• 360 Magazine
  • Cultuur
  • Weg met de homo economicus

Weg met de homo economicus

360 Magazine | Amsterdam | 04 oktober 2015

De economische mens – rationeel, berekenend, uit op eigen voordeel – 
is al sinds Adam Smith de held van de aanhangers van de vrije markt. Maar volgens de Zweedse journaliste Katrine Marçal is het hoog tijd om afscheid te nemen van deze mannelijke creatie. In haar boek 
Je houdt het niet voor mogelijk breekt ze een lans voor een meer vrouwelijke kijk op economie, waarin ook plaats is voor emoties, altruïsme en zorgzaamheid. Een voorpublicatie.

De schrijver van de boeken over Winnie de Poeh, A.A. Milne, merkte eens op dat vooral kinderen dol waren op verhalen over onbewoonde eilanden. Het idee om te stranden in een geïsoleerde wereld sprak op een bijzondere manier tot hun verbeelding.

Milne meende dat dit was omdat het eenzame eiland het kind de meest effectieve mogelijkheid bood om te vluchten uit de werkelijkheid. Geen moeder, geen vader, geen broertjes en zusjes; geen sociale controle, plichten, conflicten of machtsspelletjes. Een heel nieuwe wereld. Helder en duidelijk. Je bent vrij en alleen, met slechts je eigen voetsporen in het zand. En vooral: het is een wereld waarin het kind zelf de macht kan opeisen.

De troon bestijgen en zichzelf uitroepen tot zonnegod.

Je kunt zeggen dat economen een beetje op kinderen lijken. Velen van hen zijn dol op Robinson Crusoe. De meeste mensen die economie hebben gestudeerd, hebben hun docent wel een versie van Daniel Defoe’s roman uit 1719 horen vertellen. Je kunt je natuurlijk afvragen wat een verhaal over een blanke, racistische man, die zesentwintig jaar in zijn eentje op een onbewoond eiland woont voor hij vriendschap sluit met ‘een wilde’, te zeggen heeft over moderne economieën.

Maar dan heb je nog niet begrepen waar het in de economische wetenschap om draait.

Daniel Defoe’s schipbreukeling wordt gezien als de ultieme economische mens. Crusoe is terechtgekomen op een onbewoond eiland zonder sociale codes en wetten. Er is niets wat de economie hindert en het eigenbelang kan ongestoord worden nagejaagd. Op Crusoe’s eiland is de economische impuls van de rest van de wereld afgescheiden en daarom is Crusoe voor economen een schoolvoorbeeld.

Op de markt worden wij geacht anoniem te zijn. Daarom zou de markt ons vrijmaken. Het doet er niet toe wie je bent. Karaktereigenschappen en persoonlijke relaties spelen geen rol. Alleen je betaalvermogen is van betekenis. De keuzes die mensen maken, zijn vrij en onafhankelijk, we staan los van onze achtergrond of omgeving, als eenzame eilanden in een lege oceaan. Niemand beoordeelt ons en niemand houdt ons vast of tegen. Er zijn alleen begrenzingen van technische aard: het eindige aantal uren in een dag en de eindige voorraden natuurlijke hulpbronnen. Robinson Crusoe is vrij en zijn relaties met andere mensen zijn vooral gebaseerd op het nut dat ze voor hem kunnen hebben.
Niet omdat hij slechts is, maar omdat dat rationeel is – zoals rationeel in dit verhaal wordt voorgesteld.

Robinson Crusoe is hét voorbeeld van de economische mens

In de roman wordt Robinson Crusoe in York in Groot-Brittannië geboren. Zijn vader is koopman en Robinson heeft twee oudere broers. De ene sterft in een oorlog en de andere verdwijnt. Robinson studeert rechten maar voelt zich niet erg aangetrokken tot het veilige bestaan van de Britse middenklasse. In plaats daarvan monstert hij aan op een schip naar Afrika. Na een aantal reizen komt hij uiteindelijk in Brazilië. Daar begint hij wat ten slotte een zeer succesvolle plantage zal worden. Robinson Crusoe wordt rijk. Maar Robinson Crusoe wil nog rijker worden. Er varen schepen naar Afrika om slaven te halen en hij gaat aan boord. Tijdens zijn laatste reis vergaat zijn schip en Robinson Crusoe spoelt als enige aan op een nabijgelegen onbewoond eiland.

Hier begint het avontuur.

© Roel Burgler / HH
© Roel Burgler / HH

Probleemoplossend vermogen

Robinson leeft vele jaren in isolement, met slechts een paar dieren als gezelschap. ‘Wilden’ en kannibalen plunderen de stranden. In zijn logboek houdt hij in kolommen niet alleen bij over hoeveel geld en materieel hij beschikt, maar ook hoeveel geluk en pech hij heeft.
Hij mag dan op een onbewoond eiland zijn – maar hij leeft.
Hij mag dan geïsoleerd zijn van de anderen – maar hij verhongert niet.
Hij mag dan geen kleren hebben – maar het klimaat is aangenaam.
In iedere situatie berekent Robinson de winst. En hij is heel tevreden. Vrij van begeerte, jaloezie en trots. Vrij van andere mensen. Triomfantelijk schrijft hij dat hij kan doen en laten wat hij wil. Hij kan zich koning of keizer van het eiland noemen. Wat een feest! Vrij van afleiding en lichamelijke lusten richt hij zich op bezit en controle. Het eiland ligt daar om door hem veroverd te worden en de natuur is er om door hem getemd te worden.
De roman over Robinson Crusoe wordt vaak verteld als illustratie van het probleemoplossend vermogen en de vindingrijkheid van de mens. Robinson kweekt mais, maakt aarden kruiken en melkt geiten. Hij maakt kaarsen van geitentalg en twijnt pitten van gedroogde brandnetels. Maar het is niet alleen Robinsons vindingrijkheid waarop het kleine eenmansmaatschappijtje is gebouwd. Hij gaat in totaal dertien keer naar het gestrande schip om materialen en werktuigen te halen. Die gebruikt hij om het eiland en op den duur ook andere mensen aan zich te onderwerpen.
Die werktuigen en materialen zijn geproduceerd door anderen, ook al zijn ze nog zo ver weg. En Robinson is volledig van hun werk afhankelijk.
Na vijfentwintig jaar op het eiland komt Robinson uiteindelijk in aanraking met een inboorling. Hij redt hem van de kannibalen en geeft hem de naam van de dag waarop ze elkaar hebben ontmoet. Vrijdags dankbaarheid kent geen grenzen. Hij houdt van Robinson als van een zoon en werkt voor hem als een slaaf. Vrijdag, die zelf een kannibaal is, verlangt wel naar mensenvlees maar verandert zijn eetgewoonten uit consideratie met Robinson. Bijna drie jaar brengen ze met elkaar door in wat de schrijver Daniel Defoe beschrijft als een staat van volkomen geluk. Ten slotte worden ze ontdekt en varen ze terug naar Europa.
Na aankomst in Lissabon ontdekt Robinson dat hij ongelooflijk rijk is geworden. De plantage in Brazilië is tijdens zijn afwezigheid door zijn arbeiders gaande gehouden en heeft al die jaren dat hij weg was grote winsten gemaakt. Robinson verkoopt zijn aandeel, trouwt en krijgt drie kinderen. Daarna sterft zijn vrouw. Die serie gebeurtenissen – huwelijk, kinderen en dood – wordt in de roman met één enkele zin beschreven.
En Crusoe gaat weer scheep.

Alles moet gekocht, geruild en verkocht worden met een zo groot mogelijke winst

Homo economicus

De Ierse schrijver James Joyce beschreef Robinson Crusoe als de belichaming van de ‘mannelijke zelfstandigheid, onbewuste wreedheid, koppigheid, trage maar effectieve intelligentie, seksuele apathie en berekende zwijgzaamheid’.
Robinson Crusoe leeft in afzondering, en economen houden ervan mensen af te zonderen. De op zijn onbewoonde eiland gestrande Robinson maakt het mogelijk na te denken over de manier waarop de mens zonder of los van zijn omgeving zou reageren. Dat is precies wat de meeste economische standaardmodellen doen. Ceteris paribus, oreert de hoogleraar economie enthousiast in het Latijn. ‘Het overige blijft gelijk.’ In een economisch model dat meerdere variabelen kent, moet je één enkele variabele isoleren – anders werkt het niet. Slimme economen zijn zich altijd bewust geweest van het probleem van deze redeneerwijze, maar zij vormt nog steeds de basis van ‘hoe een econoom moet denken’. Je moet de wereld kunnen vereenvoudigen om eraan te kunnen rekenen en men heeft ervoor gekozen om dat op Adam Smiths wijze te doen.
In het boek schept Robinson Crusoe snel een economie. Hoewel er geen geld is op het eiland, koopt en ruilt hij naar hartelust – de waarde van goederen wordt bepaald door de vraag.
Het principe dat de waarde van een goed wordt bepaald door de vraag, wordt ook verteld in de vorm van een verhaal over twee gestrande mannen.
Stel je twee mannen op een onbewoond eiland voor: de ene heeft een zak rijst en de andere heeft tweehonderd gouden kettingen. Thuis op het vasteland had je met een gouden ketting een hele zak rijst kunnen kopen, maar nu zijn de mannen niet op het vasteland. Ze zijn gestrand en dat verandert de waarde van hun spullen.
De man met de rijst kan plotseling alle gouden kettingen vragen voor één portie rijst. Misschien wil hij zelfs wel helemaal niet ruilen. Wat moet hij op het eiland met een gouden ketting? Economen zijn dol op dit soort verhalen, ze knikken en vinden dat ze iets ongehoord diepzinnigs hebben ontdekt over hoe mensen functioneren.
In hun standaardmodellen is er namelijk nooit sprake van dat twee mensen op een verlaten eiland misschien wel met elkaar gaan praten of dat ze zich eenzaam voelen. Bang zijn. Elkaar nodig hebben. Na een tijdje te hebben gekletst, zouden ze erachter zijn gekomen dat ze als kind geen van beiden van spinazie hielden en dat ze ooms hadden die lange periodes aan de drank waren. Nadat ze daar een tijdje over hadden gepraat, hadden ze de rijst waarschijnlijk gedeeld. Het feit dat wij mensen op deze manier kunnen reageren, heeft dat geen economische betekenis?
De mannen in het verhaal zitten niet zozeer vast op een onbewoond eiland, ze zitten vooral vast in zichzelf. Solistisch. Geïsoleerd. Onbereikbaar. Slechts door middel van handel en concurrentie in staat tot interactie met elkaar. Niet in staat de wereld om zich heen als iets anders te zien dan een reeks goederen. Alles moet gekocht, geruild en verkocht worden met een zo groot mogelijke winst.
Robinson Crusoe is hét voorbeeld van de economische mens. Homo economicus wordt hij genoemd, en deze ligt ten grondslag aan alle bekende economische theorieën. De economische wetenschap meende dat de studie zich moest richten op het individu. Om die reden moest men een vereenvoudigd verhaal bedenken over hoe het individu zich gedroeg. Zo ontstond er een model van menselijk handelen dat het economisch denken sindsdien heeft bepaald. En bovendien is dit individu een ongehoord charismatische persoon.
Wie economie studeert, moet een sprookje leren over een man die de wereld intrekt om zijn winst te maximaliseren. Onder de geldende omstandigheden en beperkingen. Hij wordt geacht een algemeen geldende, zij het vereenvoudigde, beschrijving te zijn van wat de mens is. Het gaat op voor zowel mannen als vrouwen, rijken als armen, ongeacht cultuur of religie, voeten of handen. De economische mens beweert in ieder van ons een puur economisch bewustzijn te beschrijven. Waardoor we wensen formuleren en die vervolgens proberen te vervullen.
De economische mens is rationeel en wordt geleid door zijn verstand, hij doet niets wat hij niet hoeft te doen en als hij het toch doet dan is het om genot te verkrijgen of pijn te vermijden. Hij zal altijd pakken wat hij pakken kan, alles doen om te winnen, om degenen die in de weg staan te slim af te zijn of desnoods uit de weg te ruimen.
De economische standaardmodellen zeggen dat wij in feite allemaal zo zijn. In elk geval voor zover wij voor economen relevant zijn. En daarom moet dát deel door economen bestudeerd worden. De meest fundamentele eigenschap van mensen is dat wij eindeloos veel willen hebben. Alles. Nu. Meteen. Maar dat kan niet. De eindeloze wensen van mensen worden begrensd door de beperkte hoeveelheid middelen op de wereld en door het feit dat ieder ander natuurlijk ook dingen wil hebben. Alles. Nu. Meteen. En als je niet alles kunt krijgen, dan moet je kiezen. Schaarste maakt keuze noodzakelijk.
Keuze betekent alternatieve kosten, gemiste inkomsten van de niet-gekozen mogelijkheden. Kies je het ene pad, dan kun je niet tegelijkertijd ook het andere kiezen. De economische mens heeft bepaalde voorkeuren.
Als hij liever tulpen wil dan rozen en liever rozen dan margrieten, dan kiest hij ook eerder tulpen dan margrieten. Bovendien is hij altijd rationeel – hij kiest de minst kostende weg om zijn doelen te bereiken.
We bedenken wat we willen hebben en vervolgens komen we in actie om het te verkrijgen. We berekenen de kortst mogelijke afstand tussen A en B. We willen zo veel mogelijk tegen zo laag mogelijke kosten. 
Daar gaat het allemaal om. Je beslist wat je wilt en in welke volgorde. Vervolgens probeer je eraan te komen. Klaar voor de start … af. Dan begint het leven. En zo eindigt het trouwens ook. Goedkoop inkopen, duur verkopen.
Het grote voordeel van de economische mens is dat hij voorspelbaar is. Daarom kun je alle problemen die hij ontmoet in elegante wiskunde uitdrukken. De mens als homo economicus is berekenbaar. Er is slechts eigenbelang en uit een dood universum kunnen we de natuurwetten van de samenleving afleiden.

Je kunt zeggen dat economen een beetje op kinderen lijken
© Roel Burgler / HH
© Roel Burgler / HH

Rationeel en egoïstisch

Net als Robinson Crusoe was de economische mens een moderne mens die zich had vrijgemaakt van ouderwetse, irrationele onderdrukking. Net als Robinson Crusoe kon hij zichzelf redden, was er geen koning of keizer die hem kon voorschrijven wat hij moest doen. Hij was zijn eigen koning of keizer, hij was vrij en van niemand. Zo was de nieuwe mens, waarmee de economische wetenschap de moderne tijd betrad.
De economische mens bepaalde zijn eigen leven en liet anderen hun leven bepalen. Hij was ongehoord competent. Domweg omdat hij mens was. Zijn 
superieure verstand maakte hem tot heer over zijn eigen wereld, en niet tot dienaar of ondergeschikte. Hij was vrij. Hij kon in iedere situatie bliksemsnel alle mogelijke alternatieven overzien en tegen elkaar afwegen. Zoals een schaker op wereldniveau doorkruiste hij met al zijn keuzemogelijkheden het bestaan. Zo was de menselijke natuur, zeiden de economen van de negentiende eeuw. Bovendien was de mens tolerant: de economische mens beoordeelde anderen niet op hun afkomst maar op hun (mogelijke) toekomst. Hij was bovendien nieuwsgierig en flexibel. Hij streefde er altijd naar het beter te krijgen. Meer te hebben. Meer te zien. Meer te beleven.
Werken heeft geen intrinsieke waarde, vindt de economische mens, maar het is nodig om ergens te komen. Hij stelt doelen, komt in actie, vinkt ze af en gaat verder. Hij blijft nooit staan bij wat voorbij is, kijkt alleen maar vooruit. Wil hij jou hebben, dan doet hij er alles aan om jou te krijgen. Liegen, stelen, vechten, alles verkopen wat hij heeft. Hij is solistisch maar zijn solisme is wellustig. Hij doet altijd alles om zijn verlangens te bevredigen. Liever door af te dingen en te onderhandelen dan door geweld te gebruiken. Niet iedereen kan nu eenmaal tegelijk aan de trog. De goederen en diensten in de wereld zijn begrensd. Hij bewondert mensen die geslaagd zijn. Het gaat erom te krijgen wat je wilt. Het in je handen te houden en te zeggen: ‘Dit is van mij’.
Aan het eind van de film zal hij altijd in zijn eentje wegrijden, de zonsondergang tegemoet.
Emoties, altruïsme, zorgzaamheid komen niet in de economische standaardtheorieën voor. De economische mens kan een voorkeur hebben voor saamhorigheid of voor een bepaald gevoel maar het is slechts een voorkeur – net zoals je appels kunt prefereren boven peren. Soms wil hij iets voelen – vanwege de ervaring. Maar gevoelens zijn geen onlosmakelijk deel van hem. Voor de economische mens is er geen kindertijd, hij is van niets of niemand afhankelijk en er is geen maatschappij die hem beïnvloedt. Hij herinnert zich zijn eigen geboorte. Die was niet anders dan al het andere.
Rationeel, egoïstisch en niet afhankelijk van zijn omgeving. Alleen op een eiland of alleen in de maatschappij, het maakt niet uit. Er bestaat geen samenleving, er zijn alleen individuen.
Economie wordt dus de wetenschap van het ‘conserveren van liefde’. De samenleving wordt bijeengehouden door eigenbelang. Uit Adam Smiths onzichtbare hand wordt de economische mens geboren. De liefde kon worden bewaard voor de privésfeer. Het was belangrijk die apart te houden.
Anders zou de honingpot weleens leeg kunnen raken.

Wij zijn bezig de mannen te worden met wie we vroeger wilden trouwen

Greed is good

Bernard de Mandeville, een Nederlandse arts die in Engeland werkte, publiceerde in 1714 zijn beroemde fabel over bijen. Grinnikend beschrijft hij hoe zij, als iedere bij zelf doet wat zij wil, ook het beste resultaat voor de hele kast bereiken. Het eigenbelang dient het algemeen belang, zolang de bijen maar hun gang mogen gaan. Als je je ermee bemoeit, komt er geen honing. IJdelheid, jaloezie en hebzucht vergroten merkwaardig genoeg het geluk in de kast. Die lage gevoelens doen bijen harder werken. Zo krijgen we economische groei en blijft de honing altijd vloeien. Greed is good. Op eigenbelang kunnen we bouwen.
Als iedereen egoïstisch handelt, vindt er een magische omwisseling plaats naar wat het beste is voor het geheel. Net zoals bij Smith. Ons egoïsme en onze hebzucht kunnen door de onzichtbare hand van de economie worden omgezet in harmonie en balans – een verhaal dat qua zingeving en vergiffenis niet onderdoet voor de diepste mysteriën van de Katholieke Kerk. Jouw hebzucht en egoïsme vormen eigenlijk jouw verzoening met andere mensen.
‘Amerika functioneert niet zonder diepgeworteld geloof – en het doet er niet toe welk’, zei president Dwight D. Eisenhower.
Het idee dat de economie door een onzichtbare hand gestuurd werd, ontwikkelde zich tot de gedachte dat de markt ook een einde zou maken aan de geschiedenis. Als onze economische belangen steeds verder vervlochten zouden raken, zouden de primitieve conflicten van daarvoor niet langer nodig zijn. Je schiet je neef niet neer omdat hij moslim is als je gemeenschappelijke economische belangen hebt. Je rent niet naar je buurman om die te vermoorden omdat je dochter met hem naar bed is geweest als jouw bedrijf van hem afhankelijk is.
De onzichtbare hand houdt je tegen.
De bloedige gebeurtenissen van de twintigste eeuw hebben laten zien dat de mens niet zo eenvoudig in elkaar zit. Maar het is een goed verhaal. En de meeste mensen willen een goed verhaal niet nader onderzoeken.
In elk geval niet grondig en vrijwillig.
Het mechanisme van de markt zou wereldvrede en geluk voor iedereen kunnen produceren uit zoiets simpels als onze ordinaire smerige gevoelens. Het is dus niet zo vreemd dat we ons hebben laten verleiden. Exploitatie was niet langer persoonlijk. De vrouw die haar rug ruïneert voor 6 dollar per uur doet dat niet omdat iemand slecht is of haar daartoe heeft veroordeeld. Niemand is schuldig, niemand is verantwoordelijk. Het is gewoon de economie. En die is aangeboren. Die is in feite ons diepste wezen.
Omdat wij allemaal als de economische mens zijn.

Katrine Marçal

Je houdt het niet voor mogelijk verscheen begin oktober bij De Geus.

Wie is Katrine Marçal?
Katrine Marçal (1983) is een Zweedse journaliste en woont in Londen. Op haar 22ste begon ze met schrijven voor het grote Zweedse dagblad Aftonbladet en op haar 25ste werd haar eerste boek gepubliceerd. Je houdt het niet voor mogelijk stond in Zweden op de shortlist voor de Augustprijs en werd bekroond met de Lagencrantzer Award.

Ontmoet Katrine Marçal
360 Magazine organiseert samen met De Balie en De Geus op 21 oktober een bijeenkomst met Katrine Marçal. Zij gaat in gesprek met schrijfster Myrthe Hilkens. Kaarten kunt u bestellen bij de kassa van De Balie. www.debalie.nl

Foto’s
Fotograaf Roel Burgler volgt Marjolein en gezin sinds 2010. Boven: Marjolein gebruikt een insectenzuigpompje om het gif van een wesp uit de voet van dochter Linda (4) te zuigen, voor de tent op de camping. Onder: Marjolein schilt aardappelen terwijl zoon Thomas op haar smartphone en laptop wilt spelen. Links: Marjolein werkt op haar laptop op een deken in het park. © Roel Burgler / HH

Dit artikel werd samengesteld door Katrine Marçal.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.