shell in dienst, maar hij stapte algauw over naar de oliehandel bij de Shell-raffinaderij in Sydney. Hij ging vervolgens als oliehandelaar naar Londen, klom op in het management en werd in 2001 aangesteld in zijn huidige positie.

Shell heeft sinds 1965 meer dan 34.000 megaton CO2 in de lucht losgelaten

Hij zette zich met hart en ziel in voor zijn missie. In een videoblog staat Hone voor Buckingham Palace in Londen; met een glimlach op zijn gezicht vertelt hij dat het er echt om gaat ‘het gezicht van Shell te veranderen’. Het concern zal ‘compleet worden omgeturnd’ en zo zal ‘Shell worden gered voor de toekomst’. Want, zo voegt Hone eraan toe, we moeten de weg van de verandering inslaan, en hij spreekt hier ook ‘als vader’.

Zonder radicale verandering zal het klimaat van deze planeet vroeg of laat ‘doldraaien’, en het huidige energie-systeem is trouwens volkomen onhoudbaar.

Dat was elf jaar geleden. Vandaag worstelt Hone nog altijd met dezelfde vragen; in de tussentijd heeft Shell nog meer miljoenen tonnen CO2 de atmosfeer in geblazen en het ziet er niet naar uit dat de 86.000 medewerkers van het concern in de nabije toekomst volledig zullen overstappen op de productie van windturbines, zonnepanelen en elektrische voertuigen – integendeel.

Het Shell Technology Center in Amsterdam ligt aan het water tegenover het Centraal Station, te midden van een wat schraal parklandschap. Een functioneel gebouw met meerdere vleugels en hoge ramen. Alleen boven de ontvangstruimte en het restaurant zijn zonnepanelen aangebracht. Maar het technologiecentrum wordt door innovatieve warmtepompen verwarmd en zou volgens Shell CO2-neutraal zijn. Voor de ingang staat een bronzen sculptuur van een gehurkte, naakte figuur die zorgzaam een plant in de hand houdt, omlijst door een globe van filigraan.

Hier werken duizenden mensen, maar ze mogen bij hun arbeid geen bezoek ontvangen. Ze houden zich bezig, geeft Shell aan, met verbeterde oliewinning, met carbon capture and storage, dus met het afvangen van CO2 uit de atmosfeer en het onder hoge druk opslaan ervan in ondergrondse holtes met fundamentele chemische processen, en ook met alternatieve energievormen.

‘Dat is allemaal leuk en aardig, David, maar als ik zie hoeveel miljoenen Shell investeert in de exploratie van nieuwe aardolievelden, zoals het Appomattox-veld in de Golf van Mexico, met een productie van 175.000 vaten per dag, hoe moet ik dan geloven dat Shell op weg is naar een gedecarboniseerde toekomst?’

Shells olie- en gasverwerkingsstation Agbada 2 in het zuiden van Nigeria. Lekkende pijpleidingen zorgen voor grootschalige vervuiling in het gebied. – © Robin Lonkhuijsen / ANP

Geen oplossing

‘Nou ja, we leven in een wereld waarin maar 20 procent van de energieconsumptie wordt gedekt door elektriciteit. De rest bestaat uit vloeibare brand-stoffen en ook kolen. Dat betekent dat energie uit vloeibare en vaste koolstofverbindingen belangrijk is, en bij Shell gaan we ervan uit dat dat nog een tijd zo zal blijven, dat de overstap naar een honderd procent geëlektrificeerde samenleving nog niet mogelijk is. Kort gezegd: we hebben nog geen oplossing voor alle toepassingen die we nodig hebben. Dus zullen we nog een paar decennia, misschien wel tot het einde van de eeuw, fossiele energie nodig hebben.’

‘Betekent dat dat Shell naar olie blijft boren en met olie wil blijven groeien?’

‘Ja. Wij houden er rekening mee dat er voorlopig nog een groot aandeel fossiele brandstoffen nodig is. Neem alleen al de luchtvaart. Het is onwaarschijnlijk dat er op enig moment elektrisch aangedreven vliegtuigen zullen zijn, en ook de langeafstandsvrachtwagens die bijvoorbeeld dwars door Australië rijden, zullen op diesel blijven rijden.’

‘Dat zien sommige deskundigen anders.’

‘Wij geloven daar niet in.’

‘Hoe komt u op die manier tot een nettonuluitstoot van broeikasgas in 2050?’

‘Doordat wij in de eerste plaats de uitstoot van broeikasgas die ontstaat bij onze oliewinning met zo’n 60 procent verminderen, en in de tweede plaats doordat we in de afzienbare toekomst zullen zien dat onze klanten, dus iedereen die onze producten koopt, de CO2-uitstoot zullen compenseren. Wij compenseren onze uitstoot bij de oliewinning doordat we het uitgestoten CO2 uit de lucht zuigen en ondergronds opslaan, of doordat we bossen aan-planten. En onze klanten zullen hetzelfde doen. Ook zij zullen de technieken van het afvangen en opslaan van CO2 toepassen om hun uitstoot te compenseren.’

‘Dus Shell verlegt de verantwoordelijkheid voor het klimaat naar zijn afnemers?’

‘Precies.’

‘En hoe moet dat precies gebeuren?’

‘Dat zou er dan zo uitzien dat wij bijvoorbeeld aardgas leveren aan een firma die waterstof produceert. Deze firma compenseert de uitstoot van CO2 die bij de omzetting van aardgas in waterstof ontstaat. Daar heeft Shell niets meer mee te maken. De waterstof wordt dan gebruikt in een nieuwe generatie vliegtuigen die op waterstof vliegen. De luchtvaartmaatschappij hoeft dan niets meer te compenseren, omdat bij het verbranden van waterstof alleen waterdamp ontstaat. Waar het om gaat is dus the guy in the middle, die bij ons aardgas koopt en die waterstof verkoopt. Die moet de CO2-kwestie regelen. Shell heeft niets meer te maken met de uitstoot van zijn klanten.’

‘Dus nog eens: de klanten zijn zelf verantwoordelijk voor de afhandeling van de CO2-uitstoot?’

‘Juist.’

‘En vanaf wanneer?’

Zoals altijd wanneer Hone het verder niet meer weet, vraagt hij persvoorlichter Donaldson mij een paar documenten te sturen; daaruit blijkt echter alleen maar dat het bedrijf ‘steeds intensiever’ met zijn klanten wil samenwerken ‘naarmate 2050 dichterbij komt.’

Project Northern Lights

Shell wil in de toekomst zo lang mogelijk vasthouden aan zijn huidige businessmodel en begint daarnaast met het afvangen van CO2 uit de lucht en de ondergrondse opslag ervan.

Zo heeft Shell bekendgemaakt dat het hiervoor samen met Total en het technologieconcern Equinox onder de Noordzee een project wil bouwen, Northern Lights geheten. Daar, diep onder de zeebodem, in een vroeger aardolieveld, zal om te beginnen 1,5 miljoen ton CO2 per jaar worden opgeslagen; dat zal snel 5 miljoen ton worden. De voltooiing van het project staat voor 2024 gepland. Shell en Total exploiteren het veld als een commercieel project voor bijvoorbeeld klanten van de CO2-intensieve cementindustrie, maar ook om het eigen CO2 op te slaan. Er zouden overigens veertien opslagplaatsen van het formaat Northern Lights nodig zijn om alleen al het CO2 uit Shells eigen productiefaciliteiten te kunnen opslaan, en nog eens enkele tientallen voor de klanten van Shell die hun CO2 ook ondergronds moeten opslaan.

‘Shell heeft met de uitstoot van zijn klanten niets meer te maken’

Over de risico’s van deze technologie communiceert Shell niet. Het concern verzwijgt dat onder hoge druk opgeslagen CO2 onder geen beding mag vrijkomen. Ongevallen, bijvoorbeeld door aardverschuivingen, zouden fataal zijn, want CO2 is in hoge concentraties dodelijk. In 1986 ontsnapte in Kameroen bij een natuurlijke eruptie een reusachtige bel CO2 uit het Nyosmeer; die steeg eerst hoog op, daalde daarna neer over de omliggende dorpen en kostte 1746 mensen het leven. Over de vraag welke risico’s het ‘carbon capture and storage’-programma met zich meebrengt, bestaan tot dusver alleen modelstudies.

Een deel van het CO2 moet dus ondergronds, een ander deel zal door nieuw aangeplante en goed onderhouden bossen aan de atmosfeer worden onttrokken. Zo komt Shell tot het resultaat dat de mensheid in 2050 nog altijd 16,5 gigaton in de atmosfeer mag brengen door het verbranden van fossiele brandstoffen, bijna half zoveel als in 2020.

Koolstofbubbel

Niet echt een scenario dat klimaatbewuste en vooruitziende investeerders zal overtuigen. Andrew Grant is hoofd Olie, gas en mijnbouw bij Carbon
Tracker, een onafhankelijke denktank in de financiële sector die zich bezighoudt met de effecten van de energietransitie op de financiële wereld.

Deze organisatie heeft het begrip ‘koolstofbubbel’ geïntroduceerd: daarmee worden investeringen in de fossiele industrie bedoeld die op een dag waardeloos zullen zijn, omdat de mensheid het zich gewoonweg niet meer kan veroorloven de bekende en nog niet bekende olie- en gasvoorraden te exploiteren zonder de ineenstorting van het klimaat te riskeren.

Grant vindt dat Shell (zoals ook andere olieconcerns) nog altijd veel geld in de koolstofbubbel pompt; veel te veel om de doelen van het Parijse klimaatakkoord te bereiken. En dat, zegt Grant, is voor veel investeerders steeds riskanter. Het is te voorzien dat de transitie in de richting van een gedecarboniseerde, van fossiele energie onafhankelijke economie ‘zich heel snel zal moeten voltrekken’, en dan zijn aandelen en andere waardepapieren in de olie-industrie opeens waardeloos.

Het is een feit, benadrukt Grant, dat we ons bevinden op een omslagpunt, een punt waarop nieuwe duurzame technologieën, nieuwe aanzetten in de politiek, een andere manier van denken bij de investeerders en de klimaatbeweging maatgevend zijn. Bij de investeerders gaf Blackrock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, een beslissend signaal af toen het in januari van dit jaar de financiële wereld opriep om het geld niet meer te investeren in fossiele energiedragers maar in nieuwe, duurzame technieken en energievormen.

Verder is energie uit hernieuwbare bronnen concurrerend geworden. Zo hebben offshorewindparken sinds kort geen overheidssubsidies meer nodig. De productie van windturbines en de opwekking van stroom uit wind zijn meer dan kostendekkend geworden. De productie van stroom uit zonnecellen is al langer voordeliger dan die uit kolen en gas; de prijzen voor zonnecellen zijn in de laatste tien jaar gehalveerd. Naar schatting zullen elektrische auto’s al in 2022 even voordelig in aanschaf zijn als benzine- en dieselauto’s. Producenten van vrachtwagens bieden tegenwoordig vloten met elektrische of waterstofaandrijving aan. De technologische transitie is reëel, versneld door nieuwe accupakketten, slimme stuursystemen, intelligente recuperaties en een groter bereik.

Aflopende zaak

‘Gezien deze ontwikkelingen, David, is het businessmodel van Shell een aflopende zaak.’

‘Dat zien wij anders. Als Maersk nu zijn vloot klimaatneutraal wil maken, dan hebben ze toch een energiedrager nodig waarmee ze hun schepen kunnen laten varen, nietwaar? Laten we nu eens aannemen dat ze met waterstof worden aangedreven, dan opent dat voor Shell een reusachtige markt, en ik zeg u: wij hebben ervaring met het ontwikkelen van nieuwe markten. Shell was leidend bij het ontwikkelen van een technologie om aardgas vloeibaar te maken, wat ertoe heeft geleid dat je aardgas nu goedkoper van de ene naar de andere plek kunt verschepen.’

‘En de toekomstige business zal waterstof zijn?’

‘Ja, waterstof is eenvoudig te maken, moeilijk te transporteren, maar veel bedrijven en industrietakken weten hoe dat gaat. Waterstof verbrandt bij zeer hoge temperaturen. Je kunt het voor auto’s gebruiken en voor vliegtuigen, dat is allemaal al uitgeprobeerd. Ook in de scheepvaart. Waterstof is goed op te slaan en vooral honderd procent natuurlijk.’

Maar alleen als deze waterstof uit hernieuwbare energie, met wind- of zonne-energie wordt gemaakt, want de klimaat- en ook de energiebalans van waterstof die met aardgas wordt gemaakt is desastreus – en blijft ook meer dan problematisch als het bij de waterstofproductie vrijgekomen CO2 weer in de bodem wordt geperst.

Op dit punt in het gesprek verliest Hone enigszins zijn zelfbeheersing. Hij verzoekt persvoorlichter Donaldson om mij alsjeblieft een paar officiële verklaringen van het hoogste management daarover te sturen. Donaldson roept tussendoor dat ze bij Shell ‘really’ op weg zijn om in 2050 een ‘net-zero emission company’ te worden.

Intussen valt het veel mensen zwaar om dat te geloven. In een onopvallende, verlaten zijstraat van het Amsterdamse Spiegelkwartier liggen de kantoren van de onafhankelijke organisatie Milieudefensie. Het is de laatste dag voor de lockdown, een paar medewerkers ruimen hun bureau nog leeg en gaan weg. Alleen Freek Bersch is er nog, die zich bezighoudt met Shell. Nine de Pater, inhoudelijk medewerker klimaat en energie, is er via een videoverbinding bij. Ze vertellen dat Shell, in Nederland al decennialang een zeer gerespecteerd, van belasting vrijgesteld quasi-staatsbedrijf, in korte tijd veel aanzien heeft verloren. Dat ligt, zeggen ze eenstemmig, niet alleen aan de klimaatkwestie, maar ook aan de gebeurtenissen in Groningen.

Aardbevingen

Daar, in de buurt van een stadje in Noordoost-Nederland, heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een dochtermaatschappij van Exxon en Shell samen, dertig jaar lang gas uit de grond gepompt, en hoe meer gas er werd opgepompt, des te groter de schade aan gebouwen werd in Groningen en omgeving. Regelmatig waren er aardbevingen, waarbij scheuren in huizen ontstonden en delen van huizen dreigden in te storten – bewoners van de provincie Groningen hebben zo’n vijftigduizend schadeclaims ingediend. Maar de NAM en Shell hebben jarenlang bestreden dat er een verband bestaat tussen de schade en de gaswinning. Nu eisen ze van de Nederlandse regering compensatie voor de voortijdige sluiting van het gasveld.

Dat, zegt Bersch, is bij de bevolking niet goed gevallen. En dus was het niet moeilijk om medestrijders te vinden toen Milieudefensie in april 2019 een klacht tegen Shell indiende: 17.200 burgers sloten zich erbij aan. Daarmee wordt voor het hoogste gerechtshof van Nederland geëist dat Shell de uitstoot van CO2 tot 2030 met minstens 45 procent vermindert (ten opzichte van 2010) en in 2050 tot nul heeft teruggebracht, en wel reëel, zonder compensatie en zonder ‘carbon capture and storage’. De aanklacht wordt onderbouwd met dezelfde argumenten die Shell al in de jaren tachtig aanvoerde in de eigen film Climate of Concern: met de catastrofale gevolgen voor het klimaat en de schending van mensenrechten.
Bersch zegt dat de aanklacht onvermijdelijk is geworden, omdat Shell ervan uitgaat in 2050 nog altijd 50 procent fossiele brandstoffen te verbranden in vergelijking met nu; en dat is gewoon niet in overeenstemming te brengen met het klimaatakkoord. Te meer omdat Shell de compensatie voor de CO2-uitstoot die ontstaat bij de verbranding van zijn producten niet eenvoudig mag overlaten aan de afnemers, want in laatste instantie is Shell, net als elk ander bedrijf, er verantwoordelijk voor ‘dat de verkochte producten geen schade aanrichten’.

De nog heel vage projecten ter compensatie van CO2 wijst Milieudefensie ronduit af. Shell moet zijn operatieve olie- en gaswinning gewoon stopzetten, ‘en als ze slim waren bij Shell, dan hadden ze allang een alternatief bedacht waarmee ze op een andere manier nog geld zouden kunnen verdienen’.

Een offshoreboorplatform van Shell wordt naar de haven gesleept om ontmanteld te worden. Shell investeert nog steeds miljoenen in de exploratie van nieuwe aardolievelden. © Scott Heppell / AFP

De NAM en Shell eisen nu compensatie voor het sluiten van gasvelden

Alternatief businessmodel

Ik vraag Hone of Shell een alternatief businessmodel heeft.

‘Sowieso, dat is duidelijk. Shell produceert nu al elektriciteit. Thuis in Engeland koop ik mijn stroom bij Shell, en ook Shell in Nederland is bezig met een reeks stroomprojecten; wij investeren in zonne-energie, in windenergie en in de opslag van elektriciteit. Er liggen veel projecten op tafel die in ontwikkeling zijn.’

‘Dus toch: elektriciteit heeft de toekomst.’

‘Laten we het zo zeggen: ook voor ons is duidelijk dat elektriciteit in de toekomst een grote rol zal spelen.

Maar bij Shell gaan we ervan uit dat elektriciteit in deze eeuw waarschijnlijk toch niet de grootste energiedrager zal zijn.’

Big oil in de crisis

Alles begon te schuiven in de dagen dat de lockdown inging. Oliemerken reageren gevoelig op schommelingen in de vraag, en dus dokende prijzen de diepte in toen duidelijk werd dat de westerse wereld weken, zo niet maanden achtereen de weg, door de lucht en over zee.

Tijdens het onderzoek voor deze reportage dook de olieprijs korte tijd zelfs onder nul en halveerde 2020 was het resultaat bij Shell een min van 18,1 miljard dollar.
De investeerders zijn geenszins optimistisch. De Britse Barclays Bank adviseert geen aandelen Shell te kopen. Het is onzeker, aldus de analisten van Barclays, in welke richting de vooruitzichten voor de middellange termijn bij Shell gaan, en in het bijzonder de snelheid van de overgang naar hernieuwbare energie is een open vraag.

Dat is ook aan de cijfers te zien. Op zijn website toont Shell weliswaar talloze projecten met hernieuwbare energie, geïllustreerd met professioneel gemaakte, toegankelijke video’s, en benadrukt het concern op weg te zijn naar een toekomst met hernieuwbare stroom. Maar in werkelijkheid heeft het tussen 2017 en 2020 slechts 1 à 2 miljard dollar per jaar besteed aan de ontwikkeling van schone energie, in plaats van de aangekondigde 3 miljard. Tegelijkertijd gaf het concern, volgens de berekeningen van de journalisten Jillian Ambrose en Jasper Jolly in The Guardian, 120 miljard dollar uit aan de ontwikkeling van fossiele energiedragers; Shell wil dit aandeel in de komende jaren nog verhogen met 30 miljard per jaar, ongeveer honderdvijftig keer zoveel voor fossiele brandstoffen als alles wat naar hernieuwbare energie gaat.

Zoals in Newmotion, een Duits bedrijf dat onlangs door Shell is opgekocht. Newmotion biedt in 35 landen meer dan 150.000 laadpalen aan voor elektrische auto’s. De onderneming exploiteert palen voor privégebruik, voor ondernemingen en in de openbare ruimte. Bij Newmotion geloven ze in duurzame, geëlektrificeerde mobiliteit en willen ze het ‘alle mensen mogelijk maken zo veel mogelijk kilometers met schone elektriciteit te rijden’. Graag hadden we met de oprichters besproken wat het betekent wanneer een aanbieder van elektromobiliteit op een dag wordt opgekocht door een olieconcern, wat voor effect dat heeft op het eigen businessmodel. En waren we naar het adres gereisd waar het bedrijf is gevestigd, toepasselijkerwijs aan de Wattstrasse in Berlijn, en hadden we daar rondgekeken.

Of waren we naar het Île de Groix in Bretagne gereden. Ten zuiden van het kleine eiland in de noordelijke, vaak stormachtige Golf van Biskaje, bouwt de firma Eolfi, die in december door Shell werd overgenomen, in open zee drie gigantische windturbines die drijven. Drijvende windturbines bouwen is een nieuwe, baanbrekende technologie die moeizame funderingen en verankeringen in de zeebodem overbodig maakt en zo de zeeflora en fauna spaart. Daarom wordt het project ook gesteund door de regio Bretagne en is het een showproject bij de ontwikkeling van offshorewindparken.

Crisissymptoom

Maar helaas eindigen alle aanvragen bij deze firma’s weer op het bureau van Donaldson, die ons kortweg te verstaan geeft dat een bezoek aan deze bedrijven ‘niet nodig’ is, omdat zij vanuit die bedrijven alle informatie kan leveren. In een mailtje vat Donaldson dan de inhoud van de betreffende websites samen, vergezeld van de verklaring dat niemand bij Shell ‘andere of andersluidende informatie’ zal geven dan alles wat Hone of zijzelf al heeft gezegd, want ‘we are all part of the same company’.

Een communicatiestrategie die geen tegenspraak of ambivalenties wil toelaten is een crisissymptoom. Shell wil absolute controle over het narratief, over hoe de wereld er volgens Shell moet uitzien.

Shell, schreef journalist en auteur Malcolm Harris in een bijdrage voor het New York Magazine, nadat hij meerdere dagen als referent had deelgenomen aan een intern toekomstseminar, bekommert zich niet zozeer om zijn identiteit als olieconcern of om de klimaatcrisis, maar ‘vooral om Shell’. Shell zit gevangen in een naar binnen gekeerd, gecontroleerd communicatiesysteem, is Harris’ bevinding. Het is goed mogelijk dat het concern een paar stappen in de richting van klimaatbescherming doet, maar alleen als dat goed uitkomt. Shell heeft uiteindelijk ‘geen beknopte, begrijpelijke visie op een leefbare toekomst, geen ethische verbeeldingskracht, geen noemenswaardige moraal’.

Hernieuwbaar is sexy

Sinds de coronacrisis is veel bergafwaarts gegaan. Maar niet alles. Elektromobiliteit geldt als een megatrend; zo maakten BMW en Volkswagen in augustus bekend dat ze wegens de grote vraag de productiecapaciteit van de I3 en de e-Golf gingen opvoeren. De Zoë van Renault haast zich van het ene verkooprecord naar het andere, terwijl ook China volledig wil inzetten op elektromobiliteit.

Alleen in Frankrijk en Duitsland al steeg de waarde van een portfolio in hernieuwbare energie met 178,2 procent, terwijl investeringen in de economie van de fossiele energie 20,7 procent verloren.

Charles Donovan, directeur van het invloedrijke Centre for Climate Finance and Investment, noemde investeerders die nog altijd in fossiele energie investeren ‘luchtfietsers’.

Natuurlijk ziet David Hone dat anders.

Hone, die zich in zijn blog ooit uitsprak voor radicale verandering, en die een enthousiast interview had met James Lovelock, de voorloper van de klimaatbeweging en grondlegger van de Gaia-hypothese. Ik vroeg hem: ‘Wenst u voor uw kinderen een toekomst die eruitziet zoals Shell zich die voorstelt? Een wereld waarin nog altijd de helft van alle energie uit fossiele energie bestaat?’

‘Ja, zeker. Ja. (Aarzelt.) Ik zie dat Shell, dat de hele wereld op weg is naar een nettonulscenario, dat is werkelijk onvermijdelijk. Maar ja, de echte uitdaging is om dat allemaal eerder vroeger dan later te laten gebeuren. Daar gaat het om.’

‘U zou het persoonlijk dus liever sneller willen?’

‘Hoe zou ik dat anders moeten willen, ik als persoon en ook voor mijn kinderen. Serieus, we kunnen niet doorgaan met CO2 de atmosfeer in te blazen, dat brengt ons in reusachtige problemen. Dat weten we allemaal, en we moeten dat terugbrengen.’

Precies op dat moment onderbreekt Donaldson het gesprek, de dertig minuten zijn om.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.