• The Boston Globe
  • Reader
  • Softwarekunstenaar Kazemi wil het internet verslaan

Softwarekunstenaar Kazemi wil het internet verslaan

The Boston Globe | Boston | 07 mei 2014

Met zijn zelfbedachte ‘bots’ wil Darius Kazemi chaos op het internet creëren door het voorspelbare gedrag van de mens te verstoren. Zijn theorie: wij gedragen ons als robots, en hebben robots nodig om onze vrijheid terug te geven.

In de recente Spike Jonze-film Her koopt een eenzame man een futuristisch computerprogramma, speciaal gemaakt om zo natuurlijk mogelijk met mensen om te gaan. Het programma spreekt hem op intieme wijze toe, door een koptelefoon, sorteert zijn e-mails en houdt zijn agenda bij. Hij wordt er verliefd op. Het is schokkend om dat te zien gebeuren – je kunt bijna voelen hoe goed het programma inwerkt op de menselijke protagonist, hoe diep deze gecomputeriseerde, onstoffelijke simulatie van een vrouw hem raakt.

Het softwareprogramma dat het hart van Her vormt, bestaat alleen binnen een sciencefictioncontext op een moment in de toekomst dat prettig vaag wordt gehouden. Hoewel de hedendaagse smartphones en computers ook met hun gebruikers ‘praten’, ontberen ze de emotioneel krachtige en enigszins onvoorspelbare kwaliteiten die een machine menselijk kunnen doen lijken.

Toch zijn geautomatiseerde wezens met precies deze kwaliteiten al wel opgedoken. De afgelopen jaren zijn door kleine computerprogramma’s grapjes verteld en gedichten geschreven, en ook is het nieuws becommentarieerd, is er geklaagd en onbeholpen geflirt – op het web en via Twitter, waar hun berichtjes bestaan naast die van de op koolstof gebaseerde levensvormen die hun capriolen ‘liken’.

Een van de productiefste makers van deze kleine programmaatjes – of ‘bots’, zoals ze genoemd worden – is de dertigjarige Darius Kazemi, een computerprogrammeur uit Somerville die bij het technologiebedrijf Bocoup werkt. In zijn vrije tijd wijdt hij zich volledig aan de autonome digitale wezens die hij heeft geschapen.

De kans is groot dat u nog nooit van Kazemi hebt gehoord. Toch is hij de afgelopen twee jaar uitgegroeid tot een van de meest gevolgde, baanbrekende figuren op het snijvlak van technologie, cultuurkritiek en iets wat aanvoelt als een nieuw soort ‘internetkunst’. De Twitterbots van Kazemi – evenals de interactieve websites, spelletjes en eenvoudige computerprogramma’s – blijven de fans maar vermaken, doordat ze spelen met de algoritmes die onze wereld steeds vaker besturen. Een van Kazemi’s projecten, Professor Jocular, zoekt naar commentaren die mensen op Twitter hebben gezet en probeert op onhandige wijze uit te leggen wat daar grappig aan is, zelfs als er niets grappig aan is. Een ander project genereert een gestage stroom klungelige versiertrucs. Weer een ander vist uit een publieke database de laatste woorden die veroordeelde misdadigers in Texas hebben uitgesproken, en toont zinnetjes waarin gevangenen op de drempel van de dood het woord ‘liefde’ hebben gebruikt.

Maar het fraaiste wat Kazemi tot nu toe heeft voortgebracht, zou wel eens het programma kunnen zijn waarmee je voor 50 dollar aan volstrekt willekeurige boeken, cd’s en dvd’s kunt bestellen bij Amazon, en deze thuis laten bezorgen. Met Kerstmis verkocht hij een aantal ‘prints’ van dit programma, zodat zijn fans hun eigen willekeurig gekozen geschenken konden ontvangen.

Nieuwe genre

De tientallen projecten van Kazemi hebben hem zo’n breed scala aan bewonderaars opgeleverd, dat het lijkt alsof de wereld voor hem nog geen categorie heeft bedacht. Zijn werk wordt gevolgd door gamedesigners, komieken, filosofen en andere botmakers. Een Britse hoogleraar literatuur, Leonardo Flores, schreef over zijn bots in een onlinetijdschrift over elektronische poëzie.

Webontwerper Andrew Simone, die het werk van Kazemi volgt, noemt hem ‘een zeer subversieve, bots producerende John Cage’. Kazemi maakt deel uit van een kleine maar actieve groep programmeurs die zich, naast het maken van slimme webspeeltjes, bezighoudt met het onderzoeken van de algoritmes en datastromen die ons tegenwoordig overal omringen, om die informatie te gebruiken voor het leveren van scherpe sociale kritiek op de manier waarop mensen het internet gebruiken – en het internet hen gebruikt.

Door mensen te imiteren, op manieren die zowel ontroerend als desoriënterend zijn, richten de bots van Kazemi onze aandacht op de macht en de beperkingen van geautomatiseerde technologie, en herinneren ze ons aan onze neiging om te spreken en te handelen op manieren die in wezen robotachtig zijn. Hoewel het eerder om conceptuele kunst gaat dan om activisme, zijn de bots die Kazemi creëert provocerend bedoeld – ze roepen de vraag op of computers, naarmate ze steeds meer gaan denken als wijzelf, en ons gedrag gaan beïnvloeden, ook zodanig kunnen worden geprogrammeerd dat ze ons vrijer kunnen maken.

© Jeff
© Jeff

Half miljoen metaforen

De meesten van ons stellen zich bij de gedachte aan kunstmatige intelligentie apparaten voor waarmee mensen op een of andere manier kunnen communiceren – zoals HAL in 2001: A Space Odyssey, of zoals schaakcomputer Deep Blue. Maar de waarheid is dat er in de moderne wereld achter de schermen voortdurend ‘intelligente’ algoritmes actief zijn die beïnvloeden wat wij zien en doen, en zelfs waar wij heen gaan. Google houdt onze interesses bij om onze zoekresultaten te kunnen vormgeven; de software van Amazon vertelt ons welke producten we misschien zouden willen kopen. In nieuwe wolkenkrabbers brengen liftsystemen mensen die naar dezelfde verdieping gaan automatisch bij elkaar, zodat ze (mede) bepalen wie wij iedere dag zien. ‘Er zijn allerlei soorten geautomatiseerde wezens om ons heen, en die hoeven niet per se de indruk te wekken dat ze menselijk zijn’, zegt Kazemi. ‘Ons verkeerslichtsysteem is een enorm geautomatiseerd systeem waaraan we ons voortdurend aanpassen en waarop we reageren.’

Kazemi ging in Fairfax, Virginia, naar de middelbare school, waar hij voor het eerst probeerde een programma te schrijven dat kon communiceren – in de zin van ‘praten’ – met mensen in de echte wereld. Hij zat in een techniekklas die iedere vrijdag onder het genot van pizza’s bijeenkwam om de laatste ontwikkelingen te bespreken. Hij kocht een ‘voice synthesizer’, een speciale chip die computerwoorden hardop kon voorlezen, en schreef een programma dat Domino’s iedere vrijdag op een bepaalde tijd kon bellen om pizza’s te bestellen zonder dat er nog een mens aan te pas zou komen. Maar de vijftienjarige Kazemi kreeg op het laatste moment koudwatervrees: ‘Ik durfde hem uiteindelijk niet operationeel te maken’, zegt hij.

Nadat hij was afgestudeerd aan het Worcester Polytechnic Institute, begaf Kazemi zich in de wereld van de gameontwikkeling. Hij bouwde programma’s die nieuwe games systematisch op ‘bugs’ konden testen. Kazemi ontwierp ook zijn eigen spellen – net als veel gameontwikkelaars zag hij games als een kunstvorm én als een technische prestatie – totdat hij in 2012 besefte dat het medium hem weerhield van wat hij werkelijk wilde uitdrukken. Dat was niet toevallig rond de tijd dat Kazemi een filosofisch werk las van Ian Bogost, hoogleraar Interactive Computing aan het Georgia Institute of Technology. In dit boek, Alien Phenomenology, or What It’s Like to Be a Thing, bracht Bogost een concept onder de aandacht dat Kazemi zeer aansprak: dat het mogelijk was een filosoof te zijn die zijn ideeën niet opschreef, maar objecten maakte die deze ideeën belichaamde.

De ‘objecten’ die Kazemi ging maken na het lezen van Bogost waren ‘Twitterbots’, een soort digitale wezens die doen denken aan irritante spamaccounts en die automatisch reclameboodschappen sturen aan iedere Twittergebruiker die een bepaald woord of een bepaalde merknaam gebruikt. Kazemi was niet bepaald de eerste die doorhad welke mogelijkheden er schuilgaan in het programmeren van conceptueel interessante Twitterbots – Adam Parrish had bijvoorbeeld al het populaire @everyword gemaakt, dat de Engelse taal alfabetisch doorploegde en sinds 2007 iedere dertig minuten een woord twitterde. Maar Kazemi werd al snel een van de meest inventieve gebruikers van het medium.

De eerste creatie van Kazemi op dit terrein heette Metaphor-a-Minute. Dat werkte op een eenvoudige manier: de bot haalde zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden uit het onlinewoordenboek Wordnik en zette ze in een bepaalde volgorde, zodat iedere tweet een metafoor werd die zowel bizar als op het eerste gezicht plausibel was (enkele voorbeelden: ‘Een voorgevoel is een doolhof: weerloos en stilzwijgend’, ‘Een impressie is slijmerig: onhuiselijk, wortelachtig’). Het wekte de indruk van een bijzonder slimme maar hopeloos verwarde ‘alien’ die probeerde iets van de Engelse taal te snappen. Tot nu toe heeft dit programma bijna een half miljoen metaforen gegenereerd.

© Chris Isherwood
© Chris Isherwood

Raprijmwoordenbot

Vanaf dat moment was Kazemi los. Hij maakte een RapBot, die een database van rijmwoorden gebruikte voor het schrijven van rapteksten. Hij creëerde Amirite, een enigszins op de zenuwen werkende bot die flauwe, voortdurend onzinnige Am I right-grapjes maakt, die soms toch ergens op lijken te slaan: ‘Wendy Davis? More like Trendy Davis, amirite?’ Zijn Startup Generator nam de techcultuur op de hak met een aanhoudende stroom twijfelachtige ideeën voor nieuwe bedrijven (zoals ‘Paypal for dropouts’). Recenter maakte hij zijn tot nu toe populairste bot, Two Headlines, die de laatste nieuwsberichten op Google doorzoekt, er willekeurig twee uit haalt en vervolgens sleutelwoorden omwisselt, zodat er een reeks vreemde krantenkoppen ontstaat: ‘Beirut seeks love advice from Katy Perry’ (‘Beiroet vraagt liefdesadvies aan Katy Perry’), ‘Iran Is Working On Smart Contact Lenses That Can Monitor Your Body’s Health’ (‘Iran werkt aan slimme contactlenzen die je gezondheid in de gaten houden’).

Bogost heeft zich inmiddels aangesloten bij de groeiende schare fans van Kazemi, die in afwachting is van de volgende bot die het levenslicht zal zien. ‘Zoals je je verheugt op het nieuwe werk van een favoriete komiek of kunstenaar omdat je de wereld door zijn ogen wil bekijken, zo wacht ik op iets nieuws van Darius.’

In een café in de buurt van zijn kantoor zegt Kazemi dat hij voor zijn bots denkt te voelen wat ouders voor hun kinderen voelen. ‘Ik heb deze dingen gemaakt; nu heb ik ze losgelaten en ben ik trots op ze’, zegt hij. ‘Iedere morgen als ik wakker word en naar de laatste twee uur van Two Headlines kijk, heb ik dat.’

© Justin Morgan
© Justin Morgan

Grappige experimenten

In de korte tijd die is verstreken sinds hun ‘geboorte’ hebben bots hun eigen subcultuur voortgebracht, waarin de scheidslijn tussen producent en fans vaag is. Rob Dubbin, een maker van bots die ook voor The Colbert Report schrijft, heeft een website gemaakt die The New York Review of Bots heet, en Kazemi was onlangs gastheer van een ‘Bot Summit, waar mensen van over de hele wereld zaken bespraken als de ethiek en de taxonomie van bots. Als dat een beetje esoterisch klinkt, denk dan aan Her en onthoud hoeveel publieke ongerustheid er nu heerst over de toekomst van de relatie tussen mens en robot. Volgens Dubbin maakt deze ongerustheid deel uit van datgene wat Kazemi’s kunst zo effectief maakt: Kazemi maakt gebruik van de reden waarom de meeste mensen zich ongemakkelijk voelen over robots – dat ze onvoorspelbaar zijn, vaak hun instructies niet goed interpreteren en uiteindelijk ondenkbare dingen doen. Vervolgens zet hij dat om in dingen die luchtig en makkelijk behapbaar zijn. ‘Hij verandert wat schokkend is aan algoritmes in iets moois, verrassends, leuks en inzichtelijks’, zegt Dubbin. Een andere botmaker, Brett O’Connor, citerend voegt hij eraan toe: ‘Zijn bots spreken niet vanuit de emotie, maar zeggen dingen die tot emotionele reacties leiden. En dat is misschien een beetje eng.’

Kazemi begon zijn projecten als grappige experimenten. Maar toen hij bijvoorbeeld met de Amazon Random Shopper de eerste artikelen had ontvangen – een boek van Noam Chomsky over linguïstiek en een cd van een Hongaarse avant-gardecomponist van wie hij nog nooit had gehoord – en er met een aantal mensen over had gesproken, ging hij er ook in andere termen over nadenken: als kritiek.

Kazemi had een manier gevonden om de aanbevelingsmachine van Amazon voor de gek te houden; deze kon niets meer met de gegevens, die immers geheel random waren. Door een bot te ontwerpen die willekeurige spullen kon bestellen, wist Kazemi door de filter bubble te breken die ieders ervaringen steeds meer vormgeeft [door bij te houden wie wat bestelt en daaruit af te leiden welke reclameboodschappen het beste werken]. De speciale kracht die Kazemi aan zijn missie meegeeft, is wat hij en anderen ‘procedurele geletterdheid’ noemen: net als de meeste computerprogrammeurs kan hij voorbij de oppervlakte van de digitale instrumenten in onze levens kijken, en de automatische mechanismen doorzien waarmee zij namens ons beslissingen nemen. (‘Darius kan de matrix een beetje zien’, zegt Dubbin). En hoewel hij zich ertegen verzet te worden afgeschilderd als een of andere activist, ziet Kazemi zijn werk als een manier om het mechanisme van de automatisering bloot te leggen door het op verrassende manieren centraal te stellen. ‘Als een soort poging om mensen op te voeden, en ze ertoe te brengen ook zelf te gaan nadenken’, zegt hij.

Die gedachte is in veel van zijn projecten aanwezig. In die zin passen ze in de traditie van de zogenaamde generatieve kunst – denk aan de schilderijen van de minimalistische schilder Ellsworth Kelly in willekeurige kleuren, of de cut-and-paste-experimenten van auteur William Burroughs. Maar dankzij het feit dat het onderdeel is van het blinkende en chaotische landschap van het internet, staat het werk van Kazemi daar los van. Die band met het web is cruciaal, want de manier waarop mensen daarvan gebruikmaken – om te communiceren, te winkelen, hun nieuws te vergaren – is vaak onderwerp van zijn satire. Zijn programma’s spotten meedogenloos met clichés die wij herkennen; een ervan bouwt zelfs hele webpagina’s die griezelig veel lijken op door mensen gebouwde Buzzfeed-listicles [Buzzfeed is een nieuws- en entertainmentsite, een listicle is een artikel in de vorm van een lijst; ‘Vijf manieren waarop…’ et cetera], alsof het wil zeggen: ‘Een computer had dit kunnen doen.’ Zoals Andrea Shubert, designer van games en een goede kennis van Kazemi, het zegt: ‘Hij weet heel goed waar hij moet porren, en doet dat op een interessante manier.’

Je kunt zijn werk ook interpreteren als nostalgisch, alsof hij verlangt naar een jonger, minder voorspelbaar internet. Mark Sample, een andere maker van bots en tevens hoogleraar Digitale Studies aan Davidson College, zei dat veel van wat Kazemi maakt is gericht op het opnieuw vangen van de geest van serendipiditeit van het web uit de periode voordat het browsen zo gladjes en doelgericht werd. ‘Ik zie het werk van Darius als een voortdurende kritiek op dit hedendaagse internet, als een vingerwijzing dat het web niet zo hoeft te zijn als het nu is.’

In dit licht bezien kan je stellen dat Kazemi en zijn vrienden die bots maken een medium onderzoeken dat we nu voor heel veel dagelijkse bezigheden gebruiken – en vervolgens de infrastructuur die daaraan ten grondslag ligt wijzigen, waardoor we ons vragen gaan stellen over de manier waarop we die doorgaans gebruiken.

Door werken te maken die niet alleen hun voordeel doen met internettechnologie maar die ook gebruiken om de onzichtbare regels van het web bloot te leggen, heeft Kazemi misschien wel een nieuw soort openbare kunst voor de eenentwintigste eeuw ontdekt – veranderend, naar zichzelf verwijzend en, in al zijn willekeurigheid, op een vervreemdende manier levend.

Kazemi had een manier gevonden om de aanbevelingsmachine van Amazon voor de gek te houden

Die gedachte is in veel van zijn projecten aanwezig. In die zin passen ze in de traditie van de zogenaamde generatieve kunst – denk aan de schilderijen van de minimalistische schilder Ellsworth Kelly in willekeurige kleuren, of de cut-and-paste-experimenten van auteur William Burroughs. Maar dankzij het feit dat het onderdeel is van het blinkende en chaotische landschap van het internet, staat het werk van Kazemi daar los van. Die band met het web is cruciaal, want de manier waarop mensen daarvan gebruikmaken – om te communiceren, te winkelen, hun nieuws te vergaren – is vaak onderwerp van zijn satire. Zijn programma’s spotten meedogenloos met clichés die wij herkennen; een ervan bouwt zelfs hele webpagina’s die griezelig veel lijken op door mensen gebouwde Buzzfeed-listicles [Buzzfeed is een nieuws- en entertainmentsite, een listicle is een artikel in de vorm van een lijst; ‘Vijf manieren waarop…’ et cetera], alsof het wil zeggen: ‘Een computer had dit kunnen doen.’ Zoals Andrea Shubert, designer van games en een goede kennis van Kazemi, het zegt: ‘Hij weet heel goed waar hij moet porren, en doet dat op een interessante manier.’

Je kunt zijn werk ook interpreteren als nostalgisch, alsof hij verlangt naar een jonger, minder voorspelbaar internet. Mark Sample, een andere maker van bots en tevens hoogleraar Digitale Studies aan Davidson College, zei dat veel van wat Kazemi maakt is gericht op het opnieuw vangen van de geest van serendipiditeit van het web uit de periode voordat het browsen zo gladjes en doelgericht werd. ‘Ik zie het werk van Darius als een voortdurende kritiek op dit hedendaagse internet, als een vingerwijzing dat het web niet zo hoeft te zijn als het nu is.’In dit licht bezien kan je stellen dat Kazemi en zijn vrienden die bots maken een medium onderzoeken dat we nu voor heel veel dagelijkse bezigheden gebruiken – en vervolgens de infrastructuur die daaraan ten grondslag ligt wijzigen, waardoor we ons vragen gaan stellen over de manier waarop we die doorgaans gebruiken.

Door werken te maken die niet alleen hun voordeel doen met internettechnologie maar die ook gebruiken om de onzichtbare regels van het web bloot te leggen, heeft Kazemi misschien wel een nieuw soort openbare kunst voor de eenentwintigste eeuw ontdekt – veranderend, naar zichzelf verwijzend en, in al zijn willekeurigheid, op een vervreemdende manier levend.


Auteur: Leon Neyfakh
Vertaler: Menno Grootveld

Boston Globe
Verenigde Staten, dagblad, oplage 435.000
In 1872 opgericht door een groep zakenmannen en uitgegroeid tot een begrip in de VS, ook bekend om zijn fotoreportages en sportsupplement. Sinds 1993 eigendom van The New York Times. Heeft twee eigen sites: Boston.com en BostonGlobe.com. Op de site zijn alle artikelen te bekijken. Na dertig dagen moet ervoor worden betaald.

Dit artikel van verscheen eerder in The Boston Globe.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.