• Financial Times
  • Cultuur
  • Weg hemelse klanken

Weg hemelse klanken

Financial Times | Londen | Josh Spero | 25 juni 2020

De English National Opera, een van de grootste Britse operagezelschappen, geeft drive-inoptredens. De Financial Times is niet erg enthousiast over het concept.

Ik heb als millennial de gouden tijd van de drive-inbioscoop niet meegemaakt. Toch lijkt de English National Opera (ENO) te denken dat het een levensvatbaar concept is. Wanneer in september de eerste drive-inoperavoorstellingen in Londen in première gaan, zal ik eindelijk kunnen opdraven in mijn elektrische auto, mijn arm zedig om de schouders van mijn verloofde slaan en genieten terwijl de Koningin van de Nacht figuurlijk het dak van de tent zingt.

Al voordat het coronavirus toesloeg, speelde de ENO met het idee om op deze manier een nieuw publiek aan te boren, maar ze zet er nu vaart achter, in de hoop dat er voor september een versoepeling komt van de lockdown. De eerste twee voorstellingen worden Die Zauberflöte van Mozart, met haar vrijmetselarij-intrige, en La Bohème van Puccini. Het toeval wil dat de heldin van deze laatste opera, Mimi, sterft aan een longziekte, dus dat is eigenlijk wel… relevant.

Toch zie ik er de charme niet zo van in. Het ergste is niet dat de zangers vanwege de coronaregels op twee meter afstand van elkaar moeten staan, wat de eerste social-distanceromance uit de geschiedenis van de opera zou opleveren (of het moet de afstand tussen Leonore en haar gevangen echtgenoot in Fidelio zijn geweest). Mijn voornaamste bezwaar is akoestisch: in de opera gaat het toch echt om die hemelse klanken. Het is contraproductief om dat van achter een autoruit te beleven – alsof je naar een concert gaat met een integraalhelm op.

Relevantie

De grootste kracht van het medium opera is dat het zo irrelevant is. De regisseurs, dirigenten, zangers en musici beseffen maar al te goed dat deze kunstvorm, die in de negentiende eeuw zijn grootste populariteit bereikte, voortdurend zijn bestaansrecht moet bevestigen. Dat geldt nog sterker voor de aanspraken die de opera doet op publieke middelen.

Met 24 miljoen pond subsidie per jaar is het Royal Opera House de grootste ontvanger van de door het Arts Council England verdeelde cultuurgelden. De ENO, waar artistiek leiders elkaar de laatste jaren in snel tempo afwisselden en de subsidiekraan zelfs dicht dreigde te gaan, is zo mogelijk nog meer op zoek naar relevantie. Gelukkig is de industrie prima in staat zich aan het coronatijdperk, en dat erna, aan te passen.

Onlangs voerde de Metropolitan Opera in New York een ‘at home’-gala op, waar de grootste operasterren optraden, staand voor hun boekenkast, of, in het geval van Joyce DiDonato met haar prachtige vertolking van Händels Ombra mai fu, voor hun Grammy’s. Ook kon je de fenomenale dirigent van de Metropolitan, Yannick Nézet-Séguin, het huisorkest en koor zien dirigeren via vijftig afzonderlijke livestreams in ‘Va pensiero’ uit Verdi’s Nabucco, een koorzang over het verloren vaderland en warme herinneringen die mij, nu meer dan ooit, kippenvel bezorgde. Alles verliep vlekkeloos – een uitmuntende technische en organisatorische prestatie.

Publiek kijkt vanuit de auto naar een optreden tijdens het muziekfestival Stage X, op 25 mei. Meer dan duizend mensen waren aanwezig bij dit ‘social-distance-evenement’ op een parkeerplaats in een buitenwijk van Seoul. – Ahn Young-joo / AP
Publiek kijkt vanuit de auto naar een optreden tijdens het muziekfestival Stage X, op 25 mei. Meer dan duizend mensen waren aanwezig bij dit ‘social-distance-evenement’ op een parkeerplaats in een buitenwijk van Seoul. – Ahn Young-joo / AP

Veel theaters vertonen hun voorstellingen tegenwoordig live in bioscopen; de Met doet het al sinds 2006 en bereikt maar liefst 2200 bioscoopzalen in zeventig landen. Het kan memorabele ervaringen opleveren – ik zal Simon Rattles interpretatie van Tristan und Isolde niet snel vergeten.

Het stereotype van opera als elitair en conservatief – ach, helemaal onverdiend is dat niet, zoals iedereen weet die weleens op een van de vele operafestivals op het Engelse platteland heeft gezien hoe het publiek de zaal verlaat. Maar niet zelden zijn operavoorstellingen vooruitstrevender en ontoegankelijker dan film, tv of theater, zelfs als het repertoire oud en overbekend is. Regisseurs als Barrie Kosky proberen altijd het moderne, moeilijke en dwarse naar boven te krijgen.

Daarom blijft het publiek, doodziek als het is van statische duetten voor het voetlicht en producties met een teveel aan brokaat, trouw komen. Bovendien win je zo een nieuw publiek, door onderwerpen als fascisme, klimaatverandering, technologie en gelijkheid aan te snijden, zonder dat het de prestaties van zangers of musici in de weg zit.

Alsof je naar een concert gaat met een integraalhelm op

In één opzicht is het drive-inconcept wel een goed idee: de ambitie om het hele land door te gaan. Maar reisgezelschappen als de English Touring Opera of Opera North doen dat al jarenlang. De English Touring Opera geeft met een veel kleiner budget dan de ENO kwalitatief hoogstaande voorstellingen van Truro in Cornwall tot Durham in Noord-Engeland, maar ook in Oost-Londen. En ze doen hun uiterste best om er lokale schoolklassen naartoe te halen.

Als je een nieuwe generatie operaliefhebbers wilt interesseren, vind ik dat een veel beter idee dan toeteren voor Mimi.

Auteur: Josh Spero

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 185.000

Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. I*nternationale economie en management worden uitputtend behandeld.*

Dit artikel van Josh Spero verscheen eerder in Financial Times.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.