• Al Jazeera
  • Politiek
  • Videogames voor de vrede

Videogames voor de vrede

Al Jazeera | Doha | Reem Shaddad & Jawahir Al-Naimi | 22 augustus 2018

De Zuid-Soedanese vluchteling Lual Mayen ontwikkelt met zijn start-up Junub Games educatieve en vredelievende videogames en bordspellen, bedoeld voor kinderen in conflictgebieden.

‘Ik ben geboren in 1993 in een kamp voor Zuid-Soedanese en Congolese vluchtelingen. Mijn hele jeugd heb ik in vluchtelingen-kampen gewoond: ik ben er geboren en getogen, ik ben er naar school gegaan. Mijn moeder vertelde mijn zussen en mij iedere dag over het conflict dat in ons thuisland woedde. Toen in Zuid-Soedan in 2011 de onafhankelijkheid werd uitgeroepen, zaten we nog altijd in een vluchtelingenkamp. We waren uitzinnig van vreugde. Nu zou alles anders worden in ons land! Nu konden we in vrede en in vrijheid leven, na alle ellende die we hadden doorstaan.

Strenge moeder

Opgroeien in een vluchtelingenkamp is niet makkelijk. Het is geen gevangenis, maar wel een halve schroothoop. Het onderwijs liet veel te wensen over. De leraren waren slecht opgeleid en 
de school, een verzameling hutten, was slecht uitgerust. Er was geen leerplan en er was een tekort aan boeken, dus ik was niet erg gemotiveerd om naar school te gaan. Ik ging er voornamelijk heen om met mijn vrienden te voetballen. Als onderwijs je wordt ontzegd, is het alsof je toekomst je wordt ontzegd. Mijn moeder speelde een grote rol 
in mijn leven, zij was degene die me aanspoorde om te leren, om naar school te gaan. Ze was ongelofelijk streng, iets wat ik op dat moment niet kon waarderen, maar uiteindelijk was ik erbij gebaat. Dankzij haar heb ik 
me kunnen ontwikkelen.

Ik had als kind een rijke fantasie en was erg creatief. Je kon bijvoorbeeld niet zo makkelijk naar een bioscoop, dus ik zocht vaak dozen bij elkaar en maakte er kijkkasten van. Daarmee 
gaf ik ‘s avonds voorstellingen voor kampgenoten. En toen ontdekte ik de computer! In vluchtelingenkampen in Oeganda waren computers destijds een zeldzaamheid, maar ik weet nog dat ik tegen mijn moeder zei: ‘Ik wil op een dag leren programmeren.’ Ze lachte, maar ik zei nog eens: ‘Ik wil later iets met computers gaan doen.’ Mijn moeder heeft toen drie jaar lang geld opzijgezet van het kleine beetje dat ze als naaister verdiende. Van dat geld hebben we uiteindelijk een computer gekocht. In het kamp was geen internetverbinding, de stroom viel voort-durend uit en niemand anders had een computer, dus ik moest alles zelf uitvinden. Ik heb me erin vastgebeten. 
Op mijn computer stond een spel, Nuclear Bicycle, dat ik aan één stuk door speelde. Voor mij was het nauwelijks voor te stellen dat videogames door mensenhanden waren gemaakt, het was bijna iets bovenaards. Ik 
was meteen verkocht en wist: hier ga ik mijn beroep van maken.

Na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan wilden veel vluchtelingen terugkeren. Mijn ouders bleven in Oeganda, want het was nog niet duidelijk wanneer de gevechten zouden eindigen. In 2013 studeerde ik software-engineering aan de universiteit in Kampala. In de weekenden werkte ik in Zuid-Soedan, ik verdiende mijn geld met het bouwen van websites, 
iets wat ik mezelf had aangeleerd. Na een jaar ging ik er wonen en begon met behulp van een banklening mijn eerste start-up, Citycom Technologies. Mijn aanvraag voor een overheids-
subsidie was afgewezen. In 2016 brak de oorlog weer uit. Ik bleef in Zuid-Soedan, want ik was zojuist door de nieuwe regering gevraagd om ICT-trainingen te verzorgen, en in de hoofdstad Djoeba zou een technologieconferentie plaatsvinden. Pas na aandringen van mijn ouders, die nog in het vluchtelingenkamp verbleven, ontvluchtte ik uiteindelijk, met moeite, het land 
en keerde met lege handen terug.

Lual Mayen – © Dream Refugee
Lual Mayen – © Dream Refugee

Nu ik de oorlog aan den lijve had ondervonden, stelde ik mezelf de vraag: Wat kan ik doen om dit geweld te stoppen, wat kan ik bijdragen? Het was een bizarre gewaarwording om 
na het virtuele geweld van videogames echt geweld van dichtbij mee te maken. Er zijn mensen die in de oorlog opgroeien, die in oorlogstijd zijn 
geboren, dacht ik. Die niets anders kennen. De manier waarop ze naar de wereld kijken is gekleurd door de oorlog. Ik realiseerde me dat we weinig geholpen zijn met de zoveelste wapenstilstand. Er waren al zoveel wapenstilstanden getekend, maar ondertussen werden de Zuid-Soedanezen al 
jarenlang aan hun lot overgelaten. Mijn ouders zaten ook nog steeds te 
verkommeren in Oeganda. Hoewel het leven in de vluchtelingenkampen nog altijd beter was dan het leven in Zuid-Soedan, was het toch hemelschreiend.

Levenshouding beïnvloeden

Toen besefte ik dat de computer de oplossing was: met het ontwikkelen van videogames voor kinderen viel er iets te winnen. Misschien was het mogelijk om met games de levens-houding van de spelers te beïnvloeden, ze een andere mindset te geven.

Meteen na mijn terugkeer in het vluchtelingenkamp in Oeganda maakte ik mijn eerste videogame, Salaam. Salaam betekent vrede. Binnen twee maanden kreeg ik uitnodigingen uit heel Afrika om over het spel te komen praten, en binnen een jaar werd ik uitgenodigd op de Game Developers Conference in San Francisco, de grootste jaarlijkse conferentie voor gameontwikkelaars. Dat was in 2017. Mijn familie probeerde toen al jarenlang – tevergeefs – een verblijfsvergunning voor de VS of voor Canada te bemachtigen. Vijf dagen na de uitnodiging 
kondigde Donald Trump zijn inreis-verbod aan. Bij mijn visumaanvraag bleek al snel dat het verschil tussen Zuid-Soedan, dat niet op de lijst stond en Soedan, dat wel op de lijst stond, bij de Amerikaanse ambassade in Nairobi niet duidelijk was. Tot mijn grote frustratie werd mijn aanvraag afgewezen en moest ik de conferentie afzeggen. Drie weken later werd mijn videogame, die de organisatie van de conferentie had ingestuurd, door Amazon Startups en het Amerikaanse Vredesinstituut verkozen tot een van de beste vredebevorderende games, en werd ik geselecteerd om mee te doen aan PeaceTech Accelerator, een trainingsprogramma voor start-ups. Ik vertelde dit bij mijn nieuwe visumaanvraag. ‘Wat een 
fantastisch verhaal!’ was de reactie. ‘Dat mag je niet missen!’ Ik kwam eind 2017 in Amerika aan, en ik bleef twee maanden. Vlak na mijn terugkeer in Oeganda sleepte ik als programmeur een contract binnen bij het IFC, een zusterorganisatie van de Wereldbank in Washington, zodat ik naar de VS kon terugkeren.

Ik wil hard werken en laten zien dat vluchtelingen geen uitvreters zijn

Ik wil graag met een beurs aan de 
Universiteit van San Diego verder studeren; sociale immigratie, een nieuwe master die modernisering met het 
oog op sociale verbetering bestudeert. Ik aarzel of ik mijn ouders moet laten overkomen. Ze voelen zich denk ik beter thuis op het Afrikaanse continent. Amerika is een land voor jonge mensen, niet voor de oude generatie. 
Ik wil me volledig inzetten voor verbeteringen in mijn thuisland. Afrika en de Afrikaanse cultuur liggen me na aan het hart. Het is aan ons, de jongere generatie, om te bepalen hoe de rest van de wereld tegen ons land aankijkt. Het is onze verantwoordelijkheid om al onze talenten te benutten en ervoor te zorgen dat onze landgenoten trots kunnen zijn. Ik wil hard werken en laten zien dat vluchtelingen geen uitvreters zijn. Je moet als vluchteling op het ergste voorbereid zijn. Als ik over straat loop en iemand beledigt me omdat ik een vluchteling ben, dan laat ik het van me afglijden. Ik wens diegene, ondanks alles, het beste toe.’

Auteurs: Reem Shaddad & Jawahir Al-Naimi

Al Jazeera
Qatar | website | aljazeera.com

Onderdeel van het Qatarese medianetwerk dat vanuit Doha 250 miljoen 
huishoudens in 130 landen bedient.

Dit artikel van Reem Shaddad & Jawahir Al-Naimi verscheen eerder in Al Jazeera.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.