• Vox
  • Amerika’s
  • De vloek van Girlstown

De vloek van Girlstown

Vox | New York | Daniel Hernández | 25 december 2020

Op een katholiek meisjesinternaat in Mexico raken in 2017 opeens honderden leerlingen besmet met een mysterieuze ziekte. Een spookverhaal met een verrassende ontknoping.

De leerlingen droegen het meisje de klas in. Ze was twaalf jaar oud, erg mager en haar onderlichaam was stijf, alsof ze verlamd was. Het klaslokaal was beige, met een kruis aan de muur en een hoop lege bureaus. De leerlingen tilden het meisje naar een stoel, lieten haar erop zakken en trokken zich terug. Een groep nonnen wachtte buiten. Ze bleef alleen achter met de psychiater.

Het was maart 2007 en bijna iedereen in Girlstown, een katholiek internaat in het Mexicaanse stad Chalco was in paniek. Enkele maanden daarvoor waren een paar leerlingen begonnen te klagen over een stekend gevoel in hun benen. Sommigen hadden aanvallen van misselijkheid en koorts. Anderen hadden het over zelfmoord. Er werden inspecteurs gestuurd en epidemiologen die de omgeving onderzochten: het voedsel, het water, de bodem. Maar de resultaten lieten niets ongewoons zien. Daarna testten ze de meisjes zelf – op brucellose, leptospirose en rickettsiose. Toch vonden ze niets. Het was net alsof de school was vervloekt. 

De pijn werd erger. De uitbraak breidde zich uit tot honderden gevallen. De federale overheid stuurde een psychiater, dr. Nashyiela Loa Zavala, om de zaak te onderzoeken.

In een rapport over de uitbraak noemt Loa Zavala, 32, het twaalfjarige meisje bij een pseudoniem, Zitlali, om haar identiteit te beschermen. De psychiater vroeg het meisje allereerst om haar toestand te beschrijven.

‘Ik heb geen kracht in mijn knieën en mijn rug doet pijn,’ zei Zitlali met een zwakke stem tegen Loa Zavala. ‘Ik ben gevallen omdat mijn klasgenoten me niet konden dragen.’

Maar haar verhaal werd grimmiger. Zitlali vertelde dat ze donkere schaduwen zag en verontrustende geluiden hoorde. Zelfs bidden hielp haar niet om te kalmeren. Ze vertelde Loa Zavala dat ze zich verdrietig had gevoeld en niet goed had geslapen. Ze was bang dat ze de andere meisjes tot last zou zijn. Ze was bang dat ze verlamd zou raken.

De plek was bedoeld als een toevluchtsoord, waar meisjes dichter bij God konden komen en aan de armoede konden ontsnappen

Toen Loa Zavala naar haar opvoeding vroeg, zei Zitlali dat ze altijd al naar een kostschool had willen gaan omdat haar moeder overdag werkte en ze altijd alleen was. Ze had haar alcoholische vader niet meer gezien sinds haar ouders uit elkaar gingen, op haar tweede. Haar eerste stiefvader sloeg haar, en de politie kwam regelmatig naar het huis om in te grijpen in ruzies tussen hem en haar moeder, herinnerde Zitlali zich. Loa Zavala luisterde aandachtig en maakte aantekeningen.

Zitlali’s tweede stiefvader was erger. ‘Hij heeft slechte gedachten, zijn geest is erg naar, ik moet altijd dicht bij hem zijn, hij zegt dat ik bij hem moet blijven’, zei Zitlali. Ze voegde eraan toe dat hij het leuk vond als ze een rok droeg ​​en dat hij soms met een camera ‘te dichtbij kwam van achteren’. En hoe graag ze er aanvankelijk ook naar uitkeek om van huis weg te gaan, ze zei dat ze bang was dat haar stiefvader zonder haar in de buurt ‘iets zou doen met [haar] kleine zusje’.

Zusters van Maria

De scheiding van haar broers en zussen was niet het enige wat haar in Girlstown van streek maakte. Ze was niet voorbereid op de strikte regels van de Zusters van Maria, een orde van nonnen met een hoofdkantoor in Zuid-Korea. Hun doel was om ‘sociaal verwaarloosde meisjes van arme families en families die afgelegen wonen, overal in Mexico waar het licht van de beschaving niet schijnt, op te leiden, met als doel hen tot waardige leden van de samenleving te maken.’ Om leerlingen te lokken, boden de zusters vier jaar gratis onderwijs, huisvesting en maaltijden aan. De plek was bedoeld als een toevluchtsoord, waar meisjes dichter bij God konden komen en aan de armoede konden ontsnappen.

En toen vertelde ze Loa Zavala wie de spoken van Girlstown volgens haar waren. ‘Ik zie baby’s die hun navelstreng nog hebben, zoals foetussen,’ zei Zitlali. ‘Soms zijn ze erg lelijk en bloederig en hebben ze rode ogen en een gerimpeld gezicht.’

Ze zei dat ze doodsbang was voor de baby’s, maar dat ze soms ineens in engeltjes veranderden. ‘De laatste keer dat ik er een zag, was het een baby zonder gezicht,’ zei ze. ‘Die bevond zich naast de Heer.’

‘Wanneer in de omgeving intense momenten van kwetsbaarheid (…) voorkomen, profiteren kwaadaardige geesten van die situatie’

Loa Zavala is erin getraind kalm te blijven. Ze wist dat ze dit aankon. Toen vertelde Zitlali haar iets dat als een waarschuwing klonk: ‘We moeten voorzichtig zijn met onze ogen, want onze ogen kunnen ons naar de hel leiden.’ 

Loa Zavala publiceerde in 2010 een paper over haar onderzoek in Girlstown. Zo’n vijftien jaar na de uitbraak die alle betrokkenen de stuipen op het lijf joeg, werd dit verhaal bevestigd door interviews uit de eerste hand met deelnemers. De Zusters van Maria reageerden niet op verzoeken van verslaggevers om het tehuis te mogen bezoeken, maar de toenmalige moeder-overste, zuster Margie Cheong, en Loa Zavala spraken openlijk over de gebeurtenissen in Girlstown.

‘Wanneer in de omgeving intense momenten van kwetsbaarheid (…) voorkomen, profiteren kwaadaardige geesten uit de denkbeeldige wereld van die situatie en worden ze gevaarlijk’, schreef dr. Nashyiela Loa Zavala in het International Journal of Psychoanalysis. ‘Ik zal nu situaties beschrijven die deze breuk met de werkelijkheid veroorzaken, waardoor de boze geesten worden toegelaten.’

Jovita Sánchez Velasco

Jovita Sánchez Velasco deed al wekenlang haar best om besmetting op de campus tegen te gaan. Ze probeerde kalm te blijven en te bidden, zoals de nonnen de leerlingen hadden opgedragen. Maar in januari 2007 werd de zachtaardige vijftienjarige ziek, net als vele anderen op haar slaapzaal. Haar onderlichaam deed pijn.

‘Het begon als een steek. Mijn benen deden pijn, alsof ze krijsten’, herinnert ze zich. ‘En ineens kon ik niet meer opstaan. Als ik het probeerde, zakte ik door mijn benen.’

Tuxtepec, Mexico

Jovita groeide op in Tuxtepec, een kleine stad die in een inham ligt van de Río Papaloapan in de staat Oaxaca. Ze was de jongste van vier kinderen. Toen ze acht was, vertrok haar vader naar de Verenigde Staten en liet het gezin achter. Haar moeder was wasvrouw, maar kon de huur niet betalen, dus ging Jovita werken als schoonmaker en babysitter. Ze hield van school, maar Jovita dacht dat ze net als veel andere kinderen – en vooral meisjes die in Mexico in armoede zijn geboren – zou moeten stoppen. Anders zou het gezin niet kunnen overleven. Toen kwamen de nonnen van de Villa de las Niñas, zoals Girlstown in Mexico bekend staat, naar de stad.

Ze zeiden dat ze op zoek waren naar leerlingen voor een meisjesschool aan de rand van Mexico-Stad. Voor Jovita klonk het geweldig: gratis onderwijs, gratis huisvesting, gratis maaltijden. En het beste van alles was dat ze op deze manier een leven voor zichzelf kon opbouwen, buiten het steenarme Tuxtepec. De nonnen zeiden dat ze enkel de meest toegewijde leerlingen wilden. Jovita slaagde voor een wiskunde- en schrijfexamen en werd opgeroepen voor een gesprek op haar basisschool. De nonnen vroegen naar haar ouders, in wat voor huis ze woonde en hoeveel broers en zussen ze had. Ze wilden ook weten of ze haar lichaam onthaarde, haar haar had geverfd of tatoeages had. Ze was pas twaalf, dus die dingen waren niet eens bij haar opgekomen. In het najaar van 2003 boden de nonnen haar een plek aan in de bus naar Villa de las Niñas.

De nonnen legden uit dat de kinderen niets konden meenemen: geen extra kleding, geen mobiele telefoons, geen sieraden, zelfs geen foto van hun moeder

De nonnen legden uit dat de kinderen niets konden meenemen: geen extra kleding, geen mobiele telefoons, geen sieraden, zelfs geen foto van hun moeder. Alleen de kleren die ze droegen en verder niets. Ze moesten ook hun haar laten knippen voordat ze in de bus naar Girlstown stapten – tot twee vingers onder het oor. Meerdere leden van één gezin waren niet toegestaan. De school bood alleen leerlingen vervoer aan en alleen in één richting; ouders zouden zelf moeten betalen als ze mee wilden. Aangezien de meeste ouders de 300 peso’s voor de reis niet konden opbrengen, namen ze afscheid bij de vertrekkende bussen.

De strenge regels hadden een doel: de nonnen geloofden dat ze, door discipline en gebed, jonge meisjes konden helpen die anders aan armoede waren overgeleverd in een land waar de helft van de bevolking arm is. Sommigen zouden non worden, de meesten zouden niet verder komen dan een middelbareschooldiploma. Leerlingen als Velasco namen alle regels in Girlstown voor lief in ruil voor iets dat ze nauwelijks kenden: hoop. 

Jovita was zenuwachtig en huilde toen ze afscheid nam van haar familie. Maria, een ander meisje van haar school, was ook geselecteerd, dus Jovita zat tijdens de vijf uur durende bochtige rit naar Mexico-Stad in ieder geval naast een bekend gezicht. In de bus spraken de twee nauwelijks. Net als Jovita was Maria twaalf en zonder vader opgegroeid. Klasgenoten omschreven haar later als ‘zachtmoedig’ en ‘onschuldig’ – hoewel tegen de tijd dat ze Girlstown verliet er heel andere termen voor haar werden gebruikt.

Het katholieke meisjesinternaat Villa de las Niñas nabij de Mexicaanse stad Chalco. – © worldvillages.com

Ze reisden in een konvooi van drie bussen die waren gecharterd om meisjes uit de hele regio op te halen. Na een rit over de kronkelende pas tussen de twee vulkanen Popocatépetl en Iztaccíhuatl en naar beneden door het dichter bewoonde deel van de Vallei van Mexico, rolde het konvooi de gemeente Chalco binnen. Chalco, dat bezaaid is met schroothopen en groepjes betonnen huizen die Mexicaanse migranten zelf hebben gebouwd, werd beschouwd als het allerarmste gebied van Mexico-Stad en omstreken. In het noorden en oosten van de vallei, waar Chalco ligt, verzamelt zich veel smog en door de open rioolkanalen stinkt het er het grootste deel van het jaar. In het midden bevindt zich Villa de las Niñas.

Het schoolterrein was gebouwd op 80 hectare goed onderhouden tuinen, en straalde een soort verdorde perfectie uit. Er waren uitgestrekte, bruinige grasvelden met paden die naar rotondes leidden en naar standbeelden van het kindje Jezus en de Maagd Maria. Veel van de paden waren omzoomd met hoge heggen waar vreemde vormen in waren gesnoeid, alsof de tuinman aan hallucinaties leed. De school werd beveiligd door een bewaker, een beveiligingstoren en een 6 meter hoge omheining met prikkeldraad. 

Welkom in Girlstown

Toen ze door de met spijlenpoorten van Villa de las Niñas reden, was Jovita nog in de veronderstelling dat ze als ze van boord gingen in de buurt van Maria zou kunnen blijven. Maar nadat ze uit de bus waren gestapt, werden ze van elkaar gescheiden. De nonnen zeiden dat ze in twee rechte lijnen moesten gaan staan ​​voor een grote gymzaal, waar ze vervolgens naar binnen werden geleid. De zaal stond vol scheidingswanden. Jovita werd achter een ervan geplaatst en kreeg de opdracht zich tot aan haar ondergoed uit te kleden en haar kleren op de grond te laten liggen. Een non gaf haar een wit overhemd met knopen, een lange blauwe rok en tennisschoenen. De nieuwe rok vond ze ‘echt lelijk’. Hij was ook te lang – de zoom sleepte over de vloer.

De bussen zaten ook vol met meisjes die terugkeerden van een bezoek aan familie. De nonnen liepen door de gymzaal tussen hen door. Ze trokken overhemden omhoog, keken in schoenen en bladerden door boeken om te zien of er geen tekenen van de buitenwereld waren. Sommige meisjes logen als de nonnen hun ondergoed wilden controleren dat ze ongesteld waren, in een poging foto’s van huis naar binnen te smokkelen. Maar de nonnen lieten zich niet afschrikken. Jovita hoorde hoe een paar leerlingen begonnen te snikken toen de nonnen foto’s van de ouders en broers en zussen van meisjes in beslag namen. De nonnen controleerden ook ijverig oksels, gezichten en bikinilijnen op tekenen van harsen. Meisjes die zich hadden onthaard, werden ter plekke geschorst en weer in de bus gezet.

Eén non kwam naar Jovita toe en bekeek haar aandachtig. ‘Heb je iets meegebracht?’ vroeg de non. Jovita zei nee. ‘Want als je iets bezit dat de andere meisjes niet hebben, zullen de andere meisjes gaan stelen,’ waarschuwde de non. Even later controleerden ze of haar naam op de lijst stond en vroegen ze of ze haar onderarm mochten zien. Een van de nonnen haalde een pen tevoorschijn en schreef op haar huid:

Fase Drie, familie St. Bernadette, zesde verdieping

Jovita sloot aan bij een lange rij meisjes die naar een gebouw van zes verdiepingen liepen dat bekendstond als Fase Drie. De meisjes marcheerden de trappen op en betraden een kamer met rijen stapelbedden. Dit was vanaf nu haar aangewezen ‘familie’. De bedden hadden drie verdiepingen en liepen door tot vlak onder het plafond. Jovita liep naar het midden van de kamer en koos een benedenbed.

Dit was haar eerste nacht in Girlstown, en voor het eerst in haar leven was Jovita alleen, omringd door volslagen vreemden. Ze verwonderde zich over de stilte. Het leek erop dat niemand een geluid maakte waarvoor geen toestemming was gegeven. Om 21.00 uur gingen de lichten uit.

Problemen

Al snel werd duidelijk dat de school met problemen kampte.

Er waren zo veel regels, bijna te veel, merkte Loa Zavala op. De meisjes mochten geen televisie kijken, tijdschriften lezen of naar de radio luisteren. Ze droegen allemaal hetzelfde uniform, kregen hetzelfde kapsel en aten hetzelfde voedsel. Nog verontrustender vond Loa Zavala dat de meisjes elk jaar op dezelfde dag in augustus hun verjaardag moesten vieren, namelijk op de oprichtingsdag van de school. Het was alsof de school vanaf het moment dat de meisjes aankwamen alle banden met de buitenwereld wilde verbreken.

Ze leefden heel afgezonderd. De meisjes mochten in de zomer maar twee weken naar huis en met kerst ook twee weken. Bellen naar familieleden was niet toegestaan. Leerlingen mochten brieven ontvangen maar niet schrijven, en alle binnenkomende post werd gescreend. Emotionele verbindingen van welke aard ook tussen leerlingen en personeel werden ontmoedigd, evenals het meeste fysieke contact, merkte Loa Zavala op.

Als een meisje te gehecht raakte aan een bepaalde zuster, of omgekeerd, werden de betrokken herverdeeld over aparte verdiepingen of torens. Bij een gebrek aan emotionele interactie met volwassenen, zochten de leerlingen soms troost bij elkaar. Een student vertelde Loa Zavala dat sommige meisjes graag naar hun klasgenoten keken terwijl ze baadden. Maar de nonnen zorgden er ook voor dat de meisjes nooit ‘te dichtbij’ elkaar kwamen. Bij het minste vleugje genegenheid tussen twee leerlingen, werden ze gescheiden.

Vader Schwartz

In hallen rond de campus hingen foto’s van de oprichter van de school, Aloysius Schwartz, een Amerikaanse priester met een buitengewoon brede glimlach, die in 1957 naar Zuid-Korea was vertrokken. Hij zette er een weeshuis op en opende uiteindelijk in 1985 de eerste Boystown en Girlstown in de Filippijnen. Zijn doel was om kinderen uit zeer arme gezinnen een betere toekomst te bieden, en hij ging een nauwe samenwerking aan met een orde van Koreaanse nonnen die bekend staat als de Zusters van Maria. Samen bouwden ze aan een netwerk van scholen waar momenteel op vijftien locaties over de hele wereld meer dan 20.000 leerlingen worden onderwijzen.

Toen Schwartz in 1990 in Chalco begon te bouwen, had hij al de degeneratieve ziekte ALS en zat hij in een rolstoel. Ondanks zijn conditie was hij vastbesloten een ​​school in Mexico te bouwen en hij schreef een boek over zijn inspanningen, genaamd Killing Me Softly.

Hij wilde de armen helpen, maar zijn gezondheid ging achteruit en het was onwaarschijnlijk dat hij de opening van de campus nog zou meemaken. Toen hij de laatste keer beschreef dat hij uit Mexico vertrok, bespiegelde hij over zijn beslissing de school op te zetten. ‘Ik had last van aanhoudende twijfel en knagende ongerustheid dat ik een fout maakte, misschien wel de grootste fout in mijn leven.’ Hij noemde de school zijn ‘onvoltooide symfonie’.

Aanwijzing

Tijdens haar gesprekken met de meisjes stuitte Loa Zavala op een belangrijke aanwijzing, een gebeurtenis die aan de uitbraak voorafging. Tijdens een excursie naar de Universidad de Anáhuac ongeveer een jaar eerder, een katholieke elite-universiteit in Centraal-Mexico, vond een van de leerlingen een tijdschrift met een handleiding voor het maken van een ouijabord.

In het tijdschrift werd het de tabla genoemd, en het was gemakkelijk te maken: een bord waarop meestal de woorden JA en NEE aan beide uiteinden stonden, samen met een reeks cijfers en de letters van het alfabet, in twee rijen onder elkaar. Kinderen zoeken een rond stuk glas, plaatsen hun handen op de randen van het glas en laten het uit zichzelf ‘bewegen’. De tabla zou vragen beantwoorden en geesten oproepen om een gesprek mee aan te gaan. Een van de Girlstown-leerlingen – Maria, Jovita’s voormalige buurmeisje uit Tuxtepec – besloot er een te maken.

Maria en haar klasgenoten begonnen ’s avonds laat ouija te spelen, op het dakterras van hun slaapzaal, nadat de avondlichten waren gedoofd. De meisjes slopen door een raam in de kapel op de zesde verdieping om te voorkomen dat de Zusters op de vloer wakker werden. Achteraf gezien vond Jovita het logisch dat Maria haar klasgenoten via ouija liet kennismaken met de occulte wereld. Maria was een natuurlijke leider, zei Jovita, die haar omschreef als mooi, met opvallende trekken. En leerlingen meldden dat Maria’s moeder ‘in haar geboorteplaats bekend stond als aanhanger van Santa Muerte [‘heilige dood’, een volksheilige die aanbeden wordt in Mexico] die bovendien bevoegdheden had als heks’.

Volgens de verhalen zwierven geesten van meisjes uit het verleden die op school waren gestorven ’s nachts tussen de struiken door

Rond de tijd dat leerlingen met de ouija geesten begonnen op te roepen, begon Jovita beelden te zien en geluiden te horen die ze niet kon verklaren. Op een avond ging ze naar de badkamer, in de veronderstelling dat ze alleen was, maar hoorde ze ineens beweging en werd er vlakbij doorgetrokken. Ze opende elk hokje om te bevestigen dat ze alleen was, maar hoorde toen de doortrek in het hokje waar ze was begonnen. Er was verder niemand. Doodsbang rende ze weg. 

Met het wisselen van de stapelbedden weigerde Jovita in een bed te slapen dat bij een raam stond. Ze was bang voor wat ze te zien zou krijgen: volgens de verhalen die de andere meisjes haar vertelden zwierven geesten van meisjes uit het verleden die op school waren gestorven ’s nachts tussen de struiken door. De nonnen, die overwegend Zuid-Koreaans waren, waren zich nergens van bewust. Geen van de nonnen had ooit eerder een ouijabord gezien, herinnert zuster Cheong zich.

Terwijl in het voorjaar van 2006 de belangstelling voor het ouijabord steeds verder toenam, vond ook het jaarlijkse basketbaltoernooi Girlstown plaats. Het was een geliefde traditie onder de leerlingen geworden, deels omdat het een van de meest vrije evenementen was die op de school waren toegestaan, en een waarin alle meisjes met elkaar in contact kwamen. Verschillende verdiepingen en afdelingen streden met elkaar om het kampioenschap en een jaar lang de eer.

Gunst

Volgens interviews besloot Maria haar hernieuwde connectie met de geestenwereld in te zetten. Ze riep met de ouija de andere wereld op en vroeg om een ​​gunst: dat het team van haar vriendin Liz het toernooi zou winnen. En ja hoor, het team van Liz werd kampioen.

Het gerucht over Maria’s ‘magie’ verspreidde zich door de school. Het was een ondenkbare schending van de regels. Zwarte magie was zonder meer verboden. Dit was dus een overtreding. Het team van Liz verbleef bovendien op een andere slaapzaal, wat betekende dat Maria had samengespannen tegen het team van haar eigen zaal. Haar acties brachten iets teweeg. Misschien kwam dat vooral door het buitengewone vertoon van individualiteit en persoonlijke kracht, waardoor de machtsstructuren van Girlstown onderuit werden gehaald.

Na het toernooi begonnen de deelnemers te klagen. ‘Het irriteerde veel adolescenten enorm’, merkte Loa Zavala op in haar rapport. ‘Ze waren zo boos dat ze erover klaagde tegen verschillende leidinghebbende Zusters, net zolang tot het verhaal de moeder-overste bereikte.’

Zuster Cheong was verbijsterd. ‘Wat is ouija?’ vroeg ze. Enkele van de Mexicaanse lekenleraren legden uit dat het bord te maken had met het Mexicaanse brujería – hekserij. Het is ‘een instrument van de duivel, in staat om de ziel van mensen te veranderen en ze slechte dingen te laten doen,’ zeiden ze. Zuster Cheong bracht onmiddellijk een verbod uit om ouija waar dan ook op het schoolterrein te gebruiken.

Verbanning

Zuster Cheong probeerde er ook achter te komen wie het spel in hun midden had gebracht. Een non ondervroeg Maria, die ontkende het te spelen, maar een zoektocht in haar stapelbed bracht al snel een ouija-tabla aan het licht. Dit was een overtreding waardoor ze van school kon worden gestuurd. Maria wilde per se blijven. De wereld buiten was erger. Ze wilde verder met studeren.

Zuster Cheong gaf haar vonnis: verbanning.

‘In het huis van God is dit soort spelen niet toegestaan,’ herinnert Cheong dat ze zei. 

Er ging een enorme schok door Villa de las Niñas. Veel van de meisjes waren zowel bang als geïntrigeerd vanwege het feit dat Maria de regels negeerde en haar zwarte kunsten beoefende. Maria zelf was verbolgen. Waarom zou ze weg moeten als andere meisjes ook met het ouija-bord hadden gespeeld? Zuster Cheong hield voet bij stuk. De ontluikende heks zou worden verdreven en naar huis gestuurd zodra er regelingen konden worden getroffen. Maar het meisje weigerde te vertrekken zonder een blijvende indruk achter te laten.

Toen Maria uit haar zaal werd gehaald en in een kamer afgezonderd van haar klasgenoten werd opgesloten, gebeurde er iets vreemds. De officiële verklaring is dat er een ‘wind’ door de kamer woei, maar op dat moment was er niemand bij Maria om het verhaal te bevestigen. De wind sloeg een deur dicht en Maria’s vinger bevond zich op dat moment tussen de deur. Misschien was het een ongeluk. Misschien niet. Hoe dan ook, de deur zou een stuk van Maria’s vinger af hebben gesneden, waardoor het bloed in de trap en in de gang spoot toen Maria werd afgevoerd.

Jovita herinnert zich de huiveringwekkende nasleep uit eerste hand. ‘Er was overal bloed,’ zegt ze.

Op haar weg naar buiten kwam Maria een groep voormalige slaapzaalgenoten tegen. Volgens Jovita en een aantal andere meisjes was dit het moment waarop Maria haar vloek uitsprak. De exacte woorden weet niemand meer – Maria werd kort daarna weggeleid en pogingen om haar de afgelopen jaren te vinden zijn mislukt – maar over de boodschap die ze overbracht is iedereen het eens. Die verspreidde zich als een smet over de campus totdat bijna elk meisje een versie van de vloek had gehoord.

Ieder van jullie die mij beschuldigde of slecht over mij dacht, zal ziek worden. Jullie benen zullen ziek zijn. Jullie zullen niet kunnen lopen. Jullie zullen vervloekt worden.

Geestverschijningen

Na de uitbraak was het voor sommige leerlingen moeilijk om de realiteit te onderscheiden van nachtmerries, spoken en hallucinaties. Jovita herinnert zich een avond waarop veel van de zieke meisjes op één verdieping bijeen waren. Het verhaal ging rond dat een non die bekendstond als Moeder Citlali zich tussen de meisjes in hun bedden door bewoog en in stilte hun benen een voor een masseerde. Jovita zegt dat ze de moeder zag: ze droeg een sluier en sprak niet.

‘Omdat het donker was, zag ik alleen haar silhouet,’ herinnert Jovita zich. ‘En toen we zagen dat ze dichterbij kwam, zag ik dat het niet de moeder was, maar iets heel anders. Iets wits.’

De volgende dag besloten Velasco en de meisjes van haar kamer dat ze bezoek hadden gekregen van de Maagd Maria.

Verhalen over geesten en verschijningen van rusteloze zielen waren er in overvloed. ‘Aan een stuk door,’ herinnert Loa Zavala zich. ‘Ze hoorden kinderen huilen, baby’s huilen, zagen figuren in de duisternis.’ Soms zagen de leerlingen meisjes in de gangen ‘hangen’, volgens de verslagen die ze opgetekende.

In haar paper noteerde Loa Zavala een bijzonder levendig voorbeeld van een Girlstown-legende: ‘Toen het internaat werd opgericht was er een meisje van ongeveer 12 jaar oud dat stierf aan een ziekte waardoor ze uit de mond bloedde’, schreef ze, mogelijk verwijzend naar tuberculose. ‘Sindsdien [is] dit meisje op verschillende plaatsen [gezien] en nu de meisjes ziek in hun benen [zijn], is ze nog vaker verschenen, in het wit gekleed, rennend over de velden, of ze verschijnt plotseling op de trap, soms met bloed op haar gezicht.’

Al snel hadden de media van de mysterieuze uitbraak gehoord. Cameraploegen arriveerden in Chalco, de stad die de school omsingelde. Bezorgde ouders, wanhopig om hun dochters te redden, legden honderden kilometers af om ze van het internaat naar huis te brengen. Sommigen reisden vanaf afgelegen pueblos dagen per bus.

Beschuldigingen

De Zusters van Maria werden het belangrijkste aandachtspunt van de media en lokale berichten wezen op beschuldigingen van mishandeling binnen de muren van de school. Hoewel de moeder-overste de beschuldigingen in openbare verklaringen ontkende, raakte ze heimelijk in paniek. ‘Ik dacht dat er een virus was, een ziekte tussen in ons midden, in onze omgeving,’ zegt zuster Cheong nu. ‘Ik kon de meisjes niet naar hun huizen sturen zonder te weten wat er aan de hand was, want misschien zouden ze de ziekte meenemen naar hun dorp.’ 

Al die tijd sprak Loa Zavala met de getroffen leerlingen, en vulde notitieboekjes en geluidsbanden. Slechts drie jaar na het afronden van haar opleiding behandelde Loa Zavala alle soorten gevallen, maar ze begon zich al langzaam te specialiseren. Het grootste deel van haar uren bracht ze door met adolescenten met psychosomatische aandoeningen. Sommige kinderen vertoonden meerdere persoonlijkheden. Anderen hadden te maken met dissociatie. Een jong meisje dat ze onderzocht, kreeg last van hysterische stuiptrekkingen. Maar de zaak Girlstown was van een schaal die ze nooit eerder had gezien. En ze kreeg een steeds sterker vermoeden wat er aan de hand was.

Hysterie

Conversiestoornis, of hysterie, blijft een van de grote mysteries van de geneeskunde.

Een klinisch begrip ervan ontstond aan het einde van de negentiende eeuw onder leiding van Sigmund Freud, die het idee aanmoedigde dat psychologisch trauma bij bepaalde patiënten kan worden ‘omgezet’ in fysieke symptomen – ingebeeld door de hersenen, doorgegeven aan het lichaam en te genezen met intensieve therapie gericht op het naar boven halen van onderdrukte herinneringen en trauma’s. Hysterie, erkennen zelfs sceptici, wordt geactiveerd n die onkenbare fysiologische brug tussen de hersenen en de ‘geest’. Het is echt, maar ook niet, en een eeuw later nog steeds enigszins omstreden.

Niettemin voert een lange en beruchte lijst van geregistreerde gevallen van hysterie terug tot aan de late middeleeuwen. Een van de bekendste is de danspest van 1518, toen een vrouw genaamd Frau Troffea koortsachtig begon te dansen in de straten van de Franse stad Straatsburg, zonder duidelijke reden. In de dagen en weken die volgden werd ze beetje bij beetje vergezeld door honderden andere mensen, waarvan velen dansten tot ze stierven.

Dit is de meest essentiële en angstaanjagende dreiging van hysterie: iedereen is er vatbaar voor

In een massahysterie-incident in 1962 in wat nu Tanzania is, op een meisjesschool van Duitse missionarissen, stond niet dansen maar lachen centraal. De Tanganyika-lachepidemie begon in een klaslokaal toen een leerling een grap maakte, waarna het lachsalvo dat ontstond zich steeds verder begon te verspreiden, totdat de school werd gesloten en duizenden mensen op onverklaarbare wijze dagenlang achtereen bleven lachen.

Dichter bij huis en korter geleden, deed zich een incident voor op een militaire basis in San Diego. In 1988 leden tientallen mannen gedurende een periode van twaalf uur van het ene op het andere moment aan acute ademhalingssymptomen, waaronder hoesten, pijn op de borst en duizeligheid. Honderden rekruten werden uit een kazerne geëvacueerd, onderzocht en getest. Een paar werden in het ziekenhuis opgenomen. De lucht en het voedsel werden getest op gifstoffen, maar er werd nooit een medische oorzaak vastgesteld en de symptomen van de groep gingen weer over.

Voor Loa Zavala was het onderwerp eindeloos fascinerend, en de zaak in Girlstown was van enorme waarde voor haar professionele onderzoek. ‘Er is een tak in de geneeskunde die niet langer gelooft dat hysterie bestaat’, zegt Loa Zavala. ‘En dan komt er zo’n zaak voorbij en denk ik: “Natuurlijk bestaat het! We zien hier een bewijs van honderden gevallen!”’

Loa Zavala verklaarde later dat ze een bepaalde verwantschap voelde met haar nieuwe patiënten. Ze leek op de leerlingen in Girlstown: ze had zwart haar dat tot op haar schouders viel en een amandelkleurige huid – het soort teint dat gewoonlijk ‘mestiza’ wordt genoemd. Ze zei dat ze zich geroepen voelde om de meisjes terug te brengen in de realiteit. Het was een lastige missie. Tijdens haar interviews kwam ze erachter dat Villa de las Niñas eigenlijk een ontsnappingsoord was voor ergere gruwelen buiten de muren. De verschrikkingen hadden de meisjes in een of andere vorm tot in hun nieuwe verblijf achtervolgd.

Psychologische triggers

Loa Zavala’s methode was om manifestaties van fysieke symptomen terug te voeren op wat vermoedelijk psychologische triggers waren, vaak onderwerp die voor de patiënt moeilijk en beangstigend waren om op te graven. Maar geleidelijk, door urenlang met Loa Zavala te hebben gezeten, begonnen de meisjes beter te worden. Bij Zitlali, een van de eerste meisjes die Loa Zavala interviewde – het meisje dat zich herinnerde dat ze bloedige baby’s had gezien – begonnen de symptomen te verdwijnen toen de psychoanalist met haar werkte. ‘Wat haar hielp, was praten: over haar dromen, hoe bang die haar maakten, over haar stiefvader’, herinnert Loa Zavala zich. ‘Ik merkte dat het wat beter ging als ze over deze dingen sprak. De volgende dag liep ze weer normaal.’

Hysterie, legt Loa Zavala uit, is een audiovisuele besmetting. Pas als je iemand met de symptomen ziet en hoort kun je die gaan repliceren. Als je ze vaak genoeg ziet, nemen ze je over. Dit is de meest essentiële en angstaanjagende dreiging van hysterie: iedereen is er vatbaar voor.

Loa Zavala begon een aantal overeenkomsten tussen de meisjes te zien met wie ze dag na dag in een kaal klaslokaal doorbracht. Velen kwamen uit disfunctionele gezinnen en werden misbruikt. Een zestienjarig meisje, die ze identificeerde als Soledad, beschreef hoe haar moeder haar sloeg als ze boos was, ‘met een elektriciteitssnoer of met haar schoen, maar één keer ging ze door tot ik bloedde.’ 

‘Niemand houdt van hoe ik ben,’ zei Soledad in het lokaal tegen Loa Zavala. ‘Ik weet dat er iets slecht aan mij is, maar ik zou liever hebben dat het niet zo was.’

Traditionele Chinese therapie

Wat zuster Cheong betrof was het Kwaad in hoogsteigen persoon haar school binnengevallen. Een van haar eerste reacties was dan ook om een ​​priester een exorcisme te laten uitvoeren. Het leek niet te werken. De nonnen probeerden ook een traditionele Chinese therapie, waarbij ze plantenpoeder op de benen van de meisjes strooiden en het vervolgens in brand staken. Ook dat genas hen niet.

Maar onder de hoede van Loa Zavala ging het uiteindelijk beter met Soledad. Soledad wilde het lokaal niet verlaten, merkte Loa Zavala op in haar rapport. ‘Het was moeilijk voor haar om afscheid van me te nemen’, schreef ze. ‘Ze probeerde langer bij me te blijven.’

’s Nachts, bij haar thuis in het centrum van Mexico-Stad, kreeg ook Loa Zavala nachtmerries. Misschien kwam het door het alle beschrijvingen van de meisjes over echtscheiding en verbroken relaties. Ze dacht eraan hoe de meisjes in Maria’s slaapzaal vertelden dat ze Maria in hun dromen zagen en schreeuwend wakker werden. ‘Maria brandde, werd omringd door vlammen en vertelde ons lachend dat we de volgende zouden zijn, dat het onze schuld was omdat we haar beschuldigden’, citeert Loa Zavala een meisje in haar verslag.

Leerlingen op een Girlstown-school in de Fillipijnen. – © YouTube

Gedurende de dag, toen Loa Zavala in het lokaal zat te praten met de doodsbange meisjes, gebeurde er iets vreemds. Loa Zavala begon symptomen in haar benen te voelen, hoewel ze het gevoel probeerde af te zwakken. Ze beschreef ook het gevoel dat de nonnen – zonder dat ze ze kon zien – meeluisterden tijdens haar sessies met de Girlstown-leerlingen. Ze zei dat anderen in het medische team dat gevoel ook hadden, maar dat ze geen bewijs hadden voor hun vermoeden. Als Loa Zavala het hele gebeuren nu beschrijft, spreidt ze haar armen en knikt naar haar rechterhand. ‘Dit is gezondheid’, zegt ze en knikt dan naar haar linkerhand. ‘Dit hier is ziekte.’

Dan doet ze haar handen tegen elkaar. ‘Na een tijdje is de grens niet altijd meer even duidelijk.’

Laatste redmiddel

Tussen oktober 2006 en juni 2007 werden meer dan 500 leerlingen, een leraar en enkele religieuze moeders besmet. Naar schatting werden 300 meisjes naar huis gestuurd.

Op het hoogtepunt van de uitbraak, in maart 2007, probeerden de Zusters van Maria Maria’s familie te bereiken. Als laatste redmiddel wilde zuster Cheong proberen of de vermeende hekserij kon worden teruggedraaid.

Maar na haar uitzetting waren Maria en haar gezin van Tuxtepec naar Veracruz verhuisd. Ze lieten geen informatie achter. In de derde wereld, waar het grootste gedeelte van Mexcio toe behoort, is het gebruikelijk dat mensen elkaar gewoon uit het oog verliezen. Miljoenen mensen wandelen de woestijn in om naar de Verenigde Staten te emigreren. Mensen migreren ook intern, van staat naar staat, op zoek naar werk. Na meer dan een decennium van intens drugsoorlogsgeweld worden tienduizenden mensen in Mexico officieel vermist, hoewel dit aantal volgens mensenrechtenwerkers veel hoger ligt.

‘We hebben echt ons best gedaan haar te vinden’, zegt Loa Zavala. ‘Ik hechtte daar persoonlijk groot belang aan.’ Ondanks al deze inspanningen is Maria nooit gelokaliseerd. Ze was verdwenen.

‘Hun lichamen moesten iets overbrengen (…) Via deze symptomen probeerden de meisjes iets te zeggen, verandering teweeg te brengen.’

Alle leerlingen die op school bleven, herstelden uiteindelijk en vertoonden geen symptomen meer in hun benen. Een laatste federaal rapport over de zaak, ondertekend door Loa Zavala en verschillende andere wetenschappers en artsen, verklaarde dat de diagnose van het verlammingsincident in Girlstown in 2006 en 2007 een conversiestoornis was, die valt onder de psychogene bewegingsstoornissen (PMD)[conversiestoornis is waarschijnlijk de meest voorkomende PMD en wordt gedefinieerd als onverklaarde sensorische of motorische gebreken die wijzen op een neurologische of andere medische aandoening]. 

‘Een kind dat zich in een gezonde omgeving bevindt zou niet tot die uitersten hoeven gaan om uit te drukken wat het voelt,’ zegt Loa Zavala nu. ‘Hun lichamen moesten iets overbrengen (…) Via deze symptomen probeerden de meisjes iets te zeggen, verandering teweeg te brengen.’

Hoewel Girlstown open blijft, heeft de crisis de carrière van zuster Cheong aangetast. In november 2007, nadat de symptomen onder de leerlingenpopulatie grotendeels waren verdwenen, werd de moeder-overste teruggeplaatst naar Zuid-Korea. Zuster Cheong zegt vanuit de stad Busan dat de kritiek die op de school werd geuit, op zijn minst gedeeltelijk geworteld was in culturele stereotypen over de strengheid van de regels in Oost-Aziatische samenlevingen. ‘Koreanen zijn strikt,’ zegt ze lachend. ‘En we hebben een hard brein, en daarom lijden onze meisjes. (…) Dat vond ik wel vernederend.’ (Verzoeken om commentaar van World Villages, de organisatie die de school runt, werden afgewezen.)

Tot op de dag van vandaag gelooft ze dat de hysterie die de Girlstown-leerlingen trof, een test van God was. Ze zegt dat ze het geloof nooit heeft verloren. ‘Ik weet dat ik echt mijn best heb gedaan,’ zegt Cheong. ‘Ik hou van Mexico, ik hou van onze meisjes.’

Gemengde gevoelens

Na de uitbraak spaarde de moeder van Jovita wat geld om haar dochter op te halen in Chalco. Toen de bewakers van Girlstown de moeder van Jovita door de poorten lieten, omhelsde Jovita haar en zei dat ze Girlstown niet wilde verlaten, hoe erg de symptomen ook zouden worden. Ze hield van het buitenleven, van de liedjes. Maar er was daar iets vreemds aan de hand, en wat haar moeder betrof konden ze geen verdere risico’s nemen.  

Jovita zegt dat ze haar tijd in Girlstown altijd met gemengde gevoelens zal herinneren. De uitbraak was beangstigend en de belofte dat Girlstown haar pupillen uit de armoede zou halen, ging voor haar niet op. Ze leidt een bescheiden bestaan in haar geboorteplaats en is niet erg religieus meer. Maar de school had iets bijzonders, legt ze uit. De moeder-overste inspireerde haar en Jovita verloor nooit haar hoop.

Toch keerde ze nooit meer terug naar Girlstown.

Joshua Davis en Allison Keeley hebben bijgedragen aan dit verhaal.

Daniel Hernández is een cultuurverslaggever bij de Los Angeles Times. Hij werkte eerder als redacteur van Vice Mexico en als Styles-verslaggever voor The New York Times. Hij is de auteur van Down & Delirious in Mexico City.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.