• Der Spiegel
  • Longreads
  • Wat maakt ons gelukkig?
">

Wat maakt ons gelukkig?

© Majel van der Meulen
Der Spiegel | Hamburg | Kerstin Kullman | 05 december 2020

Ga niet naar geluk op zoek, want dan zul je het niet vinden. Je kan er ook niet te veel van hebben, dat verlamt. Hoewel er net zoveel voorstellingen van het ware geluk bestaan als mensen op de wereld, bevat dit artikel een paar waardevolle en universele lessen.

Soms klopt alles gewoon. Je vrienden zitten om tafel, het eten smaakt, de wijn is goed. Maar wanneer alles lijkt te koppen, waarom blijft geluk uitgerekend dán uit?

Ook gebeurt soms het tegendeel. Er wil geen goed gesprek ontstaan, de avond kabbelt maar voort en het wordt weer eens duidelijk dat plezier niet op afroep beschikbaar is.

Dan weet je het weer, je herinnert het je van vroeger: dat de mooiste avonden de avonden zijn die je niet had gepland. Dat er in de keuken werd gedanst, en dat niemand na afloop meer precies kon zeggen hoe dat zo was gekomen. Waaruit bestaat geluk nu eigenlijk?

Voorstellingen van het ware geluk zijn er net zoveel als er mensen op de wereld zijn

Van het ware geluk bestaan net zo veel voorstellingen als er mensen op de wereld zijn.

Pessimisten zeggen: geluk is de afwezigheid van leed.

Hedonisten zeggen: geluk is consumptie.

Neurobiologen zeggen: geluk is biochemie.

Aristoteles schreef: geluk is genoeg hebben aan jezelf.

Voor de arts Albert Schweitzer betekende het geluk ‘gewoon een goede gezondheid en een slecht geheugen’. 

U-bocht van het geluk

‘De zekerste manier om het geluk te bereiken,’ zegt psychiater Manfred Lütz, ‘is met drugs.’ Heroïne, xtc: die garanderen geluk – als je tenminste gelooft dat het alleen maar een biochemisch proces is.

Er zijn periodes in het leven waarin we niet zo gelukkig zijn. ‘Mensen in de middelbare leeftijd, tussen 35 en 54, zijn het ongelukkigst,’ zegt neurowetenschapper Tali Sharot van het University College London (UCL).

De tevredenheid met het leven is het grootst bij jonge mensen tussen de 15 en 24, en vanaf midden vijftig wordt het weer beter. Dat is de zogeheten U-bocht van het geluk. We beginnen gelukkig, zinken weg en komen dan langzaam weer omhoog.

En dan zijn er nog de gelukkigste landen ter wereld. Op dit moment staat Finland volgens het ‘Wereldgeluksrapport’ van de Verenigde Naties bovenaan. In Helsinki duren de dagen op dit moment nauwelijks acht uur. In de winter is het daar vooral donker. Daar staat tegenover dat Finland de beste sauna’s ter wereld heeft en een sterke verzorgingsstaat.

In Zuid-Soedan, het ongelukkigste land op de lijst, schijnt de zon bijna altijd twaalf uur per dag. Dat land in het binnenland van Afrika staat ook op de laatste plaats in de welvaartsstatistiek; meer dan de helft van de mensen heeft er honger. Arm, maar gelukkig? Dat gaat hier zeker niet op.

Maakt geld gelukkig? En meer geld nog gelukkiger? Mensen citeren graag een studie van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman die aantoont dat een jaarinkomen van rond de 65.000 euro genoeg is. Wie meer verdient, wordt daar niet gelukkiger van.

Een jaarinkomen van rond de 65.000 euro is genoeg. Wie meer verdient, wordt daarvan niet gelukkiger

Voor socioloog Hilke Brockmann van de Jacobs University in Bremen is dat onzin. Zij zegt dat geluk afhankelijk is van hoeveel we bezitten in vergelijking met onze medemensen. ‘Ongelijkheid,’ zegt zij, ‘maakt ons ongelukkig.’

Je kunt de zoektocht naar geluk eindeloos voortzetten. Onvermijdelijk duikt daarbij ook de bewering op dat je bewust voor het geluk kunt kiezen. Maar klopt dat ook?

Britse wetenschappers van de Universiteit van Reading bevestigden onlangs wat grote studies steeds weer laten zien: dat mensen die veel moeite doen om gelukkig te zijn, daar bijzonder vaak níét in slagen. En dat ze zelfs een hoger risico lopen om depressief te worden – de zoektocht naar geluk kan ongelukkig maken.

Vermijding en onderdrukking

Waarom dat zo is, wilden de psychologen weten. Ze testten honderden Britse studenten en zagen dat wie zich actief voornam gelukkig te zijn, vaak teruggreep op twee mechanismen die je in het leven langdurig beschermen tegen onaangenaamheden: vermijding en onderdrukking.

Leren voor een examen? Je bent gelukkiger wanneer je zorgt dat je een leuke dag hebt. Heb daar een slecht geweten over? Gewoon niet aan denken, dat is het beste.

De deelnemers die zeiden zich bewust te focussen op gelukkig zijn, waren tegelijk ook degenen die minder greep hadden op hun gevoelens.

Maar hoe moet het nu? Hoe kunnen we gelukkig worden zonder als een Wimpie Weernetniet door het leven te gaan? Hoe vinden we duurzaam geluk?

Optimisme krijgen we van nature mee, daar is de Londense neurowetenschapper Sharot in elk geval van overtuigd. ‘De mens ziet de wereld altijd rooskleuriger dan hij is. Eigenlijk veel te rooskleurig,’ zegt ze. Het is haar een raadsel hoe wij tegenover de duistere realiteit om ons heen zo goedgemutst kunnen blijven. Ze heeft zich voorgenomen dit raadsel te doorgronden.

Studies en getallen over hoe hardleers vol vertrouwen mensen in principe zijn, kent Sharot maar al te goed. Ze leidt het Affective Brain Lab van het UCL; met haar medewerkers onderzoekt ze hoe gevoelens ons handelen beïnvloeden. Vraag je de mensen uit om het even welk milieu, ongeacht of ze arm zijn of rijk, naar hun toekomst en die van hun familie, dan is ongeveer 80 procent optimistisch. ‘Het is moeilijk om tot een andere uitkomst te komen,’ zegt Sharot. De eigen kinderen? Heel slim. Kanker? Krijgen alleen anderen.

Het laboratorium stuurde Amerikaanse rechtenstudenten voor een onderzoek naar een cursus familierecht. Op dat moment lag het percentage scheidingen in de VS op 50 procent. Toch geloofde ook daarna bijna iedereen dat hun eigen huwelijk voor altijd stand zou houden. Zelf zijn mensen altijd de uitzondering op de regel.

Hoe kunnen we dit gebrek aan realiteitszin verklaren? Waarschijnlijk uit ons vermogen om het verleden naar onze hand te zetten. Want al nemen we graag aan dat ons geheugen er is om correcte herinneringen te leveren van wat we hebben meegemaakt, toch is dat niet wat het doet.

Zelf is men altijd de uitzondering op de regel

Het helpt je eerder om je je eigen toekomst te kunnen voorstellen en plannen te maken. Als je je bijvoorbeeld wilt voorbereiden op je vakantie, zegt Sharot, dan verzamel je puzzelstukjes van positieve momenten uit het verleden en arrangeer je die tot iets nieuws. ‘Het brein moet daarbij creatief te werk gaan.’

Dat brein verricht dit werk in hetzelfde gebied dat het ook gebruikt voor het verwerken van herinneringen. Dat proces noemt Sharot een ‘mentale tijdreis’.

Zo zwerven mensen met hun geest heen en weer tussen verleden en toekomst. En ze gaan daarbij even creatief om met de herinnering als met die toekomst.

Waarom is dat belangrijk met het oog op het geluk? ‘Wat wij van de toekomst verwachten, bepaalt ook onze tevredenheid in het heden,’ zegt Sharot. ‘Je verheugen op wat komt, dat maakt ons gelukkig.’

Daarom is het volgens Sharot ook geen verstandige strategie om uit voorzorg niet te veel te hopen. Wie zijn verwachtingen laag houdt uit angst teleurgesteld te worden, berooft zichzelf van geluk in het heden. Je verheugen op wat komt is de mooiste vreugde.

Opioïden

‘Een positieve instelling helpt over het algemeen,’ zegt Sharot. ‘Want onze instelling beïnvloedt ons handelen. Topsporters weten: je moet goud willen om minstens zilver te halen.’

Aan de andere kant, waarschuwt de neurowetenschapper, mag de optimist niet blind worden voor risico’s. Geen gordel omdoen in de auto, preventief kankeronderzoek overslaan: dat je positief ingesteld bent, vrijwaart je nog niet van gevaar.

Wat er gebeurt in de hersenen wanneer mensen geluk ervaren, is uitgebreid onderzocht. Er komt een lichaamseigen mix van opioïden vrij, vooral endorfinen. Je beleeft een roesachtige euforie. Maar die ebt weer weg, want het brein is niet gemaakt om constant geluk te ervaren – integendeel, dat kan zelfs schadelijk zijn.

In de jaren vijftig prikkelde de Amerikaanse psycholoog James Olds het beloningscentrum in de hersenen van ratten met stroomstootjes. De dieren vonden dit zo fijn dat ze pijn op de koop toe namen en zelfs vergaten te eten. Via een hefboompje konden ze zichzelf steeds opnieuw prikkelen. De ratten gebruikten het soms tot ze niet meer konden. Het oneindige geluk kostte hun bijna het leven.

Wanneer wetenschappers zich met geluk bezighouden, maken ze vaak een onderscheid tussen twee categorieën: het geluk als piekervaring – een vluchtige toestand – en de tevredenheid die we in ons leven ervaren, een duurzaam geluk. Sommige mensen hebben van nature iets meer van dit duurzame geluk meegekregen dan anderen, lijkt het. Wie kent ze niet, die opgeruimde lieden die zich door niets van hun stuk laten brengen?

Uit studies van tweelingen weten we dat verschillen in tevredenheid met het leven voor bijna eenderde genetisch bepaald zijn. De rest hangt af van zogeheten omgevingsfactoren: hoeveel liefde en binding we als kind hebben ervaren, welke kansen en mogelijkheden ons zijn geboden en hoe we die oppakken. Ons vermogen tot tevredenheid hebben we ook in eigen hand.

Neurobioloog Gerhard Roth uit Bremen beschrijft deze tevredenheid als een soort uitgangspunt van waaruit we het piekgevoel van het geluk beleven. ‘Geluk,’ zegt Roth, ‘is een kortstondige, positieve afwijking van het individuele tevredenheidsniveau.’

Deze toestand kennen zowel optimisten als pessimisten. Maar hoelang ze ervan kunnen genieten hangt af van hun graad van tevredenheid. Zo zou het bij optimisten langer duren, terwijl pessimisten al snel weer bedenken wat er allemaal mis kan gaan.

Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem

Roth onderscheidt ook waaruit het geluk bestaat. Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem. Ze veroorzaken een vergankelijk geluksgevoel, dat snel naar meer verlangt en moeilijk te verzadigen is.

Sociale beloningen daarentegen, zoals erkenning, lof of het gevoel van macht, werken langer door. Ze activeren hersengebieden waarin op een bewust niveau positieve en negatieve ervaringen worden verwerkt.

Maar ook dit soort geluk kan snel uitgewerkt zijn, zegt Roth. ‘Er komt een moment waarop macht vervelend, of lof te gewoon wordt.’

Intrinsiek geluk

Het enige soort geluk waarvan de dosis niet steeds verhoogd hoeft te worden is voor Roth het ‘intrinsieke geluk’: de ervaring vreugde te beleven aan wat je doet, die je uit jezelf haalt. ‘Dat kan betekenen dat je iets nieuws leert, hoort of ziet,’ zegt Roth.

Dat je plezier hebt in je werk, in muziek, literatuur of een goed gesprek. ‘Deze geluksmomenten verbinden zich met de eigen tevredenheid en scheppen een geluk dat langer blijft.’

Halverwege de jaren zeventig beschreef de psycholoog Mihály Csikszentmihályi nog een verheviging van dit geluksgevoel: de ‘flow’ die we beleven wanneer we volledig in een activiteit opgaan, en ruimte en tijd om ons heen vergeten. Het bereiken van deze flow-toestand kan gelden als de hogeschool van het geluk.

Alleen heeft dat geluk zijn prijs. Csikszentmihályi beschrijft die zo: ‘Flow-ervaringen lijken weliswaar moeiteloos, maar dat is zeker niet het geval. Vaak is er zware lichamelijke inspanning voor nodig, of een uiterst gedisciplineerde geestelijke activiteit.’

Dat ook zelfoverwinning bij het geluk hoort, wisten de antieke filosofen al. Aristoteles stelde in de vierde eeuw voor Christus het geluk – eudaimonia – voor als het resultaat van een deugdzame levenswijze. Niet iets wat je je even in het yoga-uurtje eigen maakt.

Meer dan 2000 jaar later, in 1776, werd het recht op een ‘streven naar geluk’ in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opgenomen. Dat moest voor iedereen bereikbaar zijn, en niet alleen voor degenen die door geboorte al bevoorrecht waren.

In de loop der tijd, merkt de Amerikaanse historicus Darrin McMahon op, heeft de opvatting van het geluk als een ‘gegeven recht’ ertoe geleid dat het minder gezien werd als iets wat bereikt wordt door een cultivering van de eigen persoon; in plaats daarvan werd het een doel dat nagestreefd, bereikt en dan geconsumeerd kan worden. Geluk? Dat kopen we liefst.

Zwart gat

Wie heeft het zich nog nooit voorgesteld: rijk te zijn, je alles te kunnen veroorloven – wat zou je dan doen?

Sandra Filbert heeft het meegemaakt. Filbert is midden vijftig, blond, ze lacht veel. Ze draagt jeans, en een witte bloes. Maar geen horloge, geen sieraden. Geen tekenen van rijkdom.

Filbert wil niet dat haar rijkdom aan haar te zien is. Ze wil ook niet dat we voor dit verhaal haar ware naam gebruiken. Het geld heeft haar al genoeg narigheid opgeleverd. We ontmoeten haar in een Italiaans restaurant, waar ze spaghetti bestelt.

Filbert en haar broer hebben een groot pand geërfd. Dertig huurders, A-locatie in een grote stad. Een paar jaar geleden hebben ze het verkocht. De bank faxte haar een bankafschrift. Langzaam rolde het papier uit Filberts faxapparaat: er stonden meerdere miljoenen op.

Filbert had eerder een eigen onderneming geleid. Soms liep het goed, soms minder.

Toen ze het huis verkocht, liep het net slecht. ‘Maar ik was een leven lang gewend om op te staan en naar mijn werk te gaan,’ zegt Filbert. Ze dacht: wat heeft het leven voor zin als je je geld niet meer hoeft te verdienen?

Ze viel in een zwart gat. Ook een cruise hielp niet. Al na een paar dagen kreeg ze het er op haar zenuwen.

Toen ze terugkwam, pakte ze het werk op dat ze had laten liggen. 

Wat heeft het geld haar gebracht? ‘Ik ben vrij, onafhankelijk,’ zegt ze. Maar het dankbaarst is ze voor het geploeter van de jaren daarvoor. 

Het klinkt simpel, zegt Filbert, maar vroeger besefte ze dat niet. Voor haar is geluk: weten dat ze daar niet zoveel geld voor nodig heeft.

Eye-opener

Hilke Brockmann is professor sociologie aan de Jacobs University in Bremen; zij houdt zich al meer dan tien jaar bezig met de vraag wat mensen gelukkig maakt. Zij ziet het inzicht dat geld geen onbegrensde geluksbrenger is als ‘een van de grootste eye-openers in het geluksonderzoek’.

Hoeveel geld precies gelukkig maakt, of 65.000 genoeg daarvoor is of toch 100.000 euro per jaar, kan Brockmann niet zeggen. Zij gaat er, zoals de meeste onderzoekers, vanuit dat deze som afhangt van hoe een mens zich in vergelijking met zijn omgeving behandeld voelt. Dat het vooral de ongelijkheid is die iemand ongelukkig maakt.

Onderzoekers als Brockmann vragen de mensen in hun onderzoeken hoe tevreden ze zijn. Ze vragen naar hun levensomstandigheden. Hoe oud? Getrouwd? Kinderen? Hoe groot is hun woning? Hoeveel verdienen ze?

De uitkomst laat volgens Brockmann zien welke samenleving, welke politiek het voor elkaar krijgt het grootst mogelijke aantal burgers gelukkig te maken. ‘Op deze manier,’ zegt ze, ‘laat geluk zich verbazend goed meten.’

Het resultaat is eenduidig voor de westerse landen: ‘Hoe gelijker een samenleving is, hoe gelukkiger.’ Daarom eindigen de Noord-Europese landen in de ranglijst elke keer heel hoog. 

Corruptie, honger en oorlog daarentegen maken ongelukkig. Een paar staten komen nooit hogerop in de lijst. Helemaal onderaan houden Jemen en Syrië Zuid-Soedan gezelschap.

Voor het persoonlijke geluk zouden steeds dezelfde fundamenten nodig zijn. Ten eerste: ‘Er moet genoeg geld zijn,’ zegt Brockmann. ‘De mensen moeten materieel verzekerd zijn.’ Ten tweede leven gelukkige mensen in goede sociale verhoudingen. ‘Op gelijke hoogte met familie en vrienden.’

En ten derde helpt het om een hogere zin in het leven te zien. Gelukkig, aldus Brockmann, is wie het gevoel heeft zijn tijd op aarde niet zinloos te verbeuzelen.

‘De ergste vergissing die mensen op zoek naar het geluk kunnen begaan, is dat ze geluk verwarren met succes’

Op deze drie ingrediënten komt alles neer: materiële zekerheid, sociale betrekkingen en een hoger doel in het leven. ‘Veel meer advies kan het geluksonderzoek niet geven,’ zegt Brockmann.

Maar waarom vind je bij de boekhandel om de hoek duizenden titels als je vraagt naar lectuur over het thema geluk?

Brockmann vindt die zelfhulpliteratuur dubieus. Je kunt hooguit iets leren van het voorbeeld van andere mensen, zegt ze. ‘Maar niemand moet enorm zijn best gaan doen om gelukkig te worden.

De ergste vergissing die mensen die op zoek zijn naar geluk kunnen begaan, zegt psychiater Manfred Lütz, is geluk te verwarren met succes.

Lütz is zenuwarts en psychotherapeut. Hij leidt het Alexianer ziekenhuis in Keulen en heeft gewerkt met verslaafden – mensen die bijzonder wanhopig naar geluk zoeken.

Ook heeft hij theologie gestudeerd. Het probleem van het geluk is voor hem daarom tevens dat van de eindigheid. ‘De mens in de Middeleeuwen,’ zegt hij, ‘leefde psychologisch gezien langer: hij telde zijn korte leven op aarde op bij zijn eeuwige leven in het hiernamaals.’

Het geloof in de eeuwige gelukzaligheid bestaat nu niet meer. Samengeperst in het heden wordt het leven een in tijd begrensd project. En daarmee worden we steeds angstiger. ‘Angst komt voort uit benauwdheid,’ zegt Lütz. ‘Ons leven is benauwder geworden.’

De vraag die de meeste mensen zich stellen is volgens hem: hoe kan ik zoveel mogelijk halen uit mijn korte leven?

Plicht

Zo is geluk een plicht geworden. En veel mensen geloven dat het te maken heeft met succes. ‘Ze zien beroemde mensen die succes hebben en denken: Die zullen wel gelukkig zijn.’

Een paar jaar geleden hield Lütz op het familiefeest ter gelegenheid van de verjaardagen van zijn beide dochters een toespraak. ‘Succes heb ik ze allebei nadrukkelijk niet gewenst,’ zegt hij. Waarom niet?

‘Succes hangt van zo veel toevalligheden af.’ Van het juiste moment, van de juiste plek en van vaardigheden die je misschien zelfs door veel inspanning niet kunt verwerven. Op al die dingen heb je geen invloed.

Wat geluk niet is

Waarop je wel invloed hebt: je kunt eigen kwaliteiten inzetten door betrokken te zijn met anderen. Verantwoordelijkheid nemen in het leven – dat heeft Lütz zijn dochters toegewenst. ‘Of dat tot succes leidt of niet, is bijzaak.’

Wat is dan het geluk? Lütz schudt zijn hoofd. Dat is niet de juiste vraag. Geluk heeft volgens hem voor miljarden mensen miljarden verschillende betekenissen.

Hij kan beter uitleggen wat geluk niet is, zegt Lütz. ‘Niet iets waar je naartoe kan werken.’ Als je iets doet om gelukkig te worden, zit je al fout.

‘Als ik mensen help, als ik merk dat ik bezig ben met iets goeds, dan ervaar ik een geluksgevoel,’ zegt hij. ‘Wie zegt: ik wil helpen om gelukkig te worden, die wordt het niet.’

Dus hoe vind je het geluk? ‘Een goede therapeut zegt niet: doe dit of dat, dan word je gelukkig,’ zegt Lütz. ‘Hij vraagt: wat heeft u de laatste keer gelukkig gemaakt? Hoe ging dat?’

Dit noemt hij het ‘brongerichte uitgangspunt’. Lütz zag dat voor het eerst bij een therapeut uit de VS.

‘De patiënt hing slap in zijn stoel. Mijn collega stelde de vraag: “Waar staat u, op een schaal van 0 tot 10 – waarbij 0 betekent: slechter kan het niet, en 10 staat voor: het probleem is opgelost.”

De patiënt zei: “Op 3.” “Waarom niet op 2 of 1?” vroeg de therapeut. De patiënt antwoordde: “Omdat dit en dat tenminste nog functioneert.” De collega vroeg verder: “Wanneer stond u voor het laatst op 4? Of op 5?”’ 

Lütz zag hoe de patiënt in zijn stoel steeds meer rechtop ging zitten. ‘Dat is heel ontroerend om te zien,’ zegt hij. ‘Hoe langer je over zo’n toestand spreekt, des te meer die voor die persoon weer werkelijkheid kan worden. En wat je dan kunt vinden, dat is je eigen, heel persoonlijke geluk.’

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verstuurd.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.