• Bellingcat
  • Magazine 196 – Juni
  • Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

Bellingcat | Wereldwijd | 11 mei 2021

Bellingcat en de Tsjechische regering achten bewezen dat Russische inlichtingenofficiers betrokken waren bij een explosie in een wapendepot in 2014. Volgens Bellingcat betrof dit een belangrijke missie voor het Kremlin.

Bellingcat heeft kunnen reconstrueren dat de operatie van de Russische inlichtingendienst GRU die volgens de Tsjechische autoriteiten achter de explosie zat van het munitiedepot in Vrbetice op 16 oktober 2014, werd uitgevoerd door minimaal zes agenten van eenheid 29155 van deze dienst. De missie werd persoonlijk geleid door generaal Andrej Averijanov. Hij reisde vlak voor de operatie undercover naar Midden-Europa en vertrok enkele uren na de explosie weer naar Moskou. Voor zover we weten is Averijanov slechts één keer eerder hoogstpersoonlijk voor een clandestiene operatie naar het buitenland gereisd; de geheime missie moet voor de Russische regering dus van groot belang zijn geweest. Generaal Andrej Averijanov is een hooggeplaatste militair die, zo maakt Bellingcat op uit gespreksgegevens, direct telefonisch contact onderhoudt met zowel de hoogste baas van de GRU als met het Kremlin.

Bij de operatie waren ook minimaal twee andere GRU-officiers betrokken. Kort voor de aanslag vlogen zij onder een diplomatieke dekmantel naar Boedapest, een stad op vijf uur rijden van het munitiedepot. Waarschijnlijk niet toevallig reisde één van deze diplomaten enkele maanden later naar een luchthaven op een vergelijkbare afstand van de Bulgaarse hoofdstad, kort voordat Emilian Gebrev daar door leden van deze zelfde GRU-eenheid werd vergiftigd met een chemisch wapen.

Overigens wijzen de door Bellingcat blootgelegde reisgegevens erop dat de operatie oorspronkelijk waarschijnlijk gepland stond voor een eerdere datum, maar om onbekende redenen een week werd uitgesteld. Het lijkt erop dat verschillende leden van eenheid 29155 vlak voor de operatie via aangrenzende landen naar Tsjechië reisden. Al op een eerder moment troffen ze elkaar in Zwitserland voor een voorbereidingsmissie.

Voorbereiding

Op 25 september 2014 vlogen majoor generaal Denis Sergejev en luitenant-kolonel Jegor Gordjenko van Moskou naar Genève en checkten in in het Nash Airport Hotel. Ze reisden onder de namen ‘Sergej Fedotov’ en ‘Georgi Gorsjkov’, identiteiten die de GRU hen had verschaft. Later zou Bellingcat Sergejev aanwijzen als de ‘derde man’ in de operatie waarbij de Skripals werden vergiftigd. En zes maanden na de reis naar Genève zou hij samen met ‘Gorsjkov’ naar Bulgarije reizen om de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev te vermoorden.

Links: Generaal Andrej Averijanov.
Rechts: Luitenant-kolonel Jegor Gordjenko.

De ochtend na aankomst in Genève huurden Sergejev en Gordjenko bij Sixt een BMW 116i. Uit documenten in handen van Bellingcat blijkt dat zij in de vijf dagen dat zij de auto huurden, 545 kilometer aflegden. Een eerder Bellingcat-onderzoek liet al zien dat Sergejev’s telefoon gedurende zijn reizen naar Genève opdook in de omgeving van Chamonix, een Frans skidorp op zestig kilometer afstand van de stad. Later berichtten Franse media dat westerse geheime diensten ontdekt hadden dat eenheid 29155 daar een verborgen logistieke basis opgezet had. Het doel van deze reis is onduidelijk, maar vast staat dat Sergejev gedurende dit korte verblijf intensief communiceerde met zijn chef, kolonel-generaal Andrej Averijanov. Eerder door Bellingcat verkregen telefoongegevens laten zien dat Sergejev sowieso altijd contact hield met Averijanov. Beiden gebruikten bij buitenlandse operaties anonieme prepaid-simkaarten – zo ook bij de vergiftiging van de Skripals.

De GRU-officiers ontvingen niet lang na hun missie militaire onderscheidingen

Op 2 oktober 2014 boekte de commandant van de twee spionnen – generaal Andrej Averijanov – een vliegticket van Moskou naar Lissabon voor twee dagen erna, zaterdag 4 oktober. Averijanov reisde als toerist, onder zijn valse naam Andrej Overijanov, die maar één letter verschilt van zijn echte. Niet duidelijk is of de GRU-generaal in de Portugese hoofdstad iemand ontmoette of daar het Schengengebied binnenkwam louter omdat het land zijn alter ego een visum had verstrekt. Voor de 7e oktober had hij een doorreis geboekt van Lissabon naar Wenen, maar deze ticket gebruikte hij niet. In plaats daarvan nam Averijanov nog diezelfde dag – 4 oktober 2014 – een vlucht naar Genève, waar Sergejev en Fedotov op hem wachtten. Twee dagen later – op 6 oktober – vloog hij terug naar Moskou met een overstap in Warschau.

De volgende dag verschenen generaal Averijanov en vier andere leden van eenheid 21955 op hun werk aan de Korosjevskoje Chaussee 76B, het GRU-hoofdkwartier in Moskou. De mannen boekten tickets voor verschillende vluchten, die hen allen een week later tot op een paar uur rijden van het Tsjechische munitiedepot zouden brengen.

Formatievliegen

Op 7 oktober 2014 boekte generaal Averijanov – opnieuw onder zijn valse identiteit Overijanov – een Aeroflot-vlucht naar Wenen op 13 oktober 2014. De terugvlucht boekte hij voor twee dagen later, 15 oktober.

Op datzelfde moment kocht luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov, een ander lid van eenheid 29155, een ticket naar Wenen voor 11 oktober 2014, twee dagen eerder dus dan zijn chef. Net als Averijanov boekte hij zijn terugvlucht voor 15 oktober, onder het alias Nicolaj Kononichin.

Tegelijkertijd kochten ook twee andere leden van eenheid 29155 – doctor Alexandr Misjkin en kolonel Anatoli Tsjepiga, tickets naar Midden-Europa. Net als Jezjov zouden zij reizen op 11 oktober -maar naar Praag, niet naar Wenen. Zij boekten hun tickets onder valse identiteiten van vertegenwoordigers in sportvoeding: ‘Alexandr Petrov’ en ‘Ruslan Bosjirov’- onder deze zelfde aliassen waren zij vier jaar later te zien in een uitzending van televisiezender RT als gestrande toeristen. Uit hun reisgegevens blijkt dat zij geen terugvlucht boekten, schijnbaar was die datum nog onzeker.

Ook twee andere leden van eenheid 29155 boekten die ochtend vliegtickets. In tegenstelling tot de anderen vlogen zij onder hun eigen namen: Aleksej Kapinos en Jevgeni Kalinin. De twee deden zich voor als diplomaten op dienstreis naar de Russische ambassade in Boedapest, met in hun bagage diplomatieke post. Hun heenvlucht stond gepland voor 10 oktober 2014 en de terugvlucht, net als die van Averijanov en Jezjov, op 15 oktober 2014.

© Bellingcat

Enkele dagen later bevonden de vijf GRU-agenten zich in Midden-Europa. ‘Petrov’ en ‘Bosjirov’ landden op 11 oktober in Praag, checkten in in hun hotel en zetten zelfs een foto van het oude stadscentrum op sociale media. Dat bericht zou ons later in staat stellen het tweetal te volgen in de nasleep van de vergiftiging van de Skripals.

Rond diezelfde tijd landde Nikolaj Jezjov in Wenen. En op 13 oktober kwam ook Jezjovs baas Andrej Averijanov in Wenen aan. Nog diezelfde dag reden ‘Bosjirov’ en ‘Petrov’ van Praag naar Ostrava, een stad op één uur rijden van het munitiedepot, waar zij hun intrek namen in Hotel Corrado. Uit gespreksgegevens blijkt dat Averijanovs telefoon na zijn aankomst op 13 oktober maar een paar uur lang verbonden was met Oostenrijkse netwerken en pas ’s middags op 16 oktober weer verbinding maakte. Een werkhypothese is dat Jezjov en Averijanov naar Ostrava reden – op iets meer dan drie uur rijden van Wenen – waar zij de agenten Misjkin en Tsjepiga ontmoetten en naar alle waarschijnlijkheid ook de twee als diplomaten reizende officiers Kapinos en Kalinin – om de plaatsing van de op afstand detoneerbare explosieven in het Vrbetice-depot voor te bereiden.

Nog niet duidelijk is, wanneer en hoe de GRU-missie toegang kreeg tot het terrein van het munitiedepot om de explosieven te kunnen plaatsen. Volgens de Tsjechische politie en media deden Tsjepiga en Misjkin zich mogelijk voor als potentiële wapenkopers van de Nationale Garde van Tadzjikistan. Zij vroegen expediteur Imex, één van de gebruikers van het munitiedepot, toegang tot het streng bewaakte terrein voor de dagen van 13 tot 17 oktober 2014. Onduidelijk is of de twee er binnenkwamen via een contact bij Imex (het bedrijf zegt dat het tweetal nooit kwam opdagen), of langs andere weg – wellicht via een andere gebruiker van de opslagplaats. Hoe het ook zij, om 9:25 uur op 16 oktober 2014 ontplofte munitiedepot nummer 16, een felle explosie waarbij gebouwen werden weggevaagd en twee werknemers van Imex om het leven kwamen.

Terugkeer

Minuten na de explosie van het munitiedepot in Vrbetice gingen Anatoli Tsjepiga en Alexandr Michkin aan boord van hun Aeroflot-vlucht van Wenen naar Moskou. Het vliegtuig steeg op om 10:05 uur ‘s ochtends.

Later die dag reden de twee andere GRU-officiers, generaal Averijanov en luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov terug naar Wenen en gingen vandaar direct naar het vliegveld. Averijanov – die de vorige dag zijn terugvlucht had gemist – kocht op de luchthaven om 18:17 uur een nieuw ticket en steeg op om 22:46 uur richting Moskou.

Nikolaj Jezjov, die ook een dag eerder zijn terugvlucht had gemist, bleef nog enkele dagen in Oostenrijk. Hij probeerde tussen 27 oktober en 2 november een aantal malen een terugvlucht te boeken en vloog uiteindelijk terug op 3 november 2014. We weten nog niet of hij gedurende deze tijd in Oostenrijk bleef of terugkeerde naar Tsjechië.

De paspoorten die Tsjepiga en Misjkin gebruikten om toegang te vragen tot het wapendepot in Vrbetice.

De bevindingen van Bellingcat in dit voorlopig onderzoek naar de explosie van het Tsjechische munitiedepot in 2014 onderschrijven verklaringen van de Tsjechische autoriteiten over de betrokkenheid van GRU-eenheid 29155. Ze geven de indruk dat het om een hoogst geavanceerde operatie ging, waar niet minder dan zes undercover GRU-officiers bij betrokken waren. Schijnbaar was zelfs de directe betrokkenheid nodig van de commandant van de eenheid, generaal Averijanov. Normaal gesproken reizen commandanten van geheime diensten nooit undercover, vanwege de risico’s die dat oplevert. Uit onze analyse van zijn reisgegevens blijkt dat Averijanov slechts bij één andere missie, in 2015, reisde onder valse naam.

De directe betrokkenheid van generaal Andrej Averijanov wijst ook naar de Russische politieke leiders. Averijanov is meer dan alleen een hoge commandant in de Russische militaire geheime dienst die – zo blijkt uit analyses van zijn telefoonverkeer – direct verslag uitbrengt aan de directeur van de GRU. Hij staat in direct contact met het Kremlin, onder meer – zo blijkt uit zijn gespreksgegevens -met het kantoor van de minister van Buitenlandse Zaken Lavrov. Met deze laatste voerde Averijanov zowel vóór als na de vergiftiging van de Skripals geregeld gesprekken.

Hoe belangrijk deze operatie was voor het Kremlin, blijkt wel uit het feit dat de deelnemende leden van de eenheid niet lang na hun missie militaire onderscheidingen ontvingen. Al eerder meldden wij dat Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga in december 2014 de hoogste Russische militaire onderscheiding kregen. Rond diezelfde tijd ontvingen ook andere leden van het team, waaronder Gordjenko en Jezjov, militaire eerbewijzen, zo blijkt uit gelekte documenten in ons bezit. Het geeft aan dat de missie voor de militaire en politieke leiders van Rusland van groot belang was en als succesvol werd beschouwd.

In een volgend rapport zullen we dieper ingaan op de waarschijnlijke motieven achter de operatie en het verband met de vergiftiging van drie Bulgaarse burgers in 2015. 

Het onderzoek

• In 2018 identificeerde Bellingcat samen met haar onderzoekspartner The Insiderde vermoedelijke daders van de vergiftiging van Sergej en Joelia Skripal met Novichok. Het ging om twee kolonels van de Russische militaire inlichtingendienst GRU, Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga. In 2019 identificeerde Bellingcat nog een derde bij de vergiftigingsmissie betrokken GRU-officier, generaal-majoor Denis Sergejev.

• In een vervolgonderzoek identificeerde Bellingcat Denis Sergejev als de agent die in 2015 voor GRU-eenheid 29155 de vergiftiging uitvoerde van de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev.

• In 2020 onthulde Bellingcat dat leden van eenheid 29155 – waaronder Tsjepiga en Misjkin – zich in Tsjechië bevonden op het moment dat in het noorden van Moravië een groot wapendepot ontplofte.

• Op 17 april 2021 kwamen de Tsjechische autoriteiten met hun eigen bevindingen: volgens hen zat GRU-eenheid 29155 achter de explosies in Tsjechische wapendepots in 2014. De Tsjechische politie baseerde zich op een recent ontdekte e-mailcorrespondentie. Daarin vroegen Alexandr Petrov en Anatoli Tsjepiga, kort voordat de explosie plaatsvond, onder valse namen toegang tot het munitiedepot.

Dit onderzoek werd uitgevoerd met partners The Insider, Der Spiegel en Respekt.cz

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.