• The Elephant
  • Afrika
  • Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

© Getty Images
The Elephant | Nairobi | Oby Obyerodhyambo | 03 december 2020

‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.

Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.

De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.

‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’

‘Normaal’

Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.

De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.

In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’

Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.

Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten

Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.

Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’

Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.

Coronamaatregelen

Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.

Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen

Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.

Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.

Universeel basisinkomen

‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.

Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.

Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.

Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.

Meer effect

Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.

Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.

Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag

Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.

De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.

Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.

Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.

Steuntje in de rug

Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.

In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.

Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.