• World Politics Review
  • Politiek
  • Sterk en stabiel Kameroen is een sprookje

Sterk en stabiel Kameroen is een sprookje

Lang stond Kameroen bekend als een rustige, vreedzame haven in een woelige regio. Maar sinds enkele jaren lijkt president Biya zich weinig aan te trekken van de gewone burger. Overheidsfunctionarissen spiegelen zich aan de werkstijl van de president, wat neerkomt op ‘niets doen, of extreem weinig’.

Op de grofkorrelige beelden, gefilmd met een mobiele telefoon, drijven Kameroense soldaten twee vrouwen voort over een zandweg. Een van de vrouwen draagt een baby op haar rug. De andere vrouw houdt een jong meisje bij de hand. Ze worden op de voet gevolgd door een kleine menigte. De soldaten schelden de vrouwen uit, slaan ze in het gezicht. Iemand zegt: ‘BH, jullie gaan eraan.’ ‘BH’ staat voor Boko Haram, de Nigeriaanse terreurgroep, sinds een aantal jaren actief in het noorden van Kameroen, waarmee het Kameroense leger de strijd heeft aangebonden. De vrouwen worden van de weg geleid en geblinddoekt. Een soldaat trekt het zwarte T-shirt van het meisje uit en bindt het om haar hoofd. De persoon die alles filmt, vermoedelijk een soldaat, zegt: ‘We doen dit echt niet voor de lol, meisje, maar je ouders dwingen on…’ Hij wordt onderbroken door geweerschoten en de vier slachtoffers – de twee vrouwen, het meisje en de baby – vallen op de grond. Terwijl de soldaten met hun laarzen zand over de lijken schoppen, merkt een van hen dat het meisje nog leeft. Een soldaat laadt zijn geweer opnieuw en vuurt een laatste schot af. Hier eindigt het filmpje.

In een onderzoek dat eind september werd gepubliceerd, concludeerde de BBC dat deze moorden in maart of april 2015 plaatsvonden in het dorpje Krawa Mafa. Maar het filmpje dook pas afgelopen juli op in sociale media. Regeringswoordvoerder Issa Tchiroma Bakary deed het meteen af als ‘nepnieuws’, maar kwam een maand later met de aankondiging dat zeven soldaten in verband met dit incident waren gearresteerd. Vlak voor zijn aftreden betoonde Zeid Raad al-Hussein, de chef van de VN-mensenrechtenraad, zich bezorgd in reactie op het filmpje. ‘Ik maak me ernstige zorgen dat deze moorden die op camera zijn vastgelegd geen geïsoleerde gevallen zijn.’

Tweederangsburgers

De terreur van Boko Haram is niet het enige probleem van Kameroen. Sinds 2016 kampt het land ook met een opstand onder de Engelstalige minderheid in de westelijke regio’s. In tegenstelling tot de strijd tegen Boko Haram, die zijn hoogtepunt in 2015 beleefde, zal dit conflict de komende maanden, zo niet jaren, zwaar drukken op de politiek en de binnenlandse veiligheid van het land.

Met deze twee conflicten werd in de aanloop van de presidentsverkiezingen van 7 oktober serieus gezaagd aan de troon van de zittende president, Paul Biya, die zich juist jarenlang liet voorstaan op het bewaren van de vrede en de orde in een anderszins onstabiele regio. [De verkiezingen zijn inmiddels geweest. Oppositiepartij Kamto claimt te hebben gewonnen, maar de officiële uitslag laat op zich wachten. Experts verwachten dat Biya als winnaar uit de strijd zal komen en zijn zevende termijn zal ingaan.] Naar het zich laat aanzien staan hem moeilijke tijden te wachten, vergelijkbaar met enkele van de woeligste periodes uit de recente geschiedenis van het land: de mislukte coup van 1984, de wekenlange algemene staking tegen het bewind in 1991, en de straatprotesten tegen de stijgende voedselprijzen in 2008, waarbij meer dan honderd doden vielen.

De crisis rondom de Engelstalige minderheid, die in oktober 2016 uitbrak, resoneert in het hele land. Dit heeft twee redenen. Ten eerste zijn de Engelstalige militante groeperingen, anders dan Boko Haram, ontstaan op eigen bodem. Ten tweede worden de grieven van de separatisten over het gebrek aan ontwikkeling en kansen gedeeld door veel burgers. Het conflict vindt zijn oorsprong in de complexe geschiedenis van Kameroen. Als voormalige Duitse kolonie werd het land na de Eerste Wereldoorlog opgesplitst in een Frans en Engels protectoraat, dat ieder de taal van het ‘moederland’ als voertaal instelde, hoewel er tot op de dag van vandaag nog altijd meer dan tweehonderd talen worden gesproken. In 1961, een jaar na de onafhankelijkheid, stemde de helft van de Engelssprekenden voor aansluiting bij buurland Nigeria, terwijl de andere helft ervoor koos een federatie te vormen met het Franstalige deel van Kameroen.

De Engelstalige Kameroeners, die in twee regio’s wonen en officieel een zesde van de totale bevolking uitmaken, voelen zich sindsdien behandeld als tweederangsburgers. Ze klagen over het gebrek aan investeringen en beleidsmaatregelen die indruisen tegen het beloofde federalisme. Zo wordt het gebruik van de Franse taal overal doorgedrukt, ten koste van het Engels. Eind 2016 kwam het tot een uitbarsting, toen advocaten en leraren, gefrustreerd over de opmars van het Frans in plaatselijke scholen en rechtbanken, de straat op gingen. De betogingen breidden zich razendsnel uit en werden hard neergeslagen. Een jaar later, op 1 oktober 2017, vonden in diverse steden in de twee Engelstalige provincies, Zuidwest en Noordwest, vreedzame marsen plaats. Een aantal separatisten riep een onafhankelijke staat uit; Ambazonia, vernoemd naar de Ambas Baai aan de Atlantische kust, waarop veiligheidstroepen hardhandig ingrepen. Er vielen meer dan twintig doden en honderden betogers belandden in de gevangenis, aldus Amnesty International.

De vrouwen die ervan werden beschuldigd bij Boko Haram te horen worden samen met hun kinderen door een groep soldaten naar de dood geleid. Still uit het filmpje dat viral ging.
De vrouwen die ervan werden beschuldigd bij Boko Haram te horen worden samen met hun kinderen door een groep soldaten naar de dood geleid. Still uit het filmpje dat viral ging.

David, een Engelstalige Kameroen, herinnert zich het harde optreden van de veiligheidstroepen nog goed. Hij liep met zijn familie mee in een vreedzame mars toen de soldaten het vuur opende. Zijn broer werd dodelijk geraakt. De familie ontvluchtte de plaats des onheils, op de voet gevolgd door de soldaten, die vervolgens hun dorp aanvielen. De dorpelingen verscholen zich in de jungle en staken de grens over met Nigeria. Liever dan als vluchteling door het leven te gaan, nam David – niet zijn echte naam – de wapens op. ‘Ik wil me wreken, want dit is mijn land.’ Hij sloot zich aan bij de Ambazonia Defense Force (ADF), een groepering die zo’n 1500 strijdkrachten telt, verspreid over twintig kampen. De meeste strijders hebben alleen oude jachtgeweren, maar tegenover hun povere uitrusting staat een ongekende strijdlust.

Ik ontmoette David in juli toen ik als embedded journalist meeliep met de ADF in de graslanden in Zuidwest. Het is een moeilijk toegankelijk gebied, ten eerste omdat de regering journalisten uit de regio weert en ten tweede omdat de transportinfrastructuur er veel te wensen overlaat. Het leent zich dus perfect voor een guerilla; Kameroense soldaten wagen zich zelden buiten bewoond gebied. Er zijn een handvol Engelstalige milities actief. Volgens de regering hebben deze milities meer dan 120 leden van de veiligheidstroepen gedood, maar het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger. De separatisten hebben ook civiele ambtenaren en tribale leiders die aan de kant van de regering staan ontvoerd, en in sommige gevallen gemarteld en vermoord. Mensenrechtenorganisaties hebben de gewapende milities ervan beschuldigd scholen, soms met geweld, te sluiten. Volgens Amnesty zijn 42 scholen aangevallen. De separatisten maken zich schuldig aan mensenrechtenschendingen: volgens Amnesty hebben ze dit jaar meer dan vierhonderd burgers geëxecuteerd, en volgens Human Rights Watch en de BBC zijn minstens twintig dorpen platgebrand. Talloze aanvallen zijn waarschijnlijk niet eens gemeld.

Naar schatting zijn 256 duizend Kameroeners door het escalerende conflict ontheemd. Een van hen is Charity Achu, een kapster die een eigen salon had in de provincie Zuidwest. Op een dag vielen soldaten haar dorp binnen en begonnen in het wilde weg te schieten. Halsoverkop ontvluchtte ze samen met haar man en hun vier kinderen het huis, met achterlating van al hun bezittingen. De jongste, een baby nog, droeg ze in haar armen. Vijf maanden hield het gezin zich schuil in de jungle, waar ze met moeite wisten te overleven. Achu vernam van andere vluchtelingen dat drie van haar broers waren vermoord. Het gezin bereikte uiteindelijk een dorp aan de kust. ‘Behalve de kleren aan ons lijf hadden we niets’, vertelt ze. ‘We waren gedwongen te bedelen.’ Ze kregen schone kleding van behulpzame dorpsbewoners en vluchtten met een bootje naar Nigeria, dat volgens de Verenigde Naties inmiddels meer dan 21 duizend Kameroense vluchtelingen telt.

Hoewel de oppositiepartij de verkiezingen van 9 okt. j.l. claimt te hebben gewonnen, verwachten experts dat Paul Biya zijn zevende termijn als president zal ingaan. – © AP Photo / Sunday Alamba
Hoewel de oppositiepartij de verkiezingen van 9 okt. j.l. claimt te hebben gewonnen, verwachten experts dat Paul Biya zijn zevende termijn als president zal ingaan. – © AP Photo / Sunday Alamba

De oppositie is het erover eens dat een dialoog met de Engelstalige Kameroeners en meer autonomie van de Engelstalige regio’s kunnen bijdragen aan de beëindiging van het conflict. President Biya heeft onlangs een Ministerie voor Decentralisatie in het leven geroepen en twee Engelstaligen aan het hoofd van andere ministeries geplaatst. Maar zijn regering weigert te onderhandelen met de Engelstalige leiders, die als terroristen worden beschouwd. En Ayuk Tabe, de eerste president van de interim-regering van Ambazonia, die in januari werd opgepakt, zit nog altijd zonder enig vorm van proces vast. De halsstarrige weigering om te onderhandelen heeft de roep om onafhankelijkheid alleen maar aangewakkerd; wat in de Engelssprekende regio’s ooit de wens van een splinterbeweging was, wordt nu meer en meer omarmd. Ondertussen werkt het conflict onder de Franstalige bevolking als een splijtzwam. Anders dan het streven van Boko Haram naar een fundamentalistisch-islamitische staat, kan de roep van de Engelstaligen om beter bestuur en betere basisinfrastructuur rekenen op veel bijval. In de afgelopen tien jaar heb ik alle uithoeken van het land bezocht en de wensenlijst is overal hetzelfde: goede wegen, een ziekenhuis en een school, kortom basisvoorzieningen die de staat domweg niet levert. Op sociale media werd om die reden vooral aan het begin van deze crisis veelvuldig geschreven dat de Engelstaligen met hun roep om beter bestuur als voorbeeld konden dienen voor de rest van het land.

Voor veel Kameroeners bevestigen de mensenrechtenschendingen die in de Engelstalige gebieden door de veiligheidstroepen worden begaan het beeld dat de regering zich weinig gelegen laat liggen aan de gewone burger. In veel opzichten is het soms willekeurige geweld van het leger exemplarisch voor de regering in het algemeen. ‘Het is een soort gedecentraliseerde tirannie’, zegt de prominente Kameroense politieke filosoof Achille Mbembe. ‘Dat betekent dat iedere staatsambtenaar op zijn eigen, lage niveau een kleine tiran is. Het is een opmerkelijke democratisering van autoritaire dynamiek.’

De integriteit van staatsambtenaren is af te lezen aan de kwaliteit van hun maatpakken en horloges

Het hart van dit regeringsapparaat bevindt zich in Yaoundé, de groene heuvelachtige hoofdstad in het binnenland. De ministeries zijn gehuisvest in een handvol sjieke art-decogebouwen die in de jaren zeventig niet ver van de breedste boulevard zijn gebouwd. Zet één stap over de drempel, en alle glans verbleekt. Gammele liften brengen bezoekers naar donkere gangen met versleten tapijten. Achter de deuren in deze gangen gaan sjofele kantoren schuil waar regeringsambtenaren onderuitgezakt in hun bureaustoel een dutje doen, de krant lezen of vastgekluisterd zitten aan hun mobiele telefoon. De werkdagen zijn kort. Tot elf uur ’s ochtends melden secretaresses dat hun bazen ‘ieder moment kunnen binnenlopen’ en na vier uur ’s middags zijn ze meestal ‘in vergadering’.

Mbembe legt uit dat deze overheidsfunctionarissen zich spiegelen aan de werkstijl van president Biya zelf, wat neerkomt op ‘niets uitvoeren, of extreem weinig’. Biya brengt een groot deel van zijn tijd in het buitenland door, meestal in een vijfsterrenhotel in Genève. Van de 36 jaar dat hij nu president is, is hij opgeteld zo’n viereneenhalf jaar op privéreisjes naar het buitenland geweest. Hoewel het salaris van staatsambtenaren niet hoog is, gelden overheidsfuncties doorgaans als de best betaalde baantjes vanwege de wijdverbeide corruptie en de hoge dagvergoedingen die overheidsmedewerkers krijgen voor het bijwonen van vergaderingen. Een van mijn vrienden die voor een multilaterale organisatie werkt, zegt dat hij de integriteit van staatsambtenaren kan aflezen aan de kwaliteit van hun maatpakken en horloges.

Om zijn greep op de macht te behouden, houdt president Biya deze worsten aan vriend én vijand voor. Hij schuift hun bovendien lucratieve baantjes toe, zoals ministerposten of directeursfuncties van overheidsbedrijven. Met name potentiële opponenten worden op die manier afgekocht. Gedurende zijn regeerperiode heeft deze aanpak Biya genoopt tot het vinden van creatieve oplossingen bij het in steeds kleinere punten snijden van de overheidstaart, wat ertoe heeft geleid dat er inmiddels 64 ministers en staatssecretarissen zijn. Het onderwijs alleen al is verdeeld over vier ministeries: een voor de lagere school, een voor de middelbare school, een voor hoger onderwijs en een voor beroepsonderwijs. Biya heeft ook altijd een stok achter de deur voor wanneer zijn positie wordt bedreigd. Hij degradeert zijn ondergeschikten wanneer het hem uitkomt en desnoods zet hij ze achter slot en grendel. Er zitten ondertussen zoveel hoge functionarissen in de bekende Kondengui-gevangenis in Yaoundé, meestal op beschuldiging van corruptie, dat het hele land de grap kent dat ze een schaduwregering kunnen vormen. Dankzij deze tactieken is Biya het op één na langst zittende niet-koninklijke staatshoofd; na de president van zuiderbuur Equatoriaal-Guinea, Teodoro Obiang Nguema, die sinds 1979 aan het roer staat.

Buitenlandse investeerders

De internationale gemeenschap heeft Kameroen decennialang bewierookt vanwege de vrede en stabiliteit, wat het land aantrekkelijk maakt voor buitenlandse investeerders. Ondanks de welig tierende corruptie blijft de internationale geldkraan open. In 2017 ontving Kameroen 700 miljoen euro aan ontwikkelingshulp. Washington haalde de banden met de Kameroense regering aan toen het land de strijd met Boko Haram aanbond, waarmee het in één klap bondgenoot werd in de oorlog tegen het terrorisme.

Maar de Amerikaanse steun ligt onder het vergrootglas: vorig jaar onthulde Amnesty International en het onderzoeksbureau Forensic Architecture dat Kameroense soldaten vermeende Boko Haram-aanhangers hadden gemarteld op bases waar ook Amerikaanse militairen zijn gelegerd. De Amerikaanse ambassadeur in Yaoundé, Peter Henry Barlerin, die eerder nog de loftrompet over Kameroen had gestoken, koos na deze onthulling voor een hardere lijn. Na een ontmoeting met Biya verklaarde hij de ‘executies’ en ‘het plunderen en platbranden van dorpen’ in de Engelstalige regio’s ter sprake te hebben gebracht. Tevens had hij de president op het hart gedrukt ‘zich te bezinnen op zijn nalatenschap en te bedenken hoe hij de geschiedenis in wilde gaan’. Hij had er nog aan toegevoegd dat George Washington en Nelson Mandela uitstekende rolmodellen waren.

De Kameroense regering vatte dit op als een regelrechte aanval en riep Barlerin op het matje. De ambassadeur moest verzekeren dat hij de oppositie niet financieel steunde. ‘We hebben geen voorkeur voor een presidentskandidaat’, zei hij nadien in een interview met The New York Times. ‘We zijn voor een sterk en stabiel Kameroen.’ Dat standpunt had president Macron ook al uitgedragen. In zijn samenvatting van het telefoongesprek dat hij in juli met Biya had gevoerd, liet hij in één minuut tijd vier keer het woord ‘stabiliteit’ vallen.

Wat de crisis rondom de Engelstaligen betreft verschillen Frankrijk en de VS wel van aanpak: Frankrijk weigert tot dusver de mensenrechtenschendingen van het leger openlijk te bekritiseren. Macron benadrukt in plaats daarvan het belang van ‘nationale cohesie’, een statement waarmee hij Biya, die fel gekant is tegen onafhankelijkheid van de Engelstaligen, lijkt te steunen. Dit weerspiegelt de diepgewortelde bond tussen het regime en Frankrijk, de voormalige koloniale macht. Frankrijk heeft het bewind van Biya van meet af aan gesteund. In de loop der jaren heeft Biya Frankrijk 35 keer bezocht, volgens gegevens van het internationale journalistieke onderzoekscollectief OCCRP, en hij heeft alle Franse presidenten sinds François Mitterrand de hand geschud. Franse bedrijven hebben veel activa in het land. Het olieconcern Perenco bezit concessies voor olie-exploitatie. The Bolloré Group exploiteert een spoorlijn, de internationale containerterminal in Douala en de diepzeehaven in Kribi in de Golf van Guinea. Lafarge heeft een aantal cementfabrieken. De export van bananen en hout is grotendeels in handen van Franse bedrijven.


Tijdens de laatste Common Wealth Games in Australië keerde een derde van de Kameroense delegatie niet huiswaarts

Hoe de verkiezingen ook mogen uitpakken, de situatie voor de gewone bevolking zal niet een-twee-drie veranderen. In de periode van langdurige stagnatie zijn de Kameroeners geconditioneerd om klein te dromen. Veel werkeloze afgestudeerden staan met beltegoedstalletjes langs de weg, handenwringend in de genadeloze zon of in de striemende regen, wachtend op klanten. Anderen proberen op straat geld in het laatje te brengen met de verkoop van tweedehandskleren of -schoenen. Sommigen besluiten hun geluk elders te beproeven. Op internationale sportevenementen zijn er altijd wel Kameroense atleten die in het gastland achterblijven, in de hoop op een nieuw leven. Tijdens de laatste Common Wealth Games in Australië bijvoorbeeld, keerde een derde van de Kameroense delegatie niet huiswaarts. Ook bij de Olympische Spelen van 2008 in Beijing en de Olympische Spelen van 2012 in Londen ontsnapte ongeveer een derde van de Kameroense ploeg uit het atletendorp. En dan is er nog de groep die de gevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee waagt. De frustratie wordt misschien nog het best verwoord in de populaire rapsong This Country Kills the Youth van de Kameroense rapper Valsero: ‘This country kills the youth, and the old don’t let go. Once they get in power, they don’t let go… This country is like a bomb, and for the youth, it’s a grave.’

Auteur: Emmanuel Freudenthal
Vertaler: Astrid Staartjes

Openingsbeeld: Op de markt in Yaounde, Kameroen. – © AP Photo /Sunday Alamba

World Politics Review
VS | worldpoliticsreview.com

Platform dat diepgaande analyses biedt van internationale ontwikkelingen om deze voor beleidsmakers, academici en geïnteresseerde lezers in context te plaatsen. Onpartijdig, maar noemt zichzelf liberaal en internationaal. De content wordt geleverd door een wereldwijd netwerk van experts.

Dit artikel van Emmanuel Freudenthal verscheen eerder in World Politics Review.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.