• Financial Times
  • Cultuur
  • Vervoer voor vervoering

Vervoer voor vervoering

Financial Times | Londen | Gary Shteyngart | 14 november 2018

Voor zijn onlangs verschenen roman Lake Succes maakte Gary Shteyngart een roadtrip van New York naar San Diego, met de Greyhound-bus. Want als ‘mijn personage met de bus dwars door het land rijdt, dan zal ik dat verdomme ook doen’.

Het is 6 juni in 2016 – het rampjaar van de recente Amerikaanse geschiedenis. In een warme, zwoele nacht loop ik om een uur of drie de Port Authority binnen, het sierlijke en verlaten busstation van 
New York City. Ik vervoeg me bij het Hound-loket. 
De komende vier maanden rijd ik af en aan door de Verenigde Staten in een van de meest legendarische vormen van vervoer die Amerika rijk is (vraag maar aan de stervende ‘Ratso’ Rizzo in Midnight Cowboy): 
de Greyhound-bus.

Ben ik niet goed bij mijn hoofd, vraagt u zich misschien af? De Greyhound-bus? Ga dan tenminste nog met de trein. De avond voor vertrek ben ik begonnen aan mijn nieuwste roman, Lake Succes, waarin Barry Cohen, een hedgefondsmanager die de toezichthouder achter zich aan heeft zitten, wiens huwelijk nog maar een paar advocaten van de afgrond is verwijderd en wiens autistische kind een ondoorgrondelijk raadsel voor hem is, besluit New York te ontvluchten met de Greyhound-bus, op zoek naar een verloren liefde die in El Paso, Texas, woont.

Er zijn schrijvers die beschikken over iets wat ‘verbeeldingskracht’ wordt genoemd, en zij werken karakters uit, con-strueren een verhaallijn enzovoort. Ik beschik helaas 
niet over verbeeldingskracht en schrijf vanuit een sterk journalistiek perspectief. Als mijn personage met de bus dwars door het land rijdt, dan zal ik dat verdomme ook doen.

Wat zijn de regels?

Reizen met de bus is goedkoop. Ongekend lange etappes van mijn reis hebben nog geen veertig dollar gekost. Maar in ruil voor het goedkoopste vervoer van de Verenigde Staten, moet je jezelf uitleveren aan de Hound en haar vele regels. Wat zijn die regels dan? Om te beginnen moet je vooral niet in de buurt gaan zitten van de wc achterin, zeker niet op een lange reis. De wc is niet fijn – allesbehalve.

Je kunt het beste zo dicht mogelijk bij de chauffeur gaan zitten, al helemaal wanneer hij, zoals tijdens de eerste etappe van onze reis, op weg naar Baltimore, midden in de nacht in slaap valt. Als dat gebeurt, en de bus zwenkt uit naar de andere rijbaan, 
dan moet je zo hard mogelijk roepen: ‘Meneer! Meneer! Wakker blijven!’ Barry Cohen, mijn fictionele hedgefondsmanager op de vlucht, maakt 
iets dergelijks mee tijdens zijn eerste nacht in de bus richting de westkust.

Een tweede regel is dat je altijd het stopcontact bij je stoel moet controleren. Greyhound is er terecht trots op dat de meeste stoelen over een functionerend stopcontact beschikken en een goede chauffeur zal zijn passagiers eraan herinneren om voor vertrek te controleren of het stopcontact het doet.

Je kunt onderweg van alles en nog wat opladen, maar de meeste 
passagiers laden hun telefoon op. De alomtegenwoordige mobieltjes zorgen voor een interessante dynamiek. 
Vroeger praatten mensen tijdens een lange busrit over hun gezin, hun geliefde of hun huisdier, maar tegenwoordig gaan de meesten tijdens de reis geheel op in hun eigen wereldje.

Het is verstandig van de Hound om 
te zorgen dat de stopcontacten goed functioneren, want zo kunnen de 
passagiers ontsnappen uit de niet altijd even gezonde realiteit (ik beloof dat 
dit de laatste keer is dat ik over de wc begin) en wegzakken in hun Facebook-trance. Ik vraag me af hoe Billy Hayes’ ervaring met de Turkse gevangenis in de film Midnight Express zou zijn geweest als hij vier streepjes had gehad, en toegang tot een 3G-netwerk. Maar goed, als het stopcontact het begeeft, gaan mensen toch praten. Om te vragen of ze jouw stopcontact even mogen gebruiken. 


Ben ik niet goed bij mijn hoofd, vraagt u zich misschien af?

Sommige chauffeurs hebben geweldige Hound-handvesten. ‘Geen sardientjes, geen blikjes tonijn’, deelt een van hen mee als we Phoenix uit rijden. (Alcohol 
is sowieso taboe – een Greyhound-rit met dronken passagiers moet hemeltergend zijn.) Andere chauffeurs zijn parttime-etiquettebewakers en proberen 
de verhitte nachtelijke discussies in goede banen te leiden. ‘Let een beetje op je woorden!’ roept er eentje terwijl we, luidkeels pratend over het leven dat achter ons ligt en onze stukgelopen relaties, door de Mojave-woestijn stuiven.

Goede chauffeurs weten de beste wegrestaurantjes, zeker in het Zuiden, waar je dan ineens waanzinnig lekkere kip met grutten krijgt voorgeschoteld, of romige okra en grote porties ijs. Andere routes voeren je door grauwe stedelijke 
gebieden waar je bent overgeleverd aan de veel te 
dure Greyhound-cafés, die de passagiers al het geld aftroggelen dat ze hebben bespaard door met de bus te gaan. De plastic hotdog die ik eet in het Greyhound-café in Charlotte is een dieptepunt dat de herinnering aan de eetzaal van Oberlin College doet verbleken.

Essentie van Amerika

Wie gaat er met de Greyhound? De bus is hét symbool van de Amerikaanse democratie, een soort anti-Acela Express (de nieuwe hogesnelheidstrein, het pronkstuk van Amtrak). ‘Je vertelde elkaar in welke gevangenis je had gezeten, zoals mensen in de Acela elkaar vertellen aan welke universiteit ze hebben gestudeerd’, merkt Barry op in Lake Succes. Al doende weet ik de essentie van Amerika te vangen op een manier die ondenkbaar zou zijn als ik de Verenigde Staten zou doorkruisen met de auto (sorry, Jack Kerouac).


Ik ontmoet mensen die net uit de gevangenis komen, of uit een inrichting (sommigen hebben nog het polsbandje van het ziekenhuis om, wat erop kan duiden dat ze het moment van hun ontslag zelf hebben gekozen). Maar merendeels zijn het mensen die niet meer kunnen betalen dan een buskaartje, 
die vaak hun hele hebben en houwen in de buik van de Hound hebben geladen.

1. Twee Greyhounds rijden van Washington D.C. naar Pittsburgh, Pennsylvania. 2. Passagiers wachten op het platform van de Greyhound-terminal in Pittsburgh, 1943. – © Esther Bubley
1. Twee Greyhounds rijden van Washington D.C. naar Pittsburgh, Pennsylvania. 2. Passagiers wachten op het platform van de Greyhound-terminal in Pittsburgh, 1943. – © Esther Bubley

De demografische opbouw van de bus verandert als we langs de oostkust richting Atlanta rijden en dan door de zomerse bloedhitte van de Biblebelt naar 
de grens tussen El Paso en Ciudad Juárez trekken, en vervolgens door Phoenix naar het verlossende zeewindje in Californië. Aan de oostkust zijn de meeste passagiers Afro-Amerikanen, terwijl de bus in de grensstreken van Texas en Arizona voornamelijk is gevuld met latino’s.

Tussen Jackson en Dallas word 
ik voor het eerst in levenden lijve geconfronteerd met een witte nationalist die op luide toon praat over het kruisigen van moslims en joden, en die begint 
te jouwen wanneer we door Grambling rijden, dat bekend is geworden vanwege de zwarte universiteit Grambling State University. (‘Er komt een dag dat 
we onze eigen universiteiten zullen hebben’, zegt 
de aanstichter van alle commotie, een voormalig 
soldaat die er vroeger van droomde om naar een ‘priesterschool’ te gaan.)

De Afro-Amerikaanse passagiers kijken weg of doen alsof ze door de racistische tirade heen slapen. Net als mijn Joodse held Barry Cohen overweeg ik bij de Greyhound-kiosk in 
Shreveport, Louisiana, een Nieuwe Testament-
kleurboek aan te schaffen, om niet aan het kruis te worden genageld door de proto-Klansmen die zich tegenwoordig weer gesterkt voelen.

Sommige chauffeurs hebben geweldige Hound-handvesten. “Geen sardientjes, geen blikjes tonijn”

Het is bijzonder leerzaam om in 2016 met de bus door het land te reizen. Op het moment dat ik in juni de busterminal binnenstap, ben ik er, net als de meeste mensen, van overtuigd dat Hillary de verkiezingen zal winnen. Tegen de tijd dat ik in september in San Diego uitstap, ben ik daar niet meer zo zeker van.

Ik heb meer dan eens te horen gekregen dat 
Hillary niet onze 45ste president zal worden. In een kroeg in Ohio gaan sommige mensen zelfs zo ver dat ze voorspellen dat ze gaat verliezen 
in Ohio (een dubbeltje op zijn kant) en in Pennsylvania (een heuse verrassing).

Tijdens mijn reizen groeit de Greyhound-bus uit tot een soort waarheidsserum, een plek waar mensen de ergste of juist de meest briljante dingen kunnen zeggen, totdat de buschauffeur ons allemaal de mond snoert door te roepen dat we op onze woorden moeten letten.

Hound-zen

Als je zo over de interstates rijdt, zoals die er tegenwoordig bij liggen, word je ook nog eens met je neus op het feit gedrukt dat Amerika ongekend mooi is – iets wat we tegenwoordig maar al te vaak dreigen te vergeten. Van de haast buitenaards groene weelde van North Carolina naar bergen met de kleur van verbrande oker en de eenarmige saguaro-cactus in Arizona – de natuur lijkt de schouders op te halen over onze collectieve idiotie en geduldig te wachten op het moment dat onze soort ofwel de problemen heeft opgelost ofwel geheel zal zijn uitgestorven.

De Franklin Mountains in Texas hebben echt geen boodschap aan een eenzame schrijver uit New York die vanaf de voorste stoel in de Greyhound foto’s van ze maakt: de bergen hebben de blik gericht op de eeuwigheid. En de zonsondergang boven de grens van New Mexico en het oude Mexico is een van de wonderbaarlijkste, meest extatische ervaringen die ik zonder drugs heb meegemaakt. Wanneer we California binnenrijden, bedenk ik me dat we binnenkort nauwelijks meer landschap over zullen hebben om van te genieten.

Ondanks de vele ongemakken, olfactorisch en anderszins, wil ik niet dat er een einde komt aan 
de reis. Als een wel heel brutale passagier een hartaanval veinst om vlak bij zijn huis, ergens buiten 
Los Angeles, te kunnen uitstappen en niet helemaal mee te hoeven naar de Greyhound-terminal midden in de stad, stap ik ook uit en kijk nog eens goed naar dit ranke, stalen voertuig met op de zijkant de afbeelding van een rennende hazewindhond.

Er komt een ambulance aan, met loeiende sirenes, en de passagiers beginnen te schreeuwen en vervloeken de man met de zogenaamde hartaanval, maar ik ben heel 
erg Hound-zen, zoals ik daar in het holst van de nacht aan de kant van de weg sta, terwijl het verkeer voorbijraast en in iemands zondoorstoofde tuin 
een fanfare van krekels aan een opgewekt nummer begint. Vergeet de luxe van je auto en de geheel 
verzorgde reis langs de beste kroegen en restaurants van het land. Een tocht met de minst gerieflijke vorm van vervoer in heel Amerika staat garant voor het ene na het andere moment van vervoering.

Auteur: Gary Shteyngart

Gary Shteyngart, Lake Succes, Hamish Hamilton 2018.

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | 448.000

Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

Dit artikel van Gary Shteyngart verscheen eerder in Financial Times.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.