• Duanchuanmei (The Initium)
  • Politiek
  • Studeren in Xinjiang: ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

Studeren in Xinjiang: ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

Duanchuanmei (The Initium) | Jia Biming | 14 november 2018

Een Chinese student Oeigoers, lang woonachtig in Xinjiang, is naar het buitenland gevlucht omdat hij niet meer kon leven met de permanente controle in deze autonome regio. In deze reportage schrijft hij over de manier waarop alles, maar dan ook alles in de gaten wordt gehouden.

‘Het Xinjiang zoals ik het gekend heb als student lijkt in niets meer op het Xinjiang van vandaag. Voordat ik voor mijn studie naar de provincie trok, had ik wel gehoord dat de sfeer er gespannen was, en ik zag er wel een beetje tegen op om me er te vestigen. Maar toen ik arriveerde, werd me eigenlijk geen strobreed in de weg gelegd. Tot 
in 2016 [na een reeks aanslagen die de autoriteiten als terroristisch hebben bestempeld], toen de situatie plotseling erg veranderde, vooral omdat er allerlei controles werden ingevoerd.

Op het instituut waar ik studeerde, werden de veiligheidsregels buitenproportioneel aangescherpt. Je kon onmogelijk het gebouw, de collegezalen of 
de slaapzalen binnen zonder een pasje met een magneetstrip, en alle avonden werden onze kamers geïnspecteerd. Voor de Han-Chinezen [een meerderheidsgroep in China] liep het nog wel los. Als je je pas vergeten was, kon je altijd aan een medestudent of kamergenoot vragen een foto van je pas of je studentenkaart te maken en die dan door te sturen. Maar onze Oeigoerse medestudenten konden dat wel vergeten.

In Ürümqi, de hoofdstad van de regio Xinjiang, werden de veiligheidsmaatregelen ook strenger, met overal wachthokjes – soms zat er amper honderd meter tussen. In de straten die uitkomen op de grote markt Erdaoqiao, sloten politieagenten de weg af om je smartphone te controleren, of je nou Han-Chinees was of iemand die tot een etnische minderheid behoorde. Er werden ook veiligheidscontroles ingevoerd in de winkelcentra – om nog maar te zwijgen van de luchthavens 
en de treinstations. In winkelstraten stond op elk kruispunt en voor elke grote winkel een mitrailleur opgesteld. En dan heb ik het nog niet eens over de oproerpolitie die, met de vinger aan 
de trekker, overal in de stad op wacht stond. Ik heb nog nooit zo veel mitrailleurs en tanks gezien als in Xinjiang.

Alleen 3G

Bovendien was er geen 4G in Xinjiang. Er is alleen 3G, zodat de internetsnelheid veel te wensen overliet. Al die dingen, die ingrijpende gevolgen hadden voor mijn dagelijkse bestaan, vond ik erg hinderlijk, maar je moest ermee leren leven. Veel van mijn vrienden uit Xinjiang hadden zin om hun provincie te verlaten. Oeigoerse studenten kunnen Xinjiang momenteel op zich vrij gemakkelijk verlaten, maar het is voor hen erg ingewikkeld om naar het buitenland te gaan.

Er bestaat op landelijk niveau een ‘selectieprogramma voor talenten afkomstig uit nationale minderheden’. Voor de geselecteerden geldt bij het toelatingsexamen een veel lagere onvoldoende dan voor Han-Chinezen. Dit programma schrijft trouwens ook voor dat de gediplomeerden, als ze zijn afgestudeerd, naar hun provincie van herkomst terugkeren. Op die manier kunnen talenten uiteraard niet naar het buitenland vertrekken.

Voor Oeigoeren is het bepaald niet eenvoudig om zich buiten hun provincie te begeven. En zelfs op nationaal grondgebied gaat dat niet zonder complicaties.

Bij een van mijn vriendinnen, een jong Hui-meisje [een etnische minderheid die hoofdzakelijk in het noordwesten van China voorkomt en in meerderheid bestaat uit moslims] dat voor een concert naar Sjanghai was gegaan, deed de politie om twee uur ’s nachts een inval in het hotel waar ze verbleef. De agenten wilden haar kamer inspecteren, alleen omdat ze een identiteitskaart had uit Xinjiang! Ze vertelde me dat ze op de rand van haar bed in huilen was uitgebarsten. Als het de Hui al zo vergaat, kunt u zich indenken hoe de Oeigoeren worden behandeld [na meerdere aanslagen, medio jaren 2000, hebben de autoriteiten hen als islamisten gebrandmerkt]. Oeigoerse belangengroepen protesteren tegen het keiharde beleid van gedwongen culturele assimilatie.

Zelfs als studenten van etnische minderheden uit andere regio’s van Xinjiang in Ürümqi een appartement moeten huren, levert dat heel ingewikkelde situaties op. De verhuurder kan regelmatig telefoontjes van de politie krijgen om allerlei dingen te controleren. Uiteindelijk hebben deze studenten waarschijnlijk geen andere keuze dan terug te gaan naar waar ze vandaan komen. Een tijdje geleden heb ik in een dorp lesgegeven als vrijwilliger. Een van de onderwijzers van de lagere school was een Oeigoer, die was afgestudeerd aan een grote Chinese universiteit maar, ongetwijfeld omdat hij tot een etnische minderheid behoorde, geen andere keus had gehad dan les 
te geven in dit kleine dorp.

Hoewel ze diep van binnen Xinjiang willen verlaten, wil de meerderheid van de studenten van een etnische minderheid met wie ik omging, zich 
de problemen die je moet overwinnen om dat te bereiken liever niet op de hals halen. De afgestudeerden van ons instituut vinden probleemloos werk in Xinjiang en ze krijgen een goed salaris.

Als ze het instituut verlaten kunnen ze een salaris ontvangen van meer dan 5000 yuan [620 euro] in een van de vier prefecturen in het zuiden van de provincie (Kaxgar, Hotan, Aksu en de autonome Kirgizische prefectuur Kizilsu). Afgestudeerden die gerekruteerd worden door de diensten van de prefectuur van de autonome regio, belast met openbare veiligheid, kunnen meer dan 10.000 yuan verdienen [1240 euro] als aanvangssalaris. Van zo’n salaris kun je heel goed leven.

Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images
Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images

Voor mij waren de politieke lessen die we iedere week gedwongen moesten volgen een ramp. In mijn hele leven heb ik me nog nooit zo intensief beziggehouden met politiek. Vanaf het eerste studiejaar moesten we die lessen volgen, alle studenten moesten er één keer in de week een middag aan meedoen. Afgezien van de laatste toespraken van de partijleiders, gingen die lessen ook altijd over de actualiteit van iedere provincie, van ieder ministerie en van iedere commissie, en over artikelen die in de officiële media waren verschenen. Ze werden hardop voorgelezen door de docent, die op een podium zat.

Als de lezing voorbij was moesten we nog ‘gedachtenverslagen’ schrijven van 1500 tot 2000 karakters [ca. 800 tot 1000 woorden in het Nederlands]. We moesten eerst opschrijven wat we onthouden hadden, en vervolgens nagaan of we zelf soms iets te maken hadden met de problemen die in de les aan de orde waren gesteld. Hadden we bijvoorbeeld audio- of videobestanden bewaard van terroristische aanslagen? Hadden we geen last van de neiging om te denken als een ‘persoon met twee gezichten’, namelijk dat je enerzijds wel de maatregelen van de partij steunde, maar anderzijds, stiekem, ook mensen met extremistische opvattingen? Het meeste wat we schreven ging over die ‘personen met twee gezichten’.

En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

Het kwam erop neer dat ze toegang hadden tot alles wat er op onze smartphones en onze laptops stond

Omdat de studenten van onze studierichting na hun afstuderen terecht zouden komen in gevoelige sectoren, ondergingen ze een strenge politieke scholing. Maar volgens mij maakt dat van onze studierichting een rampgebied. Als je Oeigoers studeert, wordt niet getolereerd dat je manier van denken ook maar enigszins afwijkt 
van de officiële lijn.

Ik herinner me een docent die terugkwam uit het buitenland. Omdat zijn smartphone veel buitenlandse apps bevatte, hebben ze hem een hele maand afgesloten. En de inspectiediensten hebben zijn smartphone niet alleen gecontroleerd, maar ook zijn telefoonnummer gewijzigd. Toen pas kon hij er weer normaal gebruik van maken. Zelfs wetenschappelijke uitwisseling met het buitenland is verboden.

Er bestaan wel degelijk heropvoedingskampen in Xinjiang. Toen ik in China was, wist ik niet dat in het buitenland zo veel ruchtbaarheid aan het bestaan ervan was gegeven. Gewoonlijk worden ze ‘opleidingskampen’ genoemd. Maar zelfs onder die naam blijft het daar een taboeonderwerp. In onze slaapzaal zat ook een partijlid, een opgewonden standje. Soms deden we de deuren van de slaapzaal dicht om ‘ons te beklagen’ over het feit dat we in ons dagelijks leven zo veel last ondervonden van de veiligheidsmaatregelen, of om het fluisterend te hebben over een docent die plotseling was verdwenen. Dan probeerde hij te verhinderen dat we daarmee doorgingen, kreeg een woedeaanval, en zei dat hij ons zou aangeven als we niet ophielden met die onzin.

Verdwijningen

Om eerlijk te zijn was ik als Han-Chinees niet bang om in een kamp te worden geïnterneerd. Ik was vooral bezorgd over de plotselinge verdwijningen van docenten. Een van hen 
was van de een op de andere dag verdwenen. Toen studenten kwamen vragen waar hij naartoe gegaan was, zeiden zijn collega’s dat ze die vraag niet moesten stellen. Ik heb me later laten vertellen dat hij naar een kamp gestuurd was omdat hij in het Midden-Oosten onroerend goed bezat. Als je naar een kamp wordt gestuurd, weet je zeker dat je politieke carrière definitief voorbij is en misschien zelfs dat je nooit meer zult mogen lesgeven. Ik heb me laten vertellen dat een Oeigoerse vader van een gezin geïnterneerd was omdat ze erachter waren gekomen dat hij geld had overgemaakt naar een rekening in het Midden-Oosten, waar zijn zoon studeerde.

De situatie is niet alleen moeilijk voor Oeigoeren, maar ook voor Han-Chinezen. Alle studenten van onze studierichting, ongeacht hun etnische herkomst, moeten hun paspoort afgeven bij de administratie wanneer ze op het instituut beginnen. Als je later naar het buitenland wilt, moet je eerst een aanvraag indienen om je paspoort terug te krijgen. Ik herinner me een docent wiens zoon in het buitenland studeerde: hij kon hem niet bezoeken, en zijn zoon had niet de mogelijkheid om hem te komen bezoeken. Een echte nachtmerrie.

Voor ik begon met de studie had ik wel gehoord over deze regel. Maar ik heb mijn paspoort gewoon nooit afgegeven bij de administratie. De eisen die de administratie stelde aan studenten die niet afkomstig waren uit Xinjiang waren minder streng. Voor een student uit Xinjiang was zoiets volstrekt onmogelijk geweest.

Natuurlijk wist de administratie heel goed of je de provincie had verlaten en wanneer. Ik heb een vriend die, net als ik, in Xinjiang heeft gestudeerd. Vóór zijn studie was hij naar Khorgos, de dry port van de prefectuur Ili, gegaan [in de buurt van de grens met Kazachstan]. Daar is een enorme winkel met taxfreeartikelen. Als je een simpel pasje voor die dry port hebt, kun je naar die winkel. Zelfs van dat soort uitstapjes was het instituut op de hoogte. Natuurlijk hadden ze die informatie ontvangen van de staatsveiligheidsdiensten. Dus vroeg het instituut aan mijn vriend: ‘Wat had jij daar te zoeken?’

Verdeeld

Maar tijdens al mijn jaren in Xinjiang ben ik geen enkele extremist tegengekomen – of de mensen in kwestie hebben er niets over gezegd. Het is wel zo dat er erg vrome moslims zijn. Ik herinner me een jongen die heel graag lekker at, maar die tijdens de ramadan niet eens zijn eigen speeksel durfde door te slikken.

Ik heb gezien hoe bang Oeigoeren waren voor etnische assimilatie. Normaal gesproken mogen ze niet trouwen met Han-Chinezen. Enkele jaren geleden had de beroemde Oeigoerse actrice Gulnuzar een relatie met acteur Hans Zang, een Han-Chinees, waarvoor ze door veel Oeigoeren scherp werd veroordeeld. In hun ogen gedroeg zij zich als een schaamteloze vrouw.

De Oeigoerse samenleving is trouwens zeer verdeeld. Oeigoeren die hoger onderwijs hebben gehad zijn volgens mij wat opener. Enkele jaren geleden had ik een Oeigoerse docent Engels die ons klaarstoomde voor de IELTS-test. Zijn mondelinge beheersing was uitstekend. Deze man, die een goede opleiding had en een goede baan, vond veel Han-gewoonten en -gebruiken niet indruisen tegen zijn principes.

Ik heb privélessen gegeven bij mensen thuis. Als leerling had ik een jonge Oeigoerse. Haar moeder was ambtenaar. Eens per maand moest zij een week naar het zuiden van Xinjiang. Alle Oeigoerse kaderleden zijn daartoe verplicht. Ze moeten iedere maand naar Oeigoerse gezinnen in het zuiden van de provincie om hun [Chinese] karakters te leren lezen en hun een ambacht te leren.

De goede vooruitzichten voor specialisten in de Oeigoerse taal was voor mij een van de belangrijkste redenen om me in deze taal te verdiepen. Met dit specialisme heb je een zeer goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Grote webondernemingen zoals Tencent [ontwikkelaar van WeChat] en NetEase [die een zeer populaire Chinese site exploiteert] werven studenten met dit profiel aan zodra ze zijn afgestudeerd. In China is Oeigoers, na Mandarijn, op WeChat de meest gebruikte taal om te communiceren.

Op WeChat kun je nu een boodschap dicteren in Mandarijn, en wat je zegt wordt onmiddellijk getranscribeerd in karakters. Maar voor het Oeigoers werkt dat niet. De mensen die aangeworven worden door deze ondernemingen, worden voornamelijk aangenomen om het Oeigoers in lettergrepen op te delen, om de kwaliteit van de spraakherkenning te verbeteren. Maar alleen mensen die het Oeigoers niet als moedertaal hebben, mogen zich inschrijven voor het examen dat toegang verschaft tot de studierichting Oeigoers. Onze docenten zijn allemaal Oeigoeren, maar alle studenten hebben een andere etnische herkomst.

Afgezien van de grote webondernemingen komen de meeste specialisten Oeigoers terecht bij de verschillende veiligheidsdiensten, zowel op nationaal als op provinciaal niveau. De mensen die hiervoor kiezen, worden belast met inspectie en controle, uiteraard van mensen van Oeigoerse herkomst. Veel nationale en provinciale openbare veiligheidsdiensten werven studenten van ons instituut aan.

Juist omdat de functies die een groot aantal van ons geacht wordt uit te 
oefenen zo vertrouwelijk van aard zijn, wordt ons politieke denken zo gedrild. Bovendien verleent de autonome regio Xinjiang studenten die gespecialiseerd zijn in het Oeigoers belangrijke steun. Voor een master Oeigoers, waarvoor 
het collegegeld 5000 yuan [620 euro] bedraagt, krijgen we een studietoelage die twee keer zo hoog is.

En dat is dan alleen nog maar de studiebeurs. Je kunt ook nog in aanmerking komen voor toelagen wegens verdiensten. De staat verleent ook talrijke subsidies aan ons instituut. Aan de ene kant wordt er een ultrastrenge controle uitgeoefend, aan de andere kant worden er royale subsidies verstrekt – om de pil te vergulden.

Toezicht

Vanaf dit jaar kunnen studenten Oeigoers nog ergens anders aan de slag. 
De staat heeft net een nieuwe beleidsmaatregel afgekondigd: een Han-Chinees moet toezicht houden op drie studenten die tot een etnische minderheid behoren. Zodat veel opleidingen mensen zullen moeten aannemen die gediplomeerd zijn in het Oeigoers om toezicht te houden op Oeigoerse studenten. De moeilijkste voorwaarde voor dit werk is dat je je politiek moet conformeren: je kunt alleen maar solliciteren als je lid bent van de partij.

Nu heb ik er spijt van dat ik Oeigoers heb gekozen. Om eerlijk te zijn: ik heb een redelijk niveau en ik was er zeker van dat ik zou worden toegelaten tot de master. Toch heb ik de studie vaarwel gezegd, ik kon het gewoon niet meer opbrengen door te gaan. Ik had geen zin meer om in Xinjiang te blijven. Daarom ben ik naar het buitenland 
vertrokken.’

Auteur: Jia Biming

  • Een ‘gedachtenverslag’ is een soort bekentenis waarin iemand, onder dwang of vrijwillig, aan zijn meerderen of in het openbaar zijn politieke gedachten en ideeën kenbaar maakt. Een praktijk die associaties oproept met de Culturele Revolutie (1966-1970).

CONTEXT: 1.000.000

China zou bijna een miljoen Oeigoeren naar geheime ‘heropvoedingskampen’ hebben gestuurd onder het mom van bestrijding van religieus extremisme, zo heeft de mensenrechtenadvocaat Gay McDougall gezegd tijdens een hoorzitting van de commissie tot bestrijding van rassendiscriminatie van de VN op 10 augustus in Genève.

In de autonome Oeigoerse regio Xinjiang bestaat de bevolking voor 45 procent uit Oeigoeren. Volgens Rian Thum, hoogleraar geschiedenis aan de Loyola University van New Orleans, heeft China sinds 2016 680 miljoen yuan (86 miljoen euro) uitgegeven aan de bouw van detentiecentra, zo meldt The New York Times.

Duanchuanmei 
(The Initium)
China | nieuwssite | theinitium.com

Onafhankelijke nieuwssite opgericht in augustus 2015 in Hong Kong, om te ontsnappen aan de Chinese censuur. Wil ‘Chinezen over de hele wereld’ informeren en richt zich hierbij met name op onderzoek en datajournalistiek. Er is ook een wekelijkse papieren versie.

Dit artikel van Jia Biming verscheen eerder in Duanchuanmei (The Initium).
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.