• Quartz
  • Politiek
  • Verdedigers van het vrije woord

Verdedigers van het vrije woord

Quartz | New York | Annabelle Timsit | 19 maart 2019

Vrije denkers durven niet meer vrij te denken, als we politici mogen geloven. Politieke correctheid is het debat binnengeslopen en op de campus voelen studenten en docenten steeds meer belemmering om een bepaald standpunt in te nemen.

De Amerikaanse collegecampus verkeert in crisis, of tenminste dat wil een hele verzameling essays, boeken, podcasts en commentaren van politici ons doen geloven. ‘Politieke correctheid’ zou het open, objectieve intellectuele debat, met name van rechts, verlammen en daardoor zouden universiteiten geen aantrekkelijke plek meer zijn voor vrije denkers, iconoclasten en iedereen die waarde hecht aan de vrijheid van meningsuiting en diversiteit in denken.

Nu heeft een internationale groep wetenschappers de lancering aangekondigd van The Journal of Controversial Ideas, in een poging om onorthodoxe ideeën in het publieke debat te brengen. In dit op basis van peer review samengestelde tijdschrift kunnen academici hun werk onder pseudoniem publiceren. En, in dit verband misschien wel toepasselijk, de publicatie blijkt nu al controversieel.

Jeff McMahan, hoogleraar filosofie aan Oxford University, kondigde de komende verschijning van The Journal of Controversial Ideas aan in een BBC-radiodocumentaire over diversiteit in het academisch denken. Hij zei dat het tijdschrift dit jaar gelanceerd zal worden, en dat het wetenschappers die artikelen willen publiceren over controversiële of gevoelige onderwerpen, anonimiteit zal garanderen. ‘Er is echt grote behoefte aan een opener discussie,’ zei McMahan bij de BBC. ‘Op universiteitscampussen voelen mensen zich steeds meer belemmerd om bepaalde standpunten in te nemen, uit angst voor mogelijke gevolgen.’

Studenten discussiëren buiten op de campus van de Colorado-universiteit waar het presidentiële debat van de Republikeinen in oktober 2015 werd gehouden. – © Getty Images
Studenten discussiëren buiten op de campus van de Colorado-universiteit waar het presidentiële debat van de Republikeinen in oktober 2015 werd gehouden. – © Getty Images

Mede-oprichters van deze publicatie zijn de Australische bio-ethicus Peter Singer en Francesca Minerva, filosoof aan de universiteit van Gent. McMahan benadrukte dat hun tijdschrift een peer-reviewboard zal hebben, bestaande uit een representatieve groep gekwalificeerde academici uit het hele politieke, religieuze en ideologische spectrum, onder wie de conservatieve filosoof Roger Scruton.

McMahan en zijn collega’s zijn niet de eersten die in het geweer komen tegen de ‘academische echokamer’, zoals zij die zien. In 2015 begon de Australische schrijfster Claire Lehmann met Quilette, een onlinemagazine dat zichzelf ziet als een platform voor niet-traditionele denkers, met een vaste groep aanhangers, onder wie de controversiële psycholoog Jordan Peterson, evolutionair bioloog en fanatiek atheïst Richard Dawkins en hoogleraar psychologie en verdediger van het vrije woord Jonathan Haidt.

In een portret van Quillette-oprichter Lehmann door het tijdschrift Politico, vertelt een voormalige auteur van Quillette, Ben Winegard hoe het zoeken naar controversiële ideeën het magazine heeft veranderd in juist dat wat het wilde bestrijden: ‘Het risico bestaat dat het gewoon een toevluchtsoord wordt voor mensen die iets tegen identiteitspolitiek en politieke correctheid hebben.’

Vrijplaats

Dat is maar een van de redenen tot zorg rond dit meest recente initiatief voor het vrije woord. Terwijl de academici achter The Journal of Controversial Ideas volhouden dat zij zich voor inzendingen aan de ‘normale academische normen’ zullen houden, is het niet onredelijk om je af te vragen of de board van een publicatie die is gewijd aan het vrije woord misschien de neiging zal hebben om vooral controversiële ideeën te publiceren. Dat, in combinatie met het feit dat academici hun werk onder pseudoniem kunnen inzenden, brengt het risico met zich mee van een vrijplaats waarin elk idee, hoe discriminerend, onethisch of afstotelijk ook, het debat waardig wordt gevonden – op een platform dat voor het ongeoefende oog alle ideeën evenveel legitimiteit toekent.

Daar komt bij dat de anonimiteit die auteurs wordt gegund hun geloofwaardigheid zal ondermijnen. Als een wetenschapper van zijn eigen idee denkt dat het te controversieel is om in normale academische kringen getolereerd te worden, moet hij of zij dan niet op zijn minst bereid zijn het te verdedigen tegenover een publiek dat groter is dan een vriendelijk gezinde redactie?

Volgens McMahan zal dit echter geen probleem zijn. ‘De artikelen moeten voor zichzelf spreken, dus onafhankelijk zijn van de identiteit van de auteur,’ zei hij tegen Quartz. ‘Het zou niet uit moeten maken wie de auteur is.’ Volgens hem kan een auteur voor anonimiteit kiezen, maar kan dat ook teruggedraaid worden, en bestaat die mogelijkheid alleen om ‘mensen in staat te stellen […] ideeën en argumenten te publiceren over onderwerpen die voor hen belangrijk zijn, zonder bang te hoeven zijn voor doodsbedreigingen, bedreiging van hun familie, hun inkomsten en hun reputatie.’ Dat, zo legt hij uit, is wat ‘verantwoording’ tegenwoordig betekent: ‘Verantwoording kan betekenen dat iemand te lijden krijgt van eindeloze lastercampagnes op internet, met de dood wordt bedreigd, zijn professionele carrière en dergelijke in gevaar ziet komen, allemaal omdat het nu acceptabel wordt geacht om achter personen aan te gaan en niet achter ideeën.’

Natuurlijk zou je kunnen betogen dat dit tegenwoordig voor iedereen geldt die de moed heeft om online wat voor mening dan ook te verkondigen. Vrijdenkende academici zijn bepaald niet de enige slachtoffers van de trollenwoede op de sociale media; veel mensen over het hele politieke spectrum krijgen online te maken met laster, intimidatie en bedreigingen, zonder dat ze kunnen profiteren van beschermende anonimiteit.

Behoud van de vrijheid van academisch denken is een prijzenswaardig doel. Deskundigen zijn het niet eens over de omvang van het probleem, maar de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat hoogleraren in de VS vaak naar links neigen en dat bepaalde universiteitscampussen de vrijheid van meningsuiting in de collegezalen hebben beperkt wanneer bepaalde studenten aanstoot aan de betreffende opvattingen zouden kunnen nemen. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de toename van het aantal trigger warnings [waarbij mensen worden gewaarschuwd dat een tekst, film of andere uiting als schokkend of beledigend kan worden ervaren, vert.] en van het aantal studenten dat de universiteit beschuldigt van ‘microagressie’. Wetenschappers als Jonathan Haidt hebben hele boeken geschreven over de kwestie of deze vorm van ‘beschermen’ van jonge studenten uiteindelijk schadelijk is, zowel voor hen als voor een vrije samenleving.

Uit onderzoeken blijkt inderdaad dat jonge Amerikanen minder ondubbelzinnig achter de vrije meningsuiting en het First Amendment staan: volgens een Gallup-enquête in opdracht van de onafhankelijke Knight Foundation en het Newseum Institute, bij een steekproef van meer dan 3000 Amerikaanse studenten tussen de 18 en 24 jaar, vindt 28 procent van deze groep dat scholen het uiten van politieke opvattingen die leden van bepaalde groepen storen of beledigen, moeten beperken. Uit datzelfde onderzoek bleek dat iets meer dan de helft van de studenten vindt dat sommige mensen op hun campus niet kunnen zeggen wat ze denken omdat anderen dat beledigend kunnen vinden.

Maar er is ook reden om aan te nemen dat de paniek rond de vrije meningsuiting op de universiteit de afgelopen jaren overdreven is, en lang niet zo’n wijdverbreid probleem vormt als wetenschappers als McMahan kennelijk denken. Een ruwe analyse van data, die vorig jaar is uitgevoerd door het Free Speech Project op Georgetown University, liet zien dat incidenten waarbij de vrije meningsuiting wordt geschonden op universiteitscampussen relatief zeldzaam zijn. Volgens projectleider Sanford J. Ungar komt het wel geregeld voor dat studenten toespraken van conservatieve sprekers verstoren, maar gebeurt dat voornamelijk rond dezelfde kleine groep rechtse figuren, zoals Milo Yiannopoulos, Charles Murray, Richard Spencer, Ben Shapiro of Ann Coulter.

‘Er is echt grote behoefte aan een opener discussie’ 
Jeff MacMahan

Ungar: ‘Een van de vele niet-onderzochte vragen is of de onderzoeksresultaten anders zouden uitvallen als conservatieve studentengroepen niet telkens weer die bezoekers op de campus zouden uitnodigen waarvan bekend is dat hun toespraken worden verstoord, maar juist zouden streven naar een intellectuele dialoog tussen rechtse denkers.’

Ondertussen deed de onderwijsnieuwssite Inside Higher Ed nader onderzoek naar de beweringen over de wijdverbreide censuur van conservatieve denkbeelden op de universiteit. Daaruit bleek dat ‘conservatieve studenten en faculteitsleden niet alleen overleven in de academische wereld, maar er zelfs bloeien – vrij van indoctrinatie, zij het niet van periodieke frustratie’.

Dus rechtvaardigt die ‘periodieke frustratie’ het gebruik van anonimiteit om controversiële academici de gelegenheid te geven hun ideeën in een wetenschappelijke publicatie te plaatsen, zonder dat ze daarvoor ter verantwoording geroepen kunnen worden? MacMahan en andere academici vinden blijkbaar van wel. Maar of de universiteitscampus inderdaad, zoals zij beweren, niet langer een plek is waar academici vrijelijk kunnen denken en spreken, staat nog niet vast.

Auteur: Annabelle Timsit

Quartz
Verenigde Staten | website | qz.com
Nieuwsportal in 2012 opgericht door onlinefanaten die willen inspelen op de nieuwe wereld, ontstaan na de wereldwijde financiële crisis. De redactie hecht aan eigentijdse criteria als transparantie en vernieuwing. Gericht op economie en technologie.

Dit artikel van Annabelle Timsit verscheen eerder in Quartz.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.