• South China Morning Post
  • Cultuur
  • Waar goden geboren worden

Waar goden geboren worden

Onder de vaardige handen van de houtsnijdersfamilie Ng incarneren de goden van de rijke boeddhistische en taoïstische pantheons in kleurrijke beelden. Maar het traditionele ambacht staat onder druk door de concurrentie van machines.

Singapore: een uitgesproken moderne stad, waar de oude wijken vol beschimmelde winkelpanden van twee verdiepingen hoog lang geleden al zijn opgeknapt of gesloopt om plaats te maken voor winkelcentra, snelwegen en pompeuze, architectonische statements. Ondanks de van oudsher sterke invloed van China op de stadstaat, zou je niet verwachten er een ouderwetse zaak aan te treffen als Say Tian Hng, naar men zegt de laatste werkplaats in de regio waar houten, Chinese beelden van goden helemaal met de hand en volgens traditionele gebruiken worden gemaakt en gerepareerd.

Het heeft de Chinezen nooit ontbroken aan goden: de boeddhistische en taoïstische pantheons worden bevolkt door onnoemelijke aantallen. Sommige worden aanbeden in gemeenschappen over de hele wereld, andere horen bij één bepaalde plek. Het geloof in deze goden gaat tot duizenden jaren terug en wordt omschreven in het ietwat vreemde bestiarium Klassieker van bergen en zeeën en de zestiende-eeuwse roman De creatie van de goden – een fantasierijk verslag van de val van de Shang-dynastie (1600-1046 v.Chr.), vol corrupte priesters, woeste krijgers, taoïstische tovenaars en kwaadaardige vossengeesten.

Die goden dienden de mensen als patroonheiligen voor ongeveer elke denkbare situatie en ieder beroep of begrip: er zijn goden die staan voor gokkers, literatuur, varkensslagers, kompasrichtingen, artsen, geboorte, bedden, rijkdom, het weer, de kalender… noem maar op. Houten beeldjes van die figuren – de meeste zijn 15 tot 30 centimeter hoog – staan op altaars in tempels, bedrijven en woningen, en er wordt tot ze gebeden om succes, rijkdom en bescherming tegen onvoorziene gevaren.

“De persoonlijkheden van goden vertonen veel gebreken en obsessies en ze hebben vaak een opvliegend karakter”

Volgens hun gegevens zitten de leden van de familie Ng, die Say Tian Hng runt, al zevenhonderd jaar in de houtbewerking. Ze leerden het vak in de vroege Ming-dynastie (1368-1644) van een meester in Tongan, een stad in de Chinese provincie Fujian. Tijdens de uittocht uit het vaderland ging overgrootvader Ng eerst naar Thailand, waar hij houten poppen maakte. Later vestigde hij zich in Singapore nadat zijn broer – die daar een concurrerend bedrijf leidde – plotseling stierf.

In 1896 richtte hij in de stadstaat een atelier op waar beelden van goden werden gesneden en dat nu is gevestigd in een gerenoveerd winkelpand aan Neil Road 35. De muren aan de voorkant zijn van vloer tot plafond bedekt met planken vol godheden – sommige zijn fel beschilderd en klaar voor de verkoop, andere, die onderdelen missen of zwartgeblakerd zijn van ouderdom en wierookroet, wachten op restauratie.

Familiebedrijf

De matriarch van de studio is Tan Chwee Lian, geboren rond 1930, die beelden leerde decoreren door haar inmiddels overleden echtgenoot Ng Tian Sang, de zoon van de oprichter, gade te slaan als hij aan het werk was. De zoon van het echtpaar, Ng Yeow Hua, staat nu aan het hoofd van de zaak en zet samen met zijn kleinzonen Tze Yong en Chong de traditie voort. Het atelier heeft ook vijf gespecialiseerde beeldhouwers, schilders en kalligrafen in dienst. De beelden worden niet meer in de werkplaats zelf gesneden – plaatselijke verordeningen verbieden dat – maar het schilderen en vergulden gebeurt nog steeds daar.

Beelden van goden hebben een religieuze functie, maar de familie Ng heeft altijd een pragmatische benadering gehad. Ze kennen de legenden en de iconografie die aan elke godheid zijn verbonden, maar Ng Yeow Hua benadrukt dat ze vaklieden zijn, geen priesters – ‘We zouden ook een beeld van Christus snijden als iemand ons daarom vroeg.’

Goed, ze wijden beelden in of ontwijden ze als dat nodig is (de inwonende godheid wordt gevraagd zich terug te trekken opdat een oud beeldje gerepareerd kan worden om daarna weer uitgenodigd te worden), maar dat hoort gewoon bij het vak.

Voor het snijden van een godheid zijn veel meer rituelen nodig. Als er een beeld besteld is, wordt er een Chinese almanak geraadpleegd om het gunstigste tijdstip uit te rekenen voor het snijden en het overhandigen van het product aan de klant. Vroeger zou de exacte vorm van het houtsnijwerk geïnspireerd zijn door het beeld dat de maker zag wanneer hij de godheid in zijn dromen opriep, maar dat tijdrovende proces wordt tegenwoordig meestal omzeild door klanten een ontwerp te laten kiezen uit voorbeeldboeken. Boeddhistische figuren zijn vaak eenvoudig en compact en stralen een innerlijke kalmte uit; de uitbundigere taoïstische en volkse goden zijn complexer.

v.l.n.r. Tian Du Yuan Shuai, Guan Yin, Guan Gong (God van de oorlog), Xuan Wu (Donkere Krijger), Ne Zha (Derde Prins)
v.l.n.r. Tian Du Yuan Shuai, Guan Yin, Guan Gong (God van de oorlog), Xuan Wu (Donkere Krijger), Ne Zha (Derde Prins)

Kamferhout is het meest geschikt voor de beelden, omdat het makkelijk te bewerken is en een zoete, doordringende geur heeft die schadelijke insecten afstoot. Eerst wordt een blok van de juiste afmeting ruw vormgegeven. Daarna wordt het langzaam tot een herkenbare god gebeiteld en geschuurd. Gedetailleerd filigreinwerk en ingewikkelde decoraties – die bijvoorbeeld borduursels van draken op een jurk of juwelen op een hoed afbeelden – worden met de hand aangebracht. Daarvoor worden dunne, draadachtige strengetjes van een speciaal deeg gebruikt, gemaakt van de as van sandelhoutwierook – een uitgekiend werkje waar een handspindel, een spatel en een scherp oog voor nodig zijn. Grootmoeder Tan blinkt daar nog steeds in uit.

Als de details klaar zijn, wordt het beeld geschilderd en verguld met wafels van bladgoud. Ten slotte zijn de ogen aan de beurt: de pupillen worden er zorgvuldig op ‘gestippeld’ door een sjamaan in het ‘kaiguang-ritueel’, een proces dat de god aanroept en het beeld tot leven brengt. Beelden voor een woning of een bedrijf, waar de gelovigen vlak voor het altaar staan, krijgen ogen die enigszins naar beneden kijken. Voor een tempel, waar veel mensen in een grote zaal staan, worden ze omhoogkijkend geschilderd, voor het oogcontact met degenen die achterin staan.

Hiernamaals

Vroeger vereiste de inwijdingsceremonie ook dat er een vlieg of klein insect gedood en verzegeld werd in een holle ruimte achter in het beeld, samen met beschermende talismannen. Uiteindelijk werd de godheid besprenkeld met bloed uit de kam van een witte haan: hanen zijn machtige dieren, wit staat voor puurheid en een connectie met de spirituele wereld en bloed staat voor het leven.

Het Chinese hiernamaals, dat in veel opzichten parallel loopt aan zaken in de echte wereld, is verrassend herkenbaar. ‘Omdat godheden vaak gebaseerd zijn op historische personages is het niet vreemd dat ze in legenden beschreven worden als mensen – hun persoonlijkheden vertonen veel gebreken en obsessies en ze hebben vaak een opvliegend karakter,’ vertelt Tze Yong.

Dat geldt zeker voor een van de populairste: de rusteloze, onvoorspelbare en briljante monnikgod Qitian Dasheng, ‘De Grote Wijze, Gelijke van de Hemel’, held van de populaire, zestiende-eeuwse roman Reis naar het Westen. Qitian Dasheng – ook bekend als Sun Wukong – die vijfhonderd jaar onder een berg begraven zat nadat hij oproer had gesticht in de hemel, werd later vergoddelijkt omdat hij de boeddhistische pelgrim Xuanzang (602-664 n.Chr.) uit de Tang-dynastie tijdens zijn reizen naar India beschermd had. Qitian Dashengs energie en zijn macht om het kwaad te onderdrukken maken hem aantrekkelijk voor gokkers, zwangere vrouwen en invaliden.

Populaire goden

Een andere godheid met een bezoedelde achtergrond is Ne Zha, ook wel de ‘Derde Prins’ genoemd, die meestal wordt afgebeeld als een jongen met een gouden hoepel en een speer, en die rondreed op vlammende wielen. Nezha, een ondeugende jongen die ruzie kreeg met zijn vader, doodde de zoon van de drakenkoning en pleegde zelfmoord om zijn familie verdere schande te besparen. Maar hij werd weer tot leven gewekt toen zijn moeder te zijner ere een tempel bouwde. Ook hij is een beschermheer van gokkers en – omdat hij rondraast op wielen – beroepschauffeurs.

Andere populaire goden zijn Guanyin, de bodhisattva van het mededogen, Tian Hou (Mazu), de beschermster van de zeelieden, meestal geflankeerd door haar demonische aanbidders Duizend-Mijl Ogen, Windvolgende Oren en Guan Gong met het rode gezicht, immer afgebeeld in een gewaad, zwaaiend met een hellebaard. Guan Gong, gebaseerd op een levensechte generaal uit China’s turbulente tijdperk van de Drie Koninkrijken (circa 220 n.Chr.), is waarschijnlijk de bekendste godheid van allemaal. Naast zijn rol als beschermer van krijgshaftige rechtvaardigheid, aanbeden door zowel de politie als geheime genootschappen, is hij ook een incarnatie van de god van de rijkdom, reden waarom veel bedrijven een beeld van hem hebben staan.

Goden kennen veel verschijningsvormen. Door hun unieke kenmerken – de wielen van Nezha, het rode gezicht van Guan Gong, de gouden hoofdband van Sun Wukong – zijn sommige makkelijk te herkennen, maar andere vertonen vaak een oppervlakkige gelijkenis en dan is er een kenner voor nodig om ze uit elkaar te houden. De militaire god van de rijkdom Zhao Gongming en de duiveltemmende, taoïstische mysticus Zhang Daoling rijden bijvoorbeeld alle twee op tijgers. De schepper Pangu en de wijzen Fuxi en Shennong dragen allemaal kilts van bladeren, en een zittende vrouw met een sluier van kralen kan de onsterfelijke Bixia Yuanjun zijn, maar ook de moeder aarde Houtu, Mazu of nog talloze andere.

De tweedehands godenbeeldjes zouden de negatieve bagage kunnen overbrengen van hun vorige eigenaar

Zhen Wu, Xuan Wu en Bei Di vormen ook een verwarrend trio; ze verschijnen alle drie als dikbuikige krijgers in gevechtstenue, terwijl hun voeten op een schildpad of een slang rusten. Afhankelijk van wie je het vraagt, zijn ze óf verschillende incarnaties van dezelfde god óf aparte goden met overlappende functies. Zhen Wu en Xuan Wu zijn schutspatronen van de vechtsport (Xuan Wu, de ‘Duistere Krijger’, was slager voor hij een god werd), terwijl Bei Di, de Noordelijke Keizer, meestal wordt aangeroepen vanwege zijn vermogen om overstromingen te voorkomen.

Eigenlijk zijn er zo veel standaardvormen – krijgers te paard, taoïsten met zwaarden, bebaarde figuren op een troon – dat het zonder specifieke aanwijzingen bijna onmogelijk is om een god uit de oudheid, wiens oorspronkelijke betekenis niet meer bekend is, te identificeren. Wijlen Keith Stevens, auteur van Chinese goden (1996) en Chinese mythologische goden (2001), schreef dat de beheerders van een tempel in Maleisië bij zijn twee bezoeken een totaal andere uitleg gaven aan hetzelfde godenbeeld. ‘In sommige gevallen,’ zegt Tze Yong, ‘is het alleen mogelijk om zeker te weten welke god wordt voorgesteld als je het aan de maker vraagt.’

Concurrentie

De vraag naar beeldjes van Chinese godheden is nog steeds groot, en omdat Say Tian Hng zich kan laten inspireren door duizenden verschillende personages, zou hij zich geen zorgen hoeven te maken over de toekomst. Toch staat het bedrijf onder druk, niet zozeer omdat mensen geen godenbeelden meer bestellen, maar omdat de traditionele vaardigheden, die generaties lang zijn doorgegeven, te kampen hebben met enorme concurrentie.

‘Het kost Say Tian Hng wel een maand om met de hand een beeld van 30 centimeter te snijden, en voor die tijd en moeite moet je betalen,’ zegt Tze Yong. ‘Een werkplaats waarin machines worden gebruikt, kan in enkele dagen voor een veel lagere prijs een beeld produceren, en het is voor klanten moeilijk om het verschil te zien.’

Omdat hij opgroeide in de werkplaats, waar altijd een dikke laag geurige houtkrullen lag, ging Tze Yong ervan uit dat Say Tian Hng altijd zou blijven bestaan. Pas toen hij naar het buitenland vertrok om te studeren, besefte hij hoe onzeker het erfgoed van zijn familie was. Nadat hij voor zijn masterscriptie Design het bedrijf had geanalyseerd, besloot hij andere manieren te zoeken om het snijden van godenbeelden te vernieuwen en promoten.

Om meer bekendheid te krijgen, is de familie begonnen met maandelijkse, door Airbnb georganiseerde rondleidingen op hun werkplaats. Ook probeert ze haar klantenkring uit te breiden door beelden als seculiere kunstwerken te koop aan te bieden aan internationale verzamelaars, en niet alleen als religieuze iconen voor plaatselijk gebruik. Dat levert nieuwe problemen op want die twee markten stellen heel verschillende eisen. Omdat goden worden aangeroepen om succes en rijkdom af te smeken, willen kopers een mooi geschilderd en verguld beeld dat kracht uitstraalt. Ze willen hun tijd niet verdoen door tot een afgeleefde, haveloze sculptuur te bidden en de restauratie van oud houtsnijwerk vormt daarom een groot deel van Say Tian Hngs huidige handel. Verzamelaars zijn juist op zoek naar groezelige, beschadigde beelden met ‘karakter’, waar de geschiedenis aan af te lezen valt.

In de winkel Say Tian Hng (‘Hemelse Tuin’), wordt onder het kritische oog van mater familias Tan Chwee Lian het eeuwenoude familiebedrijf van de familie Ng voortgezet. © Say Tian Hng Buddha Shop
In de winkel Say Tian Hng (‘Hemelse Tuin’), wordt onder het kritische oog van mater familias Tan Chwee Lian het eeuwenoude familiebedrijf van de familie Ng voortgezet. © Say Tian Hng Buddha Shop

‘Het lijkt vreemd om de voorkeur te geven aan ongerestaureerde beeldjes – maar een goed stuk houtsnijwerk is een goed stuk houtsnijwerk,’ zegt Ronni Pinsler, de in Maleisië wonende verzamelaar achter bookofxianshen.com, een database in ontwikkeling die is samengesteld uit meer dan vijftig jaar onderzoek naar Chinese goden. ‘Maar van traditionele verfsoorten die op mineralen zijn gebaseerd, gaat een natuurlijke warmte, een inherente energie uit – die niet kan worden nagebootst met een opzichtige, moderne, chemische glans.’

Er zitten nog meer aspecten aan het verzamelen die traditioneel ingestelde houtbewerkers en gelovigen tegenstaan. Ten eerste heeft men het gevoel dat je met beelden snijden voor verzamelaars de door de familie opgebouwde vaardigheden te grabbel gooit, en dat het tevens een belediging is voor de goden zelf. Bovendien vindt men dat het op een hoop gooien van godenbeelden – Pinsler heeft er meer dan duizend, allemaal met een verschillende, vaak uitgesproken persoonlijkheid – een gezin nooit geluk kan brengen.

Die ‘tweedehands goden’ zouden ook de negatieve bagage kunnen overbrengen van hun vorige eigenaar, reden waarom ongewenste, huiselijke godenbeelden vaak aan tempels worden gedoneerd – waar het personeel ze weer door kan verkopen aan verzamelaars (na eerst de godheid zelf te hebben geconsulteerd). Zo maakt Say Tian Hng ook verschil tussen religieuze beelden om te vereren en beelden die ontheiligd zijn, en dus verkocht kunnen worden als ‘kunst’.

Als hem wordt gevraagd naar zijn hoop voor de toekomst suggereert Tze Yong dat de familie Ng haar kennis en vaardigheden misschien moeten doorgeven aan anderen. Toch blijft hij geloven dat de tradities hoe dan ook zullen overleven in de moderne wereld. ‘Het belangrijkste is de zaak overeind te houden,’ zegt hij. ‘Om het nog eens honderd jaar vol te houden, hebben we leerlingen nodig. We moeten de werkplaats ombouwen tot een echt bedrijf. We zullen de kennis moeten systematiseren, een grote vraag creëren van een nieuw type klant, talent aantrekken, nieuwe partnerschappen aangaan. Alles zal om leerlingen draaien. Zij worden de toekomstige meestervaklui.’

Auteur: David Leffman

South China Morning Post
China (Hong Kong) | dagblad | oplage 105.000 

Deze Engelstalige krant, die banden heeft met het zakenmilieu van de Britse oud-kolonie, geeft een goed beeld van met name Zuid-China en de economische ontwikkelingen in de regio.

Dit artikel van David Leffman verscheen eerder in South China Morning Post.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.