• The Elephant
  • Politiek
  • Wat valt er te vieren?

Wat valt er te vieren?

The Elephant | Nairobi | Aicha Elbasri | 28 oktober 2020

De VN bestaan dit jaar 75 jaar. Volgens voormalig medewerker Aicha Elbasri valt er bar weinig te vieren. Het is de taak van de organisatie mensen te beschermen, samenlevingen te helpen democratiseren en mensenrechten te waarborgen. Maar valt dat wel te rijmen met een ander aspect van hun werk, namelijk het ondersteunen van bondgenoten in hun respectievelijke ‘belangensferen’? En dat is niet meer of minder dan een nieuw eufemisme voor het vroegere koloniale begrip ‘invloedssferen’, stelt de auteur.

Er zijn van die dagen die je nooit vergeet. Donderdag 31 maart 2005 was zo’n dag. Ik werkte als persvoorlichter bij de Verenigde Naties en was er verschrikkelijk trots op dat ik werd betaald om mee te werken aan een betere wereld. Toen ik op het VN-hoofdkwartier in New York kwam werken, was het alsof ik de Ideale Stad van Plato binnenging, waar realpolitik zich vermengt met utopia. Ondanks haar gebreken had ik er nog steeds vertrouwen in dat de organisatie een verschil wilde maken in het leven van mensen. Ik dacht in die tijd dat de fouten van de VN menselijk waren, en ‘uit het kromme hout van de mensheid is nooit iets rechts gemaakt’, zoals Immanuel Kant het heeft geformuleerd.

Die donderdag kregen een collega en ik uit de Franse sectie van de afdeling persvoorlichting het verzoek om verslag te doen van een ‘historische’ zitting. De VN-Veiligheidsraad overwoog om de afschuwelijke misdaden die het regime van de Soedanese president Omar al-Bashir in Darfur had begaan voor het Internationaal Strafhof (ICC) te brengen. De stemming over de resolutie werd die hele dag telkens weer uitgesteld. Wij kregen te horen dat achter de gesloten deuren felle discussies gaande waren. In Darfur hielden de slachtoffers, die hunkerden naar gerechtigheid, hun adem in, want velen vreesden dat China de resolutie zou blokkeren, om het regime van zijn bondgenoot al-Bashir te beschermen.

Later die avond, rond halfelf, moesten we ons opeens naar de vergadering haasten. Eindelijk zou de stemming gaan plaatsvinden. Toen ik de vergaderzaal van de Veiligheidsraad binnenkwam, verbaasde ik me nogal over de lucht van alcohol die er hing en de uitbundige vrolijkheid onder het luidruchtige diplomatieke gezelschap. Tot mijn verbijstering hoorde ik dat de langverwachte stemming niet was uitgesteld vanwege ‘gespannen discussies’, maar omdat de diplomaten aan een met drank overgoten diner hadden gezeten. De Braziliaanse ambassade had een feest georganiseerd om het Braziliaanse voorzitterschap van de Raad te vieren, op de laatste dag van de maand, zoals traditie is binnen de VN.

De Zweedse kunstenaar Carl Fredrik Reuterswärd maakte deze sculptuur van brons, The Knotted Gun, na de moord op John Lennon. Een exemplaar staat in Central Park. Een ander staat voor het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. © Unsplash
De Zweedse kunstenaar Carl Fredrik Reuterswärd maakte deze sculptuur van brons, The Knotted Gun, na de moord op John Lennon. Een exemplaar staat in Central Park. Een ander staat voor het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. © Unsplash

De diplomaten namen hun plaats rond de hoefijzervormige tafel in en deden hard hun best een serieus gezicht op te zetten, over hun door alcoholconsumptie rood aangelopen wangen heen. De ene vertegenwoordiger na de andere nam het woord om, soms met zichtbare moeite, een toespraak voor te lezen. En nu de lol toch nog in de lucht hing, kwam de Filipijnse permanent vertegenwoordiger bij de VN, Lauro Baja, met een mop over deze derde resolutie over Soedan van die maand, die hij vergeleek met het derde kind van de Veiligheidsraad:

‘Er was eens een echtpaar van middelbare leeftijd dat twee bloedmooie tienerdochters had, maar besloot nog één keer te proberen de zoon te krijgen die ze altijd hadden gewild. Na maanden van proberen werd de vrouw zwanger en, ja hoor, negen maanden later bracht ze een gezond jongetje ter wereld. De gelukkige vader haastte zich naar de kinderkamer om zijn pasgeboren zoon te zien. Hij wierp één blik op hem en zag tot zijn afschuw dat dit het lelijkste kind was dat hij ooit had gezien. Hij ging naar zijn vrouw en zei dat hij onmogelijk de vader van dit kind kon zijn: ‘Kijk naar de twee prachtige dochters die ik heb verwekt,’ riep hij uit. Toen keek hij haar streng aan en vroeg: ‘Ben je soms vreemdgegaan?’ De vrouw lachte lief en zei: ‘Deze keer niet.’

Ongepaste humor

Nog voordat Baja zijn grap had afgerond, ging er een golf van gelach door de zaal. Zelfs de anders zo serieuze Kofi Annan glimlachte even. Afgezien van wat Baja met zijn mop wilde zeggen over de legitimiteit van deze resolutie, vond ik dit soort humor ongepast. Het is niet verwonderlijk dat de video van die sessie nooit op de website van de VN is gezet. De redacteuren vonden kennelijk dat die te weinig fatsoen bevatte om de beelden met het publiek te delen.

Door dit incident ging ik eraan twijfelen hoe serieus de Raad te nemen was. Het was ook een van de redenen waarom ik besloot om het van protocol doortrokken en op toespraken gerichte VN-hoofdkwartier de rug toe te keren en in ‘het veld’ te gaan werken. De maand daarop begon ik aan een acht jaar durende reis door dat veld, die me in Irak, Jordanië, Soedan en Egypte zou brengen. Op het hoofdkwartier in New York had mijn werk voor een groot deel bestaan uit het samenvatten van de toespraken van de afgevaardigden.

Maar in het veld moest ik met onderwerpen voor artikelen komen en die geplaatst zien te krijgen, met de media praten, media-evenementen organiseren en publieksvoorlichtingsteams leiden. Of ik nu werkte voor de VN-bijstandsmissie voor Irak (UNAMI), de vredesmissie van de VN en de Afrikaanse Unie in Darfur (UNAMID) of het VN-ontwikkelingsprogramma in Soedan (UNDP-Sudan), mijn werk bestond uit het promoten van de verrichtingen van de VN en het hoe en waarom daarvan.

Ik vond het fijn om met mensen van overal ter wereld te werken, van Fiji tot Chili. Mensen uit verschillende delen van de wereld bijeenbrengen om samen te werken is het beste wat de VN doet. Elke medewerker had waarschijnlijk zijn of haar eigen redenen om bij de organisatie te gaan werken. Sommigen kwamen vanwege het royale salaris, anderen vanwege de idealen van de organisatie, en weer anderen, onder wie ikzelf, wilden het allebei: het salaris en het reine geweten. Maar al werkend in Irak en Soedan leerde ik dat ik niet van twee walletjes kon eten. Ik leerde er ook veel over de twee gezichten van de organisatie: het mooie en het lelijke.

Vuil werk

In Irak werkten de mensen van UNAMI hard samen met de Irakese ambtenaren om mensenrechtenschendingen op te sporen en aan de kaak te stellen, de persvrijheid te bevorderen, op te komen voor de rechten van vrouwen, kinderen en minderheden, en goed bestuur te bevorderen, maar hun werk werd voortdurend in de weg gestaan door UNAMI zelf. Terwijl zij hard werkten om de Irakese bevolking meer rechten en vrijheden te geven, steunde UNAMI ook de door de VS geïnstalleerde sjiitische premier Nouri al-Maliki, de belangrijkste mensenrechtenschender van het land en het grootste obstakel voor goed bestuur. Onder leiding van de Duitse diplomaat Martin Kobler hielp UNAMI de Amerikaanse en Iraanse ‘man in Bagdad’ om het land van chaos naar tirannie en terrorisme te leiden.

Kort nadat hij in oktober 2011 was aangetreden zei Kobler tegen een vergadering waarbij ik ook aanwezig was: ‘Al-Maliki heeft gezegd dat het enige wat UNAMI wat hem betreft moet doen in Irak het helpen sluiten van Camp Ashraf is. En dat is wat we gaan doen.’ Al-Maliki’s plan was om zo’n 3400 ongewapende Iraanse dissidenten het kamp uit te zetten, waar Saddam Hoessein (wiens doodvonnis door Al-Maliki in december 2006 was ondertekend) hen sinds 1986 onderdak had geboden. Hij wilde dat ze werden overgebracht naar een locatie in de buurt van het internationale vliegveld van Bagdad en vervolgens het land uitgezet. Dit was officieel geen zaak voor UNAMI, maar dat zou het nu wel worden.

De vergaderzaal van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Resoluties over Darfur werden telkens geblokkeerd door de vijf permanente leden met vetorecht van de VN-Veiligheidsraad, ook wel de P5 genoemd.
De vergaderzaal van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Resoluties over Darfur werden telkens geblokkeerd door de vijf permanente leden met vetorecht van de VN-Veiligheidsraad, ook wel de P5 genoemd.

Kobler handelde op instructie van Lynn Pascoe, het Amerikaanse hoofd van de politieke afdeling van de VN in New York. Pascoe voerde het Amerikaanse buitenlandse beleid uit en maakte daarbij gebruik van UNAMI en andere politieke missies. Aangezien ExxonMobile goede zaken deed in Irak, moest al-Maliki gepaaid en rustig gehouden worden. Dit betekende dat het overbrengen van de Iraanse dissidenten prioriteit moest krijgen boven het ondersteunen van het Iraakse democratische proces en andere dringende kwesties, de eigenlijke reden voor de aanwezigheid van UNAMI in Irak.

De enige tegenstand waarmee Kobler te maken kreeg, kwam van ons, de medewerkers van de missie. Mijn hele VN-carrière lang heb ik nooit zo veel collega’s zo fel tegen hun baas in zien gaan als in Irak. ‘Ik ben jurist en ik zeg u: teken dat verdomde ding niet [het memorandum van overeenkomst],’ schreeuwde een hoge functionaris in Koblers gezicht in een wanhopige poging om hem ervan te weerhouden ons het vuile werk van al-Maliki te laten opknappen. We wilden dat hij zich richtte op het helpen van Irak, maar onze oproep was aan dovemansoren gericht. Het lot van de Iraki’s werd in New York bezegeld.

Terwijl UNAMI en de vluchtelingenorganisatie van de VN, UNHCR, druk bezig waren de Iraanse moedjahedien uit Camp Ashraf over te brengen naar Camp Liberty, verstevigde al-Maliki zijn greep op de macht die hij had gekregen dankzij de machinaties van Iran en de instemming van de regering-Obama. Niets kon slechter zijn geweest voor het Irakese volk dan dat de VN de andere kant opkeek toen de Amerikanen al-Maliki carte blanche gaven om de Irakese grondwet met voeten te treden, de onlangs gevormde instituties vleugellam te maken en de soennieten uit de Iraakse politiek te weren of hun hun stem te ontnemen (wat de meest radicalen onder hen uiteindelijk in de armen van Al Qaida en Islamitische Staat dreef).

Soedan

Al die tijd gedroeg Kobler zich als de rechterhand van al-Maliki. Als adjunct-hoofd van de afdeling voorlichting was ik het vaak niet met hem eens, maar kon ik zijn propaganda niet tegenhouden.

Mijn frustratie was tot ondraaglijke hoogte opgelopen toen ik werd gevraagd voor de functie van woordvoerder voor UNAMID in Darfur in het westen van Soedan. Ik nam het aanbod meteen aan, want ik kon me niet voorstellen dat de rol van de VN bij het overeind houden van misdadige regimes nog erger kon worden.

Kort na mijn aankomst in Darfur in augustus 2012 snapte ik eindelijk de mop van de Filipijnse vertegenwoordiger. De Veiligheidsraad was een lachertje. Al die resoluties over Darfur die telkens weer werden geblokkeerd door Rusland, China, Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten – de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad met vetorecht, ook wel de P5 genoemd – waren verworden tot een klucht. Voor al die grootmachten was de regering van de Soedanese president Omar al-Bashir een bevriend regime dat moest blijven. Maar tegenover de internationale verontwaardiging moesten de P5 voor het oog van de wereld wel stappen tegen Khartoem ondernemen. In werkelijkheid werd elke stap opzettelijk gedwarsboomd, waardoor al-Bashir aan de macht kon blijven en straffeloos massamoord kon plegen.

Soldaten van de Afrikaanse Unie op weg naar de mislukte vredesmissie in Darfur.  ©  Staff Sgt. Bradley C. Church / U.S. Air Force
Soldaten van de Afrikaanse Unie op weg naar de mislukte vredesmissie in Darfur.  ©  Staff Sgt. Bradley C. Church / U.S. Air Force

De klucht begon in 2004, toen de Veiligheidsraad ‘eiste’ dat de Soedanese regering de Janjaweed-milities die burgers in Darfur verkrachtten en vermoordden, ontwapende en hun leiders voor het gerecht bracht; zo niet dan zou het regime met ‘verdere acties’ te maken krijgen. Een jaar later nam al-Bashir de meeste Janjaweed-moordcommando’s in zijn reguliere strijdkrachten op en gaf hij hun zwaardere wapens en de bevoegdheid om burgers te doden. De ‘verdere acties’ waarmee de Raad had gedreigd bleken te bestaan uit een gedeeltelijk en gebrekkig wapenembargo, dat inhield dat Khartoem wapens mocht aanschaffen en in het hele land mocht gebruiken, behalve in het westelijke deel. Er was geen enkel middel om dit lachwekkende wapenembargo te handhaven, en zo bleven Chinese en Russische wapens natuurlijk Darfur binnenstromen, waarmee deze twee landen hun eigen resolutie schonden!

De Raad bleef de schijn ophouden en verwees de situatie in Darfur in 2005 naar het Internationaal Strafhof. Al-Bashir en andere verdachten werden later aangeklaagd voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Maar bij gebrek aan middelen om hun arrestatie af te dwingen zijn al-Bashir (die vorig jaar van zijn post verdreven is) en zijn medewerkers nog steeds niet voor het hof in Den Haag verschenen, ook al is al-Bashir door een Soedanese rechtbank wel aangeklaagd en veroordeeld wegens corruptie.

De laatste stap in deze klucht was het besluit van de Raad in 2007 om UNAMID, de grootste tandeloze vredesmacht ooit, naar Darfur te sturen. Al-Bashir accepteerde dat besluit pas nadat de P5 hadden toegegeven aan zijn belangrijkste voorwaarde: dat UNAMID voornamelijk werd gerekruteerd uit Afrikaanse landen. Dit betekende dat Khartoem volkomen straffeloos Afrikaanse vredesmachtleden kon vermoorden, verwonden en vernederen. De Raad aanvaardde ook een schandelijk Status of Forces Agreement (SOFA) waarin werd bepaald dat het genocidale Soedanese regime verantwoordelijk werd voor de bescherming van UNAMID-personeel. Zo immoreel en onzinnig konden de P5 zijn.

Hypocrisie

Ik heb acht maanden in Darfur doorgebracht: lang genoeg om me ertoe te brengen ontslag te nemen en naar buiten toe mijn mond open te doen over het systematisch toedekken door de VN van de dodelijke bombardementen, massa-aanvallen op burgers, verkrachtingen en gedwongen deportaties, voornamelijk begaan door Soedanese regeringstroepen, net als de dagelijkse intimidaties, vernederingen en dodelijke agressie tegen UNAMID-vredesmachtsoldaten.

In april 2013 had ik genoeg van de hypocrisie van de VN. Aan de ene kant beweert de organisatie de mensen te beschermen, samenlevingen te helpen democratiseren, de mensenrechten te waarborgen en voor veel andere nobele zaken te staan waar ik nog steeds in geloof. Maar aan de andere kant is de kern van het werk van de VN het ondersteunen van de P5 en hun bondgenoten in hun respectievelijke ‘belangensferen’ – een nieuw eufemisme voor het vroegere koloniale begrip ‘invloedssferen’.

Dit houdt vaak in dat criminele en corrupte derdewereldregeringen worden beschermd. Daar zijn de twee gezichten van de VN: met het ene bekommert de organisatie zich om de volken van de wereld en met het andere dient ze in de allereerste plaats de P5-regeringen. Het is de utopie van ‘Wij de volken’ tegenover de realiteit van ‘Wij de regeringen’.

Vluchtelingenkamp in Zuid-Darfur. Volgens Elbasri trad de VN niet op tegen het systematische geweld van Soedanese regeringstroepen. – © USAID
Vluchtelingenkamp in Zuid-Darfur. Volgens Elbasri trad de VN niet op tegen het systematische geweld van Soedanese regeringstroepen. – © USAID

Ik ben tot de conclusie gekomen dat wat ik heb gezien in Irak en Soedan niet te wijten is aan een paar rotte appels of aan de slechte prestaties van UNAMI en UNAMID. Het probleem was veel groter en zat veel dieper in het systeem. Het was een kwestie van beleid, dat begint in New York, in de VN-Veiligheidsraad. De samenspannende P5-landen hebben de VN gebruikt om hun vazalregeringen te beschermen tegen de dreiging van binnenlandse democratische krachten en/of gewapende opstand. Ze gebruiken de organisatie ook om regimes omver te werpen die niet zo slim zijn om hen te dienen, zoals in Ivoorkust is gebeurd.

Toen Frankrijk genoeg kreeg van de rebellie van Laurent Gbagbo besloot het zijn nieuwe protegé Alassane Ouattara via de verkiezingen van 2011 aan de macht te helpen. Gbagbo verloor de verkiezingen, maar weigerde op te stappen, waarop Frankrijk VN-troepen en -wapentuig inzette om zijn paleis te bombarderen. Zo maakten de Fransen openlijk gebruik en misbruik van de VN voor een ‘humanitaire’ machtswisseling, om de belangen van de Franse multinationals in zijn voormalige kolonie veilig te stellen.

Maar de Grote Vijf zouden dit nooit kunnen doen zonder een netwerk van diplomaten, onder wie westerse ‘democraten’ als Kobler, die de democratie en vrede in hun eigen land koesteren, maar dictatoriale regimes over de hele wereld in het zadel houden. Kobler is een uitstekend voorbeeld van de draaideurpolitiek van de VN. Na zijn Amerikaans-Iraanse missie in Irak werd hij snel naar de Democratische Republiek Congo gedirigeerd om daar aan het hoofd van een 26.000-koppig leger oorlog te gaan voeren tegen gewapende milities, ten behoeve van de regering van Joseph Kabila. Onder de familie Kabila hadden de P5 vrije toegang tot de kostbare reserves aan diamanten, goud, kobalt, uranium en, natuurlijk, olie en de aanverwante industrieën. Ze moesten het regime beschermen dat in ruil daarvoor hun economische belangen diende.

Elke stap werd opzettelijk gedwarsboomd, waardoor al-Bashir straffeloos massamoord kon plegen

Nadat hij voor Kabila wat rebellengroepen had verslagen, ging Kobler naar Libië, ook een olierijk land dat de P5, onder NATO-vlag, hadden gebombardeerd bij opnieuw een ‘humanitaire’ machtsovername. Koblers nieuwe missie behelsde het installeren van een streng islamitische regering in de hoofdstad Tripoli, bestaande uit militieleiders die zich meester zouden maken van staatsfondsen en instituties. Door deze rebellenpartij te steunen tegen het verzet van anderen in, werd de VN partij in het Libische conflict.

Juist in Libië was goed te zien hoe de P5 niets anders zijn dan de gevaarlijkste boevenbende en de grootste wapenproducenten en -handelaars van de wereld. Na zijn aftreden onthulde de VN-gezant in Libië, Ghassan Salamé, dat de meeste leden van de Veiligheidsraad de gepensioneerde luitenant Haftar groen licht gaven voor een militaire aanval op de regering die zij zelf in Tripoli hadden geïnstalleerd en die ze beweerden te steunen. Als een intergouvernementele organisatie zo hypocriet en immoreel is geworden, blijft er geen andere mogelijkheid over dan haar simpelweg te bestrijden en te ontmantelen in plaats van te proberen haar te hervormen. De Veiligheidsraad kan niet hervormd worden, net zomin als je Dracula of Jack the Ripper in heiligen kunt veranderen. Daarom moet hij verdwijnen. En dan kunnen ‘Wij de volken’ een nieuwe opbouwen, een betere.

Mijn VN-reis heeft een eind gemaakt aan het blinde vertrouwen dat ik vroeger in anderen had. Ik heb geleerd om sceptischer te zijn, zonder cynisch te worden. Deze reis heeft me ook bewust gemaakt van mijn eigen beperkingen, gebreken en fouten. Ik heb me gerealiseerd hoe groot de kloof is tussen wie ik ben en de persoon die ik echt wil zijn.

Ik heb geleerd om over veel dingen compromissen te sluiten, behalve over deze twee: goedheid en waarheid. Zoals Tolstoi heeft gezegd: de waarheid ‘was, is en blijft mooi’.

Auteur: Aicha Elbasri

Aicha Elbasri werkte als persvoorlichter voor de vredesmissie van de VN en de Afrikaanse Unie in Darfur (UNAMID) in Darfur en deed haar mond open over het systematisch toedekken door de VN van de dodelijke bombardementen, massa-aanvallen op burgers, verkrachtingen en gedwongen deportaties, begaan door Soedanese regeringstroepen.

The Elephant
Kenia | website | theelephant.info

The Elephant werd in 2016 opgericht vanuit pan-Afrikaanse idealen als discussieplatform voor Afrikaanse kwesties. Op het platform verschijnen regelmatig bijdrages van vooraanstaande academici.

Dit artikel van Aicha Elbasri verscheen eerder in The Elephant.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.