• Die Zeit
  • Reader
  • Zal wel goed gaan toch?

Zal wel goed gaan toch?

Die Zeit | Hamburg | 19 augustus 2020

In deze onzekere tijden, met talloze crises – corona, klimaat et cetera – is vertrouwen in politici, experts of zelfs onze medeburgers niet vanzelfsprekend. Maar wat is vertrouwen? Onder welke voorwaarden ontstaat of verdwijnt het? Is samenleven mogelijk zonder gedeeld vertrouwen? Op die vragen zocht het Duitse weekblad Die Zeit het antwoord. 

- © Unsplash
– © Unsplash

De zevende augustus 1974 begint nevelig en bepaald niet windstil in Manhattan, wanneer er ’s ochtends even na zevenen aan de voet van het World Trade Center een oploopje ontstaat, dat snel aangroeit. Voorbijgangers, net nog op weg naar hun werk, blijven plotseling staan en kijken met hun hoofd achterover naar boven, naar waar de bovenste etages van de twee slanke torens in de wolken verdwijnen. ‘Kijk, kijk daar!’ roept een jonge vrouw vanuit de menigte, terwijl ze omhoog wijst. ‘Een koorddanser! Hij loopt! Hij loopt!’

De man, helemaal in het zwart gekleed, heeft een stok in zijn handen en balanceert tussen de torens heen en weer. Steeds weer overbrugt hij de 60 meter van de ene naar de andere kant, draait zich om, loopt terug, knielt en gaat zelfs op het touw liggen, de stok over zijn borst. Schijnbaar gewichtloos, midden in het niets. Drie kwartier lang. Tot politieagenten hem uiteindelijk van het dak halen.

Wie is die man? Is hij gek geworden?

Philippe Petit

De man is de 24-jarige Fransman Philippe Petit. Sinds hij in zijn jeugd in een tijdschrift de tekening zag van twee reusachtige torens die vlak naast elkaar in New York zouden worden gebouwd, heeft hij de droom om van de ene naar de andere te lopen. Hij heeft geoefend op de kerktorens van de Notre-Dame en op de Sydney Harbour Bridge. Hij heeft het World Trade Center wekenlang verkend, zich als journalist voorgedaan, de opzichter geïnterviewd, foto’s van het dak gemaakt. De dag ervoor is hij met een vervalst pasje de zuidtoren ingegaan, terwijl vrienden van hem zich in de noordtoren hebben verstopt. ’s Nachts schieten ze met pijl en boog een vislijn naar hem toe, waaraan ze steeds dikkere touwen vastknopen en uiteindelijk de draadkabel. Wanneer de ochtend aanbreekt, loopt er een weg over de 400 meter diepe afgrond, nauwelijks meer dan een vinger breed.

‘Toen hoefde ik alleen nog te beslissen of ik het gewicht van de voet die op het gebouw stond naar de voet op het touw zou verplaatsen,’ zegt Philippe Petit later in de documentaire Man on Wire over het moment dat hij begon.

Hij is niet gek. Hij weet dat hij kan vallen en dat laat hem niet onverschillig. Alle risico’s die hij door kennis en planning, kunde en ervaring kon uitsluiten, heeft hij doelbewust en omzichtig uitgesloten om zijn gang over het koord te doen slagen. Wat echter blijft, wat altijd blijft, voor hem en voor ieder mens, is dat laatste, maar beslissende restje onzekerheid, dat zich nooit helemaal laat wegnemen.

Hoe zal het aflopen? Philippe Petit weet het niet. Hij heeft vertrouwen.

Over vertrouwen denken we pas na als we het niet meer hebben

Maar wij zijn Philippe Petit niet. Wij brengen onszelf niet bewust in een situatie waarin een windvlaag een eind aan ons leven kan maken. Wij beschouwen het terecht als een vooruitgang dat we dat niet hoeven.

Ons dagelijks leven heeft niets weg van een gang op het slappe koord, integendeel. We hebben het zo ingericht dat het lijkt op een rit op breed en glad asfalt, in een auto met veiligheidsgordels, airbags en een navigatiesysteem, op een weg met vangrails en verkeersregels, en politie die toeziet op de naleving daarvan.

We hebben de techniek, we hebben de welvaart, wetten en instituties. We hebben de wetenschap. We hebben de controle. Onze hele moderne beschaving lijkt wel een poging tot afschaffing van de onzekerheid. Waarvoor hebben we nog vertrouwen nodig?

- © Getty Images
– © Getty Images

Onzeker

Sinds een virus in een tijdsbestek van slechts drie maanden de wereld buiten werking heeft gesteld, zijn we aangewezen op vertrouwen in een mate die we nog niet kenden. We moeten virologen vertrouwen van wie we tot voor kort nog nooit hadden gehoord, maar wier taxaties nu ons dagelijks leven bepalen. We moeten politici vertrouwen die nooit eerder zo direct en concreet moesten beslissen over het persoonlijke bestaan van zo veel mensen, en die zich nu geen fout kunnen permitteren. We moeten onze medemensen vertrouwen dat ze afstand houden, ook als ze zelf niet bang zijn om ziek te worden. En we moeten erop vertrouwen dat zodra het eenmaal voorbij is, iedereen weer naar buiten gaat, weer deelneemt, weer investeert om zo ons dagelijks leven te herstellen.

Het onzekere is opgeschoven van de marge naar het middelpunt van onze belangstelling. Waar kort geleden misschien nog niets onzeker was, lijkt nu ineens vrijwel alles onzeker te zijn.

Waarvoor we vertrouwen nodig hebben? Hoe zouden we zonder moeten? ‘We leven in een klimaat van vertrouwen zoals we in de dampkring leven,’ schreef de Nieuw-Zeelandse filosofe Annette Baier in 1994 in een essay. ‘We nemen het waar zoals de lucht, we worden ons er namelijk pas bewust van als het schaars wordt of vervuild raakt.’

Over vertrouwen denken we pas na als we het niet meer hebben. We vertrouwen als vanzelfsprekend op onszelf, op anderen, op de wereld, op het leven zelf, maar dan krijgen we een schok te verwerken, we raken onze baan kwijt, een huwelijk loopt op de klippen, een arts stelt een diagnose, en pas dan valt ons op dat we kennelijk de hele tijd vertrouwen hebben gehad en denken we dat we dat nu opeens niet meer kunnen.

De crisis veroorzaakt een verlies aan vertrouwen, en dat verlies aan vertrouwen versterkt de crisis. Er ontstaat een vicieuze cirkel, die we alleen kunnen doorbreken met nieuw vertrouwen. Maar dat vertrouwen dient zich niet vanzelf aan enkel omdat er een dringende behoefte aan is. Het laat zich niet bevelen, niet terugwensen en ook niet controleren. 

Hoe hebben mensen hun dagelijks leven, hun beschaving, zelfs hun toekomst kunnen bouwen op iets wat zo vluchtig lijkt te zijn?

Evolutie

Roman Wittig werkt als gedragsonderzoeker aan het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig, waar wetenschappers uit de meest uiteenlopende disciplines zich bezighouden met de vraag hoe de mens is geworden tot wat hij is. Waarom de mens rechtop is gaan lopen of hoe de menselijke hand is ontstaan, kan de wetenschap tegenwoordig heel goed reconstrueren aan de hand van opgegraven beenderen. Wittig is erin geïnteresseerd hoe en waarom de mens in de loop van de evolutie een bepaald gedrag heeft ontwikkeld. Dat kan hij niet aflezen aan oude beenderen. ‘Gedrag laat geen fossielen achter,’ zegt hij. ‘Daarom observeren we onze naaste nog levende verwanten: chimpansees.’

Wittig leidt een onderzoeksproject dat al meer dan veertig jaar het leven van chimpansees in Nationaal Park Taï in Ivoorkust documenteert. Momenteel gaat het om honderdvijftig dieren in verschillende groepen, die het hele jaar door van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat worden geobserveerd. Verzorging van de vacht, paring, zoeken naar voedsel, gevechten om de positie – elke actie, elke interactie wordt vastgelegd. De gebieden die de chimpansees doorkruisen zijn zo groot dat de wetenschappers de groepen de hele dag door de jungle moeten volgen tot de dieren ’s avonds hun nesten gaan bouwen.

De volgende ochtend, nog voor de chimpansees wakker worden, staan de wetenschappers alweer onder de bomen te wachten. ‘Anders zouden we ze pas na lang zoeken terugvinden,’ zegt Wittig.

Teamwork

Chimpansees voeden zich voornamelijk met vruchten, zaden en bladeren, maar eten ook vlees. De chimpansees in Nationaal Park Taï maken bijvoorbeeld jacht op franjeapen, behendige dieren die vrijwel nooit op de grond komen en eenvoudig via de boomtoppen kunnen ontkomen. Om ze te vangen vormen de chimpansees een team, waarin elk dier een vaste rol heeft: een drijver, enkele blokkeerders en een grijper. De drijver klimt de boom in en schrikt de franjeapen op, terwijl de blokkeerders zich in bomen aan weerszijden van de vluchtrichting posteren. Zo ontstaat er een tunnel, waar aan het einde de grijper wacht. Voordat de franjeapen doorhebben wat er gebeurt, zitten ze in de val. Zo’n jachttechniek is tot nu toe alleen waargenomen bij chimpansees in Nationaal Park Taï.

Wat dat met vertrouwen te maken heeft? ‘Een hele hoop,’ zegt Wittig.

Deze manier van jagen is alleen succesvol als elke chimpansee zich aan zijn rol houdt, en dat zal hij alleen maar doen als hij erop kan vertrouwen dat hij uiteindelijk een deel van de buit krijgt. De haast griezelige efficiëntie van deze manier van jagen valt te verklaren uit de werkverdeling en de coördinatie waarmee de chimpansees te werk gaan. De basis daarvoor ligt echter in het vertrouwen dat tussen hen bestaat. Althans, zo lijkt het. ‘We kunnen het ze natuurlijk niet vragen,’ zegt Wittig.

Zonder vertrouwen zou de mens ’s ochtends zijn bed niet kunnen uitkomen

Wat hij en zijn collega’s wel kunnen, is onderzoeken wat er in het lichaam van de chimpansees gebeurt als ze vermoedelijk vertrouwen hebben. Daarvoor verzamelen ze ’s ochtends en ’s avonds urinemonsters van de dieren, die ingevroren naar het instituut in Leipzig worden gestuurd. Daar liggen inmiddels vijftigduizend monsters opgeslagen. Van elk is nauwkeurig vastgelegd in welke situaties het dier zich op die dag bevond, zodat de wetenschappers het verband herkennen als ze de monsters onderzoeken op een bepaald hormoon dat alle zoogdieren kunnen aanmaken, ook de mens.

Dat hormoon heet oxytocine. Dat betekent ‘snelle geboorte’, maar dat is van alle functies die het in het lichaam heeft slechts de eerst ontdekte: oxytocine leidt de weeën in, helpt de moedermelk op gang en wordt daarom al lange tijd gebruikt in de verloskunde. Een paar jaar geleden kwamen hersenonderzoekers erachter dat oxytocine ook als transmitter in het brein fungeert en daar het voelen en handelen beïnvloedt. Toen bleek dat deze bevinding, die eerst bij woelmuizen werd gedaan, ook voor mensen gold, was dat een wetenschappelijke sensatie.

Intussen is aangetoond dat oxytocine angst vermindert, stress reduceert en tot een grotere openheid leidt. Het is een bindingshormoon, het bindt ons aan anderen. Wanneer een moeder haar kind de borst geeft, maakt haar brein oxytocine aan. Andersom wordt in het brein van het kind oxytocine aangemaakt wanneer het de borst krijgt. Dat heeft niets te maken met een of ander stofje dat via de moedermelk wordt overgedragen. Het gebeurt ook wanneer de vader of een ander vast contact het kind vasthoudt of liefkoost. Het is de situatie waarop beide lichamen reageren.

Geven en nemen en het gevoel van veiligheid – dat is de oorsprong van vertrouwen, zo wordt het verinnerlijkt. Het is het eerste wat we leren nadat we het levenslicht zien.

- © Getty Images
– © Getty Images

Lijmen

‘Als de chimpansees voedsel met elkaar delen, meten we ongeveer vijf keer zo hoge oxytocinewaarden als wanneer ze niet delen,’ zegt Wittig, ‘zowel bij dieren die voedsel krijgen als bij dieren die het afstaan.’

En als er eentje is die niet wil delen? ‘Het komt natuurlijk ook bij chimpansees voor dat vertrouwen wordt beschaamd, en anders dan wij mensen hoeven ze daarbij niet hun zelfbeheersing te bewaren.’

Soms krijgt bijvoorbeeld een lid van de groep na de jacht niets van de buit. Dan zien de onderzoekers hoe het zich woedend op de grond gooit, totaal van slag over hoe hem dat heeft kunnen gebeuren. In wat voor diepte een chimpansee valt als hij beseft dat het vertrouwen, de basis waarvan hij net nog zo zeker was, er helemaal niet is, wordt hieruit heel goed duidelijk.

Maar dan komen meestal razendsnel de andere chimpansees om dat groepslid heen staan om het uitvoerig te ‘groomen’, wat onder chimpanseeonderzoekers zoveel betekent als innige verzorging van de vacht – met andere woorden: knuffelen. ‘De vertrouwensbreuk moet worden gelijmd,’ zegt Wittig. ‘Ze zijn op elkaar aangewezen.’

Natuurlijk zijn wij geen chimpansees. We slapen niet in bomen. Onze wereld omvat meer dan een stuk jungle, en de groep mensen waarop we elke dag zijn aangewezen is zo groot dat we niet met hen allemaal kunnen knuffelen, alleen maar om ervoor te zorgen dat we elkaar vertrouwen.

We kopen levensmiddelen die door mensen worden geproduceerd die we niet kennen, op locaties en onder omstandigheden waarvoor hetzelfde geldt. We stappen in vervoermiddelen die we niet zelf besturen, maar waarin we wel kunnen sterven zodra degene die dat wel doet een fout maakt.

We leven in politieke systemen waarin we niet elke mening hoeven te delen, maar ons wel moeten schikken naar de meningen van anderen zodra ze door de meerderheid goed worden bevonden. We gebruiken technologieën die we zelfs als ze onbeheersbaar worden niet meer kunnen stopzetten zonder nog grotere schade aan te richten.
 
Onze aanleg tot werkverdeling en coördinatie heeft de planeet dermate en in zo’n vaart veranderd, dat we de gevolgen allang niet meer kunnen overzien. We hebben onze wereld groter en sneller gemaakt, maar ook gecompliceerder en kwetsbaarder, en toch voeren we het tempo steeds verder op. Hierdoor dijt de ruimte die ons vertrouwen moet afdekken gestaag uit. Vertrouwen is goed, controle is beter, heette het vroeger. Nu is het: controle is goed, vertrouwen gaat sneller.

Vertrouwen is ‘een mechanisme van de reductie van sociale complexiteit,’ schreef de Duitse socioloog Niklas Luhmann al aan het eind van de jaren zestig, toen de sociale complexiteit nog veel minder complex was dan vandaag de dag. ‘Zonder enig vertrouwen zou de mens ’s ochtends zijn bed niet kunnen uitkomen. Hij zou bevangen zijn door onbestemde angst en verlammende ontzetting.’

Maar is dat echt zo?

We zouden gek worden als we er continu over zouden nadenken over hoe wankel alles is

Zorgen

Natuurlijk gaan we ervan uit dat het plafond ’s nachts niet naar beneden komt. We gaan ervan uit dat de mens met wie we het bed delen ook de volgende ochtend nog naast ons ligt, althans als we hem of haar niet pas de avond daarvoor hebben leren kennen. We vertrouwen het kinderdagverblijf, dat onze kinderen daar veilig zijn, de automobilisten, dat ze stoppen bij rood licht, en onze baas, dat hij niet plotseling een collega op onze werkplek zet die ons werk overneemt. We zijn eigenlijk ook van mening dat de klimaatverandering wel op een of andere manier onder controle te krijgen is, terwijl we er weinig aan doen om die te stoppen. We weten uit ervaring waarop we kunnen bouwen en we zouden gek worden als we er continu over zouden nadenken hoe wankel alles eigenlijk is. 

Maar is dat echt allemaal vertrouwen? Of gewoonte? Of berusting in de toekomst? En als er al een onderscheid is, is dat van belang?

Martin Hartmann is filosoof en geeft les aan de universiteit van het Zwitserse Luzern, die momenteel vanwege corona gesloten is. Daarom begeleidt hij zijn studenten nu ook online vanuit Duitsland, waar hij woont. De zorgen die enkelen van hen zich over hun studie maken kan hij natuurlijk begrijpen, maar toch zijn ze soms in merkwaardige tegenspraak met de mooie omgeving waaruit zijn studenten inbellen. Het is helemaal niet zo dat Zwitserland het virus minder goed onder de knie heeft dan andere landen in Europa, maar eerder dat de Zwitsers vanwege hun welvaart en hun legendarische georganiseerdheid hadden aangenomen dat ze er veel beter mee overweg zouden kunnen. ‘Veel mensen hier zijn er niet op bedacht geweest dat die steunpilaren zouden kunnen wegvallen,’ zegt Hartmann.

Zijn proefschrift van twintig jaar geleden ging over ‘De creativiteit van de gewoonte’, en via de gewoonte is hij vervolgens terechtgekomen bij vertrouwen. Zijn nieuwste boek, Vertrauen, die unsichtbare Macht, dat een paar weken geleden is verschenen, probeert het begrip vertrouwen weer scherpte te geven, nadat het – voor alles en nog wat gebruikt – steeds vager was geworden. Mogelijk hebben we er inmiddels geen duidelijke voorstelling meer van wat we van het vertrouwen mogen verwachten en wat niet. ‘Wat willen we van het vertrouwen?’ zegt Hartmann. ‘Dat is toch de vraag.’

‘Vertrouw me, mama!’

Hartmann vertelt een verhaal uit een kinderboek, dat heel goed illustreert wat hij bedoelt. Het boek heet Trust Me, Mum! en daarin wil Ollie, een jongetje van een jaar of zes, zeven, voor de eerste keer alleen boodschappen gaan doen. Voordat hij toestemming krijgt, geeft zijn moeder hem nauwkeurige aanwijzingen. Ga rechtstreeks naar de winkel. Blijf niet staan. Snij niet af via de tuin van de buurman. Praat met niemand. Kijk rechts en links voor je oversteekt. Niet met je handen in je zakken lopen.

‘Vertrouw me, mama!’ zegt het jongetje. ‘Ik ben toch al groot.’

Maar hij is nog niet vertrokken of een angstaanjagend monster verspert hem de weg. Dat dat kon gebeuren, had zijn moeder hem helemaal niet verteld. Gelukkig kan het jongetje het monster verdrijven door hard te sissen, maar vervolgens ontmoet hij een geest en een heks. Ook daarop had zijn moeder hem niet voorbereid. Als hij uiteindelijk in de winkel aankomt, koopt hij de dingen die hij moest kopen en ook nog een paar dingen die hij uitdrukkelijk niet moest kopen. Op de terugweg, die hij tegen het verbod van zijn moeder in afsnijdt via de tuin van de buurman, komt hij nog een beer en twee buitenaardse wezens tegen, maar ook die weet hij af te schudden. Thuis vraagt zijn moeder of hij zich aan haar aanwijzingen heeft gehouden.

‘Ik heb mijn handen niet in mijn zakken gestoken,’ antwoordt het jongetje.
‘Ik wist dat ik je kon vertrouwen,’ zegt de moeder.

Dat is het mooie aan het verhaal: het jongetje heeft zich aan vrijwel geen enkele aanwijzing van zijn moeder gehouden. Sommige regels heeft hij bewust genegeerd, andere waren nutteloos, gelet op de gevaren die hij tegenkwam en die zijn moeder niet had kunnen voorzien. De griezelige figuren in het verhaal staan voor alle gevaren in het leven waarop we ons niet kunnen voorbereiden. Vertrouwen rechtvaardigen betekent nu eenmaal meer dan je alleen aan de aanwijzingen houden. Het betekent het onzekere tegemoet treden en laten zien dat je ertegen opgewassen bent. In die zin heeft het jongetje het vertrouwen dat zijn moeder in hem heeft gesteld helemaal gerechtvaardigd. Wanneer hij aan het eind apetrots en met een lolly in zijn mond op de tuinstoel zit, voel je dat ook hij dat vooraf niet kon weten. Het vertrouwen dat in hem werd gesteld heeft iets gebracht wat zonder vertrouwen niet tot ontwikkeling was gekomen.

‘Soms ontstaat de reden die vertrouwen rechtvaardigt pas door gewoon vertrouwen te hebben,’ zegt Hartmann. ‘Die bevestigt zichzelf dan achteraf.’

- © Unsplash
– © Unsplash
We hebben ons dagelijks leven, onze beschaving op veiligheid gebouwd

Vertrouwen kweken

Hartmann is opgegroeid in Harburg, een buitenwijk van Hamburg. Toen hij zeven jaar was, stierf zijn vader aan kanker. Daarna moest zijn moeder de drie kinderen, van wie hij de jongste was, in haar eentje opvoeden en onderhouden. Ze werkte als sportjournalist en was voor haar werk veel op pad; soms dagen, soms langer. De kinderen moesten heel vroeg zelfstandig worden en leren voor zichzelf te zorgen.

Op een keer ging Harmann, hij was toen negen, alleen met de trein naar de stad, naar Ochsenzoll, waar HSV trainde – hij is nog altijd fan van de voetbalclub. Een uur heen, een uur terug. Destijds was hij trots, maar als hij daar nu op terugkijkt als volwassene die weet wat er allemaal kan gebeuren, heeft hij er een dubbel gevoel over.

Toen zijn eigen kinderen voor het eerst alleen boodschappen wilden gaan doen, zijn hij en zijn vrouw hen stiekem achternagelopen, tot de kinderen hen uiteindelijk ontdekten. ‘Toen waren ze natuurlijk boos,’ zegt hij. ‘We hadden hen niet vertrouwd.’

De afgelopen jaren heeft het thema vertrouwen in veel wetenschapsdisciplines carrière gemaakt. In de politicologie geldt het als bindmiddel dat onze uiteenlopende maatschappijen bijeenhoudt. De economische wetenschappen zien er meer een soort voorschot voor een bedrijf in, of elfenstof voor een hogere efficiency, omdat je met iemand die je vertrouwt niet altijd vooraf uitgebreid dingen hoeft vast te leggen en af te stemmen. De futurologie vraagt zich af of en hoe de mens kunstmatige intelligentie kan vertrouwen. De psychologie daarentegen schrijft persoonlijkheidsstoringen vaak toe aan een gebrek aan vertrouwen. De huis-tuin-en-keukenpsychologie ten slotte is vooral geïnteresseerd in het zelfvertrouwen en hoe dat kan worden geoptimaliseerd. Vrijwel altijd gaat het om wat vertrouwen tot stand moet brengen en hoe het kan worden gekweekt, en minder om waarom het ontbreekt. ‘Iedereen wil het vertrouwen hebben,’ schrijft Hartmann in zijn boek, ‘maar niemand wil vertrouwen.’

In werkelijkheid hebben we ons dagelijks leven, onze beschaving niet op zoiets onbetrouwbaars als vertrouwen gebouwd. We hebben het op veiligheid gebouwd. Stromend water uit de kraan, vloerverwarming, bereik in de tunnel. Parkeerplaatsen voor de deur, CT-scans, gratis retourneren bij het online winkelen. Schooldiploma’s die leiden tot universiteitsdiploma’s en vervolgens tot carrières. Pensioenaanspraken die al jaren van tevoren tot op de euro nauwkeurig zijn te berekenen. Continue economische groei en de als zeker geldende aanname dat elke generatie het beter zal hebben dan de vorige. Ons vertrouwen is vaak alleen nog maar het vertrouwen dat de dingen, andere mensen, het leven precies zo functioneren als wij dat wensen en kunnen gebruiken. Zelfs van onszelf verwachten we dat.

Keurslijf

Tegenwoordig zitten niet alleen de economieën in een keurslijf van strakke productieketens, ook in ons dagelijks leven, onze relaties, onze levensverhalen moet altijd het een in het ander grijpen. We willen zeker kunnen zijn en niet worden verrast. Daarom worden we helikopterouders, rijden we in SUV’s, sluiten we huwelijkse voorwaarden af. Daarom zien we in het onzekere alleen nog maar het gebied van waaruit de storing, het gevaar, de allesbeslissende fout kan komen. Daarom moet het onzekere beslist onder controle worden gehouden.

Terwijl we weten dat dat niet mogelijk is – daarvoor hoeft niet eens een nieuw virus uit te breken dat in drie maanden tijd de wereld lamlegt.

Een maatschappij die de pretentie heeft alles onder de knie te hebben, voert ook doorlopend strijd met de angst dat er iets mis kan gaan, omdat ze juist daarmee niet kan omgaan. Voor deze maatschappij liggen de gevoelens van almacht en onmacht dicht bij elkaar, ze wordt vatbaar voor ook maar de kleinste aanwijzing voor onzekerheid. Daarop zijn complete businessmodellen gebaseerd.

Al wekenlang neemt Bild het veiligheidsgevoel van de lezers met vette koppen onder vuur. Onder de titel ‘Scholieren en ouders klagen: coronachaos op onze scholen’ bericht de krant over een ‘schokkende enquête’: slechts 7 procent van de scholieren in Duitsland heeft digitaal onderwijs gekregen. Dat bij dezelfde enquête 57 procent van de ouders aangeeft tevreden te zijn met de manier waarop de school thuisonderwijs organiseert – wat doet het ertoe?

Het vertrouwen in de controleerbaarheid van onze wereld is aan het wankelen gebracht

‘Belastingschok door corona: gaat Duitsland nu failliet?’ staat boven een artikel over een prognose van Olaf Scholz [de Duitse minister van Financiën] van de belastinginkomsten. Het antwoord in de tekst: ‘Duitsland kan bijna niet failliet gaan.’ Maandag kopte Bild: ‘Drosten-onderzoek naar besmettelijke kinderen flagrant onjuist – hoelang weet de topviroloog dat al?’ De onderzoekers die in het artikel als kroongetuigen worden aangeduid, vinden dat ze onjuist zijn geciteerd en distantiëren zich van het stuk.

Al deze koppen maken uiteindelijk gebruik van het feit dat angst en onzekerheid wijdverspreid zijn. Media kunnen heel goed leven van de nachtmerries van de moderne beschaving.

Waar we ook kijken, het vertrouwen in de controleerbaarheid van onze wereld is aan het wankelen gebracht. De klimaatverandering tast ons vertrouwen in het kapitalisme aan, dat ons tot nog toe zo trouw heeft voorzien van welvaart. Het populisme tast ons vertrouwen in het compromis aan, de terreur tast ons vertrouwen in de openbare veiligheid aan, nepnieuws tast ons vertrouwen aan in de gedachte dat er überhaupt zoiets bestaat als waarheid waarover we het eens kunnen worden.

Het is eigenlijk geen wonder dat de mens die meent geen God, geen hoger wezen nodig te hebben omdat hij zijn lot altijd in eigen handen heeft, juist dat laatste te veel gevraagd vindt. Hij heeft behalve zichzelf niemand op wie hij zich kan beroepen.

Door goede machten wonderlijk geborgen,
Door goede machten vaderlijk geborgen,
wachten wij kalm op wat er komen gaat.
God is bij ons in de avond en de morgen
en zonder twijfel elke nieuwe dag.

Zo luiden de beroemde eerste regels van het gedicht dat theoloog Dietrich Bonhoeffer in de cel van de Gestapo schreef voor zijn verloofde, bijna vier maanden voor zijn terechtstelling. In de jaren daarvoor had hij meermaals de gelegenheid gehad om Duitsland voor lange tijd te verlaten, maar hij was toch teruggekeerd om zich aan te sluiten bij het verzet tegen de dictatuur. Hij vermoedde dat hij niet zou ontkomen aan de doodstraf, maar vertrouwde erop beschermd te zijn.

- © Getty Images
– © Getty Images

Vertrouwen in God

‘Ik geloof dat God uit alles, ook uit het grootste kwaad, iets goeds kan en wil laten ontstaan,’ had Bonhoeffer twee jaar eerder geschreven. ‘Daarvoor heeft hij mensen nodig die met alles hun voordeel doen.’

Vertrouwen in God lijkt in onze moderne wereld misschien wel de onwaarschijnlijkste vorm van vertrouwen, omdat het betrekking heeft op iets wat natuurwetenschappelijk niet te bewijzen valt. Iemand die op God vertrouwt, zal in zijn leven evenwel de aanwezigheid voelen van iets wat hem ondersteunt en draagt en daardoor wezenlijk voor hem wordt. Daarvoor hoeft de nood niet zo hoog te zijn als in de cel van de nazidictatuur. Ook in het dagelijks leven van onze daarmee vergeleken zorgenvrije wereld zijn veel mensen erbij gebaat zich tot iets te kunnen wenden wat groter is dan zijzelf.

Vertrouwen betekent dat we ons in andere handen begeven. Het betekent dat we niet alles willen controleren en beheersen, zelfs wanneer we er de mogelijkheid voor hebben. Het betekent de anderen, de wereld, het leven de vrijheid te geven ons tegemoet te treden zoals ze willen, in de verwachting dat ze het goed bedoelen, maar zonder te proberen je daarvan te verzekeren. Om dat vertrouwen echter toe te laten, moeten we een besluit nemen. Besluiten betekent niet weten voordat je handelt. Het betekent handelen voordat je weet.

Kunnen we dat tegenwoordig nog?

Andrea Sturm is al meer dan veertig jaar verloskundige en heeft in haar beroep alles al meegemaakt. Ze heeft thuisgeboorten begeleid, was leidinggevend verloskundige in een grote kliniek en heeft in Zweden en Engeland gewerkt. Vanwege het virus geeft ze nu via internet herstelcursussen vanuit haar woning in Hamburg.

Collega’s vertelden haar dat toen er nog niet genoeg mondkapjes waren, ze alleen maar hebben geneuried voor de baby’s en niet tegen hen hebben gepraat, uit angst ze te besmetten.

We gaan er helemaal niet meer van uit dat alles in orde is

‘In wat voor tijd beval ik van mijn kind? Dat vragen natuurlijk veel vrouwen zich nu af,’ zegt Sturm. Ze vertelt in één adem dat ze in 1977 begon als verloskundige en dat dat precies het jaar was waarin het feministische tijdschrift Emma verscheen. Sturm is geen verloskundige geworden vanwege de baby’s, maar om de vrouwen, die destijds nog werden behandeld alsof ze alleen maar hun lichaam ter beschikking stelden voor de geboorte. Ze kwamen in het ziekenhuis, van maandag tot en met vrijdag werd er bevallen, in het weekend was men vrij, anders werden de weeën ingeleid. De vrouwen kwamen in de verloskamer, werden neergelegd en vervolgens verlost. ‘Ze bevielen niet, ze werden verlost,’ zegt Sturm. ‘Eigenlijk gaat het nu weer zo.’

Toen Sturm verloskundige werd, wilde ze de vrouwen helpen zelf te beslissen. Het tempo, de plek, de situatie waarin ze bevallen. Ze wilde hen helpen om de geboorte in eigen hand te nemen. Dat wil ze nog altijd. Alles wat ze zowel toen als nu te bieden heeft, is het vertrouwen in het eigen gevoel. Maar dat lijkt weinig, afgezet tegen een vooruitgang die steeds nieuwe zekerheden belooft.

Geen zekerheid

Zwangere vrouwen worden tegenwoordig veel nauwlettender in de gaten gehouden dan veertig jaar geleden, er zijn aanzienlijk meer en betere preventieve onderzoeken. Op de eerste echo die Sturm zich kan herinneren was veel sneeuw te zien en tussen de vlokken door heel klein het hoofdje van de baby. Tegenwoordig zijn de beelden zo scherp dat er tot op de millimeter nauwkeurige metingen op worden gedaan om een aanwijzing voor een eventuele handicap van het kind te krijgen. Om die vervolgens te bewijzen zijn nadere onderzoeken noodzakelijk, die de betreffende ouders uit bezorgdheid om iets na te laten of over het hoofd te zien natuurlijk laten doen. Maar ook aan het eind van die procedure krijgen ze geen absolute zekerheid, alleen maar relatieve waarschijnlijkheden. ‘We gaan er helemaal niet meer van uit dat alles in orde is,’ zegt Sturm.

De beslissing om een kind te krijgen is een van de verstrekkendste in het leven. Als vrijwel niets anders brengt die ons in contact met het onzekere. Misschien weten we niet of we de juiste partner hebben, hoe we kind en carrière moeten combineren en of we een goede vader of moeder zullen zijn. Voor al die dingen is er geen zekerheid tot we het proberen.

Wellicht schuiven daarom zo veel mensen dat besluit zo lang voor zich uit. Maar dan gelden de vrouwen opeens als late moeder, dan geldt de geboorte als gevaarlijke handeling, die alleen de geneeskunde beheerst. Dan schijnt het voor veel vrouwen het veiligst te zijn om zich over te geven aan artsen, die hun kunnen vertellen hoe het met hen en het ongeboren kind is.

Dat maakt het voor Sturm moeilijk om de vrouwen te herinneren aan dat wat zo eenvoudig verloren gaat: het gevoel voor het eigen lichaam en het ongeboren kind. ‘Het grootste deel van mijn tijd besteed ik aan het sterken van vrouwen in het idee dat ze veel meer zelf kunnen inschatten dan ze denken,’ zegt ze.

Vaak staan de vrouwen ervan versteld dat ze de kracht hebben om de onbekende situatie de baas te worden

Acceptatie

We weten tegenwoordig meer over de wereld dan ooit tevoren, maar daardoor komt deze nog niet op ons over als een veilige plaats. We zijn in staat gevaren eerder te herkennen, ze nauwkeuriger te beschrijven, ons beter erop in te stellen. We hebben de echo en we gebruiken hem, net als alle andere instrumenten die ons moeten beschermen en waarvan ons verstand het machtigst is. Het zal altijd aanleiding vinden om zich af te vragen wat er allemaal mis kan gaan en hoe dat te voorkomen is. Desondanks is het zaak om terug te keren naar het vertrouwen.

Hoe dat moet? ‘Dat is verrassend simpel,’ zegt Sturm.

Als de moeders in spe onzeker zijn tijdens de voorbereiding op de geboorte en vragen stellen omdat ze iets hebben gelezen, of omdat de arts of hun beste vriendin iets heeft gezegd, stelt Sturm een wedervraag: ‘Wat is jouw gevoel? Wat zou jij doen?’ Dan denken de vrouwen even na en bij vrijwel alles wat ze daarna antwoorden, zegt Sturm: ‘Ja, dat is goed. Dat is de juiste weg.’

Vaak staan de vrouwen ervan versteld dat het zo eenvoudig is. Dat ze de kracht hebben om de onbekende situatie de baas te worden. Maar Sturm herinnert ze enkel aan iets wat ze eigenlijk zelf al wel weten. Iets soortgelijks ervaren mensen die de natuur ingaan, zich door kunst laten raken, mediteren, aan yoga doen of proberen ‘mindful’ te zijn, omdat ze in zichzelf naar een stilte zoeken waarin ze hun eigen stem weer eens kunnen horen.

Vertrouwen is een kracht die in ons aanwezig is, die ons niet alleen maar in staat stelt om te gaan met het onzekere. Ze trekt ons daar steeds weer naartoe, omdat we uiteindelijk alleen daar ervaring kunnen opdoen en ons kunnen ontwikkelen. Het onzekere is het leven zelf, en om dat te leven moeten we die onzekerheid accepteren.  

Marcus Jauer

Die Zeit
Duitsland | weekblad | oplage 505.000

De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal, en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.

Dit artikel van verscheen eerder in Die Zeit.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.