• The Walrus
  • Cultuur
  • Vogels spotten met de Atwoods

Vogels spotten met de Atwoods

The Walrus | Grant Munroe | 12 oktober 2017

De Canadese schrijfster Margaret Atwood en haar echtgenoot Graeme Gibson zijn fanatieke vogelaars. Op het eiland Pelee in Ontario hebben ze een vogelobservatorium gesticht.

Loop naar buiten. Achter de auto’s en bouwwerkzaamheden, de grasmaaimachines en honden, hoor je waarschijnlijk het sjilpen, koeren, kwelen, kwetteren, fluiten en kwinkeleren van vogels. Het is zulke gewone muziek dat we die vaak alleen maar in extreme omstandigheden waarnemen: de betonnen stilte van een leeg industrieterrein, de groene symfonie van een bos. Meestal zijn de vogels er gewoon, glurend en tjilpend voordat ze wegschieten. Maar bij een verbazingwekkend grote groep Amerikanen en Canadezen – bijna 48 miljoen, volgens een telling – zijn ze bijzonder geliefd geworden. Tot de beroemdste leden van die groep behoren Margaret Atwood en Graeme Gibson, een schrijversechtpaar.

In mei, op het hoogtepunt van de lentetrek, ontmoet ik de twee, die hun liefde voor vogels spotten en natuurbehoud gedurende het grootste deel van hun 46-jarige huwelijk met elkaar hebben gedeeld, in een café op het eiland Pelee in Ontario, gelegen in het westelijk deel van het Eriemeer. De 77-jarige Atwood, haar gezicht beschaduwd door een breedgerande hoed, deelt een sandwich met Gibson, die een platte pet en een bruin vest draagt. Ze zijn op het eiland voor het zestiende jaarlijkse Lentezangweekend – een evenement dat in 2002 mede door Atwood en Gibson werd geïnitieerd om geld in te zamelen voor het erfgoedmuseum op Pelee – en om vogels te spotten met de vrienden die ze daar elke lente ontvangen.

Tijdens de lunch, die lawaaierig is door vogels en vanaf de cafépatio binnen fladderende eilandbewoners, vertellen de twee hoe ze tot hun hobby zijn gekomen. Atwood, die opgroeide aan een meer, was al vroeg natuurbewust. Voor Gibson was het meer een plotselinge ontgroening: tijdens een wandeling in de jaren zestig van de vorige eeuw werd hij geconfronteerd met een roodstaartbuizerd. ‘Plotseling vloog dat rotbeest rakelings over mijn hoofd,’ vertelt hij, ‘en ik dacht: Wat was dat in vredesnaam?’ Dus kocht hij een verrekijker en een vogelgids, ontdekte het dier opnieuw en werd al snel verliefd op zijn ontdekking.

‘Die buizerd heeft het muntje bij Graeme laten vallen,’ zegt Atwood.

Graeme Gibson en Margaret Atwood. – © YouTube
Graeme Gibson en Margaret Atwood. – © YouTube

Gibson, die in 1996 stopte met het schrijven van romans, geniet minder publieke bekendheid dan Atwood, maar zijn passie voor de natuur is even onmiskenbaar. Na het voorval met de buizerd raakte hij, met wat hij zelf ‘de bezieling van een bekeerling’ noemt, geïnteresseerd in teksten die de oeroude relatie van de mens met de vogel illustreren. Het resultaat was zijn in 2005 verschenen The Bedside Book of Birds, een waar curiositeitenkabinet. In meer dan 370 bladzijden citeert Gibson passages uit middeleeuwse bestiaria (over papegaaien, kraanvogels en de mythische caladrius), uit reisverhalen van Bruce Chatwin (over albatrossen), uit Cubaanse volksverhalen (hanen) en uit romans van Franz Kafka (over gieren natuurlijk). Er zijn gedichten van Edna St. Vincent Millay, Okumura Masanobu en Margaret Atwood zelf (zwanen, koekoeken en opnieuw gieren) en talloze andere werken – met inbegrip van etsen, beelden, illustraties, schilderijen en tekeningen van vogels uit bijna elke periode en cultuur. In zijn inleiding bij een van de laatste hoofdstukken schrijft Gibson dat vogels spotten ‘een gemoedgesteldheid kan bevorderen die grenst aan vervoering – de vergetelheid die het individuele bewustzijn met iets anders vermengt dan zichzelf’.

Observatorium

In 2003 hielpen Atwood en Gibson bij de oprichting van het vogelobservatorium op het eiland Pelee (PIBO). Deze non-profitinstelling speelt een belangrijke rol bij het verzamelen van gegevens over passerende vogels. ‘De belangrijkste opdracht van PIBO,’ zegt Atwood, ‘is vogels tellen. Vandaar onze slogan: “Wij tellen vogels omdat vogels téllen”.’ Zonder precieze getallen, zegt ze, kun je onmogelijk weten wat er gebeurt tijdens de afstanden die veel soorten afleggen – en zulke informatie kan wetenschappers inzicht verschaffen in veranderingen op het gebied van ecologie en milieu. Gibson merkt op dat het eiland op de plek ligt waar de Atlantische Oceaan en de migratieroutes vanaf de Mississippi samenkomen. Maar liefst de helft van de vierhonderd erkende vogelsoorten van Canada is hier elke lente te zien. Op het iets noordelijker gelegen vasteland, in het Point Pelee National Park, komen duizenden mensen van over de hele wereld naar de roodhalsfuten, geelborstzangers en protonotaarzangers kijken, om maar enkele soorten te noemen, die daar even neerstrijken voordat ze hun reis hervatten.

De belangstelling voor vogels spotten is toegenomen sinds het echtpaar ermee begon; het is een van de weinige oeroude hobby’s die zich in een groeiende belangstelling mag verheugen. Er zijn hobbyisten die lijsten bijhouden van alle vogels die ze hebben gespot, of die zich concentreren op vogels in een specifieke regio, of echte ornithologen. De groeiende populariteit valt misschien te verklaren uit het toenemende aantal gepensioneerde babyboomers – maar de maatschappelijke geleding is verrassend veel groter. Of dat nu komt doordat het een goedkope hobby is, doordat het mindfulness bevordert of doordat het vertroosting kan bieden aan een generatie die verdoofd is door het drukke stadsleven, er worden steeds meer twintigers met verrekijkers gesignaleerd. Deze maand zal de Canadese uitgeverij Greystone Books Birdmania: A Remarkable Passion for Birds publiceren, geschreven door Bernd Brunner. Dit boek geeft een overzicht van de menselijke relatie met vogels, maar legt de nadruk op natuurbeschermers, aanstellers en excentriekelingen die van vogels het middelpunt van hun bestaan hebben gemaakt – een soort nachtkastjesboek voor vogelaars.

Atwoods tweets – die vaak humoristisch zijn en soms waarschuwen voor toenemend autoritarisme – worden door meer dan anderhalf miljoen mensen gevolgd

Afgelopen zomer lanceerde Atwood de derde graphic novel in haar serie Angel Catbird, een komisch, kleurig boek waarin ze samen met illustrator Johnnie Christmas sympathieke propaganda bedrijft. De boodschappen: (1) vogels zijn belangrijk voor ons milieu, maar (2) ze sterven in schrikbarende aantallen, en (3) die dood wordt vaak veroorzaakt door huiskatten, dus (4) houd uw katten alstublieft binnen. Er zijn ook andere beroemde echtparen met gemeenschappelijke hobby’s geweest – Vladimir Nabokov verzamelde vlinders, tot verrukking van zijn vrouw; Sylvia Plath werd imker, samen met Ted Hughes – maar niet veel van hen vormden zo’n perfect koppel voor het activisme dat vaak met vogels spotten gepaard gaat: Atwoods interesse, die bedaarder en enigszins ironisch lijkt, tempert het fanatisme van Gibson. In plaats van tekeer te gaan tegen katteneigenaars, zoals sommige vogelaars doen, hebben ze voor een evenwichtige, gemeenschappelijke benadering gekozen: gedreven maar begaan, niet zonder humor, geworteld in wetenschap, met een veelvuldig beroep op emotie en verstand.

Als het gesprek op andere plaatselijke initiatieven komt die het echtpaar ondersteunt – waaronder een van de eerste erkende biologische boerderijen op het eiland en het Pelee Island Book House, een pas geopende schrijversresidentie – rijst de kwestie van afzondering. Weinigen zouden het haar kwalijk nemen als Atwood de eenzaamheid zocht die haar roeping vereist en zich volledig buiten de eilandgemeenschap zou houden. In plaats daarvan kiest ze voor betrokkenheid.

‘Dat komt niet door mij,’ zegt ze. ‘Graeme kan het nou eenmaal niet laten.’

‘Nou, ze zijn goed voor ons geweest,’ zegt Gibson, ‘de mensen hier.’

Spotten van beroemdheden

Zoals andere afgelegen gemeenschappen in Canada heeft Pelee de reputatie erg op zichzelf te zijn. De eilanders moedigen het vogels spotten aan, maar niet het spotten van beroemdheden. Het wemelt van de komische verhalen over toeristen die de verkeerde kant op zijn gestuurd: vraag naar Atwood en de kans is groot dat je bij Dick’s Marina aan de andere kant van het eiland terechtkomt, een voormalige jachthaven waarvan alleen nog wat kapotte aanlegsteigers over zijn.

Terwijl we onze koffie opdrinken krijgen we het over de vrienden die op bezoek komen. De vogels komen nog steeds, maar de ‘oude kliek’ die zich verzamelt om ze te begroeten dunt uit. Shaughnessy Cohen, een van hun eerste gastheren op Pelee, bezweek aan een hersenbloeding tijdens een parlementszitting in 1998. Twee anderen zijn kortgeleden gestorven, onder wie historicus Ramsay Cook. Gibson is 84. Weken voordat ik hem ontmoette besloot hij een ingrijpende knieoperatie af te zeggen. ‘Ik word dement,’ zegt hij, bevestigend wat The New Yorker afgelopen lente al meldde in een lang portret van Atwood, ‘en dus leek het me beter me daarop te concentreren.’ Maar zo erg is het nog niet. Aan het begin van de dag kan hij nog steeds naar vogels kijken, vertelt hij me, terwijl hij zijn knie aanraakt. ‘Daarna, na twee biertjes, kan ik naar huis lopen.’

Vlaamse School, 17e eeuw. ‘Vogels in een boom voor een landschap’.
Vlaamse School, 17e eeuw. ‘Vogels in een boom voor een landschap’.

Net als Key West voor Ernest Hemingway is het eiland een soort toevluchtsoord voor Atwood – een ontsnapping uit een wereld die nog nooit zo veel belangstelling voor haar heeft gehad als nu. Als mediawijze oudere vrouw heeft ze meningen over wereldpolitiek, milieu en maatschappelijke kwesties die relevant en het citeren waard zijn. Ook haar werk vindt een groter publiek, vooral onder een jongere generatie. Atwoods tweets – die vaak humoristisch zijn en soms waarschuwen voor toenemend autoritarisme – worden door meer dan anderhalf miljoen mensen gevolgd. De tv-serie die is gemaakt van haar Verhaal van de dienstmaagd gaat zijn tweede seizoen in; de Canadese tv-zender CBC zendt sinds 25 september een miniserie uit op basis van haar roman Alias Grace uit 1996. Zelfs in het geweld van populaire cultuur en nieuwsberichten is het bijna onmogelijk geworden haar stem te negeren.

Zou een buitenstaander dit kunnen weten als hij naar de plaatselijke bevolking kijkt die het café bezoekt voor boterkoek en koffie? Waarschijnlijk niet; ze lopen allemaal voorbij. Een paar lange blikken misschien. Maar niemand valt het echtpaar lastig. Ze verzamelt hun servetten en bordjes.

Als even later de serveerster weg is tuurt Atwood over mijn schouder. ‘We zien je wel,’ zegt ze op zangerige toon. ‘We weten wat je wilt.’ Gibson volgt haar blik en trekt verbaasd zijn wenkbrauwen op. Ik verwacht een toerist. Maar het is alleen maar een glanstroepiaal, zwart en iriserend blauw. Hij draait heel nieuwsgierig zijn kop om, zoals deze kleurige vogels doen, en vliegt weg.

Auteur: Grant Munroe
Vertaler: Peter Bergsma

Openingsbeeld: Vlaamse School, 17e eeuw. Eenden, ganzen, een pauw en andere vogels bij de kust.

Dit artikel van Grant Munroe verscheen eerder in The Walrus.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.