• Nature
  • Reader
  • Trek een lootje voor onderzoeksgeld

Trek een lootje voor onderzoeksgeld

Nature | Londen | David Adam | 10 december 2019

Steeds meer financiers van wetenschappelijk onderzoek laten het lot bepalen wie er een beurs krijgt.

God dobbelt niet, zei Albert Einstein. Maar de Nieuw-Zeelandse Raad voor Gezondheidsonderzoek wel. En een groeiend aantal organisaties voor de financiering van wetenschappelijk onderzoek laat, net als deze raad, het toeval een rol spelen bij de toekenning van onderzoeksbeurzen. Zo kreeg David Ackerley, bioloog aan de Victoria-universiteit van Wellington, voor zijn onderzoek naar nieuwe manieren om cellen uit te schakelen eerder dit jaar een beurs van bijna 90.000 euro – doordat hij prijs had in de jaarlijkse loterij van de raad.

‘De traditionele selectieprocedure vonden we niet geschikt,’ aldus Lucy Pomeroy, senior manager onderzoeksbeurzen bij de raad, die sinds 2015 met loting werkt. In dat jaar kwam de raad met een nieuw type onderzoeksbeurs voor grensverleggend onderzoek. Daarvoor zocht ze dus een nieuwe manier om originele ideeën te stimuleren, zegt ze.

Behoudzuchtige geesten zijn gewaarschuwd: de krachten van de willekeur rukken misschien nog niet overal op, maar beramen wel nieuwe stappen. Tijdens een bijeenkomst aan de Universiteit van Zürich op 19 november betoogden voorstanders van deze aanpak dat het toeval een grotere rol moet krijgen in de wetenschap. Daarbij gaat het ze niet alleen om de verdeling van beurzen; volgens hen kun je loting ook gebruiken om te bepalen welke artikelen gepubliceerd worden, en zelfs wie er een universitaire aanstelling krijgt.

Blinde willekeur

‘Blinde willekeur zal meer ruimte creëren voor ideeën die buiten de gebaande paden treden,’ zegt Margit Osterloh, de econoom die de bijeenkomst aan haar Zürichse universiteit organiseerde om dit idee onder haar vakgenoten te verspreiden. De bestaande selectieprocedures vindt ze ondoelmatig. Die dwingen wetenschappers om lange onderzoeksvoorstellen te schrijven, vaak zonder dat het iets oplevert, en de beoordelingscommissies zijn veel tijd kwijt aan het vaststellen van de precieze rangorde van de middenmoters. De kwalitatieve uitschieters naar boven en beneden pik je er makkelijk uit, zegt ze. ‘Maar de meeste aanvragen zitten in de middenmoot, en dat zijn er heel veel.’ En ze vindt vooral dat de geijkte beoordelingsmethoden minder effectief zijn dan beleidsmakers, uitgevers en universiteitsbestuurders denken. ‘De beoordelende personen en instanties hebben eigenlijk geen bruikbare criteria.’

De nieuwste subsidieverstrekker die met willekeurige selectie experimenteert, is de Zwitserse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek SNSF. Die besloot eerder dit jaar een aantal postdoctorale beurzen onder jonge wetenschappers te verloten. Die procedure wordt nu geëvalueerd en SNSF-voorzitter Matthias Egger vertelde erover op de bijeenkomst in Zürich. Ook voor het National Science Challenge-programma van de Nieuw-Zeelandse overheidsorganisatie Science for Technological Innovation (SfTI) wordt sinds 2015 een deel van de beurzen verloot. En de grootste particuliere financier van wetenschappelijk onderzoek in Duitsland, de VolkswagenStiftung, maakt sinds 2017 gebruik van loting bij de toewijzing van een aantal van haar Experiment!-beurzen.

Ze besluiten welke aanvragen goed genoeg zijn en stoppen dan lootjes in een hoed

De toekenning is nooit volledig willekeurig. Doorgaans wordt eerst beoordeeld welke aanvragen aan bepaalde minimumeisen voldoen; vervolgens wordt het beschikbare geld door de computer onder deze aanvragen verloot.

Hoed

‘Het bespaart je een hoop gewetensnood,’ zegt Don Cleland, hoogleraar process engineering aan de Nieuw-Zeelandse Massey-universiteit en lid van het comité dat de beurzen van het SfTI-fonds verdeelt. Als er geld is voor twintig projecten, hoeven ze niet meer te dubben welke aanvraag nummer twintig wordt en welke nummer eenentwintig: ze besluiten gewoon dat beide aanvragen goed genoeg zijn en stoppen dan lootjes in een hoed. ‘We gebruiken overigens echt een hoed,’ zegt Cleland.

De aanvragers krijgen ook te horen hoever ze in de aanvraagprocedure zijn gekomen, en de reacties zijn volgens Cleland positief. ‘De aanvragers die de loting hebben gehaald en zijn uitgeloot, zijn minder teleurgesteld. Ze weten dat hun onderzoeksvoorstel in ieder geval goed genoeg was en beschouwen het gewoon als domme pech.’

Er is enig wetenschappelijk bewijs voor de voordelen van willekeurige selectie. Verschillende onderzoeken naar selectiemethoden hebben uitgewezen dat loting voordelen heeft boven het huidige systeem: het kan de achterstelling bestrijden die vrouwen en leden van etnische minderheden nog steeds ondervinden, en zo de diversiteit van een vakgebied vergroten. De criteria voor deelname kunnen bijvoorbeeld zo worden aangepast dat aanvragers uit een etnische minderheid of van een minder rijke universiteit sneller tot de loting worden toegelaten. Onderzoekers van een rijke universiteit of uit een bevoorrecht milieu beschikken vaak over meer dan voldoende middelen om te voldoen aan de geijkte maatstaven voor succes; de conventionele beoordelingsmethode voor onderzoeksvoorstellen valt doorgaans in hun voordeel uit, zegt Cleland, omdat die meer gericht is op het cv van de aanvragers dan op de kwaliteit van hun ideeën. ‘En wij willen vooral dat de beste ideeën komen bovendrijven.’

Cleland raadt andere subsidieverstrekkers aan het ook eens te proberen, maar niet iedereen ziet dat zitten. Ackerley mag zijn huidige projectbeurs dan aan loting te danken hebben, toch is hij er geen voorstander van. ‘Ik zit vaak in beoordelingscommissies en volgens mij leveren die heel behoorlijk werk,’ zegt hij. ‘Ik heb redelijk goed geboerd met onderzoeksvoorstellen die inhoudelijk werden beoordeeld, dus dat eigenbelang speelt ook mee: de angst dat ik er zelf op achteruit kan gaan.’ En omdat onderzoeksvoorstellen voor loting aan minder strenge eisen moeten voldoen, zijn ze meestal korter. ‘Ik zie veel meerwaarde in het schrijven van een gedegen onderzoeksvoorstel,’ zegt Ackerley.

Osterloh, die in het tijdschrift Research Policy veel discussie uitlokte met haar pleidooi voor loting, ziet als bijkomend voordeel juist dat onderzoekers minder hoog van de toren blazen als hun aanvraag eenmaal is gehonoreerd. ‘Als je weet dat de toewijzing van een beurs of de plaatsing van een artikel deels door het toeval is bepaald, voel je jezelf niet meer de heerser van het heelal en zul je wat nederiger gestemd zijn,’ zegt ze. ‘En daar hebben we in de wetenschap nou net behoefte aan.’

© Getty
© Getty

David Adam

Nature
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 43.070

Sinds 1869 heeft dit natuurwetenschappelijke tijdschrift zich ontwikkeld van een eenvoudige publicatie voor amateurwetenschappers tot een van de meest gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften.

Dit artikel van David Adam verscheen eerder in Nature.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.